Hervorming pensioenleeftijd, vervroegd pensioen en overlevingspensioen

Geschreven door Lexalert
Foto: foolfillment  

Het wetsontwerp van 17 juni 2015 trekt de wettelijke leeftijd op voor het rustpensioen. Ook het de hervorming van het vervroegd pensioen en van het overlevingspensioen, die opgestart werd tijdens de vorige legislatuur, worden verdergezet. Daarnaast brengt het correcties aan de reglementering die de overlevingspensioenen en de overgangsuitkering regelt om interpretatieproblemen te vermijden en past het diverse wettelijke bepalingen aan om ze toepasbaar te maken op de overgangsuitkering.

De in dit ontwerp opgenomen maatregelen hebben betrekking op de drie wettelijke pensioenregelingen (werknemers, zelfstandigen en openbare sector).

Wettelijke pensioenleeftijd

De wettelijke pensioenleeftijd is momenteel vastgelegd op 65 jaar Hij wordt op 65 jaar behouden tot en met 31 december 2024. Hij wordt daarna op 66 jaar gebracht in 2025 en op 67 jaar in 2030.

Vervroegd pensioen

Het wetsontwerp  zet de hervorming van het vervroegd pensioen die is ingegaan op 1 januari 2013 voort. Het zet de geleidelijke verhoging van de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden voort na 2016.

Zo wordt de leeftijdsvoorwaarde verhoogd met 6 maand per jaar: van 62 jaar in 2016 wordt hij gebracht op 62 jaar en 6 maand in 2017 en op 63 jaar vanaf 2018.

De loopbaanvoorwaarde wordt gebracht van 40 jaar in 2016 tot 41 jaar in 2017 (hij wordt behouden op 41 jaar in 2018) en op 42 jaar in 2019.

Zoals bij de vorige hervorming zijn er uitzonderingen voorzien voor de lange loopbanen.

Om de personen die heel jong zijn begonnen werken en een lange loopbaan bewijzen niet te straffen, kunnen deze hun vervroegd pensioen op 60 jaar of 61 jaar opnemen indien zij voldoen aan de voorziene loopbaanvoorwaarde. Zoals voor de normale loopbanen wordt de loopbaanvoorwaarde eveneens geleidelijk verhoogd.

Om een antwoord te bieden op de opmerking van de Raad van State over het complexe karakter van de wetgeving, wordt er een tabel toegevoegd die schematisch de evolutie voor de voorwaarden voor vervroegd pensioen weergeeft.

 

 Normale loopbaan

 Lange loopbaan

 

 Minimumleeftijd

Minimumloopbaan 

 Minimumleeftijd  

 Minimumloopbaan 

 2015

 61 jaar en

 6 maanden

 40 jaar

 60 jaar

 41 jaar

 2016

 62 jaar

 40 jaar

 60 jaar

 61 jaar

 42 jaar

 41 jaar

 2017

 62 jaar en

 6 maanden

 41 jaar

 60 jaar

 61 jaar

 43 jaar

 42 jaar

 2018

 63 jaar

 41 jaar

 60 jaar

 61 jaar

 43 jaar

 42 jaar

 2019

 63 jaar

 42 jaar

 60 jaar

 61 jaar

 44 jaar

 43 jaar

De pensioenmotor, die momenteel wordt ontwikkeld, zal toelaten om de burgers over hun rechten te informeren, hierbij rekening houdend met de diverse hervormingen die ondertussen zijn doorgevoerd. De burgers zullen met name informatie kunnen ontvangen over de vroegst mogelijke datum waarop zij met pensioen kunnen gaan en over hun pensioenbedrag. De pensioenmotor zal bijdragen tot het verzekeren van transparantie over en toegankelijkheid tot de diverse hervormingen voor de burgers.

Wat de pensioenen betreft die ingaan gedurende de maand januari, worden de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden die van kracht zijn in het jaar dat voorafgaat toegepast .

Volg het on demand seminarie Temporele werkgeversflexibiliteit – Mogelijkheden en beperkingen met Sigrid DEREYMAEKER

Anderzijds de personen die op een bepaalde datum voldoen aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden van het vervroegd pensioen, behouden het recht om hun vervroegd pensioen op te nemen ongeacht de ingangsdatum van hun pensioen.

