Hercodificatie - Rechtspersonenrecht

Geschreven door Lexalert
Foto: Dean Hochman  

De minister van Justitie stelde de krachtlijnen voor van de hercodificatie in 2017. Hieronder leest u meer over het vennootschapsrecht.

Krachtlijnen van de hervorming

Deze voorstellen beogen het vennootschaps- en verenigingsrecht moderner, eenvoudiger en coherenter te maken. Het doel van de hervorming is om aan de vennootschappen en verenigingen efficiënte werkinstrumenten ter beschikking te stellen en op die manier België aantrekkelijker te maken als vestigingsplaats voor (binnenlandse én buitenlandse) ondernemingen en voor investeringen.

De nadruk van de voorgestelde hervorming ligt op de kwaliteit van de wetgeving. De recente wijzigingen hebben niet steeds de gewenste resultaten opgeleverd, maar de zaken eerder complex en onoverzichtelijk gemaakt.

De krachtlijnen van de beoogde hervorming zijn de volgende:

1°         De mogelijkheid winst uit te keren wordt het enig criterium van onderscheid tussen vennootschappen en verenigingen

Zowel de vennootschap als de vereniging mogen (winstgevende) ondernemingsactiviteiten voeren: het onderscheid tussen beide wordt voortaan louter gemaakt op basis van het criterium van de rechtstreekse of onrechtstreekse winstuitkering onder de leden of leiders van die structuren (economisch voordeel voor de vennoten versus een bestemming voor het ideële doel van de vereniging en dus een formeel uitkeringsverbod).

Elke verwijzing naar burgerlijke en handelsdaden wordt geweerd. Het einde van het onderscheid tussen beide vereist evenwel een breder wetgevend ingrijpen (zie supra).

2°         Behoud van vier vennootschapsvormen

Naast de Europese vormen blijven er essentieel vier nationale vennootschapsvormen over: de maatschap, de BVBA, de CVBA en de NV. Deze vier vormen worden gekozen omdat alle andere bestaande vormen juridisch teruggebracht kunnen worden tot één van deze vier basisvormen.

De maatschap is de historisch oudste basisvennootschap zonder rechtspersoonlijkheid; zij kan openbaar, tijdelijk of stil zijn. Wanneer de maatschap vrijwillig voor (onvolkomen) rechtspersoonlijkheid opteert door de naleving van bepaalde publicatieformaliteiten, wordt zij een Vennootschap Onder Firma (VOF) of een Commanditaire Vennootschap (Comm.V.). In voorkomend geval, voor deze laatste, met landbouwactiviteiten als doel.

De BVBA maakt het voorwerp uit van een verregaande flexibilisering. De kapitaal- en kapitaalbeschermingsregels uit de Tweede Richtlijn worden afgeschaft, en bijgestuurd dan wel vervangen door een aantal andere en efficiëntere schuldeisersbeschermende regels. De standaard- BVBA vertrekt van een zekere beslotenheid, maar de aandeelhouders kunnen optioneel voor een vrije  overdracht kiezen, vergelijkbaar met de  NV.  In  de  BVBA geldt een  grote vrijheid om  het stemrecht te regelen. De BVBA zal standaard met één enkele bestuurder georganiseerd worden, maar een aantal opties van de NV zullen ook voor de BVBA open staan.

Aan de CVBA wordt haar oorspronkelijke eigenheid teruggegeven door de wettelijke verankering van het coöperatief gedachtegoed, te weten als rechtsvorm voor personen die terzelfdertijd de hoedanigheid hebben van vennoot en van klant (bijvoorbeeld verbruikscoöperatieve) of leverancier (bijvoorbeeld zuivelcoöperatieve). Voor het overige sluit zij aan bij de BVBA.

Door de Europese imperatieve wetgeving bestaat er voor de NV minder ruimte om de regelgeving aan te passen. Waar mogelijk wordt de NV ook flexibeler gemaakt.

3°         Publieke en genoteerde vennootschappen

Het begrip “vennootschap die een publiek beroep op het spaarwezen doet of gedaan heeft” wordt afgeschaft, maar de regels die nu voor deze NV’s gelden, worden behouden en toegepast op alle genoteerde vennootschappen.

Het begrip “genoteerde vennootschap” wordt gedefinieerd als ‘een vennootschap waarvan de aandelen of de certificaten die betrekking hebben op deze aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt’. Notering van andere effecten geeft niet langer aanleiding tot het statuut van genoteerde vennootschap. Daarnaast wordt voorzien in een machtiging aan de Koning om het toepassingsgebied van bepalingen die reeds op genoteerde vennootschappen van toepassing zijn, uit te breiden, bijvoorbeeld naar andere dan gereglementeerde markten, en met name naar multilaterale handelsfacilteiten (MTF’s).

