Halvering fiscale vrijstelling spaarboekje en nieuwe vrijstelling dividenden vanaf 1 januari 2018

Geschreven door Lexalert
Foto: Johanna Hardell  

De regering wil het slapende geld op spaardeposito’s actief laten investeren in bedrijven. Ze stelt daarom in de Programmawet najaar 2017 voor om:

  • de vrijstelling voor interesten van gereglementeerde spaardeposito’s te halveren tot 625 euro (geïndexeerd bedrag op basis van de indexeringscoëfficiënt voor aanslagjaar 2018: 940 euro) en;
  • een nieuwe vrijstelling in te voeren voor de eerste schijf van 420 euro (basisbedrag; geïndexeerd bedrag op basis van de indexeringscoëfficiënt voor aanslagjaar 2018 en afgerond tot op de hogere of lagere euro: 627 euro) van dividenden van aandelen van bedrijven.

Het toepassingsgebied van de nieuwe vrijstelling is beperkt tot de voordelen die door een vennootschap worden toegekend aan aandelen en winstbewijzen. De nieuwe vrijstelling geldt voor alle dividenden van aandelen, ongeacht of het om inkomsten van binnen- of buitenlandse oorsprong gaat. De dividenden uit bijzondere verdelingsverrichtingen en de in dividenden geherkwalificeerde interesten, komen niet in aanmerking voor de vrijstelling.

De dividenden die worden uitgekeerd door een juridische constructie en de dividenden die worden geacht te zijn verkregen door de oprichter van een juridische constructie worden expliciet uitgesloten van de nieuwe vrijstelling. Hetzelfde geldt voor:

  • de dividenden van instellingen voor collectieve belegging;
  • de dividenden die worden verkregen door tussenkomst van een gemeenschappelijk beleggingsfonds (fiscale transparantie).

De bestaande vrijstellingen voor dividenden van erkende coöperatieve vennootschappen  en voor dividenden van vennootschappen met sociaal oogmerk worden in de nieuwe vrijstelling geïntegreerd. De vrijstelling van de eerste inkomensschijf van interesten uitgekeerd door vennootschappen met sociaal oogmerk wordt behouden.

De nieuwe vrijstelling kan worden gecumuleerd met andere in artikel 21, eerste lid, WIB 92 vermelde vrijstellingen, zoals de vrijstelling van liquidatiereserves bedoeld in het 11°.

De vrijstelling van de eerste schijf van 627 euro (geïndexeerd bedrag op basis van de indexeringscoëfficiënt voor aanslagjaar 2018) geldt ook per belastingplichtige.

In tegenstelling tot de andere in artikel 21, eerste lid, WIB 92 vermelde vrijstellingen van eerste inkomensschijven, zal de nieuwe vrijstelling echter niet worden toegepast in de roerende voorheffing, maar moeten worden aangevraagd in de aangifte in de personenbelasting. De roerende voorheffing die werd ingehouden op de vrijgestelde eerste inkomensschijf van inkomsten van aandelen, zal worden verrekend met de verschuldigde belasting en desgevallend worden terugbetaald. De belastingplichtige kan de vrijstelling ook inroepen voor inkomsten van buitenlandse oorsprong waarvoor geen roerende voorheffing is ingehouden. In dat geval zal hij die inkomsten niet als belastbare dividenden moeten opnemen in zijn aangifte in de personenbelasting.

Wanneer de belastingplichtige inkomsten van aandelen heeft ontvangen die tegen verschillende aanslagvoeten worden belast, mag hij zelf bepalen voor welke inkomsten hij de vrijstelling vraagt.

De belastingplichtige moet zijn vraag tot verrekening of terugbetaling van de roerende voorheffing kunnen staven met bewijzen, die ter beschikking moeten worden gehouden van de administratie. Een KB zal de manier bepalen waarop het bewijs wordt geleverd.

Ander interessant artikel: 11 FAQ over de identieke en gecategoriseerde winstpremie

De nieuwe vrijstelling geldt ook voor niet-inwoners. Niet-inwoners die gehouden zijn tot het indienen van een aangifte in de belasting van niet-inwoners, zullen de vrijstelling net als de rijksinwoners via hun aangifte kunnen aanvragen. Andere niet-inwoners zullen de roerende voorheffing die op de eerste schijf van 627 euro inkomsten uit aandelen werd ingehouden, kunnen terugvragen via een specifieke procedure.

Het onderstaande voorbeeld illustreert de toepassing van de nieuwe vrijstelling.

Een belastingplichtige heeft volgende inkomsten verkregen:

  • 300 euro dividenden van een erkende coöperatieve vennootschap;
  • 100 euro dividenden van een Belgische vennootschap sociaal oogmerk A;
  • 50 euro interesten van een Belgische vennootschap met sociaal oogmerk B;
  • 500 euro dividenden van een Belgische beursgenoteerde vennootschap C.

Alle dividenden komen in aanmerking voor de nieuwe vrijstelling van 627 euro. De belastingplichtige beslist voor welke dividenden hij de vrijstelling wil toepassen.

De 50 euro interesten uitgekeerd door de vennootschap met sociaal oogmerk B vallen onder de vrijstelling van artikel 21, eerste lid, 10°, WIB 92.

Er is roerende voorheffing ingehouden op alle dividenden. De belastingplichtige kan de roerende voorheffing die werd ingehouden op de dividenden waarvoor hij de vrijstelling wil toepassen, terugvragen in zijn aangifte in de personenbelasting.

De vrijstelling van de interesten uitgekeerd door vennootschap met sociaal oogmerk B is correct geregeld in de roerende voorheffing.

De wet van 18 december 2016 heeft artikel 21, WIB92 aangevuld met een tweede lid. Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om de verwijzing naar artikel 21, WIB 92 in een aantal andere bepalingen van het WIB92 aan te passen.

Het bedrag van de nieuwe vrijstelling zal na indexering niet worden afgerond op de hogere of lagere 10 euro, maar op de hogere of lagere euro.

De regeling is van toepassing op de inkomsten die worden betaald of toegekend vanaf 1 januari 2018.