Fiscale behandeling bagage

Geschreven door Lexalert

De circulaire 2018/C/41 bevat de bepalingen die van toepassing zijn op invoer van de persoonlijke voorwerpen die:

a) tijdelijk worden ingevoerd door reizigers gevestigd buiten de Unie;
b) worden wederingevoerd door in de Unie gevestigde reizigers.

Verder handelt ze over de definitieve vrijstellingen bij invoer voor andere persoonlijke voorwerpen, bijv. reissouvenirs en andere in het buitenland aangekochte goederen.

De hoeveelheden goederen waarvoor vrijstelling wordt verleend verschillen naargelang het gaat om goederen ingevoerd uit een lidstaat van de Unie of om goederen ingevoerd uit derde landen.

Verder komen volgende topics aan bod: 

  • de wijze waarop de rechten, de BTW en de accijnzen moeten worden geïnd op de goederen die buiten de vrijstelling vallen.
  • de goederen die door reizigers in het internationaal verkeer met ontheffing van belasting zijn verkregen hetzij in België, hetzij in een andere lidstaat van de Unie.
  • de controle en visitatie van de reizigersbagage.

Belangrijk: de bestaande reglementeringen inzake verboden of beperkingen van in-, uit- of doorvoer blijven onverkort van toepassing op de bagage van reizigers. Terzake wordt verwezen naar de desbetreffende verschillende specifieke instructies, alsook naar de Circulaire Vergunningen.

Inhoudstafel

Inleiding

Titel I - Persoonlijke voorwerpen van reizigers

  • Hoofdstuk I - Bagage van reizigers gevestigd buiten de Unie

  • Hoofdstuk II - Bagage van reizigers gevestigd in de Unie

  • Hoofdstuk III - Gemeenschappelijke bepalingen voor alle reizigers

  • Hoofdstuk IV - Dedouanering van ingeschreven bagage welke per spoor wordt vervoerd

Titel II - Goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers

  • Hoofdstuk I - Invoer uit derde landen

  • Hoofdstuk II - Binnenbrengen uit een andere lidstaat van de Unie

  • Hoofdstuk III - Toepassing van de vrijstellingen

Titel III - Goederen buiten de vrijstelling

Titel IV - Goederen verworven met vrijstelling van belasting door reizigers in het internationaal verkeer

Titel V - Controle en visitatie van de bagage van reizigers

Bijlagen

  • Bijlage A - Verklaring 155
    Bijlage B - Attest 80
    Bijlage C - Douaneverklaring
    Bijlage D - Ontheffingsborderel - Reizigerscheque
    Bijlage E - Uittreksel uit het koninklijk besluit nr. 1, van 29 december 1992, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde
    Bijlage F - Etiket ruimbagage

  •  

Inleiding

1. Titel I van deze Circulaire bevat de bepalingen die van toepassing zijn op invoer van de persoonlijke voorwerpen die:

a) tijdelijk worden ingevoerd door reizigers gevestigd buiten de Unie;

b) worden wederingevoerd door in de Unie gevestigde reizigers.

2. Titel II handelt over de definitieve vrijstellingen bij invoer voor andere dan de in Titel I bedoelde persoonlijke voorwerpen, bijv. reissouvenirs en andere in het buitenland aangekochte goederen.

3. De hoeveelheden goederen waarvoor vrijstelling wordt verleend verschillen naargelang het gaat om goederen ingevoerd uit een lidstaat van de Unie of om goederen ingevoerd uit derde landen.

4. Titel III betreft de wijze waarop de rechten, de BTW en de accijnzen moeten worden geïnd op de goederen die buiten de vrijstelling vallen.

5. Titel IV handelt over de goederen die door reizigers in het internationaal verkeer met ontheffing van belasting zijn verkregen hetzij in België, hetzij in een andere lidstaat van de Unie.

6. Tenslotte handelt Titel V over de controle en visitatie van de reizigersbagage.

7. Belangrijk: de bestaande reglementeringen inzake verboden of beperkingen van in-, uit- of doorvoer blijven onverkort van toepassing op de bagage van reizigers. Terzake wordt verwezen naar de desbetreffende verschillende specifieke instructies, alsook naar de Circulaire Vergunningen.

Definities

8. Voor de toepassing van de circulaire wordt verstaan onder:

DWU: Douanewetboek van de Unie (Verordening (EU) Nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie);

DA: Delegated Act, (Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie);

IA: Implementing Act (Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie);

Luchtreizigers: personen die reizen via luchtvaart, met uitzondering van de particuliere plezierluchtvaart;

Zeereizigers: personen die reizen via zeevaart, met uitzondering van de particuliere plezierzeevaart;

Particuliere plezierluchtvaart en particuliere plezierzeevaart: het gebruik van een luchtvaartuig of een zeewaardig vaartuig door de eigenaar daarvan of door de natuurlijke of rechtspersoon die het gebruiksrecht daarvan geniet door huur of anderszins, voor andere dan commerciële doeleinden en met name voor andere doeleinden dan voor het vervoer van personen of goederen of voor het verrichten van diensten onder bezwarende titel, dan wel ten behoeve van overheidsinstanties;

Zekerheid: de zekerheid ter vrijwaring van de eventuele invordering van de rechten, de BTW en de accijnzen;

Kantoor: hulpkantoor (douanekantoor dat territoriaal bevoegd is voor de plaats waar de goederen bij de douane worden aangebracht);

Plaatselijk hoofd: aangeduide persoon die verantwoordelijk is voor de dienst, het team of het hulpkantoor;

Administrateur-generaal: de administrateur generaal van de douane en accijnzen of de door hem gemachtigde ambtenaren;

Goederen zonder handelskarakter (DA, art 1, pt 21): goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers, waarbij sprake is van:

i) een incidenteel karakter, en

ii) uitsluitend goederen die bestemd zijn voor persoonlijk gebruik door de reiziger dan wel voor gebruik door leden van zijn gezin, of goederen bestemd om als geschenk te worden aangeboden, mits uit de aard en de hoeveelheid van de goederen blijkt dat zij niet om commerciële redenen worden ingevoerd;

Bagage (DA, Art 1, pt 5): alle goederen die op enigerlei wijze worden vervoerd in samenhang met een reis van een natuurlijke persoon;

Handbagage (IA, Art 1, § 2, pt 1): in het geval van luchtvervoer, de bagage die de natuurlijke persoon meeneemt in en uit de cabine van het vliegtuig;

Ruimbagage (IA, Art 1, § 2, pt 3): in het geval van luchtvervoer, de bagage die in de luchthaven van vertrek is ingecheckt en die voor de natuurlijke persoon noch gedurende de vlucht, noch bij een eventuele tussenstop toegankelijk is;

EU:

Het douanegebied van de Unie omvat de volgende grondgebieden:

- het grondgebied van het Koninkrijk België;

- het grondgebied van de Republiek Bulgarije;

- het grondgebied van de Tsjechische Republiek;

- het grondgebied van het Koninkrijk Denemarken, met uitzondering van de Faeroër en Groenland;

- het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland, met uitzondering van het eiland Helgoland en het grondgebied van Büsingen (Verdrag van 23 november 1964 tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de Zwitserse Bondsstaat);

- het grondgebied van de Republiek Estland;

- het grondgebied van Ierland;

- het grondgebied van de Helleense Republiek;

- het grondgebied van het Koninkrijk Spanje, met uitzondering van Ceuta en Melilla;

- het grondgebied van de Franse Republiek, met uitzondering van de Franse landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van het vierde deel van het VWEU van toepassing zijn;

- het grondgebied van de Republiek Kroatië;

- het grondgebied van de Italiaanse Republiek, met uitzondering van de gemeenten Livigno en Campione d'Italia, alsmede van de nationale wateren van het Meer van Lugano vanaf de oever tot aan de politieke grens van de zone tussen Ponte Tresa en Porto Ceresio;

- het grondgebied van de Republiek Cyprus overeenkomstig de bepalingen van de Toetredingsakte van 2003;

- het grondgebied van de Republiek Letland;

- het grondgebied van de Republiek Litouwen;

- het grondgebied van het Groothertogdom Luxemburg;

- het grondgebied van Hongarije;

- het grondgebied van Malta;

- het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden in europa;

- het grondgebied van de Republiek Oostenrijk;

- het grondgebied van de Republiek Polen;

- het grondgebied van de Portugese Republiek;

- het grondgebied van Roemenië;

- het grondgebied van de Republiek Slovenië;

- het grondgebied van de Slowaakse Republiek;

- het grondgebied van de Republiek Finland;

- het grondgebied van het Koninkrijk Zweden; en

- het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland alsmede de Kanaaleilanden en het eiland Man.

In het douanegebied van de Europese Unie zijn begrepen de territoriale zee, de maritieme binnenwateren en het luchtruim van de lidstaten en van de hiervoor vermelde gebieden, met uitzondering van de territoriale zee, de maritieme binnenwateren en het luchtruim van de gebieden die niet onder het douanegebied van de Unie vallen.

We merken op dat eveneens de zones van het grondgebied van de Cypriotische Republiek, over dewelke de Cypriotische regering geen effectieve controle heeft, zijn uitgesloten.

Wat de accijnzen betreft, zijn de gebieden die worden beschouwd als zijnde derde landen dezelfde als deze inzake BTW, met uitzondering van de Republiek San Marino dat enkel deel uitmaakt van het accijnsgebied van de Unie maar niet van het douanegebied van de Unie.

Wat de BTW betreft zijn de hierna vermelde gebieden te beschouwen als derde landen:

- de Canarische eilanden;

- het Helleense gebied van de berg Athos;

- de Franse overzeese departementen;

- de Republiek San Marino;

- de Kanaaleilanden;

- de Åland eilanden.

Samenvattende tabel

Douanegebied Accijnsgebied BTW-gebied
Grondgebieden, daaronder begrepen de territoriale wateren, de binnenwateren en het luchtruim van de 28 lidstaten van de EU
Met uitzondering van: Met uitzondering van: Met uitzondering van:
- de Faeroër en Groenland - de Faeroër en Groenland - de Faeroër en Groenland
- Helgoland, Büsingen - Helgoland, Büsingen - Helgoland, Büsingen
- Ceuta en Melilla - Ceuta en Melilla - Ceuta en Melilla
- Franse landen en gebieden overzee, Mayotte - Franse landen en gebieden overzee, Mayotte - Franse landen en gebieden overzee
    - Franse overzeese departementen
- Livigno, Campione d’Italia, Meer van Lugano - Livigno, Campione d’Italia, Meer van Lugano - Livigno, Campione d’Italia, Meer van Lugano
- Noord-Cyprus - Noord-Cyprus - Noord-Cyprus
  - Akrotiri en Dhekelia - Akrotiri en Dhekelia
  - Berg Athos - Berg Athos
  - Jungholz en Mittelberg - Jungholz en Mittelberg
  - Kanaaleilanden - Kanaaleilanden
  - Gibraltar - Gibraltar
  - Åland eilanden - Åland eilanden
- San Marino   - San Marino
    - Canarische Eilanden

Derde landen: de gebieden buiten de Unie;

Reiziger (Art.1, pt 40, DA): een natuurlijke persoon die:

a) het douanegebied van de Unie tijdelijk binnenkomt en daar niet zijn gewone verblijfplaats heeft, of

b) teurgkeert naar het douanegebied van de Unie, waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft, na tijdelijk buiten dat gebied te hebben verbleven, of

c) het douanegebied van de Unie, waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft, tijdelijk verlaat, of

d) het douanegebied van de Unie, waar hij niet zijn gewone verblijfplaats heeft, na een tijdelijk verblijf verlaat;

 

Titel I - Persoonlijke voorwerpen van reizigers

Wettelijke bepalingen

A. Tijdelijke invoer van persoonlijke voorwerpen

Persoonlijke voorwerpen van reizigers ingevoerd in België vanuit derde landen, hetzij rechtstreeks, hetzij via een andere lidstaat

a) Inzake rechten bij invoer :

Artikel 250, § 3, punt a) DWU;

Artikel 219 DA;

Artikel 165 DA + artikel 258 IA (eventueel met inventaris);

Artikel 136 § 1, punt b) + i) DA (mondelinge aangifte);

Artikel 139 + 141 DA (aangifte)

b) Inzake BTW :

Artikel 23, §§ 3 en 4, 2°, en 5, van het BTW wetboek.

B. Wederinvoer van persoonlijke voorwerpen

a) Inzake rechten bij invoer :

Artikelen 203 t/m 205 DWU;

Artikel 41 DA;

Artikel 135 § 1, a) et b) et § 2 DA (terugkerende goederen);

Artikelen 138 en 141 DA (aangifte);

Artikel 158 DA;

Artikel 253, § 4 IA.

b) Inzake BTW :

Artikelen 5 t/m 7 van de Richtlijn 2007/74/EG van de Raad van 20 december 2007;

Artikel 40, § 1, 2° a) van het BTW wetboek

Artikel 40 van het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.