4°         Vennootschappelijk internationaal privaatrecht

In het Belgisch vennootschappelijk Internationaal Privaatrecht wordt afstand genomen van de werkelijke zetelleer en overgeschakeld naar de statutaire zetelleer met mogelijkheid tot een grensoverschrijdende zetelverplaatsing. Deze soepelheid zal België toelaten om buitenlandse vestigingen aan te trekken die, hoewel ze er niet het centrum van hun economische belangen hebben, toch belangrijke voordelen inzake investering en tewerkstelling bieden. Omgekeerd zal deze keuze Belgische vennootschappen toelaten om hun centrum van economische belangen gemakkelijk naar andere landen te verhuizen, wanneer daartoe de noodzaak bestaat, en dat, zonder in de meeste gevallen, hun statutaire zetel te moeten verplaatsen.

5°         Verenigingen en stichtingen

Het verenigingsrecht wordt structureel geïntegreerd in één Wetboek van vennootschappen en verenigingen, waarbij de gemeenschappelijke bepalingen uit het Wetboek van vennootschappen, waar mogelijk, ook toepasselijk worden gemaakt op verenigingen en stichtingen, met gepaste aandacht voor de eigenheid van het verenigings- en stichtingsrecht.

Volg het on demand seminarie Deeleconomie - Contractuele, sociale en fiscale aspecten met Mr. Liesbet VANDENPLAS

Concrete voorbeelden

De rechtsvormen vennootschap, vereniging en stichting zullen alle zonder beperking economische activiteiten kunnen voeren. Verenigingen en stichtingen zijn onderworpen aan een streng verbod van (rechtstreekse en onrechtstreekse) uitkering van de winst onder haar leden of haar leiders.

Door de structurele integratie van het verenigings- en stichtingsrecht in één Wetboek van vennootschappen en verenigingen, wordt meteen ook een stevigere basis gegeven aan de feitelijke vereniging.

Zowel de NV als de BVBA zullen één enkele aandeelhouder kunnen hebben. De vereiste van meerhoofdigheid wordt opgegeven (waardoor de EBVBA overbodig wordt).

Meervoudig stemrecht wordt statutair mogelijk in de BVBA en in de niet-genoteerde NV. In de genoteerde NV kunnen de statuten in ten hoogste dubbel stemrecht voorzien voor trouwe aandeelhouders.

In de NV wordt de ad nutum herroepbaarheid van de bestuurder, het gegeven dat een bestuurder steeds zonder motivering en zonder vergoeding kan worden ontslagen, van suppletief recht.

De bestuursmodaliteiten in de NV worden aangevuld met de mogelijkheid om een enige bestuurder te benoemen, die eventueel een bescherming tegen ontslag kan genieten (waardoor de Comm.VA overbodig wordt). Ook krijgen NV’s de keuze tussen het huidige monistisch bestuurssysteem en een volwaardig en beter uitgewerkt duaal bestuurssysteem.

Ander interessant artikel: Hercodificatie - Ondernemingsrecht - Insolventierecht

De restrictieve regels inzake overdraagbaarheid van aandelen worden in de BVBA van suppletief recht.

De uittreding en uitsluiting in de BVBA worden mogelijk ten laste van het vermogen van de vennootschap, in navolging van de thans bestaande mogelijkheid bij de coöperatieve vennootschap met variabel kapitaal.

De kapitaalsvereiste in de BVBA wordt afgeschaft (waardoor de SBVBA overbodig wordt), waarbij op intern vlak de rechten van de aandeelhouders niet langer worden bepaald door de fractie van het kapitaal dat zij vertegenwoordigen, maar conventioneel of statutair.

Op extern vlak worden de rechten van schuldeisers beschermd door de verplichting om op straffe van oprichtersaansprakelijkheid een toereikend vermogen ter beschikking te stellen, door een netto-actieftest (uitgevoerd door de algemene vergadering die de balans onderzoekt om er zich van te vergewissen dat de winstverdeling het netto-actief niet in het rood duwt) en door een liquiditeitstest (het bestuursorgaan waarborgt dat de uitkering van winst de betaling van opeisbare schulden niet onmogelijk maakt), alsook door bestaande maar aangepaste beschermingsregels zoals terugkoop van eigen aandelen, financiële bijstand, alarmbelprocedure, verplichte verantwoording en waardebepaling van de inbrengen in natura.

De CVBA blijft behouden als afzonderlijke vennootschapsvorm, met dien verstande dat zij wordt voorbehouden aan vennootschappen die in de geest van de coöperatieve gedachte werken.