Fusie IAB en BIBF – Oprichting Instituut van de Belastingadviseurs en de Accountants (IBA)

Geschreven door Lexalert
Foto: patchtok  

Het wetsvoorstel van 6 februari 2019 voert de beroepen van accountant en belastingadviseur in en fuseert het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten (IAB) en het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten (BIBF) tot het Instituut van de Belastingadviseurs en de Accountants (IBA). Het wetsvoorstel werd opgemaakt in overleg met beide beroepsinstituten. Het werd ingediend door NVA, Open VLD, CD&V en MR.

Na de fusie zal het organigram van het nieuwe Instituut er als volgt uitzien:

  • de algemene vergadering;
  • de Raad van het Instituut;
  • het uitvoerend comité;
  • de commissies.

Dit wetsvoorstel voorziet ook een overgangsraad. Rekening houdend met de opdracht van die raad wordt voor de samenstelling ervan rekening gehouden met de resultaten van de lopende verkiezingen bij de fusionerende instituten.

Bescherming van de beroepstitels

Momenteel zijn de volgende beroepstitels beschermd:

  1. “erkend boekhouder” en “erkend boekhouder fiscalist”;
  2. “accountant”;
  3. “belastingconsulent”;
  4. “accountant-belastingconsulent”.

Als gevolg van de fusie zullen de bovenstaande titels worden vervangen.

De erkende boekhouder (-fiscalist) wordt de (fiscaal) accountant

Dit wetvoorstel voorziet dat wie nu de hoedanigheid heeft van “erkend boekhouder”, na de datum van inwerkingtreding van deze wet door het Instituut als “accountant” zal ingeschreven worden.

Wie nu de hoedanigheid heeft van “erkend boekhouder-fiscalist”, zal na de datum van inwerkingtreding van deze wet door het Instituut ingeschreven worden als “fiscaal accountant”.

Accountants en fiscale accountants verzekeren voor hun cliënten een algemene dienstverlening omtrent de boekhouding en de fiscaliteit:

  1. de boekhouding en de boekhoudkundige diensten bij ondernemingen organiseren en advies verstrekken inzake boekhoudkundige organisatie bij ondernemingen;
  2. het bepalen van de resultaten en het opmaken van de jaarrekening conform de wettelijke bepalingen ter zake;
  3. het openen, het houden, het centraliseren en het sluiten van boekingen, geschikt voor het opmaken van de rekeningen;
  4. het nazien en corrigeren van de boekhoudstukken die niet leiden tot een attestering of een expertiseverslag bestemd om aan derden te worden afgegeven;
  5. de analyse met boekhoudtechnische procedés, van de positie en werking van ondernemingen vanuit het oogpunt van hun kredietwaardigheid, rentabiliteit en risico’s die niet leiden tot een attestering of een expertiseverslag bestemd om aan derden te worden afgegeven;
  6. het ver strek ken van ad vies in alle fiscale aangelegenheden;
  7. het bijstaan van de cliënt bij het nakomen van zijn fiscale verplichtingen;
  8. het vertegenwoordigen van de cliënt bij de belastingdiensten.

Uit de praktijk is gebleken dat de bestaande titels van boekhouder-fiscalist onvoldoende de werkelijke rol van die beroepsbeoefenaars in het Belgisch recht vertalen, die, meer nog dan technische hulp bij de boekhouding, echte analyses en advies verstrekken aan ondernemingen en in dat kader als experten moeten handelen. Bovendien zijn ten voordele van deze fusie de taken van erkend boekhouder geherdefinieerd om nog meer de rol van raadgever te benadrukken.

De accountant wordt de gecertificeerd accountant

Wie nu de hoedanigheid van “accountant” heeft, zal door het Instituut ingeschreven worden als “gecertificeerd accountant”.

Hij voert dezelfde activiteiten uit als een accountant (die nu de titel van “erkende boekhouder” voert) maar mag daarenboven ook bijzondere opdrachten uitvoeren zoals:

  1. zowel privé als gerechtelijke expertise met betrekking tot de boekhouding van ondernemingen;
  2. elke boekhoudkundige opdracht uitgevoerd door een gecertificeerd accountant andere dan de gebruikelijke beroepsbeoefenaar die leidt tot een attestering of een expertiseverslag bestemd om aan derden te worden afgegeven;
  3. andere opdrachten waarvan de uitvoering bij of krachtens de wet zijn voorbehouden aan de gecertificeerde accountant.

Hij mag ook administratieve diensten bij ondernemingen organiseren en advies verstrekken inzake de administratieve organisatie bij ondernemingen.