 

Hoofdstuk I - Bagage van reizigers gevestigd buiten de Unie

Principe

9. Persoonlijke voorwerpen van een reiziger die buiten de Unie is gevestigd, worden tijdelijk ingevoerd met vrijstelling van de in het spel zijnde belastingen (douanerechten, accijnzen, en BTW bij invoer) op voorwaarde dat ze bestemd zijn voor persoonlijk gebruik. Die voorwerpen moeten door de reiziger worden wederuitgevoerd wanneer hij de Unie verlaat.

10. Als “persoonlijke voorwerpen” zijn aan te merken kledingstukken en andere voorwerpen, nieuw of gebruikt, die een reiziger, gelet op de omstandigheden van zijn reis, persoonlijk en redelijkerwijze kan nodig hebben, maar met uitsluiting van alle handelsgoederen.

11. Persoonlijke voorwerpen worden, naargelang de aard en de omstandigheden, met tijdelijke vrijstelling toegelaten afhankelijk van de specifieke modaliteiten besproken in artikelen 135 t/m 141 DA:

- overschrijding van de grens van het douanegebied van de Unie

- gebruik van het groene/rode kanaal bij een douanekantoor

- mondelinge aangifte

- mondelinge aangifte met inventaris

Uitzonderlijk wordt een EAD opgemaakt.

Tijdelijke invoer zonder document

12. Voor zover geen misbruik is te vrezen, worden de hierna vermelde persoonlijke voorwerpen onder tijdelijke invoer toegelaten, zonder verdere formaliteit dan de eventuele visitatie:

a) kledingstukken, linnen en toiletartikelen, ook indien nieuw, om 't even of de reiziger zijn bagage al dan niet bij zich heeft. Indien een derde persoon het reisgoed inklaart, wordt de tijdelijke vrijstelling zonder document geweigerd voor nieuwe voorwerpen van grote waarde. Voor andere voorwerpen kan de douane, bij gegronde twijfel betreffende de juistheid van de aangifte, de vrijstelling van document afhankelijk maken van het voorleggen van een bewijs dat de reiziger al is aangekomen of binnenkort zal aankomen (identiteitskaart, reservering in een hotel, enz.);

b) de volgende in gebruik zijnde voorwerpen, mits de reiziger ze draagt of ze meevoert in zijn bagage wanneer hij de douanecontrole passeert:

- persoonlijke juwelen;

- twee fototoestellen vergezeld van een redelijk aantal geheugendragers (of films), en toebehoren;

- twee filmopnametoestellen vergezeld van een redelijk aantal geheugendragers (of films), en toebehoren;

- één draagbaar projectietoestel voor dia's of films (digitaal of niet);

- één verrekijker;

- één draagbaar muziekinstrument;

- één draagbare platenspeler met platen;

- één draagbaar toestel voor het opnemen en het weergeven van geluid (dictafoon inbegrepen) met banden of geheugendragers;

- één draagbaar radio-ontvangtoestel;

- één draagbaar televisie ontvangtoestel;

- één draagbare videocamera en één draagbare videorecorder (digitaal of niet);

- één draagbare schrijfmachine;

- één draagbare computer;

- één mobiele telefoon;

- één digitale tablet;

- één draagbare rekenmachine;

- één invalidenwagen;

- één kinderwagen;

- sportuitrusting zoals een tent en ander campingmaterieel, artikelen voor de visvangst, uitrusting voor alpinisten, twee jachtgeweren met patronen, rijwiel zonder motor, kano of kajak met een lengte van minder dan 5,5 meter, ski’s, tennisraketten, surfplank en toebehoren voor het surfen, deltavlieger;

- een draagbaar toestel voor dialyse en dergelijk geneeskundig materieel alsook wegwerpartikelen ingevoerd om met dit materieel te worden gebruikt.

13. Misbruik valt onder andere te vrezen wanneer hoeveelheid of aard van de persoonlijke voorwerpen niet in overeenstemming is met de welstand van de reiziger.

14. Voorwerpen die blijkbaar nieuw zijn, maar waarvan de douane kan aannemen dat ze bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik van de reiziger, mogen als in gebruik zijnde voorwerpen worden aangemerkt.

Tijdelijke invoer met een document

15. Voor de invoer van persoonlijke voorwerpen die niet vallen onder § 12, wordt een document van tijdelijke invoer met vrijstelling uitgereikt (1).

Hier wordt bedoeld :

a) kledingstukken, linnen en toiletartikelen, voorhanden in door een derde persoon ingeklaarde bagage wanneer het gaat om nieuwe voorwerpen van grote waarde of wanneer, ondanks de verstrekte uitleg, er gegronde twijfel bestaat betreffende de juistheid van de mondelinge aangifte (zie § 12, a);

b) voorwerpen, zoals bedoeld in § 12, b, ofwel in de bagage die de reiziger niet bij zich heeft wanneer hij de douanecontrole passeert, ofwel ingevoerd boven de toegelaten hoeveelheden zonder invoerbewijs, ofwel door de douane niet erkend als zijnde in gebruik;

c) andere dan in § 12, b) bedoelde voorwerpen die een reiziger persoonlijk en redelijkerwijze onderweg kan nodig hebben;

d) alle voorwerpen waarvoor de douane misbruik kan vrezen (zie § 13).

16. Handelsgoederen moeten worden aangegeven met naleving van de gewone formaliteiten.

Documenten van tijdelijke invoer met vrijstelling - Herkenningstekens

17. De persoonlijke voorwerpen waarvoor krachtens § 15 bij de tijdelijke invoer het opmaken van een document vereist is, worden toegelaten met een document Benelux 1 (2) volgens toepassing van artikel 158, § 2 DWU die deze vereenvoudiging toelaat.

18. Indien de voorwerpen een blijvend fabrieksnummer dragen, wordt daarvan melding gemaakt op het document. Is dit niet het geval, dan oordeelt de douane in hoeverre het nodig is een herkenningsteken aan te brengen (echter geen slagmerk !). Bij de definitieve uitvoer (zie § 20), worden de zegels verwijderd; een voorwerp met een herkenningsteken van de douane zou bij wederinvoer kunnen worden aangemerkt als zijnde vooraf uitgevoerd uit het vrije verkeer.

19. Het document Benelux 1 wordt, mits zekerheidstelling, voor de nodige tijd uitgereikt. De totale geldigheidsduur verlengingen meegeteld mag niet meer dan 24 maanden bedragen.

Het plaatselijk hoofd van het invoerkantoor is bevoegd om de geldigheidsduur te verlengen.

Het plaatselijk hoofd van het uitvoerkantoor mag de geldigheidsduur onmiddellijk verlengen (3) op voorwaarde dat de documenten niet meer dan acht dagen zijn vervallen.

20. Documenten Benelux 1 die uitsluitend betrekking hebben op voorwerpen met een blijvend fabrieksnummer of met een herkenningsteken van de douane, mogen voor verscheidene grensoverschrijdingen worden uitgereikt.

21. Personen die buiten de Unie teruggekeerd zijn en wegens bijzondere omstandigheden, de wederuitvoer van de voorwerpen niet konden laten vaststellen, mogen de wederuitvoer aantonen door een gedagtekend en ondertekend attest dat door een officiële autoriteit van buiten de Unie (douane, politie, gemeentebestuur, enz.) in de volgende zin wordt opgesteld:

“Hierbij wordt bevestigd dat de hr./mevr.

(naam, voornamen en woonplaats) heden heeft vertoond

(omschrijving van de goederen, in voorkomend geval, ook merk en fabrieksnummer).”

“Deze voorwerpen droegen (een of geen) metalen zegel, waarop een leeuwtje, het woord Douane en de volgende letters en cijfers waren ingedrukt : ...............”.

De belanghebbende zendt het document Benelux 1 en het attest van zijn aanwezigheid buiten de Unie en eventueel ook de verwijderde zegels van de voorwerpen terug naar het plaatselijk hoofd van het kantoor waar het document Benelux 1 werd uitgereikt.

Indien het attest niet volledig voldoet aan het bepaalde in voorgaand lid, moet de centrale component van de administratie Operations (KLAMA) beslissen.

Op de documenten Benelux 1 voor meerdere grensoverschrijdingen, is de bij deze paragraaf verleende faciliteit slechts van toepassing mits het bedoelde attest van aanwezigheid buiten de Unie na de vervaldag van het document Benelux 1 werd uitgereikt.

 

Hoofdstuk II - Bagage van reizigers gevestigd in de Unie

Kleding, linnen en toiletartikelen

22. Worden met vrijstelling toegelaten zonder enige andere formaliteit dan een visitatie en een verklaring zoals voorzien in de artikelen 138 t/m 141 DA, te weten:

- de overschrijding van de grens van het douanegebied van de Unie;

- gebruik van het groene/rode kanaal;

- mondelinge aangifte;

- mondelinge aangifte met inventaris:

kledingstukken, linnen en toiletartikelen, die in de Unie gevestigde reizigers bij zich hebben of in hun bagage meevoeren, mogen zonder verdere formaliteit dan de mondelinge aangifte en de visitatie, met vrijstelling worden toegelaten voor zover de voorwerpen duidelijke sporen van gebruik vertonen, overeenstemmen met de welstand van de reizigers, niet in abnormale hoeveelheden worden ingevoerd en voor zover aannemelijk is dat ze vóór de uitvoer van de Unie rechtmatig in de Unie werden ingevoerd of onder de normale belasting voorwaarden van de binnenlandse markt werden verkregen of in de Unie werden bekomen.

Let op, dat deze voorwerpen vooraf werden uitgevoerd door de reiziger volgens de artikelen 140 en 141 DA.

Ten aanzien van vooruitgezonden of nagezonden (o.m. in een hotel vergeten) kledingstukken, linnen of toiletartikelen kan de douane, bij gegronde twijfel betreffende de juistheid van de aangifte, zich het bewijs laten voorleggen dat de betrokkene buiten de Unie heeft verbleven.

23. Kledingstukken, met inbegrip van bontwerk, linnen en toiletartikelen die door in de Unie gevestigde personen in het buitenland (buiten de Unie) werden aangekocht, mogen vrij worden toegelaten, mits ze voldoen aan de algemene voorwaarden van vrijstelling van rechten bij invoer (4). Dit vereist geen systematische controle van alle bagage en er is geen algemene veronderstelling van fraude ten aanzien van de reizigers.

Andere persoonlijke voorwerpen

24. Voor zover kan worden aangenomen dat ze vóór de uitreis rechtmatig in de Unie werden ingevoerd of onder de normale belastingregels van de binnenlandse markt werden verkregen, kunnen de volgende voorwerpen in de bagage zonder documenten vrij worden wederingevoerd:

- persoonlijke juwelen;

- twee fototoestellen vergezeld van een redelijk aantal geheugendragers (of films), en toebehoren;

- twee fimopnametoestellen vergezeld van een redelijk aantal geheugendragers (of films), en toebehoren;

- één draagbaar projectietoestel voor dia’s of films (digitaal of niet);

- één verrekijker;

- één draagbaar muziekinstrument;

- één draagbare platenspeler met platen;

- één draagbaar toestel voor het opnemen en het weergeven van geluid (dictafoon inbegrepen) met geheugendragers of banden;

- één draagbaar radio-ontvangtoestel;

- één draagbaar televisie ontvangtoestel;

- één draagbare videocamera en één draagbare videorecorder (digitaal of niet);

- één draagbare schrijfmachine;

- één draagbare computer;

- één mobiele telefoon;

- één digitale tablet;

- één draagbare rekenmachine;

- één invalidenwagen;

- één kinderwagen;

- sportuitrusting zoals een tent en ander campingmaterieel, artikelen voor de visvangst, uitrusting voor alpinisten, twee jachtgeweren met patronen, rijwiel zonder motor, kano of kajak met een lengte van minder dan 5,5 meter, ski's, tennisraketten, surfplank en toebehoren voor het surfen, deltavlieger;

- een draagbaar toestel voor dialyse en dergelijk geneeskundig materieel alsook de wegwerpartikelen ingevoerd om met dit materieel te worden gebruikt.

25. Indien er voor de in § 24 opgesomde voorwerpen een gegronde twijfel bestaat dat het Uniegoederen zijn, mag de voorlegging van een bewijsstuk worden geëist (bv. aankoopfactuur, garantiebewijs, door de Belgische douane bij uitvoer aangebrachte herkenningstekens, kwitantie 257 (zie ook § 52), enz....).

26. De voorwerpen die niet vallen onder de bepalingen van de §§ 24 en 25, mogen vrij worden wederingevoerd op eenvoudig vertoon van een stuk (aankoopfactuur, garantiebewijs, kwitantie van betaling van de belastingen, bewijs van vrijstelling van de belastingen (zie § 52), een aangifte tijdelijke uitvoer) waaruit blijkt dat de betrokken voorwerpen vóór de uitvoer rechtmatig werden aangekocht in de Unie of er rechtmatig werden ingevoerd. Voor de toepassing van de BTW vrijstelling moeten de goederen eigendom zijn gebleven van degene die er eigenaar van was bij de uitvoer. Ze mogen bovendien uit hoofde van hun uitvoer uit de Unie niet in aanmerking zijn gekomen voor ontheffing of teruggave van BTW.

