Grondwettelijk Hof veegt kortere opzeggingstermijnen voor werklieden tewerkgesteld op tijdelijke en mobiele bouwplaatsen van tafel

Geschreven door Mr. Ann Taghon, Van Eeckhoutte, Tacquet en Clesse, www.bellaw.be

De Wet Eenheidsstatuut heeft met ingang van 1 januari 2014 een nieuwe regeling van opzeggingstermijnen ingesteld. Die nieuwe regeling maakt voor de opzeggingstermijnen die vanaf die datum worden opgebouwd, geen onderscheid meer tussen bedienden en werklieden (zie SoCompact 49-2013).

Op het beginsel dat voor bedienden en werklieden één uniform stelsel van opzeggingstermijnen van toepassing is, bestaat een uitzonderingsregeling voor bepaalde werklieden uit een aantal specifieke sectoren. Het gaat om bepaalde werklieden waarvoor op 31 december 2013 op grond van een koninklijk besluit uitgevaardigd voor de specifieke sector, afwijkende opzeggingstermijnen golden. Het betreft onder andere bepaalde werklieden die vallen onder het paritair comité nr. 124 voor het bouwbedrijf en onder het paritair comité nr. 126 voor de stoffering en de houtbewerking.  De Wet Eenheidsstatuut bepaalt voor bepaalde werklieden uit die sectoren lagere opzeggingstermijnen dan diegene die bepaald zijn in de algemene uniforme regeling van de opzeggingstermijnen.

De uitzonderingsregeling voor werklieden is in de regel van toepassing voor de opzeggingen ter kennis gebracht tussen 1 januari 2014 en 31 december 2017. Het gaat dus om een in de tijd beperkte uitzondering. Vanaf 1 januari 2018 gelden voor de betrokken werklieden in die sectoren in ieder geval de opzeggingstermijnen van het uniforme stelsel.

Maar voor de werklieden zonder vaste plaats van tewerkstelling die gewoonlijk op tijdelijke en mobiele werkplaatsen een aantal in de wet opgesomde activiteiten (onder andere grondwerken, bouwwerken, herstellingswerken, saneringswerken, …) uitvoeren, is in de Wet Eenheidsstatuut bepaald dat de afwijkende regeling met de kortere opzeggingstermijnen voor onbepaalde duur geldt.

In een arrest van 17 september 2015 heeft het Grondwettelijk Hof de bepaling van de Wet Eenheidsstatuut die voor onbepaalde tijd voorziet in de kortere opzeggingstermijnen voor werklieden tewerkgesteld op tijdelijke en mobiele bouwplaatsen vernietigd. Volgens het Grondwettelijk Hof bestaat er geen redelijke verantwoording voor het permanent verschil in behandeling. De gevolgen van de vernietigde bepaling worden door het Grondwettelijk Hof echter gehandhaafd tot 31 december 2017.

Het arrest van het Grondwettelijk Hof heeft als gevolg dat de uitzonderingsregeling voor alle specifieke sectoren en voor alle betrokken werklieden maar tot dezelfde datum, namelijk tot 31 december 2017 zal kunnen worden toegepast.

Lees ook: Twee snelheden bij een ontslag wegens dringende reden

Een ander gevolg is dat de regels over de motivering van het ontslag en het kennelijk onredelijk ontslag die zijn bepaald in de CAO nr. 109, vanaf 1 januari 2018 van toepassing worden op de werklieden tewerkgesteld op tijdelijke en mobiele bouwplaatsen waarvoor voor onbepaalde tijd een verkorte opzeggingstermijn van toepassing was (zie www.sociaalcompendium.be).

GwH nr. 116/2015 van 17 september 2015