De belastingconsulent wordt de gecertificeerd belastingadviseur

Wie nu de hoedanigheid heeft van “belastingconsulent” in toepassing van de voornoemde wet van

22 april 1999, zal na de datum van inwerkingtreding van deze wet door het Instituut ingeschreven worden als “gecertificeerd belastingadviseur”.

Deze persoon biedt aan cliënten hoofdzakelijk gespecialiseerde dienstverlening met betrekking tot fiscale aangelegenheden:

  1. het ver strek ken van ad v ies in alle fi s c ale aangelegenheden;
  2. het bijstaan van de cliënt bij het nakomen van zijn fiscale verplichtingen;
  3. het vertegenwoordigen van de cliënt bij de belastingdiensten.

De accountant-belastingconsulent

Een accountant moet in het kader van zijn toelatingsexamen tot de stage en in de loop van zijn stage aantonen dat hij over specifieke competenties op het vlak van fiscaliteit beschikt. Naast vakken over accountancy heeft het toelatingsexamen ook betrekking op verschillende vakken over fiscaliteit.

Om de specifieke bekwaamheid van een gecertificeerd accountant op het vlak van fiscaliteit meer onder de aandacht te brengen en hem toe te laten aan derden duidelijk te maken dat hij die activiteiten ook uitoefent, mag hij, indien hij dat wenst, aan zijn titel het woord “fiscaal” toevoegen en zo de titel van “gecertificeerd fiscaal accountant” dragen.

Beschermde beroepsactiviteiten

Het voeren van de boekhouding voor rekening van derden

Alleen accountants, fiscale accountants, gecertificeerde accountants en bedrijfsrevisoren, mogen als zelfstandige boekhoudkundige activiteiten in opdracht en voor rekening van derden uitvoeren, namelijk:

  1. de boekhouding en de boekhoudkundige diensten bij ondernemingen organiseren en advies verstrekken inzake boekhoudkundige organisatie bij ondernemingen;
  2. het bepalen van de resultaten en het opmaken van de jaarrekening conform de wettelijke bepalingen ter zake;
  3. het openen, het houden, het centraliseren en het sluiten van boekingen, geschikt voor het opmaken van de rekeningen;
  4. het nazien en corrigeren van de boekhoudstukken die niet leiden tot een attestering of een expertiseverslag bestemd om aan derden te worden afgegeven;
  5. de analyse met boekhoudtechnische procedés, van de positie en werking van ondernemingen vanuit het oogpunt van hun kredietwaardigheid, rentabiliteit en risico’s die niet leiden tot een attestering of een expertiseverslag bestemd om aan derden te worden afgegeven.

Het is voor andere personen verboden om de hierboven vermelde beroepsactiviteiten in opdracht en voor rekening van derden uit te oefenen.

In dit kader mag de persoon die enkel de titel draagt van gecertificeerd belastingadviseur geen boekhoudkundige activiteiten in opdracht en voor rekening van derden uitvoeren.

Bijzondere opdrachten

De volgende opdrachten worden uitgevoerd door gecertificeerde accountants:

  1. zowel privé als gerechtelijke expertise met betrekking tot de boekhouding van ondernemingen;
  2. elke boekhoudkundige opdracht uitgevoerd door een gecertificeerd accountant andere dan de gebruikelijke beroepsbeoefenaar die leidt tot een attestering of een expertiseverslag bestemd om aan derden te worden afgegeven;
  3. andere opdrachten waarvan de uitvoering bij of krachtens de wet zijn voorbehouden aan de gecertificeerde accountant.

Alleen gecertificeerde accountants en bedrijfsrevisoren mogen deze bijzondere opdrachten uitvoeren, bijvoorbeeld de verificatie van de rekeningen of het verslag van een fusievoorstel.

Wanneer een derde persoon, bijvoorbeeld de kredietinstelling van een onderneming, vraagt om bepaalde boekhoudgegevens te attesteren, zal enkel de gecertificeerde accountant of de bedrijfsrevisor deze attestering mogen uitvoeren. Dat mag niet gebeuren door de accountant die gebruikelijk de boekhouding van de onderneming voert en de jaarrekening opstelt.

Alleen gecertificeerde accountants mogen de aandeelhouders bijstaan op de algemene vergadering, overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

In overeenstemming met de Europese verplichtingen

Dit wetsvoorstel bevat eveneens de vereiste bepalingen en voorwaarden om te verzekeren dat personen uit een andere lidstaat van de EER de beroepsactiviteiten in België kunnen uitoefenen.

Het voorliggend wetsvoorstel is in overeenstemming met de Europese richtlijnen ter zake.