Geschillen bij de wederinvoer

27. Wanneer goederen die bij terugkeer in de Unie worden aangeboden, niet aan de voorwaarden voor de vrijstelling voldoen, worden de voorwerpen:

- ofwel ter beschikking van de reiziger gelaten nadat de reiziger op een formulier 155 (Bijlage A) heeft verklaard de nodige bewijsstukken binnen de tien dagen voor te leggen;

- ofwel ingehouden, indien de douane smokkel vermoedt, of indien de belanghebbende weigert een verklaring 155 te onderschrijven.

28. De douane vult de verklaring 155 in tweevoud in en laat ze ondertekenen door de belanghebbende die een exemplaar ervan ontvangt, terwijl het tweede exemplaar in handen blijft van de douane.

Indien de ambtenaren het nodig achten, brengen zij op de voorwerpen herkenningstekens aan.

Zekerheidstelling wordt slechts geëist indien de douane moeilijkheden vreest voor de eventuele invordering van de rechten en BTW.

De belanghebbende zendt de verklaring 155, vergezeld van de nodige bewijsstukken of voorzien van een attest van de verkoper, naar het invoerkantoor terug. Hij mag de verklaring ook afgeven op het dichtstbijzijnde douanekantoor van zijn woonplaats. In dit laatste geval, geeft het plaatselijk hoofd de bewijsstukken onmiddellijk terug nadat hij op de verklaring 155 een aangepaste vermelding heeft aangebracht of nadat hij een afschrift van de bewijsstukken heeft genomen; de verklaring 155 zendt hij onmiddellijk naar het invoerkantoor terug.

Indien de vereiste bewijsstukken niet binnen de gestelde termijn worden voorgelegd of indien ze onvoldoende worden geacht, dient de belanghebbende te worden bekeurd wegens invoer zonder aangifte. De overtreding wordt afgehandeld met een akte van onderwerping, een relaas 359 of een proces verbaal volgens de betreffende instructies.

29. De afhandeling van de overtreding bedoeld in voorgaand lid geschiedt op het kantoor waar de verklaring 155 werd afgegeven.

De bepalingen van de §§ 27 en 28 zijn ook van toepassing indien de belanghebbende de naam en het adres van de leverancier of het kantoor van vrijmaking kan opgeven, maar geen bewijsstukken kan overleggen.

 

Hoofdstuk III - Gemeenschappelijke bepalingen voor alle reizigers

Aanbrengen van zegels en slagmerken

30. Het aanbrengen van herkenningstekens op de voorwerpen kan in alle kantoren uitgevoerd worden. In de grenskantoren mogen deze formaliteiten ook uitgevoerd worden tijdens de uren van openstelling voor het reizigersverkeer.

31. De herkenningstekens van de douane dienen met zorg te worden aangebracht op het voornaamste deel van de voorwerpen.

Het is eveneens van belang, bij de wederuitvoer of bij de wederinvoer, de herkenningstekens aandachtig te bekijken om eventuele onregelmatigheden te ontdekken.

Tijdelijke bewaring van voorwerpen door de douane

32. Wanneer voorwerpen die door reizigers worden aangegeven, om een of andere reden (ontbreken van vergunning, te hoog geachte rechten, gebrek aan geld, enz.) niet onmiddellijk worden ingeklaard, mag de douane deze voorwerpen onder de voorwaarden van de §§ 33 t/m 38 in bewaring nemen voor een termijn van ten hoogste twee maanden. Het in bewaring nemen van goederen mag slechts worden toegepast indien er werkelijk geen andere oplossing meer mogelijk is. De bewaargeving wordt ook aanvaard tijdens de uren van openstelling van de kantoren voor het reizigersverkeer.

33. Bij afgifte van de voorwerpen wordt een attest uit een carnet 80 uitgereikt (bijlage B).

Deze carnet 80 kan ook elektronisch worden bijgehouden.

Onderaan op de stam en op het losblad van het attest zijn vier etiketten waarvan er een op ieder voorwerp of pakje wordt geplakt met het oog op de latere identificatie.

34. De douane vult het attest in tweevoud in en doet de twee exemplaren ondertekenen door de belanghebbende. Het volgnummer van het attest wordt op de te gebruiken etiketten vermeld.

Het origineel wordt daarna aan de belanghebbende overhandigd, terwijl het afschrift in het carnet blijft.

35. De teruggave van de voorwerpen mag slechts gebeuren tijdens de uren van openstelling van de kantoren voor het goederenverkeer, tenzij het plaatselijk hoofd aan de belanghebbende, op het ogenblik van de bewaargeving of achteraf, toelating heeft gegeven om de voorwerpen af te halen tijdens de uren van openstelling van het reizigersverkeer; deze toelating wordt slechts gegeven wanneer de teruggave geen moeilijkheden veroorzaakt.

Na teruggave van de voorwerpen wordt het attest, getekend voor ontvangst door de belanghebbende, in een map geklasseerd.

De bewaring is kosteloos voor de belanghebbende; er is geen vergoeding te betalen op het moment van teruggave.

36. Indien de eigenaar de voorwerpen niet binnen de gestelde tijd (voor een geoorloofde bestemming met inbegrip van de wederuitvoer) heeft afgehaald, worden ze beschouwd als zijnde afgestaan aan de Staat en worden ze verkocht volgens de procedure van in beslag genomen en verbeurdverklaarde goederen.

37. Tijdelijke bewaargeving is ook mogelijk bij een controle op internationale treinen tijdens de reis.

38. De bewaargeving van bederfelijke goederen wordt geweigerd tenzij de belanghebbende verklaart de goederen te zullen afhalen wanneer ze, volgens de plaatselijke hoofd, nog in goede staat zullen zijn. Op het formulier 80 wordt dan de termijn van twee maanden (zie § 32) ingekort.

 

Hoofdstuk IV - Dedouanering van ingeschreven bagage welke per spoor wordt vervoerd

Algemeen

A. Doel

39. De Wereld Douane Organisatie te Brussel heeft een aanbeveling goedgekeurd betreffende de behandeling van ingeschreven bagage welke per spoor wordt vervoerd.

Deze aanbeveling werd door de EU aanvaard. Ze doelt uitsluitend op de ingeschreven bagage waarvan de inhoud, in het land van bestemming vatbaar is voor vrijstelling van de in het spel zijnde invoerbelastingen, zonder enige beperking van hoeveelheid of andere aard.

De voorwaarden waaraan deze bagage moet voldoen, zijn in algemene termen opgenomen in een “Douaneverklaring voor ingeschreven reizigersbagage”, zie bijlage C.

Bedoelde verklaring, verder genoemd “douaneverklaring”, vervangt de mondelinge aangifte door de reiziger. Bagage waarvoor zo een verklaring werd opgemaakt, mag steekproefsgewijs worden geverifieerd zonder de aanwezigheid van de reiziger.

De bagage waarvoor de douane de visitatie niet vordert, alsook die welke ze na visitatie ter plaatse vrij geeft, wordt ter beschikking gesteld van de spoorwegen.

B. Douaneverklaring

40. De “douaneverklaring” wordt door de spoorwegen gedrukt. Ze wordt aan het verzendingsbulletin gehecht dat wordt opgemaakt door de dienst die de bagage inschrijft.

De tekst is opgesteld in de taal of in een van de officiële talen van het land van vertrek, maar de reiziger mag aan de spoorwegen een vertaling in een andere taal vragen.

41. De “douaneverklaring” wordt door de reiziger (of door zijn gevolmachtigde) ondertekend. Evenwel mag één lid van een gezin of de leider van een groep, de verklaring ondertekenen voor alle bagage van dit gezin of van deze groep.

C. Verificatie in het land van vertrek

42. In sommige landen wordt een verificatie bij vertrek van ingeschreven bagage opgelegd, hetzij door de douane, hetzij door een andere dienst, bijvoorbeeld door de spoorwegen.

Eventuele verificatie bij vertrek slaat niet op de punten 2 en 3 van letter b van de “douaneverklaring”.

D. Kennisgeving aan de reizigers

43. Het spoorwegpersoneel van het station waar de bagage wordt ingeschreven stelt de reizigers ambtshalve in kennis van de mogelijkheid om een “douaneverklaring” in te vullen en te ondertekenen.

Deze diensten verzekeren er zich van dat de verklaring volledig is ingevuld.

Bagage bij uitvoer uit België

A. In het station waar de bagage wordt ingeschreven is een douanepost ingericht

44. Indien in het station waar de bagage wordt ingeschreven een douanepost is ingericht en indien de persoon die een “douaneverklaring” heeft ondertekend, vraagt om de bagage bij het vertrek te verifiëren, zijn de spoorwegdiensten verplicht de bagage aan de douane te tonen. De persoon die de verklaring heeft ondertekend, moet de bagage vergezellen indien hij de vermeldingen betreffende de volmacht, onder letter c van het formulier, heeft doorgehaald.

De douane, die tot de gevraagde verificatie overgaat, brengt haar bemerkingen, visum en stempel aan onderaan de verklaring. Daarna wordt de bagage en de verklaring ter beschikking van de spoorwegen gesteld.

In dit geval wordt het bij het vertrek geldig gemaakte of voorgelegde douanedocument bij de verklaring gevoegd, nadat de nodige vermeldingen werden aangebracht op de verklaring.

45. Indien de ondertekenaar van de “douaneverklaring” niet om verificatie bij vertrek verzoekt, wordt de bagage op de gewone wijze verzonden.

B. In het station waar de bagage wordt ingeschreven is er GEEN douanepost

46. Wanneer in het station waar de bagage wordt ingeschreven geen douanepost aanwezig is of wanneer deze dienst gesloten is, wordt de bagage op de gewone wijze verzonden.

Bagage in doorvoer via België

47. Geen enkele douaneformaliteit is vereist voor bagage die in doorvoer wordt verzonden met een verzendingsbulletin waarop een plaats buiten België als bestemming voorkomt.

Bagage bij invoer in België

48. Alle ingeschreven bagage dient onder toezicht van de spoorwegen naar een Belgisch douanekantoor te worden verzonden.

49. Het plaatselijk hoofd van dit douanekantoor neemt ter plaatse alle nodige maatregelen betreffende de verificatie en de wijze van vrijgave van de ingeschreven bagage door de douane, welke op het kantoor wordt aangeboden, ongeacht het verzendingsbulletin is vergezeld van een “douaneverklaring” of niet.

 

Titel II - Goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers

Hoofdstuk I - Invoer uit derde landen

Wettelijke bepalingen

a) Wat betreft invoerrechten en accijnzen

50. De bepalingen van onderhavige titel zijn gebaseerd op de volgende wettelijke bepalingen:

- Artikel 41 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009, betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen;

- Koninklijk besluit van 27 januari 2009 inzake de vrijstellingen van rechten bij invoer en van accijns in het internationale reizigersverkeer.

b) Inzake BTW

51. De volgende artikelen:

- Artikel 40, § 4 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde;

- Artikel 43 van het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.

Algemeen

a) Draagwijdte van de vrijstellingen

52. De goederen die deel uitmaken van de bagage van reizigers in het internationale verkeer die naar het land terugkeren of die het land binnenkomen, worden met vrijstelling toegelaten binnen de beperkingen en overeenkomstig het bepaalde van de hierna volgende §§ 53 t/m 79.

Onder “goederen” verstaat men niet alleen de voorwerpen die gewoonlijk als reissouvenirs worden aangemerkt, maar ook andere voorwerpen die in het buitenland door reizigers kunnen aangekocht worden zoals juwelen, merkkledij, bont, kleine meubelen, fietsen, elektrische huishoudapparaten, tuingereedschap, elektrisch materieel, enz..

De uitdrukking “bagage van reizigers” slaat niet alleen op de handbagage; ze kan eveneens de voorwerpen omvatten die zich in de koffer of binnenruimte van autovoertuigen bevinden, zelfs die voorwerpen die vervoerd worden op de bagagedrager of op eender welke andere wijze.

b) Goederen ingevoerd via niet geoorloofde wegen

53. De vrijstellingen worden ook verleend wanneer een niet geoorloofde toegangsweg wordt gebruikt, maar in dergelijk geval mogen de betrokkenen slechts goederen invoeren waarvoor vrijstelling kan worden verleend en moeten zij de beperkingen betreffende het gebruik van vervoermiddelen naleven.

c) Bewijs van rechtmatige invoer

54. De douane die de bagage in het internationale reizigersverkeer controleert, kan op verzoek van de reiziger een kwitantie 257 zonder betaling uitreiken voor de, in de bagage ingevoerde goederen, bedoeld onder letter c van de tabellen van § 59 en 60, die met vrijstelling kunnen worden toegelaten.

