Fiscale moratoriumintresten 2018 - Rentevoet en FAQ

Geschreven door Lexalert

De wet van 25 december 2017 (BS 29.12.2017) hervormt de nalatigheidsinteresten verschuldigd door de belastingschuldigen evenals de moratoriuminteresten verschuldigd in hoofde van de Belgische Staat, die uit de inkomstenbelastingen voortkomen.

Het doel van de wet is om de rentevoet van de nalatigheidsinteresten en de moratoriuminteresten aan te passen aan de economische realiteit en om te voorzien in de mogelijkheid om ze jaarlijks aan te passen.

De FOD Financiën publiceerde op 12 januari 2018 de circulaire 2018/C/2 op www.fisconet.be. Deze becommentarieert de wijzigingen aangebracht door de wet van 25 december 2017.

Hierna treft u 6 FAQ en de rentevoet. 

1. In welke situaties kunnen zij verschuldigd zijn?

Een moratoriuminterest kan verschuldigd zijn door de Staat in geval van terugbetaling van belastingen, voorheffingen, voorafbetalingen, nalatigheidsinteresten, belastingverhogingen of administratieve boeten.

Een moratoriuminterest kan eveneens worden toegekend wanneer de Staat een met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belasting terugbetaalt.

2. Toekenningsvoorwaarden?

Om te kunnen genieten van moratoriuminteresten, moeten volgende voorwaarden verplicht zijn vervuld:

  • Een effectieve betaling van de bestreden aanslagen
  • Een ingebrekestelling verzonden aan de fiscale administratie
  • De termijn voor de terugbetaling moet verstreken zijn.

De toekenning van moratoriuminteresten is voortaan onderworpen aan de voorafgaande voorwaarde van de verzending door de belastingschuldige aan de FOD Financiën van een ingebrekestelling om de betaling ervan te vragen.

Deze kan gebeuren onder de vorm van een aanmaning bij gewone brief, van een bezwaar in de zin van de artikelen 366 en volgende, WIB 92, of van een dagvaarding (artikel 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek).

De ingebrekestelling tot betaling van de moratoriuminteresten moet worden verzonden aan de administratie wanneer de termijn voor de terugbetaling verlopen is.

3. Welke rentevoet?

De rentevoet is gelijk aan de vastgestelde rentevoet inzake nalatigheidsinteresten overeenkomstig het nieuwe artikel 414, §1, tweede lid, WIB 92, verminderd met twee procentpunten.

Voor het kalenderjaar 2018, is de rentevoet dus 2 procent.

 Jaar  Intrestvoet
 2018  2%

4. Berekening van de moratoriumintrest?

De moratoriuminterest begint te lopen vanaf de eerste dag van de maand volgend op deze waarin de administratie geldig in gebreke werd gesteld.

De maand waarin de terugbetaling is voldaan wordt niet meegerekend.

Hetzelfde geldt met betrekking tot de terugbetaling van het overschot van bedrijfsvoorheffing, roerende voorheffing of voorafbetalingen aan de verkrijger van de inkomsten, die plaatsvindt na de tweede maand volgend op deze waarin de aanslagtermijn bepaald in artikel 359 of in artikel 353, WIB 92 is verstreken.

Opgelet: de kapitalisatie van interesten – anatocisme – is niet van toepassing inzake de toekenning van moratoriuminteresten.

Ander interessant artikel: Fiscale nalatigheidsintrest 2018 - Intrestvoet en FAQ

5. In welke gevallen heb ik geen recht op de toekenning van moratoriuminteresten?

Ingevolge de aangebrachte wijzigingen aan artikel 419, WIB 92 zal geen moratoriuminterest worden toegekend wanneer:

  • het bedrag ervan geen 5 euro per maand bedraagt, per aanslag, voor hetzelfde aanslagjaar;
  • de terugbetaling voortvloeit uit de kwijtschelding of de vermindering van een boete of een belastingverhoging toegekend als genademaatregel;
  • de terugbetaling betrekking heeft op het overschot van bedrijfsvoorheffing, roerende voorheffing of voorafbetalingen aan de verkrijger van de inkomsten, uiterlijk op het einde van de tweede maand die volgt op de maand waarin de aanslagtermijn vermeld in artikel 359 of in artikel 353, WIB 92 is verstreken;
  • de terugbetaling betrekking heeft op roerende voorheffing of bedrijfsvoorheffing en gebeurt aan de in de artikelen 261 en 270, WIB 92 bedoelde schuldenaars;
  • de terugbetaling betrekking heeft op voorafb.etalingen die niet werden aangewend op de werkelijk verschuldigde belasting, met toepassing van artikel 376, §4, WIB 92;
  • de administratie verkeert redelijkerwijze in de onmogelijkheid om de terugbetaling te voldoen

Deze materiële onmogelijkheid kan met name het gevolg zijn van de afwezigheid van gegevens over de identiteit of de bankgegevens van de begunstigde.

Wanneer deze onmogelijkheid is opgehouden te bestaan en een ingebrekestelling werd verzonden aan de administratie, zal geen moratoriuminterest verschuldigd zijn voor periode die zich uitstrekt van de eerste dag van de maand volgend op deze waarin de terugbetaling zou moeten zijn voldaan indien de administratie over de noodzakelijke gegevens had beschikt tot het einde van de tweede maand volgend op deze waarin de ingebrekestelling werd verstuurd aan de administratie.

6. Inwerkingtreding?

De nieuwe artikelen 418 en 419 van het WIB 92 zijn van toepassing vanaf 1 januari 2018.

De wijzigingen aangaande de vertrekdatum voor de toekenning van de moratoriuminteresten, zoals bepaald in de artikelen 418, eerste lid en 419, eerste lid, 6°, en tweede lid, WIB 92 zijn van toepassing op de vanaf 1 januari 2018 ingekohierde aanslagen.

Lees de volledige tekst van de circulaire 2018/C/2 betreffende de nalatigheidsinteresten en de moratoriuminteresten inzake inkomstenbelastingen – Wijzigingen aangebracht door de wet van 25 december 2017 tot hervorming van de vennootschapsbelasting