Hervorming eenheid van loopbaan - Opheffing beginsel daadwerkelijke arbeidsperioden vanaf 1 januari 2019

Geschreven door Lexalert
Foto: Georgie Pauwels  

Het wetsontwerp van 22 september 2017 hervormt het beginsel van de eenheid van loopbaan in de pensioenregeling van werknemers en van de zelfstandigen, meer bepaald door de opheffing van dit beginsel voor de daadwerkelijke arbeidsperioden. Deze hervorming voert het voornemen van de regering uit om de daadwerkelijke arbeidsperioden beter te belonen in de pensioenberekening. Anderzijds schrapt het wetsontwerp het verbod voor de begunstigden op een voltijds conventioneel brugpensioen of op werkloosheid met bedrijfstoeslag om hun vervroegd pensioen op te nemen.

 Lees aansluitend: Hervorming van het beginsel van de eenheid van loopbaan in het pensioenstelsel voor werknemers en voor zelfstandigen

De huidige toepassing van het beginsel van de eenheid van loopbaan

In de pensioenregeling van werknemers en van de zelfstandigen, is de maximale loopbaanduur, samengesteld uit het geheel van voltijdse dagequivalenten die in aanmerking kunnen worden genomen voor de toekenning van het pensioen, beperkt tot de eenheid.

De som van alle voltijdse dagequivalenten, zowel gepresteerd als daarmee gelijkgesteld, mag, voor een rustpensioen, het aantal voltijdse dagequivalenten dat een volledige loopbaan vormt immers niet overschrijden (14 040 dagen hetzij 312 voltijdse dagequivalenten, verkort VTE, x 45, wat de noemer is van de breuk voor een volledige loopbaan in de algemene werknemerspensioenregeling) en dit ongeacht het aantal kalenderjaren tijdens welke deze activiteit zich uitstrekt. Het gevolg is dat, voor de pensioenberekening, geen rekening mag gehouden worden met meer dan 14 040 dagen, zelfs als de werknemer langer gewerkt heeft. Het zijn meer bepaald de 14 040 meest voordelige voltijdse dagequivalenten (gepresteerd en gelijkgesteld) die in aanmerking worden genomen voor de pensioenberekening. Het aantal in mindering te brengen dagen, die niet in aanmerking worden genomen voor de pensioenberekening, mag evenwel niet 1 560 VTE overschrijden.

Voor een overlevingspensioen toegekend naar aanleiding van het overlijden van een werknemer of een zelfstandige die nog geen titularis is van een rustpensioen, is het beginsel identiek maar op basis van een maximum aantal dagen dat lager kan zijn aangezien de referentieloopbaan welke de noemer weergeeft korter is ingeval van vroegtijdig overlijden.

Naast de interne beperking tot de eenheid van loopbaan zoals hierboven beschreven en die van toepassing is binnen de pensioenregeling van werknemers of binnen deze van de zelfstandigen, regelt de externe beperking tot de eenheid van loopbaan van haar kant de gemengde loopbanen als werknemer, ambtenaar en zelfstandige.

In geval van een gemengde loopbaan ambtenaar – werknemer of ambtenaar – zelfstandige dient het aantal voltijdse dagequivalenten inbegrepen in de loopbaan als ambtenaar op dezelfde noemer van 14 040 VTE, het maximum aantal VTE in het kader van de eenheid van loopbaan, gebracht te worden. Dit kan een weging vereisen voor de dagen behorend tot de regeling voor vastbenoemde ambtenaren, aangezien het pensioen niet altijd wordt berekend op een maximale loopbaanduur van 45 jaar (cf. het genot van preferentiële tantièmes). De omrekening gebeurt door het aantal voltijdse dagen te vermenigvuldigen met een breuk: de teller van deze breuk is gelijk aan 60, wat het normale tantième is in de pensioenregeling van ambtenaren. De noemer van de breuk is het preferentiële tantième waarmee eventueel daadwerkelijk rekening wordt gehouden voor de preferentiële berekening van het pensioen.

Het totaal aantal voltijdse dagequivalenten wordt afzonderlijk berekend in elke pensioenregeling en vervolgens opgeteld. Als dit totaal aantal 14 040 VTE overschrijdt, wordt het aantal dagen gepresteerd als werknemer of als zelfstandige verminderd totdat de eenheid bereikt wordt.

