Flexi-jobs - uitbreiding buiten horeca en naar gepensioneerden

Geschreven door Lexalert
Foto: Horia Varlan  

De FOD Financiën publiceerde op 16 februari 2018 de circulaire 2018/C/23 op www.fisconet.be. Deze circulaire de uitbreiding van het systeem van flexi-jobs en de vermelding van de vrijgestelde bezoldigingen uit flexi-jobs op de berekeningsnota bij het aanslagbiljet.

Inhoudstafel

I. Welke maatregelen? 
II. Uitbreiding van het systeem van flexi-jobs

1. Bestaande regeling: flexi-jobs in de horecasector 
2. Uitbreiding naar andere sectoren 
3. Uitbreiding naar gepensioneerden 
4. Contractuele tijdelijke leerkrachten

III. Opname vrijgestelde bezoldigingen uit flexi-jobs op de berekeningsnota 
IV. Inwerkingtreding 
V. Wetgeving

I. Welke maatregelen?

1. Deze circulaire bespreekt de uitbreiding van het systeem van flexi-jobs:

-    naar een beperkt aantal andere sectoren dan deze van de horeca;

-    naar de gepensioneerden.

2. Deze circulaire bespreekt ook de opname van de vrijgestelde bezoldigingen in het kader van de flexi-jobs op de berekeningsnota die is gevoegd bij het aanslagbiljet in de personenbelasting.

Lees ook: FAQ Fod Financiën: Horeca - Flexijobs & overuren

II. Uitbreiding van het systeem van flexi-jobs

1. Bestaande regeling: flexi-jobs in de horecasector

3. Het systeem van flexi-jobs (1) in de horecasector is een vorm van gelegenheidswerk, waardoor personen die al een tewerkstelling van minimaal 4/5 hebben in een hoofdactiviteit, een bijkomende tewerkstelling in de horeca kunnen aanvatten onder voordelige voorwaarden.

(1) Ingevoerd door de wet van 16.11.2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken.

4. De bezoldigingen betaald of toegekend in uitvoering van een flexi-jobarbeidsovereenkomst zijn op fiscaal vlak vrijgesteld, op voorwaarde dat zij daadwerkelijk zijn onderworpen aan de bijzondere bijdrage van 25 % die op sociaal vlak verschuldigd is op het flexiloon en flexivakantiegeld (2). Die bezoldigingen zijn vrijgesteld van gewone sociale zekerheidsbijdragen.

(2) Art. 38, § 1, eerste lid, 29°, WIB 92.

5. Dat systeem was enkel van toepassing op werkgevers en werknemers die in hoofdzaak een activiteit uitoefenen in de horecasector, nl. zij die vallen:

-    onder het paritair comité voor het hotelbedrijf (paritair comité nr. 302);

-    onder het paritair comité voor de uitzendarbeid (paritair comité nr. 322) indien de gebruiker valt onder het paritair comité van het hotelbedrijf (paritair comité nr. 302).

6. Voor meer informatie over het systeem van flexi-jobs in de horecasector, zie de FAQ 'Horeca - flexi-jobs en overuren', gepubliceerd op www.fisconetplus.be.

2. Uitbreiding naar andere sectoren

7. De mogelijkheid om een beroep te doen op het systeem van flexi-jobs wordt nu uitgebreid naar andere sectoren dan deze van de horeca.

8. Uit analyse blijkt dat de sectoren die het meest nood hebben aan het systeem van flexi-jobs, de sectoren zijn die omwille van hun activiteit vaak met fluctuerende pieken worden geconfronteerd en dus effectief nood hebben om bepaalde piekmomenten met flexibele arbeidskrachten op te vangen. Het gaat bovendien om arbeidsintensieve sectoren met een grote arbeidskost.

9. Voortaan is de regeling aldus van toepassing op de werkgevers en werknemers die ressorteren onder:

-    het paritair comité voor de handel in voedingswaren (PC 119);

-    het paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel (PC 201);

-    het paritair comité voor de bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren (PC 202);

-    het paritair subcomité voor de middelgrote levensmiddelenbedrijven (PSC 202.01);

-    het paritair comité voor het hotelbedrijf (PC 302);

-    het paritair comité voor de grote kleinhandelszaken (PC 311);

-    het paritair comité voor de warenhuizen (PC 312);

-    het paritair comité voor het kappersbedrijf en de schoonheidszorgen (PC 314);

-    het paritair comité voor de uitzendarbeid indien de gebruiker ressorteert onder een van de bovengenoemde paritaire comités of onder het (hierna genoemde) Waarborg- en Sociaal fonds.