Een professionele en kwaliteitsvolle dienstverlening verzekeren

Niet iedereen is geschikt en bekwaam om op een professionele en kwaliteitsvolle manier boekhoudkundige en fiscale dienstverlening aan te bieden. Door de verregaande digitalisering verdwijnen routinematige boekhoudkundige taken zoals cijferwerk, facturatie en terugkerende rapporteringen. Ondernemingen – maar ook particulieren – verwachten van de accountants een meer gespecialiseerde dienstverlening waarbij het niet langer volstaat om enkel reguliere basisdiensten aan te bieden van het voeren van een boekhouding, een belastingen btw-aangifte in te vullen en de jaarrekening op te stellen en neer te leggen. Naast het meegroeien met de digitalisering van het beroep wordt van de accountant veeleer verwacht dat hij maatwerk aanbiedt voor specifieke boekhoudkundige en fiscale problemen waarmee de cliënt vandaag en in de toekomst nog meer geconfronteerd zal worden en dit binnen een professionele context die alsmaar complexer en internationaler wordt. De professionalisering en de kwaliteitsvolle beroepsbeoefening zullen bij de start van het beroep verzekerd worden door een unieke toegang die bestaat uit een toelatingsexamen, een stage van ten minste drie jaar en een bekwaamheidsexamen dat de stage afsluit.

Een unieke toegang tot het beroep

Voor een student die een diploma heeft behaald in een boekhoudkundige, een fiscale of een algemeen economische richting, wordt een unieke toegang tot het beroep geboden. De student zal niet meer moeten kiezen tussen het beroep van boekhouder (-fiscalist), van accountant of van belastingconsulent. De keuze tussen het beroep van boekhouder en de stage bij het BIBF en de beroepen van accountant en belastingconsulent bij het IAB verdwijnt dus.

De kandidaat bezit een diploma op het Europees opleidingsniveau 5 of een opleidingstitel op hetzelfde opleidingsniveau vooraleer hij aan het toelatingsexamen mag deelnemen. Er kunnen vrijstellingen voor opleidingsonderdelen van het toelatingsexamen worden verleend.

Onder leiding van een stagemeester volgt de kandidaat een opleiding om te leren hoe een kantoor georganiseerd moet worden ten dienste van de cliënt, in relatie met de andere beroepsbeoefenaars alsook de bevoegde autoriteiten, en hoe het beroep wordt uitgeoefend binnen het wettelijk, reglementair en normatief kader, met inbegrip van de deontologische regels en de antiwitwaswetgeving.

Deze stage duurt minstens drie jaar. De stage wordt afgesloten met een bekwaamheidsexamen op het Europees opleidingsniveau 7.

Met het bekwaamheidsexamen wordt getoetst of de stagiair voldoende maturiteit heeft op het vlak van organisatie van het kantoor, vakkennis en toepassing van het wettelijk, reglementair en normatief kader.

De stagiair mag bepaalde beroepsactiviteiten uitoefenen, mits de uitdrukkelijke toestemming van zijn stagemeester en overeengekomen in de stageovereenkomst.

Elke beroepsbeoefenaar die het beroep al gedurende minstens vijf jaar uitoefent na geslaagd te zijn voor de stage, kan stagemeester zijn, inclusief de boekhouders en boekhouders-fiscalisten. Tijdens zijn stage kan de stagiair de vereiste competenties verwerven op alle mogelijke manieren die hij geschikt acht.

De Koning bepaalt welke activiteiten de stagiair zal mogen uitoefenen.

Dit wetsvoorstel biedt de stagiair acht jaar om te slagen voor het bekwaamheidsexamen. Slaagt de stagiair niet binnen de acht jaar voor het bekwaamheidsexamen, dan wordt een cooling-off periode van drie jaar voorzien.

Na het slagen voor het bekwaamheidsexamen van gecertificeerd accountant wordt een eed bij de ondernemingsrechtbank afgelegd. De persoon kan dan na de eedaflegging op zelfstandige basis in opdracht van en voor rekening van cliënten de beroepsactiviteiten van gecertificeerde accountant uitoefenen en de titel dragen.

Ook na het slagen voor het bekwaamheidsexamen van gecertificeerd belastingadviseur wordt een eed bij de ondernemingsrechtbank afgelegd. De persoon kan dan na de eedaflegging de titel van gecertificeerde belastingadviseur dragen.

Personen die de eed bij de ondernemingsrechtbank niet hebben afgelegd kunnen de titel van “intern gecertificeerd accountant” of “intern gecertificeerd belastingadviseur” dragen. Dat is bijvoorbeeld het geval voor een personeelslid in een accountantskantoor dat de tijd nog niet rijp acht om als vennoot toe treden of op zelfstandige basis een kantoor op te starten.