Concreet wordt het beginsel van de eenheid van loopbaan in de volgende orde uitgevoerd:

1°  in de eerste plaats neemt de Federale Pensioendienst de beslissing tot toekenning van het pensioen van de openbare sector door, desgevallend, de interne regels van beperking van rechten in deze regeling toe te passen;

2° vervolgens kent de Federale Pensioendienst het werknemerspensioen toe na, indien nodig, de loopbaan als werknemer te hebben verminderd door toepassing van het beginsel van de interne en/of externe eenheid van loopbaan (in geval van cumul met pensioenen van een andere regeling met uitsluiting van de pensioenregeling van zelfstandigen);

3° het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen neemt ten slotte de beslissing tot toekenning van het zelfstandigenpensioen en past indien nodig een vermindering toe gebaseerd op de beperking tot de eenheid van loopbaan in functie van de in fine weerhouden prestaties in de pensioenregeling van de openbare sector en de pensioenregeling van werknemers.

Ten slotte wordt ook rekening gehouden, in het kader van de eenheid van de loopbaan, met de voltijdse dagequivalenten die in aanmerking worden genomen voor sommige buitenlandse pensioenen of dagen van tewerkstelling bij internationale publiekrechtelijke instellingen (deze pensioenregelingen zijn weerhouden onder het begrip “andere regeling” zoals voor de regeling van de openbare sector).

Het beginsel van de eenheid van loopbaan is eveneens geldig in geval van cumulatie van overlevingspensioenen en overgangsuitkeringen. Het maximum aantal voltijdse dagequivalenten die in aanmerking worden genomen voor de berekening van het overlevingspensioen of van de overgangsuitkering stemt niet altijd overeen met 14 040 VTE gezien de mogelijkheid van een vroegtijdig overlijden. Dit maximum aantal wordt bepaald door 312 VTE te vermenigvuldigen met de noemer van de breuk gebruikt voor de berekening van het overlevingspensioen of de overgangsuitkering van de werknemer of van de zelfstandige.

De opheffing van het beginsel van de eenheid van loopbaan voor de daadwerkelijke arbeidsperioden

De door de regering voorgestelde hervorming bestaat uit het schrappen van het beginsel van de eenheid van loopbaan voor de daadwerkelijke arbeidsperioden gepresteerd boven 14 040 VTE. De regering voert zo haar voornemen uit om de daadwerkelijke arbeidsperioden beter te belonen in de pensioenberekening.

Zo zullen, in geval van overschrijding van de limiet van 14 040 VTE in de globale beroepsloopbaan voor het rustpensioen of het maximum aantal voltijdse dagequivalenten vastgesteld voor het overlevingspensioen of de overgangsuitkering, de door de (overleden) werknemer of zelfstandige daadwerkelijk gepresteerde dagen boven deze limiet in aanmerking genomen worden voor de berekening van het rust-/het overlevingspensioen/ de overgangsuitkering van de werknemer of de zelfstandige. Voor de gelijkgestelde dagen gelegen na de 14 040ste dag wordt het huidige beginsel van eenheid van loopbaan toegepast door de 14 040 meest voordelige voltijdse dagequivalenten te weerhouden. De gelijkgestelde dagen die de 14 040ste  dag overschrijden zullen dus geen opbouw van bijkomende pensioenrechten genereren.

Voor de zelfstandigen, is die toekenning mogelijk voor de kwartalen tijdens dewelke de zelfstandige, de helper of de meewerkende echtgenoot zijn beroepsbezigheid verder zet en waarvoor hij bijdragen betaalt voor een hoofdberoep of als meewerkende echtgenoot, of voor de kwartalen tijdens dewelke hij een bijberoep uitoefent waarvoor hij bijdragen betaalt die minstens gelijk zijn aan de bijdragen voor een hoofdberoep.

Het gaat bijgevolg om kwartalen tijdens dewelke de zelfstandige als dusdanig werkelijk actief was en pensioenvormende bijdragen betaalde.

Om de 14 040ste  VTE (of het maximum aantal VTE voor het overlevingspensioen en de overgangsuitkering) te bepalen met het oog op de toekenning van de daadwerkelijke arbeidsdagen, wordt de beroepsloopbaan op een globale wijze in aanmerking genomen door rekening te houden met de VTE van een andere pensioenregeling, van de pensioenregeling van werknemers en de pensioenregeling van zelfstandigen.

De globale beroepsloopbaan zal chronologisch beschouwd worden overheen de verschillende pensioenregelingen heen (de periodes in een andere regeling, met uitzondering van de werknemersregeling of de regeling van de zelfstandigen, worden echter eerst in aanmerking genomen) en er zal vastgesteld worden wanneer de eenheid bereikt wordt.

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp van 22 september 2017 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de pensioenregelingen voor werknemers en de zelfstandigen, wat betreft het beginsel van de eenheid van loopbaan en het vervroegd rustpensioen