Het systeem van flexi-jobs is eveneens van toepassing op werkgevers en werknemers die vallen onder het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de bakkerij, banketbakkerij, en consumptiesalons bij een banketbakkerij, opgericht in de schoot van het paritair comité voor de voedingsnijverheid (PC 118), subsector voor industriële broodbakkerijen.

10. Alle regels voor flexi-jobs in de horecasector gelden eveneens voor flexi-jobs in de hiervoor vermelde andere sectoren.

3. Uitbreiding naar gepensioneerden

11. Het systeem van flexi-jobs wordt bovendien uitgebreid tot de gepensioneerden om hen toe te laten om dit type van activiteit uit te oefenen en hiermee een hoger netto inkomen te verwerven. Dit inkomen wordt als beroepsinkomen beschouwd en hiermee wordt rekening gehouden bij het beoordelen van de grenzen van de toegelaten cumulatie.

12. Met 'gepensioneerde' wordt hier bedoeld, de persoon die een pensioen geniet, zoals bedoeld in artikel 68, § 1, eerste lid, a) en b), van de wet van 30.03.1994 houdende sociale bepalingen, met uitzondering van de overgangsuitkering.

De gepensioneerden die aanspraak kunnen maken op een flexi-job zijn dus de personen die het genot hebben van een eerstepijlerpensioen, zowel deze ten laste van een Belgisch pensioenstelsel als deze ten laste van een buitenlands pensioenstelsel of van een pensioenstelsel van een internationale instelling, met uitsluiting van de persoon die het genot heeft van een overgangsuitkering.

Personen die genieten van een overgangsuitkering zijn uitgesloten, om hen te motiveren om allereerst een klassieke professionele activiteit te zoeken, alvorens te kunnen genieten van een flexi-job.

13. Eén van de voorwaarden waaraan de flexi-jobwerknemer moet voldoen, is dat hij in het derde kwartaal dat voorafgaat aan het kwartaal van de tewerkstelling ('kwartaal T-3') bij één of meerdere andere werkgevers al een tewerkstelling heeft die minimaal gelijk is aan 4/5 van een voltijdse job.

Om flexi-jobs voor de hier bedoelde gepensioneerden mogelijk te maken, is de vereiste van tewerkstelling van minimaal 4/5 in kwartaal T-3, niet van toepassing indien de werknemer een gepensioneerde is in het referentiekwartaal T-2.

4. Contractuele tijdelijke leerkrachten

14. De vereiste van tewerkstelling van minimaal 4/5 in kwartaal T-3, vormde een probleem voor contractuele tijdelijke leerkrachten die in de maanden juli en augustus geen loon krijgen en geen prestaties leveren. Wanneer zij dan drie kwartalen later, namelijk in het tweede kwartaal van het volgende jaar, een flexi-job willen uitoefenen, was dit niet mogelijk omdat zij in kwartaal T-3 geen 4/5 tewerkstelling hebben.

Dit wordt nu rechtgezet door de dagen gedekt door uitgestelde bezoldiging betaald door de departementen onderwijs van de gemeenschappen voor tijdelijke werknemers of, voor degenen die hier niet van kunnen genieten, door de werkloosheidsuitkeringen betaald door de RVA met vrijstelling van het zoeken naar werk gedurende de zomervakantie, gelijk te stellen met gewerkte dagen.

III. Opname vrijgestelde bezoldigingen uit flexi-jobs op de berekeningsnota

15. De vrijgestelde bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 01.01.2018, in uitvoering van de flexi-jobarbeidsovereenkomst, worden vermeld op de berekeningsnota die gevoegd is bij het aanslagbiljet inzake personenbelasting van de werknemer (3).

(3) Art. 38, § 1, derde lid, WIB 92.

IV. Inwerkingtreding

16. De uitbreiding van het systeem van flexi-jobs treedt in werking op 01.01.2018.

17. De vermelding op de berekeningsnota die bij het aanslagbiljet inzake personenbelasting is gevoegd, geldt voor de bezoldigingen die vanaf 01.01.2018 worden betaald of toegekend.

V. Wetgeving

18. Art. 32 t.e.m. 41 en art. 81 en 82 van de Programmawet van 25.12.2017 (BS 29.12.2017).

19. Art. 38, § 1, eerste lid, 29° en derde lid, WIB 92.