Fiscale implicaties van het nieuwe erfrecht

Geschreven door Mrs. Alain Van Geel - Murielle Gijbels - Pieter Souffriau - Elisabeth Kustermans, Tiberghien, www.tiberghien.com
Foto: GotCredit

Na de hervorming van het erfrecht, kon ook de hervorming van de erfbelasting niet uitblijven. Inmiddels heeft de Vlaamse regering op 4 mei jl. haar definitieve goedkeuring verleend aan het Ontwerp van Decreet tot modernisering van de erfbelasting, aangepast aan het nieuwe erfrecht (zie ook deze link). Net zoals het nieuwe erfrecht, zal het decreet in werking treden op 1 september 2018.  

Welke veranderingen brengt het decreet met zich mee?

Verlaagde tarieven en vrijstellingen

1.   Verlaging van de tarieven tussen broers en zussen en tussen anderen (aanpassing tabel II van artikel 2.7.4.1.1 VCF.

Er wordt definitief komaf gemaakt met het tarief van 65%. Voortaan zullen verkrijgingen maximaal aan een tarief van 55% worden onderworpen. Deze tariefverlaging werd ingegeven door de wijziging van het erfrecht, waarbij het beschikbaar deel van de nalatenschap werd verruimd tot de helft van de nalatenschap, ongeacht het aantal kinderen.

2.   Bijkomende vrijstellingen

Het decreet in een bijkomende vrijstelling ten aanzien van de langstlevende echtgenoot/partner , als in een nieuwe vrijstelling ten aanzien van volle wezen.

Ten aanzien van de langstlevende echtgenoot/partner wordt, behoudens de vrijstelling van erfbelasting op de gezinswoning die behouden blijft, tevens voorzien in een bijkomende vrijstelling van heffingsgrondslag op de eerste 50.000 aan roerende goederen (toegepast op de nettoverkrijging) (artikel 2.7.6.0.6, §1 VCF).

Volledig nieuw is de vrijstelling ten aanzien van volle wezen die de leeftijd van 21 jaar niet hebben bereikt. Zij worden vrijgesteld van erfbelasting ten belope van het aandeel in de woning van de langstlevende ouder(s). Bijkomend wordt voorzien in een vrijstelling van heffingsgrondslag op de eerste 75.000 euro aan roerende goederen (artikel 2.7.6.0.6, §2 VCF).

3.   Generatiesprong

Waar op heden de volledige erfenissprong al mogelijk was door het verwerpen van de nalatenschap, wordt nu voorzien in de mogelijkheid tot gedeeltelijke erfenissprong. In tegenstelling tot bij de gehele erfenissprong wordt de nalatenschap wél aanvaard. Over deze nalatenschap is erfbelasting aan het tarief voor verkrijgingen in rechte lijn en tussen partners verschuldigd. Binnen het jaar kunnen de erfgenamen een deel van de nalatenschap schenken aan hun afstammeling of hiermee gelijkgestelde personen. Indien deze schenking gebeurt bij notariële akte is deze schenking vrijgesteld van schenkbelasting in de mate dat de waarde van de van de geschonken goederen, de bruto-waarde van de geërfde goederen niet te boven gaat. Hiertoe werd voorzien in een nieuw artikel 2.8.6.0.9 VCF.

Vruchtgebruik voor de langstlevende

4.  De nieuwe rechtsfiguur van het ‘wettelijk voortgezet vruchtgebruik’ wordt onderworpen aan de erfbelasting

De Vlaamse decreetgever voegde hiertoe een nieuw tweede lid toe aan artikel 2.7.1.0.2 VCF. 
Deze wijzing heeft tot gevolg dat de verkrijging van het wettelijk voortgezet vruchtgebruik door de langstlevende echtgenoot of de langstlevende wettelijke samenwonende partner wordt onderworpen aan de erfbelasting. De verkrijging van een voortgezet vruchtgebruik wordt m.a.w. op dezelfde wijze als een wettelijke devolutie, een uiterste wilsbeschikking of een contractuele erfstelling, behandeld.

Merk op dat indien het wettelijk voortgezet vruchtgebruik betrekking heeft op de gezinswoning, de vrijstelling van erfbelasting in hoofde van de langstlevende echtgenoot/partner van toepassing blijft.

Lees ook: De flexibele erfenissprong: mogelijkheden voor de derde generatie

5.  De terugval van vruchtgebruik, of ook ‘successief vruchtgebruik’ wordt niet langer aan de erfbelasting onderworpen

Hiertoe werd een nieuw tweede lid toegevoegd aan artikel 2.7.1.0.3 VCF. Dit nieuwe lid voert een uitzondering in op de fictie waardoor de schenking van roerende goederen onder opschortende voorwaarde of termijn vervuld ingevolge het overlijden van de schenker belast wordt met erfbelasting. Door deze aanpassing is de voormelde fictie niet langer van toepassing bij de realisatie van een beding van terugval voorzien door de erflater in het voordeel van een derde voor een vruchtgebruik dat de erflater zich heeft voorbehouden. M.a.w., indien in een schenkingsakte wordt voorzien dat het voorbehouden vruchtgebruik, na het overlijden van de schenker terugvalt op de langstlevende zal over het vruchtgebruik geen erfbelasting verschuldigd zijn.

Impact erfovereenkomsten

6.  De vermelding van vroegere niet-geregistreerde schenkingen in een punctuele of globale erfovereenkomsten strekt niet tot bewijs (‘tot titel’) van die schenkingen en zal bijgevolg ook geen aanleiding geven tot heffing in de schenkbelasting. Hiertoe werd een nieuw tweede lid toegevoegd aan artikel 2.8.1.0.1 VCF.

In een nieuw derde lid van voormeld wetsartikel wordt voor partijen die wél wensen een titel te creëren voor één of meerdere schenkingen, voorzien in de mogelijkheid om dit te kennen geven door middel van een uitdrukkelijke fiscale verklaring die wordt opgenomen in of onderaan de akte. In dat geval zal wél schenkbelasting geheven worden op deze schenking.

Besluit

Het is goed dat er duidelijkheid is betreffende de fiscale gevolgen van het nieuwe erfrecht. De fiscale behandeling van het voortgezet vruchtgebruik blijft evenwel controversieel en vormt een belangrijk aandachtspunt. De fiscale behandeling van beding van terugval stemmen dan weer positief.

Graag wijzen wij er op dat deze nieuwe regels in werking treden vanaf 1 september a.s. en onmiddellijk van toepassing zullen zijn, ongeacht of er een verklaring tot behoud werd afgelegd om de regels van het ‘oude’ erfrecht te behouden. Deze verklaring heeft immers geen fiscale gevolgen.