Hervorming verbintenissenrecht neergelegd in de Kamer

Geschreven door Lexalert
Foto: Mark Bonica  

Op 3 april 2019 werd een wetsvoorstel tot invoeging van boek 5 “Verbintenissen” in het nieuw Burgerlijk Wetboek ingediend in de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Dit voorstel beoogt het verbintenissenrecht te moderniseren.

Het voorstel heeft tot doel de rechtszekerheid te verhogen, het verbintenissenrecht toegankelijker te maken en het evenwicht te vernieuwen tussen de partijautonomie en de rol van de rechter als hoeder van belangen van de zwakke partij en van het algemeen belang. Daartoe wordt voorgesteld:

  1. vaststaande rechtspraak en algemeen aanvaarde rechtsfiguren te bevestigen;
  2. verduidelijkingen aan te brengen waar in de hedendaagse rechtspraktijk discussie over bestaat;
  3. het verbintenissenrecht aan te vullen waar het vandaag leemten vertoont;
  4. te vereenvoudigen waar de huidige regels nodeloos ingewikkeld zijn.
  5. het verbintenissenrecht te vernieuwen waar het vandaag verouderd is.
Volg op 30 april 2019 van 12 uur tot 14 uur het online seminar Gevolgen van het nieuwe erfrecht voor de familiale onderneming en vennootschap met Steven SEYNS

De structuur

Het voorgestelde Boek 5 bevat drie titels, met verdere onderverdelingen:

Titel 1. Inleidende bepalingen

Titel 2. Bronnen van verbintenissen

Ondertitel 1. Rechtshandelingen

Ondertitel 2. Rechtsfeiten

Titel 3. Algemeen regime van de verbintenis

Ondertitel 1. Inleidende bepaling

Ondertitel 2. Modaliteiten van de verbintenis

Ondertitel 3. Verbintenissen met pluraliteit van voorwerpen of subjecten

Ondertitel 4. Overdracht van verbintenissen

Ondertitel 5. Nakoming van de verbintenis

Ondertitel 6. Niet-nakoming van de verbintenis

Ondertitel 7. Maatregelen ter bescherming van de rechten van de schuldeiser

Ondertitel 8. Gronden van tenietgaan van de verbintenis

► Lees ook: Een nieuw bewijsrecht als startpunt voor een nieuw Burgerlijk Wetboek

Bestaansreden

In het Regeerakkoord wordt aangegeven dat naast het personen-, familie- en familiaal vermogensrecht ook andere delen van het burgerlijk recht verouderd en onoverzichtelijk zijn geworden. Deze delen zouden het voorwerp kunnen uitmaken van vereenvoudiging en uniformisering.

Sedert meerdere jaren reeds gaan in de rechtsleer en in de rechtspraktijk steeds meer stemmen op voor een modernisering van het deel van het Burgerlijk Wetboek dat betrekking heeft op het verbintenissen-recht.

Zie P. WÉRY, “Mutations et défis du droit belge des obligations”, Revue de la Faculté de droit de l’Université de Liège, 2015, blz. 203 e.v.; S. VAN LOOCK, “De hervorming van het Franse verbintenissenrecht: Le jour de gloire est-il arrivé?”, R.W., 2014-2015, blz. 1562 e.v.; S. STIJNS, “ Faut-il réformer le Code civil? Réponses et méthodologie pour le droit des obligations contractuelles et extracontractuelles: les obligations contractuelles”, J.T., 2016, blz. 305 e.v.; E. DIRIX en P. WÉRY, “Tijd voor een hercodificatie van het Burgerlijk Wetboek”, R.W., 2015-2016, blz. 2; E. DIRIX en P. WÉRY, “Pour une modernisation du Code civil ”, J.T., 2015, blz. 625 e.v.; F. PEERAER en I. SAMOY, “The Belgian Civil Code: How to Restore its Central Position in Modern Private Law?”, ERPL 2016, 601-618; E. DIRIX en P. WÉRY, “Le projet de réforme du droit des obligations entre dans une nouvelle phase: la consultation publique”, J.T., 2017, blz. 705 e.v.; E. DIRIX en P. WÉRY, “Consultatie Nieuw Burgerlijk Wetboek”, R.W., 2017-2018, blz. 482.

De Belgische wetgever wordt aangespoord om buitenlandse voorbeelden te volgen, zoals het Nieuw Burgerlijk Wetboek, het BGB en, zeer onlangs, de Franse Code civil.

Verschillende redenen pleiten voor zo’n hervorming.

Het wetboek, ongetwijfeld een opmerkelijk werkstuk, gaat inmiddels gebukt onder de last der jaren. Tal van bepalingen dragen de stempel van een vervlogen tijdperk.