Het behoud van het deontologisch kader

De deontologische regels zijn gelijkaardig aan die vermeld in de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen en die meer in detail zijn opgenomen in het koninklijk besluit van 1 maart 1998 tot vaststelling van het reglement van plichtenleer der accountants.

De kwaliteitstoetsing die vandaag enkel voor accountants en belastingconsulenten van toepassing is, zal worden uitgebreid tot alle beroepsbeoefenaars.

De regels voor de handhaving van de tucht zijn gelijkaardig aan de huidige tuchtregeling die van toepassing is bij het Beroepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten. Met de invoering van een rechtskundig assessor die belast is met het onafhankelijk tuchtonderzoek, zal de scheiding tussen de Raad van het Instituut, die een meer normatieve opdracht heeft, en de tuchtorganen van het Instituut verscherpt worden.

De terechtwijzing die nu al bestaat voor de accountants en de belastingconsulenten zal van toepassing zijn voor alle personen ingeschreven in het openbaar register met uitzondering van de personen die het beroep tijdelijk en occasioneel uitoefenen.

Fusie van de twee instituten

Dankzij de fusie van de twee instituten krijgen de ondernemingen en particulieren die een beroep doen op de diensten van deze beroepsbeoefenaars een duidelijk beeld van de organisatie en de reglementering van het beroep. In het verleden heerste verwarring over de titels en de beschermde beroepsactiviteiten.

Het nieuwe instituut zal “Het Instituut van de Belastingadviseurs en de Accountants” (IBA) heten. Het is de samensmelting van de twee bestaande instituten, het IAB en het BIBF.

Het nieuwe instituut zal evenwel openstaan voor de beroepsgroep van de bedrijfsrevisoren die (nog) niet tot het nieuwe instituut zijn toegetreden.

Het nieuwe instituut neemt de opdrachten van de fusionerende instituten over.

Met de fusie willen de fusionerende instituten genieten van schaalvoordelen, met een gunstige impact op het budget en zonder de bijdragen voor de beroepsbeoefenaars te moeten verhogen. De plafonds die nu bij koninklijk besluit werden vastgelegd, worden door de fusie niet verhoogd maar behouden.

Uitvoeringsbesluiten

In uitvoeringsbesluiten kunnen nadere regels over de organisatie, de werking en de procedures van het Instituut verder uitgewerkt worden.

De termijnen worden berekend overeenkomstig hoofdstuk VIII. Termijnen, van het Gerechtelijk Wetboek.

Stage

De Koning richt bij het Instituut een stagecommissie in en stelt het stagereglement vast, met inbegrip van de voorwaarden voor de inkorting van de stageduur en voor de vrijstelling van de stage. In voorkomend geval kan de Koning nog andere opleidingstitels vaststellen die toegang tot het beroep verlenen.

Toekenning van de hoedanigheid

De toekenning van de hoedanigheid aan personen uit een derde land, i.e. een land dat geen lid is van de EER, is zeer specifiek. De toekenning gebeurt namelijk geval per geval. Om die reden legt de Koning de voorwaarden en de procedure vast voor de toekenning van de hoedanigheid van gecertificeerd accountant of gecertificeerd belastingadviseur voor natuurlijke personen of rechtspersonen afkomstig uit een derde land.

Het openbaar register

De Koning kan de nadere regels inzake het openbaar register vastleggen, alsook het openbaar register aanvullen met bijkomende gegevens die verband houden met de uitoefening van het beroep. Die bijkomende gegevens zijn beperkt tot wat strikt noodzakelijk is voor de doeleinden van het openbaar register. Voorts bepaalt de Koning de nadere regels voor de herinschrijving van de beroepsbeoefenaar in het openbaar register.

Uitoefening van het beroep

Er zullen uitvoeringsbesluiten genomen worden met betrekking tot de nadere regels over de deontologie, de toepassing van de opdrachtbrief, de verzekeringscontracten, de onverenigbaarheden met het beroep, de maximale bijdrage van de leden en de kwaliteitstoetsing, met inbegrip van de oprichting van een commissie kwaliteitstoetsing.

Tucht

De nadere regels van de procedure voor de tuchtcommissie en de commissie van beroep zullen bij koninklijk besluit worden bepaald.

Werking van het Instituut

De Koning zal een huishoudelijk reglement voor het Instituut vastleggen.

Ten slotte zullen er ook besluiten genomen moeten worden met betrekking tot het huishoudelijk reglement van de Hoge Raad voor de Economische Beroepen (artikel 84) en het Interinstitutencomité (artikel 78).

De datum van de inwerkingtreding van de wet zal door de Koning worden bepaald.

Bekijk de volledige tekst van het wetsvoorstel van 6 februari 2019 betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur