Gewijzigd kader voor opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid vanaf 1 oktober 2018

Geschreven door , Claeys & Engels, www.claeysengels.be
Foto: Ren Kuo  

Ondernemingen kunnen in bepaalde gevallen gebruik maken van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid. Dit zijn arbeidsovereenkomsten voor uitzendarbeid met een duur van hoogstens 24 uur die elkaar onmiddellijk opvolgen of hooguit gescheiden worden door een feestdag of door de gewone inacitiviteitsdagen binnen de onderneming. De geldende voorwaarden en verplichtingen worden gewijzigd vanaf 1 oktober 2018.

Onder bepaalde voorwaarden en mits naleving van een aantal verplichtingen, kunnen ondernemingen gebruik maken van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid. De terzake geldende voorwaarden en verplichtingen zijn opgenomen in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 108 van de Nationale Arbeidsraad (NAR). Met het oog op een vermindering van het aantal opeenvolgende dagcontracten en het oneigenlijk gebruik ervan, nam de NAR op 24 juli 2018 de cao nr. 108/2 aan waarin deze voorwaarden gewijzigd werden.

Zo kunnen opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid enkel gebruikt worden als de gebruiker (d.i. de onderneming die de uitzendkrachten inzet) bewijst dat er een “nood aan flexibiliteit” daartoe bestaat. Deze nood wordt bewezen voor zover de gebruiker bewijst dat diens werkvolume (i) afhankelijk is van externe factoren, of (ii) sterk fluctueert of (iii) gekoppeld is aan de aard van de opdracht.

►Blijf op de hoogte over de juridische actualiteit ivm HR-recht. Volg onze reeks Up-to-date - HR-recht in samenwerking met Claeys & Engels

Verder moet de ondernemingsraad (of bij ontstentenis daaraan de vakbondsafvaardiging) geïnformeerd en geraadpleegd worden bij het gebruik van opeenvolgende dagcontracten. Deze raadplegings- en informatieverplichting werd aanzienlijk uitgebreid door de cao nr. 108/2. Zo moet bij het begin van ieder semester de volgende informatie verstrekt worden:

  • gedetailleerde informatie over het aantal opeenvolgende dagcontracten in het voorgaande semester en het aantal uitzendkrachten dat tewerk werd gesteld met een opeenvolgend dagcontract;
  • het bewijs van de bovenvermelde “nood aan flexibiliteit”;
  • indien de werknemersvertegenwoordigers daar uitdrukkelijk om verzoeken, informatie over het aantal uitzendkrachten per schijf van opeenvolgende dagcontracten.

Indien er geen ondernemingsraad noch vakbondsafvaardiging bestaat binnen de onderneming, moet bovenvermelde informatie door het uitzendkantoor aan het Fonds voor bestaanszekerheid voor de uitzendkrachten worden bezorgd.

Daarnaast moet de ondernemingsraad (of bij ontstentenis daaraan de vakbondsafvaardiging) jaarlijks (samenvallend met een van de twee semestriële informatiemomenten) geraadpleegd worden over het gebruik van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid en de motivatie om blijvend gebruik te maken van opeenvolgende dagcontracten.

De cao nr. 108/2 treedt in werking vanaf 1 oktober 2018. De eerste (vernieuwde) semestriële informatiesessie zal bijgevolg plaats moeten vinden bij het begin van het eerste semester van 2019 en betrekking hebben op het vierde kwartaal van 2018.

> Actiepunt

Bij het gebruik van opeenvolgende dagcontracten moet er steeds nagegaan worden of er sprake is van een nood aan flexibiliteit en voldaan worden aan de informatie- en raadplegingsverplichting. De eerste verstrengde semestriële informatiesessie zal betrekking hebben op het vierde kwartaal van 2018 en plaatsvinden bij het begin van het eerste semester van 2019.