De woorden “Vrijstelling reiziger” evenals een omstandige omschrijving van de goederen (bv. merk, type en nummer van fototoestellen e.d.) worden door de douane op de kwitantie 257 vermeld.

d) Beperkingen op de waarde en de hoeveelheid

55. De hoeveelheden die met vrijstelling kunnen worden toegelaten, zijn beperkt voor bepaalde categorieën van goederen, in het bijzonder accijnsgoederen. Voor de andere goederen is de vrijstelling afhankelijk van hun waarde. De vroegere limieten van toepassing op parfum, koffie en thee worden opgeheven; deze producten worden vanaf nu onderdeel van de “andere goederen”. Wordt niet in aanmerking genomen voor de bepaling van het bedrag voor deze drempelwaarde van de vrijstelling, de waarde van:

- de persoonlijke bagage van de reiziger die tijdelijk wordt ingevoerd of wederingevoerd als gevolg van hun tijdelijke uitvoer en

- de geneesmiddelen die overeenkomen met het persoonlijk gebruik van de reiziger en

- tabaksfabricaten en

- alcohol en alcoholhoudende dranken en

- brandstof die zich bevindt in het normale reservoir en deze vervoerd in een draagbaar reservoir met een maximuminhoud van 10 liter.

De toegelaten hoeveelheden en waarden worden vermeld in de tabellen van § 59 en § 60.

e) Brandstof van vervoermiddelen

56. Voor om het even welk vervoermiddel afkomstig uit een derde land of een gebied van de Unie met een speciaal fiscaal statuut (zie § 57) wordt vrijstelling van invoerrechten, BTW en accijnzen verleend voor de brandstof die zich in het normale reservoir bevindt en voor een hoeveelheid brandstof die niet meer bedraagt dan 10 liter en zich in een draagbaar reservoir bevindt. Deze vrijstelling is van toepassing op lucht en zeevaartuigen en voor landvervoer, altijd in het kader van het internationaal verkeer van reizigers. De vervoermiddelen gebruikt voor commercieel transport worden hier niet geviseerd.

f) Goederen komende uit speciale gebieden

57. De reizigers komende uit bepaalde gebieden met een speciaal statuut ten opzichte van de Unie (zoals de Canarische eilanden, de Åland eilanden, Martinique, Guadeloupe, Ceuta en Melilla) genieten van de vrijstellingen die van toepassing zijn voor derde landen, ongeacht of deze goederen zijn verworven met of zonder betaling van de belastingen in die gebieden, die als derde-gebieden worden beschouwd ten opzichte van de Unie.

g) Speciale regelingen

58. De grensbewoners, de grensarbeiders en de leden van gewapende strijdkrachten zijn niet meer onderworpen aan een speciale regeling wat betreft de vrijstellingen voor reizigers; ze genieten van dezelfde algemene vrijstellingen net als alle andere reizigers.

De personeelsleden van de vervoermiddelen gebruikt in het internationaal verkeer (afgekort: de bemanningsleden) hebben daarentegen slechts recht op verminderde vrijstellingen wanneer zij goederen invoeren ter gelegenheid van een verplaatsing in het kader van hun beroepsactiviteiten.

Deze verminderde hoeveelheden en waarden zijn opgenomen in de tabellen van § 59 en § 60.

Bovendien kunnen personen (andere dan de bemanningsleden) die gebruik maken van een voertuig voor particuliere plezierlucht en -zeevaart (te verstaan een luchtvaartuig of een zeewaardig -vaartuig door de eigenaar daarvan of door de natuurlijke of rechtspersoon die het gebruiksrecht daarvan geniet door huur of anderszins, voor andere dan commerciële doeleinden en met name voor andere doeleinden dan voor het vervoer van personen of goederen of voor het verrichten van diensten onder bezwarende titel, dan wel ten behoeve van overheidsinstanties) genieten van de algemene vrijstellingen voor wat betreft de tabaksfabricaten en de alcoholische producten (letters a en b van de tabel in § 60) maar niet voor de andere producten waarvan de waarde toegelaten met vrijstelling beperkt blijft tot 300 EUR (letter c van de voorgenoemde tabel).

De verlaagde drempel van 300 EUR is eveneens van toepassing voor alle reizigers die de Unie binnenkomen via landvervoer (letter c van de tabel §59).

59. Tabel van de vrijstellingen (Derde landen)

Aanduiding van de goederen Goederen ingevoerd uit derde landen
1 2
a) Tabaksfabricaten:
sigaretten
of cigarillo’s
of sigaren
of rooktabak
200 stuks
100 stuks
50 stuks
250 gram
b) Alcohol en alcoholische dranken:
niet-mousserende wijn 4 liter
en
bieren 16 liter
en
hetzij: gedistilleerde en alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van meer dan 22 % vol; niet gedenatureerde etylalcohol van 80 % vol en hoger in totaal 1 liter
hetzij: gedistilleerde en alcoholhoudende dranken, aperitieven op basis van wijn of van alcohol, tafia, saké of soortgelijke dranken met een alcoholgehalte van ten hoogste 22 % vol; mousserende wijn, likeurwijnen in totaal 2 liter
c) Andere artikelen: Totale maximum waarde
- voor landreizigers 300 EUR
- voor lucht- en zeereizigers 430 EUR
- voor reizigers die zich verplaatsen via particuliere plezierlucht- en -zeevaart 300 EUR

60. Tabel met vrijstellingen (derde landen) voor bemanningsleden in het kader van hun beroepsactiviteiten

Aanduiding van de goederen Goederen ingevoerd uit derde landen
1 2
a) Tabaksfabricaten:
sigaretten
of cigarillo’s
of sigaren
of rooktabak
40stuks
20stuks
10stuks
50gram
b) Alcohol en alcoholische dranken:
niet-mousserende wijn in totaal 2 liter
en
bieren in totaal 8 liter
en
hetzij: gedistilleerde en alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van meer dan 22 % vol; niet gedenatureerde etylalcohol van 80 % vol en hoger in totaal 0,25 liter
hetzij: gedistilleerde en alcoholhoudende dranken, aperitieven op basis van wijn of van alcohol, tafia, saké of soortgelijke dranken met een alcoholgehalte van ten hoogste 22 % vol; mousserende wijn, likeurwijnen in totaal 0,50 liter
c) Andere artikelen:
Welke ook de manier van vervoer Totale maximum waarde 175 EUR

 

Hoofdstuk II - Binnenbrengen uit een andere lidstaat van de Unie

Wettelijke bepalingen

A. Op BTW gebied

61. Artikel 25 ter, van het BTW wetboek (a contrario).

B. Op gebied van accijnzen

Artikelen 8 en 9 van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop.

Praktische bepalingen

A. Vrij verkeer van goederen

62. Betreffende BTW mogen reizigers komende uit een lidstaat van de Unie zonder beperking van waarde of hoeveelheid en zonder enige andere bijkomende voorwaarde de goederen die ze in de andere lidstaat onder de algemene belastingvoorwaarden van de binnenlandse markt van deze lidstaat (d.w.z. BTW inbegrepen of geassimileerd) hebben aangekocht, in België binnenbrengen.

63. Betreffende accijnzen mogen de reizigers komende uit een lidstaat van de Unie zonder beperking van waarde of hoeveelheid de goederen aangekocht in deze andere lidstaat in België binnenbrengen op voorwaarde dat deze verkregen werden onder de belastingvoorwaarden van de binnenlandse markt van dat land. De reizigers mogen geen enkele teruggave hebben genoten wegens de overbrenging van hun aankopen naar België.

B. Beperkingen voor accijnsproducten

64. Nochtans moeten de accijnzen worden voldaan voor tabaksfabricaten en alcoholische dranken die België binnengebracht worden voor commerciële doeleinden. Er wordt opgemerkt dat de afstand van accijnsgoederen onder bezwarende titel tussen particulieren, zelfs zonder winst, wordt geacht voor commerciële doeleinden te zijn gedaan.

65. Om vast te stellen of de door de reiziger binnengebrachte producten voor commerciële doeleinden zijn bestemd, zal de administratie, onder meer, rekening houden met de commerciële status en de beweegredenen van de reiziger, de plaats waar deze producten zich bevinden, de gebruikte wijze van vervoer, met elk document betreffende deze producten alsook de aard en hun hoeveelheid volgens de hierna vermelde indicatieve beperkingen.

a) Tabaksfabricaten:
- sigaretten 800 stuks
- cigarillo’s (sigaren met een maximumgewicht van 3 g/stuk) 400 stuks
- sigaren 200 stuks
- rooktabak 1,0 kg
b) Alcoholhoudende dranken:
- gedistilleerde dranken 10 l
- tussenproducten (bijv. port, Pineau de Charentes) 20 l
- wijn (waarvan maximaal 60 l mousserende wijn) 90 l
- bier 110 l

Indien aan deze voorwaarden niet wordt voldaan zijn de accijnzen verschuldigd op de binnengebrachte hoeveelheden.

Voorbeeld:

Een Belgische reiziger van meer dan 17 jaar met verlof in Duitsland mag onder de algemene voorwaarden van de Duitse binnenlandse markt goederen aankopen zonder beperking van hoeveelheid en waarde, behalve voor alcoholische dranken en tabak waarvoor hij zich moet beperken tot de hoeveelheden aangegeven in § 65.

66. De vrijstellingen “derde landen” bedoeld in §§ 52 tot 60 en de aankopen in de Unie waarop alle belastingen werden voldaan mogen worden gecumuleerd.

Zo kan een reiziger, die vanuit een derde land via een lidstaat of nog vanuit een lidstaat via een derde land België binnenkomt, de vrijstellingen genieten bepaald in § 59 voor goederen aangekocht in het derde land; hij kan eveneens aanspraak maken op de hoeveelheden aangeduid in § 65 voor accijnsgoederen aangekocht onder de algemene belastingvoorwaarden van de binnenlandse markt van deze lidstaat.

Voorbeeld:

Een Belgische reiziger met verlof in Zwitserland en Frankrijk kan bij zijn terugkeer over land hier te lande 300 € vrijstelling genieten voor goederen aangekocht in Zwitserland en er is geen enkele beperking voor (behalve voor accijnsproducten) de aankoop van goederen onder algemene belastingvoorwaarden van de binnenlandse markt in Frankrijk. Dezelfde reiziger kan eveneens 4 liter Zwitserse wijn en 90 liter Franse wijn waarop alle Franse belastingen werden voldaan met vrijstelling invoeren.

 

Hoofdstuk III - Toepassing van de vrijstellingen

Algemeen

67. Iedere reiziger mag uit een derde land goederen van elk van de in § 59 vermelde groepen met vrijstelling invoeren, maar slechts binnen de daarin bepaalde maxima. Voor de tabaksfabricaten, alcohol en alcoholische dranken, worden de volgende gelijkwaardige hoeveelheden in acht genomen:

1 sigaar = 2 cigarillo's = 4 sigaretten = 5 gram rooktabak;

0,50 liter gedistilleerde of alcoholhoudende drank met een alcoholgehalte van meer dan 22 % vol of 0,50 liter niet gedenatureerde ethylalcohol van 80 % vol en hoger = 1 liter gedistilleerde of alcoholhoudende drank met een alcoholgehalte van ten hoogste 22 % vol = 1 liter aperitieven op basis van wijn of van alcohol, tafia, saké of soortgelijke dranken met een alcoholgehalte van ten hoogste 22 % vol = 1 liter mousserende wijn, likeurwijn.

Voorbeelden:

68. Twee reizigers gevestigd in de Unie die samen een reis maken (bv. een echtpaar), mogen ieder uit een derde land ten opzichte van de Unie met vrijstelling invoeren:

a) tabaksfabricaten:

200 sigaretten

of 100 sigaretten + 25 sigaren

of 100 sigaretten + 50 cigarillo's;

b) alcoholische dranken:

2 flessen van 0,50 liter gedistilleerde of alcoholhoudende drank met een alcoholgehalte van meer dan 22 % vol of 1 fles van 0,50 liter van voormelde drank + 1 liter mousserende wijn of likeurwijn en 2 flessen van 1 liter niet mousserende wijn;

en 4 flessen van 1 liter niet mousserende wijn.

c) andere artikelen:

één of meer voorwerpen die een eenheidswaarde of een totale waarde van ten hoogste 300 EUR (over land) of 430 EUR (door de lucht of over zee) hebben.

69. Daarentegen mag aan dezelfde reizigers niet worden toegestaan, samen één voorwerp ter waarde van 400 EUR (over land) of 500 EUR (door de lucht of over zee) met vrijstelling in te voeren (zie Titel IV).

Geval van vrijstelling van BTW bij invoer via een andere lidstaat van de Unie

70. Deze paragraaf wordt ingelast teneinde onder de voorwaarden van de BTW wetgeving, de eigenheden betreffende de opeisbaarheid van de BTW en bijgevolg het verschil dat bestaat tussen de douanereglementering, die uniform van toepassing is in alle lidstaten van de Unie en de enkel op het nationale grondgebied van elke lidstaat van toepassing zijnde richtlijnen inzake BTW te verduidelijken.

