Fiscale cijfers voor 2018

Geschreven door , De Broeck Van Laere & Partners, www.dvp-law.be
Foto:   Angie Harms

In de eerste maanden van het jaar publiceert de fiscus traditioneel de nieuwe fiscale cijfers als die geïndexeerd of op een andere manier aangepast moeten worden. Hieronder brengen we de belangrijkste cijfers uit de diverse berichten in het Staatsblad, op de website van de fiscus of uit circulaires voor u samen. 

Aanslagjaar 2019 

De grote tabel met geïndexeerde bedragen is gepubliceerd in het Staatsblad van 26 januari 2018. Onderaan dit artikel geven we een uittreksel, met enkele van de relevantste cijfers

Kadastrale inkomens 

De indexeringscoëfficiënt van de kadastrale inkomens bedraagt 1,7863 voor inkomsten van 2018.
Die coëfficiënt moet ook gebruikt worden bij de berekening van het voordeel van alle aard voor het gratis gebruik van een woning 

Bedrijfswagens 

Het voordeel van alle aard m.b.t. een firmawagen gaat ook een klein beetje omhoog, niet door indexering maar omdat de referentie-CO2-uitstoot in de berekeningsformule aangepast wordt aan de evolutie van de gemiddelde uitstoot van het wagenpark (zie ook ons artikel “Bedrijfswagens worden iets duurder in 2018”). De referentie-uitstoot voor inkomstenjaar 2018 bedraagt 86 g/km voor auto’s met dieselmotor en (onveranderd) 105 g/km voor auto’s met benzinemotor. 

Notionele interestaftrek (aftrek voor risicokapitaal) 

Het tarief voor de notionele interestaftrek gaat na jaren van dalingen opnieuw een klein beetje omhoog. Het bedraagt nu 0,746% (aanslagjaar 2019). Voor kleine vennootschappen komt er nog een half percentpunt bij, zodat zij een tarief van 1,246% kunnen toepassen. 

Vrijwilligersvergoedingen 

Voor belastingvrije vrijwilligersvergoedingen bedragen de maxima 34,03 euro per dag en 1361,23 euro per jaar. Als in 2018 geen hogere bedragen uitbetaald worden, aanvaardt de fiscus dat het om onkostenvergoedingen gaat, zelfs zonder bewijsstukken. 

Materieel en outillage 

De onroerende voorheffing op materieel en outillage in het Vlaams Gewest bedraagt 2,69% voor inkomsten van 2018 (voor de onroerende voorheffing is dat ook het aanslagjaar). Omdat het gewest niet bevoegd is om de indexering van de kadastrale inkomens af te schaffen, wordt hetzelfde effect op een onrechtstreekse manier bereikt door elk jaar de aanslagvoet in de onroerende voorheffing te verminderen en zo de jaarlijkse federale indexering te compenseren. 

Noteer dat het basistarief voor de onroerende voorheffing (waarop de correctie voor materieel en outillage toegepast wordt) in 2018 stijgt van 2,5% tot 3,97%. Omdat tegelijk de provinciale en gemeentelijke opcentiemen evenredig dalen, verandert er per saldo echter niets. De stijging van het specifieke tarief voor materieel en outillage van 1,73% vorig jaar tot 2,69% dit jaar, houdt dus geen belastingverhoging in. Integendeel: door het neutraliseren van de indexering kennen we opnieuw een daling in reële termen. 

Volg het on demand seminarie Van éénmanszaak naar vennootschap (of omgekeerd) – Het fiscaal omslagpunt met Roel VAN HEMELEN

Aanslagjaar 2018 

Enkele andere pas gepubliceerde bedragen betreffen aanslagjaar 2018 (inkomsten van 2017) en zijn dus al van belang voor de aangiften die binnen een paar maanden ingediend moeten worden. 

Motorbrandstofprijs 

Als het te moeilijk is om alle bewijsstukken bij te houden waaruit blijkt wat men effectief uitgegeven heeft aan brandstof voor zijn auto, aanvaardt de fiscus dat de kosten berekend worden aan de hand van de gemiddelde officiële brandstofprijs. Economische Zaken heeft voor 2017 de volgende gemiddelde prijzen berekend (incl. BTW): 

- diesel: 1,3278 euro
- benzine 95 oct: 1,4249 euro (E10)                                                               - benzine 98 oct: 1,4951 euro (E10)                                                               - LPG: 0,4911 euro 

Rekening-courant 

De fiscus publiceert elk jaar de referentierentevoeten waarmee het belastbare voordeel van alle aard van een goedkope of gratis lening berekend wordt. Vooral de “niet-hypothecaire leningen zonder vaste looptijd” zijn belangrijk omdat de referentierentevoet daarvan bepaalt hoe een voorschot in rekening-courant belast wordt. De referentierentevoet in kwestie bedraagt 8,78% voor voorschotten waarover men in 2017 heeft beschikt. 

Tabel geïndexeerde bedragen< 

Enkele geïndexeerde bedragen voor aanslagjaar 2019 (telkens in euro):
Vrijgesteld bedrag op een spaarboekje: 960 (het bedrag is verlaagd om meer spaargeld in de richting van risicokapitaal te sturen)                              
rijgesteld bedrag aan dividenden: 640 (een nieuwe maatregel) *
Minimumbedrag voordeel alle aard bedrijfswagen: 1310                                   
Maximum van de inkomsten uit auteursrechten dat belast wordt als roerende inkomsten: 59970                                                                                         
Grensbedrag waarboven een inkomen uit de deeleconomie als beroepsinkomen wordt belast: 5210                                                                                       
Vrijgesteld gedeelte van de terugbetaling van kosten van woon-werkverkeer: 400                                                                                                             
Vrijgesteld bedrag loonbonus: 2880                                                               
Vrijgestelde fietsvergoeding (maximum per km) en forfaitaire aftrek fietskosten (per km): 0,23                                                                                             
Maximum van het beroepskostenforfait: 

  • werknemers: 4720
  • bedrijfsleiders: 2490                                                                                  
  • baten: 4150 

Grensbedrag van de persoonlijke beroepsinkomsten van een meewerkende echtgenoot: 13910
Aftrekbare gift (minimumbedrag): 40                                               
Woonbonus (maximale aftrek): 

  • 2280 in Vlaanderen voor bestaande lening
  • 1520 in Vlaanderen voor nieuwe lening (zie ons artikel “Woonbonus ingeperkt vanaf 2015”)                                                                                      
  • 2400 in Brussel (alleen nog voor bestaande leningen)                                  
  • 2290 in Wallonië (alleen nog voor bestaande leningen)                                
  • 2310 voor woning die men niet meer zelf betrekt (“federale woonbonus”) 
     

– verhoging indien enige woning: 760 in Vlaanderen en Wallonië, 800 in Brussel (770 voor woning die men niet meer zelf betrekt)
– verhoging indien drie kinderen ten laste: 80 

Hoogste belastingschijf (50%-tarief op inkomen boven…): 39660
Maximumbedrag van de bestaansmiddelen die bepalen of iemand ten laste blijft: 3270                                                                                                 
Loon van een jobstudent of student-ondernemer dat niet meetelt als bestaansmiddel: 2720                                                                   
Pensioensparen (maximumbedrag): 960                                           
Bedrijfsvoorheffing: grensbedrag voor maandelijkse doorstorting: 39980 
Kosteloze verstrekking aan bedrijfsleider van: 

- verwarming: 1990
- elektriciteit: 990