Enkele voorbeelden:

  • De boedelafstand, waardoor de schuldenaar aan de lijfsdwang kon ontsnappen. Deze wordt nog altijd vermeld in het wetboek (artt. 1265 tot 1270), terwijl de lijfsdwang reeds werd afgeschaft bij wet van 31 januari 1980 tot invoering van de dwangsom;
  • Boek III, getiteld “Wijze van eigendomsverkrijging”, is een containerboek dat uiteenlopende aangelegenheden behandelt, zoals erfrecht, schenkingen, verbintenissen uit overeenkomst, oneigenlijke contracten, aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad, bijzondere overeenkomsten en verjaring;
  • Terwijl de wetgever bepalingen aan de geldigheidsvoorwaarden van het contract wijdt (artt. 1108 e.v.), komt het dynamische totstandkomingsproces van het contract daarentegen geheel niet aan bod: er wordt niets gezegd over belangrijke aangelegenheden zoals het aanbod, de aanvaarding, de informatieplichten of de totstandkoming van contracten tussen afwezige personen;
  • De schuldeiser die zijn rechten ten aanzien van een nalatige of weerspannige schuldenaar wil kennen, zal het behoorlijk moeilijk hebben om er de teksten te vinden over de uit voering in natura (artt. 1142 tot 114 4, art. 1184, tweede lid), de contractuele aansprakelijkheid (hoofdzakelijk in de artikelen 1137 en 1146 e.v.), de exceptie van niet-uitvoering (art. 1612) of nog de ontbinding van het contract (art. 1184).

De rechtspraak heeft natuurlijk voor enige modernisering van het verbintenissenrecht gezorgd. De invloed van de rechtspraak is zo aanzienlijk geworden dat het Belgische verbintenissenrecht steeds meer op een Common law-systeem is gaan gelijken. De toegankelijkheid van het recht voor de rechtzoekenden is hierdoor problematisch geworden.

Om al deze redenen kan niet meer staande worden gehouden dat het positief recht, zoals het wordt toegepast in de huidige praktijk, nog in het wetboek is terug te vinden.

De voorgestelde teksten zijn geen loutere codificatie van de rechtspraak of louter een technische aanpassing. Zo tracht het voorstel inzake het verbintenissenrecht een nieuw evenwicht te vinden tussen de wilsautonomie van de partijen en de rol van de rechter als behoeder van de belangen van de zwakke partij en van het algemeen belang. Op bepaalde punten wordt de wilsautonomie versterkt (bijvoorbeeld door de nietigverklaring en de ontbinding van het contract via een kennisgeving te laten plaatsgrijpen). Op andere punten worden aan de rechter bevoegdheden toegekend waardoor hij situaties van contractueel onevenwicht kan bijsturen (bijvoorbeeld wanneer de economie van het contract ernstig wordt verstoord naar aanleiding van nieuwe, onvoorzienbare omstandigheden – de imprevisieleer – of wanneer tussen de prestaties, van bij de contractsluiting, een manifeste wanverhouding bestaat als gevolg van een misbruik door een partij van de zwakke positie van de andere partij – misbruik van omstandigheden).

Een herschikking van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek inzake het verbintenissenrecht drong zich op als een noodzakelijke ingreep. De huidige indeling is immers niet coherent.

Inhoud van de titels

Na een eerste titel met inleidende bepalingen, is de tweede titel van het toekomstige boek 5 gewijd aan de bronnen en de derde titel aan dit algemeen regime.

In titel twee krijgt het contract een prominente plaats. Het voorstel maakt dan ook een helder onderscheid tussen de bronnen van verbintenissen (de rechtshandelingen, buitencontractuele aansprakelijkheid, de oneigenlijke contracten) en het algemeen regime van de verbintenis. Dit laatste gaat over kwesties die elke verbintenis aangaan, ongeacht de bron ervan.

De uitwerking van het algemeen regime omvat de verschillende vragen die kunnen rijzen in elke fase van zijn levensloop:

  • de onderhandeling van het contract en de totstandkoming ervan zowel vanuit een dynamisch als statisch perspectief;
  • de gevolgen van het contract tussen partijen;
  • de interpretatie en de kwalificatie ervan;
  • de niet-nakoming van de contractuele verbintenissen en de sancties; de gevolgen van het contract ten aanzien van derden;
  • de gronden van tenietgaan ervan en de bijhorende gevolgen.

De meerwaarde van het voorstel schuilt bijvoorbeeld in het gedetailleerde regime van de precontractuele periode en de bepalingen die een modern stelsel van nietigheid van contracten invoeren. De sancties voor de toerekenbare niet-nakoming van de contractuele verbintenissen worden verzameld onder één enkele onderafdeling: de uitvoering in natura, het herstel van de schade, de ontbinding van het contract, de exceptie van niet-uitvoering en de prijsvermindering wegens een onvolkomen nakoming van de verbintenis.

Boek 5 van het toekomstige Burgerlijk Wetboek wordt afgerond met bepalingen over de andere gronden van tenietgaan van verbintenissen, naast de betaling. Merk bijvoorbeeld de bepalingen op inzake schuldvergelijking, die naast de wettelijke schuldvergelijking, de conventionele en de gerechtelijke schuldvergelijking erkennen. Zo ook doet het verval van de verbintenis door verdwijning van haar voorwerp, reeds decennialang aanvaard door het Hof van Cassatie zijn intrede in het wetboek.

De wetgever verduidelijkt dat, tenzij anders is aangegeven, de woorden “wet”, “wettelijke bepalingen” en “regels”, die meermaals worden gebruikt in het wetsvoorstel, moeten worden begrepen als verwijzingen naar de wet in de materiële zin van het woord.

Lees hier het volledige wetsvoorstel tot invoeging van boek 5 “Verbintenissen” in het nieuw Burgerlijk Wetboek voor verdere details, zoals de repliek van het parlement op het advies van de Raad van State en de artikelsgewijze commentaar.