Gezien de geografische ligging van België, kan de invoer van goederen in de Unie via een andere lidstaat in het kader van het reizigersverkeer enkel aanleiding geven tot een invoer die onderworpen is aan BTW in België indien de goederen werden geplaatst onder een opschortende douaneregeling (bijvoorbeeld doorvoer, tijdelijke invoer) in de lidstaat waar de goederen de Unie zijn binnengebracht.

Wanneer de goederen niet onder zulke opschortende douaneregeling zijn geplaatst in de lidstaat van binnenkomst in de Unie heeft de invoer, in overeenstemming met de BTW reglementering, plaats in deze lidstaat. In dit geval wordt de eventuele vrijstelling van BTW toegestaan volgens de voorwaarden opgelegd door de voorvermelde lidstaat. Indien er niet wordt voldaan aan deze voorwaarden, moet de bij de invoer opeisbare BTW niet in België worden geïnd maar wel in de lidstaat van binnenkomst in de Unie en volgens de voorwaarden van die lidstaat.

De Belgische douane zal de invoer van zulke goederen melden aan de douaneautoriteiten van de lidstaat in kwestie, die de bevoegde fiscale autoriteiten hierna zullen inlichtingen. Een concreet rapport zal doorgestuurd worden aan de Centrale Administratie der Douane en Accijnzen, dienst Operations (KLAMA) te Brussel.

Een voorbeeld ter verduidelijking:

een reiziger, verblijvend in België, brengt uit India, na zijn vakantie op het Indische schiereiland, een sari gemaakt uit Indische wilde zijde met een waarde van 500 EUR mee, zonder dit zoals verplicht in Frankrijk, waar hij lande na een vlucht zonder tussenlandingen van New Delhi naar Parijs, aan te geven. Zonder aangesproken te worden komt hij aan in België waar hij wordt onderworpen aan een douanecontrole. Niet bij machte om de rechtmatige invoer of de douanestatus (= Uniegoederen) van deze sari te bewijzen (alles wijst er op dat hij rechtstreeks uit India komt) wordt hij in overtreding gesteld voor frauduleuze invoer. In overeenstemming met de BTW reglementering is er geen belastbaar feit betreffende BTW in België, noch een wettelijke basis om de betaling van de Belgische BTW te eisen. Echter is de Franse BTW wel opvorderbaar als gevolg van de invoer in Frankrijk van de sari (belastbaar feit betreffende BTW bij invoer in Frankrijk) en bijgevolg dienen de Franse fiscale autoriteiten te worden ingelicht over deze te verrichten inning van de BTW. Onze agenten innen bijgevolg enkel de rechten bij invoer en zullen een volledig en concreet rapport zenden aan de Centrale administratie der douane en accijnzen te Brussel.

Beperkingen

Leeftijd van de reizigers

71. Aan reizigers beneden de 17 jaar wordt geen vrijstelling verleend voor “tabaksfabricaten” en “alcohol en alcoholische dranken” (letter a en b van de tabellen die voorkomen in § 59 en § 60).

Bovendien wordt voor de reizigers beneden de 15 jaar slechts een vrijstelling verleend voor de andere producten beperkt tot een totale waarde van 175 EUR (letter c van de tabellen opgenomen in § 59 en § 60)

Aard van de ingevoerde goederen

72. De vrijstellingen worden slechts verleend bij invoer van goederen waaraan elk handelskarakter vreemd is en die wegens hun aard en hoeveelheid klaarblijkelijk bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik van de reizigers of om als geschenk te worden aangeboden.

Zijn daarom, onder meer uitgesloten van de vrijstelling; de goederen bestemd voor de uitoefening van een beroep, goederen voor de voortverkoop of goederen die worden ingevoerd in grotere hoeveelheden dan normaal in eenmaal worden aangekocht door particulieren.

De ambtenaren zullen zich echter inschikkelijk tonen wanneer de betrokkene bij de invoer van een betrekkelijk grote hoeveelheid, een aannemelijke verklaring geeft.

Bemanningsleden

73. Voor personeelsleden van vervoermiddelen gebruikt bij het internationaal verkeer (afgekort: de bemanningsleden) worden verminderde vrijstellingen toegepast bij de invoer van goederen bij een verplaatsing in het kader van hun professionele activiteiten en dit om de reden van de hoeveelheid van mogelijkheden die hun wordt geboden door de vele (soms dagelijkse) professionele reizen om van derde landen goederen in te voeren tegen een lagere prijs dan deze op de interne Europese markt. Deze beperking heeft als doel om de gelijkheid tussen alle inwoners die genieten van de vrijstelling te herstellen. Deze bepalingen zijn van toepassing op alle bemanningsleden van alle vervoermiddelen (via de lucht, over land en via de zee met inbegrip van de particuliere plezierlucht en -zeevaart).

Deze verminderde hoeveelheden en waarden worden aangegeven in de specifieke tabel in § 60.

Echter wanneer deze personen reizen om privé redenen hebben zij recht op de algemene vrijstellingen van toepassing voor alle reizigers onder dezelfde voorwaarden en beperkingen als andere reizigers zoals aangegeven in de tabel in § 59.

 

Titel III - Goederen buiten de vrijstelling

Algemeen

74. De in het spel zijnde belastingen, verschuldigd op de door de reizigers in hun persoonlijke bagage ingevoerde goederen die niet met vrijstelling kunnen worden toegelaten, mogen worden berekend zoals bepaald in de Circulaire Vereenvoudigd Tarief en in de hierna volgende §§ 79 t/m 82.

75. Bij de betaling van de verschuldigde rechten en belastingen bij de invoer, wordt door de optredende ambtenaar een kwitantie 257 opgesteld, dewelke als bewijs van betaling aan de reiziger wordt overhandigd.

Als bewijs dat de reiziger voor de bedoelde goederen voldaan heeft aan de douaneformaliteiten bij invoer in de Unie (bijvoorbeeld bij een tussenstop in een andere lidstaat van de Unie) dient deze kwitantie overeenkomstig het artikel 217 IA minimum de volgende gegevens te bevatten:

a) een omschrijving van de goederen die voldoende nauwkeurig moet zijn om de goederen te identificeren, eventueel aangevuld door de tariefpost;

b) de factuurwaarde en/of volgens het geval, de hoeveelheid van de goederen;

c) de waarde van de geïnde rechten en belastingen;

d) de datum van afgifte;

e) de naam en het adres van de belanghebbende;

f) de benaming, het adres en het stempel van het douanekantoor van afgifte.

Te belasten hoeveelheden of waarde

Goederen waarvan de vrijstelling kwantitatief is beperkt (letters a t/m c van de tabellen § 59 of § 60)

76. Wanneer de ingevoerde hoeveelheden hoger zijn dan de met vrijstelling toegelaten hoeveelheden, hoeven slechts de hoeveelheden boven de maxima te worden belast.

Voorbeeld:

Een reiziger voert vanuit Zuid Afrika 6 liter “niet mousserende wijn” in: de verschuldigde belastingen dienen te worden geïnd op 2 liter.

77. Zelfs wanneer de ingevoerde goederen in het land van uitvoer het voorwerp zijn geweest van een document dat door de douane werd geviseerd met het oog op afschrijving van de in het spel zijnde belastingen in dat land, zijn de algemene vrijstellingsregels van toepassing.

Voorbeeld:

Twee reizigers ouder dan zeventien jaar die samen reizen, voeren uit Zwitserland 40 l. wijn in op vat of in flessen, die onder de algemene belastingregeling van de binnenlandse Zwitserse markt werd aangekocht, dus met of zonder afschrijving van de in het spel zijnde belastingen wegens de uitvoer, mag vrijstelling voor 4 liter worden verleend aan elke reiziger en de in het spel zijnde belastingen worden slechts geheven op 32 liter.

Goederen waarvoor de vrijstelling afhankelijk is van hun waarde (letter c van de tabellen van § 59 of 60)

78. Wanneer één voorwerp uit de rubriek “andere artikelen” van de tabel wordt ingevoerd en de waarde het maximumbedrag van de vrijstelling te boven gaat, worden de in het spel zijnde belastingen geïnd op de totale waarde van het voorwerp.

Worden verscheidene voorwerpen ingevoerd en gaat hun totale waarde het maximumbedrag van de vrijstelling te boven, dan wordt de betrokkene uitgenodigd het of de voorwerpen aan te wijzen die hij binnen de geoorloofde waarde met vrijstelling wil invoeren, waarna het andere of de andere voorwerpen aan de in het spel zijnde belastingen worden onderworpen op basis van hun totale waarde.

Voorbeelden:

a) in het voorbeeld van § 69, moeten de in het spel zijnde belastingen worden geïnd op de totale waarde van 400 EUR (over land) of 500 EUR (door de lucht of over zee).

b) een luchtreiziger die een vrijstelling tot een waarde van 430 EUR kan genieten, voert 3 voorwerpen in ter waarde van respectievelijk 100 EUR, 200 EUR en 150 EUR. Op verzoek van de betrokkene, mag de douane de voorwerpen ter waarde van 100 EUR en van 200 EUR met vrijstelling toelaten en de in het spel zijnde belastingen innen op het voorwerp ter waarde van 150 EUR op grondslag van deze laatste waarde, ofschoon de betrokkene de volledige waarde waarbinnen hij aanspraak kon maken op vrijstelling, niet volledig heeft uitgeput.

Te innen douanerechten, accijnzen en BTW bij steekproefcontroles (2de lijn)

79. Onderstaande tabellen geven een overzicht van de eventuele inningen die, volgens het land van bestemming van de reizigers, aan de geografische grens van België, met uitsluiting van die gedeelten van de geografische grenzen die deel uitmaken van de buitengrens van de Europese Unie, moeten worden verricht; o.m. op de accijnsproducten die in België, in Nederland en het Groothertogdom Luxemburg verschillend worden belast. Deze tabellen zijn in het bijzonder bedoeld voor de beambten van de motorbrigades, die dergelijke controles verrichten en vaststellen dat de verschuldigde belastingen niet zijn betaald.

A. Vaststellingen betreffende niet rechtmatig ingevoerde goederen via een andere EU-lidstaat

Land van bestemming van de reizigers Douanerechten bij invoer Accijns Bijzondere accijns Belasting over de toegevoegde waarde
Reizigers voor België verschuldigd volgens het van kracht zijnde tarief, behalve indien de goederen hiervan vrijgesteld zijn omdat ze beantwoorden aan de maatstaven en voorwaarden voor de toepassing van preferentiële regimes verschuldigd verschuldigd niet verschuldigd
Reizigers voor het Groothertogdom Luxemburg, op doorreis in België verschuldigd behalve op alcoholvrije dranken (mineraal water en limonade) en op al dan niet gebrande koffie en koffie-extracten niet verschuldigd niet verschuldigd
Reizigers voor Nederland, op doorreis in België niet verschuldigd, behalve op gegiste vruchtendranken (wijn daaronder begrepen) en op mousserende gegiste dranken andere dan bier niet verschuldigd, behalve op gegiste vruchtendranken (wijn daaronder begrepen) en op mousserende gegiste dranken andere dan bier niet verschuldigd
Reizigers voor een ander EU-land, op doorreis in België niet verschuldigd niet verschuldigd niet verschuldigd
Reizigers voor een niet EU-land, op doorreis in België niet verschuldigd niet verschuldigd niet verschuldigd niet verschuldigd

B. Vaststellingen betreffende het onregelmatig binnenbrengen van accijnsproducten uit Nederland via de Belgisch-Nederlandse grens (5)

Land van bestemming van de reizigers Douanerechten bij invoer Accijns Bijzondere accijns Belasting over de toegevoegde waarde
Reizigers voor België niet verschuldigd verschuldigd behalve op gegiste vruchtendranken (wijn daaronder begrepen) en op mousserende gegiste dranken andere dan bier verschuldigd behalve op gegiste vruchtendranken (wijn daaronder begrepen) en op mousserende gegiste dranken andere dan bier niet verschuldigd
Reizigers voor het Groothertogdom Luxemburg, op doorreis in België niet verschuldigd verschuldigd, behalve voor:
- gegiste vruchtendranken (wijn daaronder begrepen) en mousserende gegiste dranken andere dan bier
- alcoholvrije dranken (mineraal water en limonade)
- al dan niet gebrande koffie en koffie-extracten
niet verschuldigd niet verschuldigd
Reizigers voor een ander EU-land, op doorreis in België niet verschuldigd niet verschuldigd niet verschuldigd niet verschuldigd
Reizigers voor een niet EU-land, op doorreis in België niet verschuldigd niet verschuldigd niet verschuldigd niet verschuldigd

C. Vaststellingen betreffende het onregelmatig binnenbrengen van accijnsproducten uit Luxemburg via de Belgisch-Luxemburgse grens (6)

Land van bestemming van de reizigers Douanerechten bij invoer Accijns Bijzondere accijns Belasting over de toegevoegde waarde
Reizigers voor België niet verschuldigd niet verschuldigd, behalve op alcoholvrije dranken (mineraal water en limonade) en al dan niet gebrande koffie en koffie-extracten verschuldigd niet verschuldigd
Reizigers voor Nederland, op doorreis in België niet verschuldigd niet verschuldigd niet verschuldigd, behalve op gegiste vruchtendranken (wijn daaronder begrepen) en op mousserende gegiste dranken andere dan bier niet verschuldigd
Reizigers voor een ander EU-land, op doorreis in België niet verschuldigd niet verschuldigd niet verschuldigd niet verschuldigd
Reizigers voor een niet EU-land, op doorreis in België niet verschuldigd niet verschuldigd niet verschuldigd niet verschuldigd

 

Titel IV - Goederen verworven met vrijstelling van belasting door reizigers in het internationaal verkeer

Wettelijke bepalingen

80. De bepalingen van onderhavige titel zijn gebaseerd op de volgende wettelijke bepalingen:

a) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/989 van de Commissie van 8 juni 2017 tot rectificatie en wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie

b) artikelen 146, § 1, punt b) en 147, §§ 1 en 2 van de Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde;

c) artikel 39, § 1, 4 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde;

d) artikelen 8 en 9 van het koninklijk besluit nr. 18 van 29 december 1992 met betrekking tot de vrijstellingen ten aanzien van de uitvoer van goederen en diensten naar een plaats buiten de Gemeenschap (7), op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde.