Bovendien is er een overgangsmaatregel voorzien voor de personen die een bepaalde leeftijd zullen bereiken of bereikt hebben in 2016. Deze maatregel beperkt het aantal bijkomende jaren om het vervroegd pensioen te kunnen opnemen.

Daarnaast voorziet het wetsontwerp een gelijkaardige maatregel als deze voorzien door de wet van 28 april 2015 houdende bepalingen betreffende de pensioenen van de publieke sector wat betreft de geleidelijke afschaffing van de diplomabonificatie met het oog op de opening van het recht op pensioen in de publieke sector. Deze maatregel bepaalt dat de geleidelijke verhoging van de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden na 2016 niet van toepassing is op de personen die zich op 1 januari 2015 in disponibiliteit voorafgaand aan de oppensioenstelling of in een analoge statutaire situatie bevinden, op de personen die vóór 1 januari 2015 bij hun werkgever een door die laatste goedgekeurd verzoek hebben ingediend om vóór 2 september 2015 in een gelijkaardige situatie te worden geplaatst of op de personen die, als ze een dergelijk verzoek hadden ingediend, ten laatste op 1 januari 2015 in een gelijkaardige situatie zouden kunnen zijn geplaatst.

In het pensioenstelsel voor werknemers behoudt een maatregel de huidige voorwaarden voor vervroegd pensioen voor werknemers die werden ontslagen, die ontslag hebben genomen of die een overeenkomst hebben gesloten die een einde maakt aan hun arbeidsovereenkomst tegen het presteren van een opzegtermijn of de betaling van een opzeggingsvergoeding en dit in de mate dat de opzegtermijn of de periode gedekt door de opzeggingsvergoeding een aanvang heeft genomen vóór 9 oktober 2014 en eindigt na 31 december 2016 en dat de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen zijn vervuld op de datum van het einde van de opzegtermijn of de periode gedekt door de opzeggingsvergoeding. Een andere maatregel behoudt de huidige voorwaarden voor vervroegd pensioen voor werknemers die in onderling overleg met hun werkgever een individuele overeenkomst hebben gesloten die een einde maakt aan hun arbeidsovereenkomst voor zover de overeenkomst schriftelijk is, vóór 9 oktober 2014 werd gesloten buiten het kader van een conventioneel brugpensioen en zijn grondslag vindt in wettelijke of reglementaire bepalingen of in één van de opgesomde collectieve instrumenten die in een procedure van uittreding voorzien om het vervroegd pensioen te kunnen opnemen en op het einde van de arbeidsovereenkomst deze werknemers voldoen aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen.

De personen op wie de twee voormelde voormelde maatregelen betrekking hebben, kunnen hun vervroegd rustpensioen als zelfstandige verkrijgen onder dezelfde leeftijds- en loopbaanvoorwaarden, teneinde hun vervroegd pensioen op dezelfde datum te kunnen opnemen in beide stelsels.

►Lees ook: Impliciet ontslag behoort tot het acquis communautaire

Overlevingspensioen

Anderzijds zet dit wetsontwerp de hervorming van het overlevingspensioen die ingegaan is op 1 januari 2015 voort en verhoogt de leeftijd waarop een persoon een overlevingspensioen kan verkrijgen van 50 jaar in 2025 tot 55 jaar in 2030.

Het ontwerp brengt eveneens enkele wijzigingen en aanvullingen aan diverse bepalingen betreffende het overlevingspensioen en de overgangsuitkering aan.

De artikelen opgenomen in Titel 2 van dit ontwerp hebben als doelstelling voormelde hervormingen te realiseren voor de pensioenen van de overheidssector. Titels 3 en 4 bevatten bepalingen die hetzelfde beogen voor, respectievelijk, de pensioenen van de werknemers en die van de zelfstandigen.

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp van 17 juni 2015 tot verhoging van de wettelijke leeftijd voor het rustpensioen, de voorwaarden voor de toegang tot het vervroegd pensioen en de minimumleeftijd voor het overlevingspensioen