Goederen uitgevoerd uit de Unie door reizigers die hun woonplaats of hun gebruikelijke verblijfplaats buiten de Unie hebben

Algemeen

81. Artikel 147 van de voornoemde Richtlijn 2006/112/EG regelt de vrijstelling van BTW voor de aankopen in de Unie van goederen die reizigers in hun persoonlijke bagage uitvoeren.

Zo kan de vrijstelling van BTW (8) worden verleend met inachtneming van volgende voorwaarden en beperkingen:

- de reiziger moet buiten de Unie zijn gevestigd;

- de goederen moeten uiterlijk op het einde van de derde maand na die, waarin de levering plaatsvond, worden uitgevoerd;

- de uitvoer moet worden bewezen door het visum op de factuur of het in de plaats daarvan komend bewijsstuk van het douanekantoor van uitgang uit de Unie.

Voorwaarden betreffende de reiziger

82. In overeenstemming met het bepaalde in § 84, moet de reiziger buiten de Unie zijn gevestigd om de vrijstelling van de BTW te kunnen genieten.

Wordt beschouwd als een niet in de Unie gevestigde reiziger, de reiziger wiens woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats zich niet in de Unie bevindt.

Onder woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats wordt verstaan de plaats die als zodanig is vermeld op de reispas, op de identiteitskaart of op enig ander document, dat door de lidstaat op het grondgebied waarvan de levering wordt verricht, als identiteitsbewijs wordt erkend.

83. Voor reizigers van Belgische nationaliteit wordt erop gewezen dat in overeenstemming met algemene onderrichtingen van de FOD Binnenlandse Zaken verschillende categorieën van personen, (waaronder het coöperatiepersoneel), die in het buitenland verblijven, in de bevolkingsregisters van hun laatste woonplaats in België moeten ingeschreven blijven, om reden dat ze worden geacht hun gewone verblijfplaats in België te hebben behouden. Derhalve behouden deze laatsten hun Belgische identiteitskaart.

Niettemin kunnen de betrokken personen bewijzen dat ze werkelijk in het buitenland verblijven door voorlegging van een attest van verblijf, afgegeven door de bevoegde buitenlandse autoriteiten, en indien ze deel uitmaken van het coöperatiepersoneel door voorlegging van een attest, afgegeven door het Bestuur van de Ontwikkelingssamenwerking.

84. De reiziger dient de goederen mee te voeren in zijn persoonlijke bagage. Als dusdanig kan worden aangemerkt het meevoeren van de goederen in een valies of een reistas, in de koffer, binnenruimte of bagagedrager van autovoertuigen, in een pleziervaartuig of een jacht, in een sportvliegtuig of elk ander vervoermiddel.

Voorwaarden betreffende de goederen

85. De vrijstelling van de BTW is slechts van toepassing op leveringen van goederen.

Ze is dus niet toepasselijk op diensten, inzonderheid op herstellings en onderhoudswerken en andere loonwerken aan goederen.

Daarenboven is de vrijstelling evenmin van toepassing ten aanzien van de levering van goederen bestemd voor de uitrusting of de bevoorrading van pleziervaartuigen en sportvliegtuigen of van andere vervoermiddelen voor privégebruik en die zich als zodanig aan boord van die vervoermiddelen bevinden bij de uitvoer ervan (zie §§ 265 t/m 267 van de Circulaire BTW). Daarentegen kan de ontheffing wel worden toegepast voor goederen, die kennelijk als uitrustingsvoorwerpen of als bevoorrading van de hier bedoelde vervoermiddelen kunnen dienen, doch die zich bij hun uitvoer niet als zodanig aan boord bevinden van deze vervoermiddelen.

86. De aankoop mag geen handels of beroepskarakter hebben. Als goederen, waaraan (in hoofde van de reiziger) elk handels of beroepskarakter vreemd is, worden aangemerkt de aankopen van goederen die voor de reiziger een incidenteel karakter dragen en uitsluitend bestemd zijn voor persoonlijk gebruik door de geadresseerde dan wel voor gebruik door leden van zijn gezin of bestemd om als geschenk te worden aangeboden, mits uit de aard of de hoeveelheid van de goederen geen commerciële of beroepsdoeleinden blijken.

87. In principe is geen enkel goed uitgesloten, van de toepassing van vrijstelling. De vrijstelling of de heffing van de BTW voor tabaksfabricaten is echter gekoppeld aan de vrijstelling of de heffing van de accijns (zie BTW Wetboek, art. 58, § 1). Omdat voor het reizigersverkeer bij uitvoer geen vrijstelling van accijns mogelijk is, (zie voetnoot 8 bij § 81), kan er voor in België verkochte tabaksfabricaten geen vrijstelling van de BTW worden verleend. Vrijstelling van de BTW kan echter wel worden verleend voor alle andere accijnsproducten, ondanks het feit dat voor die producten geen vrijstelling van accijns wordt toegestaan.

88. Voor zover er geen enkele twijfel bestaat over het feit dat de bij de uitvoer aangeboden goederen dezelfde zijn als deze welke werden aangekocht en waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd, mogen de betrokken goederen tussen het tijdstip van aankoop en het ogenblik van de uitvoer reeds gebruikt zijn door de reiziger (b.v. gedragen kleding of schoenen).

Vrijstellingsdrempel

Aankopen uitgevoerd in een andere lidstaat van de Unie

89. Overeenkomstig artikel 147, § 1, punt c van de Richtlijn 2006/112/EG is de vrijstelling van BTW algemeen toegelaten, wanneer de globale waarde van de aangekochte goederen BTW inbegrepen per factuur hoger is dan 175 EUR. De lidstaat is echter vrij om de vrijstellingsdrempel te verlagen (zoals het geval is in België)

Gezien het feit dat er geen geharmoniseerde vrijstellingsdrempel bestaat binnen de Unie, dient de Belgische douane van het uitgangskantoor de vrijstellingsdrempel niet te controleren voor de aankopen die zijn verricht door reizigers in de andere lidstaten. De Belgische douaneambtenaren moeten altijd voor deze aankopen, ongeacht de hoogte van het bedrag, de uitvoer vaststellen door hun visum aan te brengen op het verantwoordingsstuk, voor zover de andere voorwaarden zijn vervuld.

In België verrichte aankopen

90. De reizigers die hun woonplaats of hun gebruikelijke verblijfplaats buiten de Unie hebben, genieten vrijstelling van de BTW wanneer de globale waarde van de aangekochte goederen inclusief BTW per factuur meer bedraagt dan 50 EUR (9) (10). Dit betekent dat elke factuur afzonderlijk moet worden onderzocht en dat de facturen dus niet mogen worden geglobaliseerd, ongeacht of zij op éénzelfde of op verschillende dagen aan dezelfde reiziger werden uitgereikt.

Wanneer de globale waarde van de in België verrichte aankopen, BTW inbegrepen, per factuur, 50 EUR niet overschrijdt, is de Belgische BTW definitief verschuldigd. De verkoper moet de BTW aan de Schatkist afdragen en de reiziger heeft geen recht op de terugbetaling ervan; de douaneambtenaren mogen dergelijke facturen niet viseren voor uitvoer.

Bovendien wordt opgemerkt dat de verkoper niet verplicht is om op het tijdstip van de verkoop de BTW aan zijn klant aan te rekenen.

Zoals vermeld in § 87 wordt geen vrijstelling van de BTW verleend voor de aankoop in België van tabaksfabricaten. Voor het bepalen van voornoemde globale waarde mag dan ook geen rekening worden gehouden met de waarde van deze tabaksfabricaten.

Verantwoordingsstuk

91. Een factuur of een in de plaats daarvan komend bewijsstuk moet worden gebruikt als document voor het vervullen van de formaliteiten om de BTW vrijstelling te bekomen van in de Unie aangekochte goederen.

92. Voor aankopen die reizigers in België verrichten, heeft de Algemene Administratie van de Fiscaliteit (sector BTW), voor de terugbetaling van de BTW, verschillende modellen van ontheffingsborderellen erkend, die in de plaats van de factuur komen en aangeleverd worden door in BTW-terugbetaling gespecialiseerde ondernemingen, die door de AA Fiscaliteit zijn erkend.

Het gaat, onder meer, om:

- De N.V. “GLOBAL BLUE BELGIUM” (oude benamingen: “EUROPE TAX-FREE SHOPPING BELGIUM en GLOBAL REFUND BELGIUM”).

- De N.V. “PREMIER TAX FREE”.

- De BVBA “TAX FREE WORLDWIDE Belgium”.

- De BVBA “INNOVA TAXFREE BELGIUM”.

- De Nederlandse “FOUR RETAILERS INTERNATIONAL BV”.

De modellen van die ontheffingsdocumenten vindt u in bijlage D.

Voor alle duidelijkheid zal voor die documenten verder de algemene benaming “ontheffingsborderel” worden gebruikt.

93. Elk document werd ontworpen door een gespecialiseerde firma, die het document gebruikt om een bijzonder systeem van terugbetaling van BTW aan reizigers toe te passen (11). De betrokken firma mag deel uitmaken van een Europese groep, die dit systeem ook toepast voor aankopen in andere Lidstaten van de Unie.

Wanneer de Belgische verkoper is toegetreden tot een van deze specifieke systemen van terugbetaling van BTW kan hij met het akkoord van zijn klant een ontheffingsborderel opstellen die zoals het exemplaar van de bovengenoemde factuur wordt gebruikt als verantwoordingsstuk voor de formaliteiten betreffende vrijstelling.

De Belgische ontheffingsborderellen worden opgesteld door één van voornoemde firma’s die ze aan de aangesloten verkopers bezorgt met een erop voorgedrukt volgnummer.

In de praktijk betalen voornoemde firma’s via zelfstandige betaalagenten, na afhouding van een vergoeding die de werkingskosten van het terugbetalingssysteem (plus hun winst) dekt, de BTW terug aan de reiziger op voorlegging van een door de douane rechtmatig geviseerd ontheffingsborderel. Vervolgens zenden zij dit document naar de verkoper, als verantwoordingsstuk van de uitvoer en van de terugbetaling van de BTW aan de reiziger, en vorderen de voornoemde firma’s, van de verkoper de terugbetaling van de BTW die de verkoper aan de koper heeft aangerekend. Na ontvangst van dit document vraagt de verkoper de teruggave van de BTW aan de Schatkist volgens de geldende algemene regels.

Op de betrokken borderellen moeten minstens de volgende gegevens verplicht vermeld worden:

1. de naam, het adres en het BTW-nummer van de verkoper, zijn handtekening en de datum van transactie;

2. de gedateerde en door de koper ondertekende verklaring met zijn naam, zijn adres, zijn land van gebruikelijke verblijfplaats, het nummer van zijn identiteitskaart of het paspoort dat deze gegevens bevestigt, alsook het land van eindbestemming van de goederen;

3. per BTW tarief, de gebruikelijke benaming van de verkochte goederen, hun aantal en de prijs, inclusief belastingen (dit staat op het kasticket indien gehecht aan het borderel);

4. de totale prijs, inclusief belastingen, van de verkochte goederen;

5. het bedrag van de terug te betalen BTW.

94. De Algemene Administratie van de Fiscaliteit (sector BTW) heeft toegestaan dat de erkende verkopers het vak van het ontheffingsborderel met betrekking tot de verkochte goederen voortaan niet langer manueel moeten invullen, maar dat een kasticket (kasticketten) aan het borderel mag gehecht worden. Ze heeft ook toestemming verleend om de reizigerscheque te vervangen door een kasticket dat voldoet aan het model van GLOBAL REFUND.

95. Ongeacht welk ontheffingsdocument wordt gebruikt voor de terugbetaling van de BTW, de goederen moeten altijd samen met het ontheffingsborderel bij de douane worden aangeboden.

Uitvoertermijn

96. De goederen moeten, uiterlijk op het einde van de derde maand, volgend op de maand waarin de levering plaatsvond, worden uitgevoerd. Na deze periode mag de douane geen factuur of geen in de plaats daarvan komend verantwoordingsstuk meer viseren, ongeacht in welke lidstaat de aankoop werd verricht.

Voorbeeld:

- Levering aan de reiziger op 25 mei 2016

- Uitvoer door de reiziger op 30 augustus 2016: ontheffing is toegelaten

- Uitvoer door de reiziger op 1 september 2016: ontheffing geweigerd

Uitvoerformaliteiten

97. Binnen de in § 96 vastgestelde termijn dient de reiziger, gelijktijdig met de goederen die hij uitvoert, het exemplaar van de factuur of het in de plaats daarvan komend bewijsstuk aan de douane van het douanekantoor waar de goederen de Unie verlaten voor te leggen (12). De ontheffingsborderellen moeten door de verkoper en de koper worden gedagtekend en ondertekend.

98. Als er geen ontheffingsborderel wordt aangeboden, wordt het exemplaar van de factuur of het dienstdoende bewijsstuk door de douane, van het douanekantoor waarlangs de goederen de Unie verlaten, (kantoor van uitgang) geviseerd voor vaststelling van de uitvoer van de desbetreffende goederen.

Als de factuur wordt vergezeld van een ontheffingsborderel, mag de factuur NIET worden geviseerd door de douane voor de uitvoer van de hierin opgenomen goederen .

De douaneambtenaar vermeldt de datum van uitvoer evenals de identificatie van het gebruikte vervoermiddel, zijn naam en zijn graad. Hij brengt zijn handtekening en het kantoorstempel aan na te hebben nagegaan:

a) of de vertoonde goederen overeenstemmen met de omschrijving ervan op het te viseren document (zie ook §§ 91 en 93 laatste lid);

b) of voor de ontheffingsborderellen waaraan een kasticket is gehecht, de bijzondere voorwaarden waarvan sprake in § 95 werden nageleefd;

c) wanneer het aankopen in België betreft, of de globale waarde inclusief BTW per document meer bedraagt dan 50 EUR (zie §§ 90, 91 en 96);

d) of uit de overlegging van de reispas, de identiteitskaart of enig ander identiteitsbewijs blijkt dat de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de reiziger buiten de Unie is gelegen (zie §§ 82 en 84);

e) of het land van uiteindelijke bestemming van de goederen (in voorkomend geval vermeld op de factuur of op het ontheffingsborderel) een land buiten de Unie is;

f) of de uitvoer van de goederen geschiedt binnen de voorgeschreven termijn (zie § 96);

g) of, in voorkomend geval, de voorgeschreven bepalingen inzake uitvoervergunningen of andere beperkings en controlemaatregelen werden nageleefd (zie § 105).

99. Omdat op Unie vlak de toepassingsvoorwaarden niet zijn geharmoniseerd (vrijstellingsdrempel, welk document in een lidstaat is aanvaard als verantwoordingsstuk enz.), beperkt de Belgische douane zich bij het controleren van de in een andere lidstaat verrichte aankopen tot de controle van de gegevens die worden vermeld in § 98, a), b), d), e), f) en g). Indien aan de gestelde voorwaarden is voldaan, moet het voorgelegde document steeds voor uitvoer worden geviseerd. Het behoort aan de lidstaat van aankoop om de gegrondheid van het recht op de BTW vrijstelling te controleren.

100. Na het visum te hebben aangebracht, wordt het exemplaar van de factuur of het in de plaats daarvan komend bewijsstuk aan de betrokkene teruggegeven.

Indien in het vak “Omschrijving van de goederen” van het ontheffingsborderel de blanco gebleven regels niet door de verkoper of door de reiziger werden doorstreept, dient de douane dat te doen.

101. Indien de douane weigert het in § 88 bedoelde visum aan te brengen, wordt dit op de factuur of op het in de plaats daarvan komende bewijsstuk vermeld, samen met het motief van deze weigering. Tevens dient te worden vermeld welke bestemming aan de goederen werd gegeven.

Die vermeldingen worden geviseerd door de betrokken ambtenaar (kantoor, datum, naam, graad en handtekening) zonder dat evenwel het kantoorstempel wordt aangebracht.

Vervolgens worden de voorgelegde bescheiden aan de betrokkene teruggegeven.

102. Wanneer een reiziger zich bij de douane aanbiedt met de vraag een uitvoeraangifte te viseren voor goederen die hij in zijn persoonlijke bagage meevoert, moet de douane dit weigeren indien één van de volgende situaties zich daarbij voordoet:

- de globale waarde per factuur, BTW inbegrepen, is lager dan 50 EUR (zie § 90);

- de in § 96 bedoelde uitvoertermijn is verstreken;

- de reiziger is in de Unie gevestigd en de goederen hebben klaarblijkelijk geen handels of beroepskarakter.

103. Indien evenwel een uitvoeraangifte op naam van de in België gevestigde verkoper door een reiziger wordt overgelegd en de douane twijfelt of de uitgevoerde goederen in hoofde van de koper al dan niet een handels of beroepskarakter hebben, mag de douane ongeacht de waarde van de goederen die aangifte geldigmaken maar in dat geval wordt een inlichtingsbulletin 48 bis opgesteld (zie § 309 van de Circulaire BTW). In vak 7, letter b, van dat bulletin wordt vermeld : “Aangifte .......... (soort, nummer en datum) geldiggemaakt met het oog op de vrijstelling inzake BTW.”

104. De formaliteiten kunnen geschieden tijdens de dagen en uren van openstelling van de kantoren voor het goederenverkeer en voor het internationale reizigersverkeer.

105. Indien bij de uitvoer van de goederen een vergunning moet worden voorgelegd, wordt die vergunning aangezuiverd bij voorlegging van een exemplaar van de factuur of van het in de plaats daarvan komende bewijsstuk of van de reizigerscheque of het ontheffingsborderel. In dat geval dienen de formaliteiten echter te worden vervuld tijdens de dagen en uren van openstelling van de kantoren voor het goederenverkeer.

Hetzelfde geldt indien de betrokken goederen aan andere beperkings of controlemaatregelen zijn onderworpen.

106. Onder de in de Circulaire Gemeenschappen en Preferenties bepaalde voorwaarden en zonder overlegging van uitvoerdocumenten mag voor de betrokken goederen een certificaat van oorsprong worden geviseerd.

De formaliteiten kunnen dan alleen geschieden tijdens de dagen en uren van openstelling der kantoren voor het goederenverkeer.

Goederen uitgevoerd door bemanningsleden van zeeschepen in het internationaal verkeer

107. De verkoop in België van goederen in het vrije verkeer voor de eigen behoeften van bemanningsleden van zeeschepen in internationaal verkeer, die deze goederen uitvoeren, valt onder de toepassing van de artikelen 8 en 9 van het koninklijk besluit nr. 18 van 29 december 1992 met betrekking tot de vrijstellingen ten aanzien van de uitvoer van goederen en diensten naar een plaats buiten de Unie op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde.

De bemanningsleden genieten dus dezelfde “ontheffing” als de andere reizigers.

Ter zake geldt het bepaalde in de §§ 81 t/m 106.

Viseren van documenten voor reizigers die de Unie verlaten aan boord van luchtvaartuigen in het internationaal verkeer (13)

108. Aangezien voor de vrijstelling van de BTW moet worden aangetoond dat de goederen werkelijk de Unie verlaten, moet het visum van de douane op de factuur of op een in de plaats daarvan komend bewijsstuk of op de reizigerscheque of het ontheffingsborderel worden aangebracht op het douanekantoor van de luchthaven waar de goederen de Unie verlaten (kantoor van uitgang).

Ter zake wordt verwezen naar het bepaalde in artikel 49 DWU en de artikelen 2 (punt 3, 5 en 6) en 37 t/m 45 IA, verduidelijkt in de Circulaire Luchtvaart (D.I. 524.01).

Een onderscheid wordt gemaakt tussen «ruimbagage» en «cabinebagage».

Voor de goederen die zich bevinden in de ruimbagage wordt het visum, dat de uitvoer bevestigt, geplaatst door de douane van de luchthaven aan het vertrek, waar de ruimbagage wordt geregistreerd en aan boord gaat voor een bestemming naar een derde land. De bagage wordt voorzien van een etiket, waarvan de modellen en de kenmerken zijn opgenomen in bijlage F.

Voor de cabinebagage, wordt het visum, dat de uitvoer bevestigt, geplaatst door de douane van de laatste luchthaven binnen de Unie en waar de reizigers de Unie verlaten.

Voorbeelden:

Vlucht Brussel - New York zonder tussenlanding:

- Voor de ruim- en cabinebagage wordt het visum geplaatst door de douane van de luchthaven te Brussel.

Vlucht Rome - New York met tussenlanding te Brussel:

- Voor de ruimbagage wordt het visum geplaatst door de douane van de luchthaven te Rome;

- Voor de cabinebagage wordt het visum geplaatst door de douane van de luchthaven te Brussel

Vlucht Brussel - New York met tussenlanding te Parijs:

- Voor de ruimbagage wordt het visum geplaatst door de douane van de luchthaven te Brussel;

- Voor de cabinebagage wordt het visum geplaatst door de douane van de luchthaven te Parijs.

Viseren van de documenten a posteriori

109. Het kan voorkomen dat facturen of in de plaats komende bewijsstukken of reizigerscheques of het ontheffingsborderel van reizigers, die goederen uitvoeren naar een derde land, niet kunnen worden geviseerd (bijvoorbeeld omwille van de afwezigheid van de douane).

Indien aanvragen voor het a posteriori viseren van facturen of van in de plaats komende bewijsstukken of van reizigerscheques bij de douanediensten toekomen, moeten deze langs hiërarchische weg en eventueel vergezeld van een omstandig verslag aan de Centrale Administratie worden gezonden.

In geen geval mogen de desbetreffende documenten a posteriori worden geviseerd zonder voorafgaand akkoord van de Centrale Administratie.

 

Titel V - Controle en visitatie van de bagage van reizigers

110. Bij de uitvoer wordt de bagage van reizigers in principe niet gecontroleerd of gevisiteerd, behalve bij verdenking van fraude of risico op terrorisme.

Bij de invoer moet de controle steekproefsgewijze en soepel gebeuren. De administratie Operations (TCV) zal de nodige richtlijnen geven aan het personeel.

111. Het is vanzelfsprekend dat tot een verificatie moet worden overgegaan zodra enige formaliteit moeten worden vervuld, bijvoorbeeld; het afgeven of zuiveren van documenten Benelux 1, het innen van belastingen, het viseren van aankoopfacturen of andere bescheiden met het oog op belastingontheffing, alsook indien bijzondere omstandigheden een verificatie rechtvaardigen.

112. Er wordt aan herinnerd dat, zowel bij het binnenkomen als bij het buitengaan, de douane de identiteit van de motorvoertuigen en van de aanhangwagens of de caravans niet systematisch controleert. Niettemin moeten in verdachte omstandigheden of wanneer bijzondere omstandigheden het rechtvaardigen, de ambtenaren overgaan tot een dergelijke identificatie; daarvoor laten ze zich de vereiste bewijsstukken voorleggen, zoals het inschrijvingsbewijs of verkeersdocumenten.

Wat de voertuigen betreft die tijdelijk in het land toegelaten zijn onder dekking van een douanedocument met beperkte geldigheidsduur, is de identificatie nodig bij controle van het rechtmatig gebruik of wanneer het document wordt voorgelegd ter aanzuivering bij het buitengaan.

113. Aangezien de vrijstellingen voor goederen welke ingevoerd worden in het kader van het internationaal reizigersverkeer individueel worden verleend, is het voor de douane onontbeerlijk de eigenaar van deze goederen te kennen.

De reizigers in de autobus moeten derhalve, ofwel de goederen bij zich hebben, ofwel, indien deze goederen in de bagageruimte van het voertuig worden gedeponeerd, alle maatregelen treffen om de douane toe te laten, zonder enige discussie, iedere eigenaar te identificeren. Dit kan bijvoorbeeld door de goederen op te bergen in een gesloten valies, zak of pak waarop de naam van de eigenaar wordt vermeld.

Onbegeleide bagage, die zonder de reiziger vooraf of achteraf wordt vervoerd (bijvoorbeeld ten gevolge van plaatsgebrek in de bagageruimte of door een fout bij een transfert), valt onder de verantwoordelijkheid van de vervoersmaatschappij totdat de reiziger de bagage terug in bezit neemt.

114. De vrijstelling is geen recht maar een gunst, enkel verkregen op vraag van de reiziger; stilzwijgend (door gebruik van het groene kanaal) of mondeling (verklaring “niets aan te geven”).

De reiziger die de rechten wil betalen kan hier altijd voor kiezen, zelfs als hij voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling.

De niet-aangifte aan de douane bij invoer betekent niet de automatische toekenning van de vrijstelling. Het bekomen van de vrijstelling vereist altijd een aangifte volgens de artikelen 138 t/m 141 DA

De raadpleging van de circulaire D.C. 60.500, D.I. 805.0, van 20 november 1981 “Visitatie van reisgoed en vervoermiddelen - Opsporing van de fraude 1981” is nuttig voor onderhavige circulaire. De werkfiches van Operations (TCV) over controle van bagage en voertuigen zijn ook nuttige werkinstrumenten.

 

Intrekkingen

De Circulaire Bagage 1990 wordt opgeheven en vervangen door deze circulaire.

 

Inwerkingtreding

Deze circulaire is van kracht vanaf 1 juli 2017.

 

Omdeling

De Regiomanagers bezorgen deze circulaire:

a) een exemplaar aan alle personeelsleden;

b) voor de collectie van de diensten.

 

Voor de Administrateur-generaal van de Douane en Accijnzen,

Adviseur-generaal dd.

Joëlle Delvaux

 


Bijlagen

 

Bijlage A - Verklaring 155

Zie formulier

 

Bijlage B - Attest 80

Zie formulier

 

Bijlage C - Douaneverklaring

Zie formulier

 

Bijlage D - Ontheffingsborderel - Reizigerscheque

Zie formulieren

 

Bijlage E - Uittreksel uit het koninklijk besluit nr. 1, van 29 december 1992, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde

(zie de verwijzing bij § 83 van onderhavige circulaire)

Artikel 5. § 1. De factuur en het in artikel 2 bedoeld stuk dienen te vermelden:

1° de datum waarop ze worden uitgereikt en een opeenvolgend nummer, volgens één of meer reeksen, dat deze stukken op eenduidige wijze identificeert, waaronder ze worden ingeschreven in het boek voor uitgaande facturen van de leverancier of de dienstverrichter;

2° de naam of de maatschappelijke benaming van de leverancier van de goederen of van de dienstverrichter, het adres van zijn administratieve of maatschappelijke zetel, en zijn in artikel 50 van het Wetboek bedoeld BTW identificatienummer;

2° bis. Wanneer de schuldenaar de leverancier van de goederen of de dienstverrichter is die niet in België is gevestigd en:

a) hij heeft hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen overeenkomstig artikel 55, § 1 of § 2, van het Wetboek, de identiteit en het adres van de aansprakelijke vertegenwoordiger en de aanduiding van zijn hoedanigheid;

b) hij wordt vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon overeenkomstig artikel 55, § 3, van het Wetboek, de identiteit, het adres en het BTW identificatienummer toegekend aan die persoon en de aanduiding van zijn hoedanigheid;

3° de naam of de maatschappelijke benaming, het adres en het in artikel 50 van het Wetboek bedoeld BTW identificatienummer van de medecontractant of, wanneer het in artikel 39 bis, eerste lid, 4°, van het Wetboek bedoelde leveringen betreft, de naam of de maatschappelijke benaming, het adres en het BTW identificatienummer dat in de lidstaat van bestemming van de goederen aan de belastingplichtige is toegekend;

3° bis. Wanneer de schuldenaar de medecontractant is die niet in België is gevestigd en:

a) hij heeft hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen overeenkomstig artikel 55, § 1 of § 2, van het Wetboek, de identiteit en het adres van de aansprakelijke vertegenwoordiger en de aanduiding van zijn hoedanigheid;

b) hij wordt vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon overeenkomstig artikel 55, § 3, van het Wetboek, de identiteit, het adres en het BTW identificatienummer toegekend aan die persoon en de aanduiding van zijn hoedanigheid;

4° a) voor de handelingen bedoeld in artikel 21, § 3, 2°, b, 3° bis, 3° ter, 4° bis, 4° ter en 8°, van het Wetboek, het nummer waaronder de ontvanger voor BTW doeleinden is geÏdentificeerd en waaronder hem de dienst werd verstrekt;

b) voor de handelingen bedoeld in artikel 39 bis, eerste lid, 1°, van het Wetboek, het nummer waaronder de ontvanger in een andere lidstaat voor BTW doeleinden is geïdentificeerd;

c) in geval van toepassing van het bepaalde in artikel 25 ter, § 1, tweede lid, 3°, van het Wetboek, een verwijzing nar de toepassing van die bepaling, het nummer waaronder de belastingplichtige voor BTW doeleinden in een andere lidstaat is geïdentificeerd en waaronder hij de intracommunautaire verwerving en de daarop aansluitende levering van goederen verricht heeft, en het nummer waaronder de bestemmeling van de levering voor BTW doeleinden is geïdentificeerd overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Wetboek;

5° de datum waarop het belastbaar feit van de levering van de goederen of de dienstverrichting heeft plaatsgevonden of de datum van de incassering van de prijs of een deel ervan, voorzover die datum vastgesteld is en verschilt van de uitreikingsdatum van de factuur;

6° de gegevens die nodig zijn om de handeling te bepalen en om het tarief van de verschuldigde belasting vast te stellen, inzonderheid de gebruikelijke benaming van de geleverde goederen en van de verstrekte diensten en hun hoeveelheid alsook het voorwerp van de diensten;

7° de in artikel 8 bis, § 2, van het Wetboek bedoelde gegevens voor de leveringen van nieuwe vervoermiddelen, evenals het merk, het model, het jaartal, de cilinderinhoud, de motorsterkte, het carrosseriemodel en het chassisnummer in geval van levering van nieuwe of tweedehandse personenauto’s of auto’s voor dubbel gebruik en, wanneer het gaat om tweedehandse personenauto’s en tweedehandse auto’s voor dubbel gebruik, de datum waarop zij voor het eerst in het verkeer werden gebracht en, voor de werken, het wassen uitgezonderd, verricht aan motorvoertuigen, de vermelding van de nummerplaat van het voertuig;

8° voor elk tarief of elk vrijstelling, de maatstaf van heffing, de eenheidsprijs exclusief belasting, evenals de eventuele vooruitbetalingskortingen, prijskortingen en -rabatten indien deze niet in de eenheidsprijs zijn begrepen;

9° de vermelding van de tarieven van de verschuldigde belasting en het totaalbedrag van de verschuldigde belasting. Het totaalbedrag van de verschuldigde belasting dient te worden uitgedrukt in de nationale munteenheid van de lidstaat waar de goederen worden geleverd of de diensten worden verricht. Wanneer de belasting overeenkomstig artikel 51, § 2, 1°, 2° en 5°, van het Wetboek verschuldigd is door de medecontractant, moet de vermelding “Belasting te voldoen door de medecontractant - BTW Wetboek, artikel 51, § 2” of de verwijzing naar de betreffende bepaling van de richtlijn of naar de overeenkomstige nationale bepaling worden aangebracht in de plaats van de vermelding van de tarieven en van het totaalbedrag van de verschuldigde belasting;

9° bis. (Opgeheven);

10° 10° de vermelding van de betreffende bepaling van de richtlijn of van de overeenkomstige nationale bepaling krachtens dewelke de handeling van de belasting is vrijgesteld of krachtens dewelke de belasting niet in rekening wordt gebracht, of een gelijkwaardige vermelding;

11° een verwijzing naar het vroeger uitgereikte stuk of stukken indien voor dezelfde handeling meerdere facturen of stukken worden opgesteld. De factuur mag de medecontractant niet debiteren voor een bedrag als belasting waarvoor hij reeds eerder werd gedebiteerd;

12° alle andere vermeldingen die worden voorgeschreven ter uitvoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde of van de uitvoeringsbesluiten ervan.

§ 2. Het in artikel 3 bedoelde stuk bevat de volgende vermeldingen:

1° een opeenvolgend nummer, volgens één of meer reeksen, dat het stuk op eenduidige wijze identificeert, waaronder het is ingeschreven in het boek voor uitgaande facturen;

2° de naam of de maatschappelijke benaming van de belastingplichtige, het adres van zijn administratieve of maatschappelijke zetel en het in artikel 50 van het Wetboek bedoelde BTW identificatienummer;

3° de datum van de handeling;

4° de in § 1, 6° en 7°, bedoelde gegevens;

5° per tarief, de vermelding van de maatstaf van heffing en het totaalbedrag van de verschuldigde belasting.

§ 3. Bij een reeks facturen die lang elektronische weg naar dezelfde medecontractant worden verzonden, hoeven de voor de verschillende facturen gelijke vermeldingen slechts één keer te worden opgenomen, voor zover voor elke factuur alle informatie toegankelijk is.

 

Bijlage F - Etiket ruimbagage

Etiket dat op de in een EU-luchthaven ingecheckte ruimbagage moet worden aangebracht (artikel 44)

1. Kenmerken

Het in artikel 44 bedoelde etiket dient zodanig te zijn ontworpen dat hergebruik wordt uitgesloten.

a) Op het etiket moet tenminste één groene streep van minimaal 5 mm breedte worden aangebracht aan beide lange zijden ervan, ter hoogte van de gedeelten die betrekking hebben op de bestemming en de inhoud van de verpakking. Deze groene strepen kunnen bovendien doorlopen naar andere gedeelten van het bagage-etiket, met uitzondering van de gedeelten voor de streepjescodes die een witte ondergrond moeten hebben (zie voorbeelden in punt 2, onder a)).

b) In het geval van „niet-begeleide bagage” heeft het etiket groene in plaats van rode stippellijnen langs de randen (zie voorbeeld in punt 2, onder b)).

2. Modellen

Zie etiketten

 


(1) Zie ook de Circulaire Eenmaking van het Benelux douanegebied.

(2) Zie ook de Circulaire Eenmaking van het Benelux douanegebied.

(3) Dit betekent dat een boete verschuldigd is van 125 EUR inzake douane bij toepassing van artikel 257, § 1 van de algemene wet inzake douane en accijnzen en een boete van 50 EUR inzake BTW bij toepassing van artikel 70, § 4 van het BTW Wetboek.

(4) Artikel 41 van de Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen, zie § 59 van deze circulaire.

(5) Het gaat om goederen in het vrije verkeer aangaande de douanerechten bij invoer.

(6) Het gaat om goederen in het vrije verkeer vanuit het oogpunt van de douanerechten bij invoer.

(7) De BTW wetgeving spreekt vandaag nog altijd over de Europese Gemeenschap. Teneinde de uniformiteit, gebruiken we in deze circulaire van de douane overal de term “Unie”

(8) In het kader van deze procedure wordt geen vrijstelling van accijnzen verleend.

(9) In deze titel IV, verstaat men onder “factuur” of “factuur of het dienstdoende document”, in België; de “reizigerscheque” of de “ontheffingsborderel” (zie §§ 95 en volgende).

(10) De drempel van 125 EUR geldt voor aankopen gedaan vóór 17 juli 2016;

De drempel van 50 EUR geldt voor aankopen gedaan tussen 17 juli 2016 en 31 augustus 2017;

De drempel die vanaf 1 september 2017 geldt, zal in een nieuw koninklijk besluit worden vastgelegd.

» M1 De drempel van 50 EUR blijft geldig, per administratieve maatregel, in afwachting van de publicatie van het koninklijk besluit dat de drempel bedoeld in artikel 8, 2° van het koninklijk besluit nr. 18 vastlegt.

(11) Deze bijzondere systemen van terugbetaling van BTW aan reizigers werden door de Administratie van de Fiscaliteit (sector BTW) erkend. Vergunningen daartoe werden aan de beherende vennootschappen van deze systemen verleend zijnde de “N.V. GLOBAL BLUE BELGIUM” (oude benamingen: “EUROPE TAX-FREE SHOPPING BELGIUM en GLOBAL REFUND BELGIUM” (beslissingen ET 62.087 van 28 november 1989 en 11 september 1990), de “N.V. PREMIER TAX FREE” (de beslissingen ET 93.234 van 17 oktober 2007 en 31 maart 2015), de “BVBA TAX FREE WORLDWIDE Belgium” en de “BV FOUR RETAILERS INTERNATIONAL BV” (beslissing ET 122.209 van 14 augustus 2013) en de BVBA “INNOVA TAXFREE BELGIUM” (beslissing ET 127.132 van 31 maart 2015).

(12) De vermeldingen welke volgens de BTW reglementering voor de in België verrichte aankopen op een factuur dienen voor te komen, zijn ter inlichting opgenomen in Bijlage F van deze circulaire. Als een in de plaats van de factuur komend bewijsstuk wordt onder andere aangemerkt, het op grond van artikel 6, § 2 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, door een notaris of gerechtsdeurwaarder op basis van een proces-verbaal van toewijzing opgesteld stuk dat aan de koper wordt uitgereikt bij openbare verkoop van roerende goederen van een gefailleerde belastingplichtige. Het ontheffingsborderel vervangt in principe de factuur (zie de verwijzing bij § 95). Indien een ontheffingsborderel samengaat met een factuur, mag die factuur door de douane NIET worden geviseerd voor uitvoer van de erop vermelde goederen.

(13) Het bepaalde in § 107 geldt ook voor conducteurs van internationale treinen, voor internationale vervoerders en voor bemanningsleden van vliegtuigen.