FAQ vrijstellingsregeling van belasting kleine ondernemingen

Geschreven door Lexalert
Foto: Colin Campbell  

De FOD FInanciën publiceerde op 26 april 2017 een FAQ over de vrijstellingsregeling van belasting voor kleine ondernemingen op www.fisconet.be. 

1. Waaruit bestaat de vrijstellinsregeling van belasting? 

De vrijstellingsregeling van belasting kan worden toegepast door de kleine ondernemingen die leveringen van goederen of dienstverrichtingen doen die bedoeld zijn in het Btw-Wetboek.

Deze regeling ontheft hen voor een groot gedeelte van de fiscale verplichtingen welke normaal aan btw-belastingplichtigen worden opgelegd.

Zo moeten de kleine ondernemingen die van de vrijstellingsregeling genieten geen periodieke btw-aangiften indienen.

Zij mogen ook geen btw in rekening brengen aan hun klanten voor de handelingen die ze verrichten (levering van goederen of dienstverrichtingen) en zij moeten derhalve geen btw storten aan de Schatkist.

Daartegenover mogen zij in geen enkel geval de btw in aftrek brengen welke zij als voorbelasting aan hun leveranciers hebben betaald.

Zij ontvangen een btw-identificatienummer dat wordt voorafgegaan door de letters BE.

2. Welke belastingplichtingen kunnen van de vrijstellingsregeling van de belasting genieten? 

De   kleine   ondernemingen,   die   btw-belastingplichtigen   zijn,   kunnen   genieten   van   de vrijstellingsregeling van belasting op voorwaarde dat:

  • ze handelingen verrichten (leveringen van goederen of diensten) die onder de toepassingssfeer vallen van de vrijstellingsregeling van belasting (zie vraag 3)
  • hun jaarlijks omzetcijfer niet meer bedraagt dan 25.000 euro (zie vraag 4).

Deze kleine ondernemingen kunnen om het even welke juridische vorm hebben:

  • natuurlijk persoon
  • personenvennootschap
  • kapitaalvennootschap
  • vereniging
  • openbare instelling
  • ...

Kunnen geen gebruik maken van de vrijstellingsregeling voor het geheel van hun activiteit: 

  • de btw-eenheden in de zin van artikel 4, § 2, van het Btw-Wetboek
  • de ondernemingen die, op niet incidentele wijze, handelingen verrichten bestaande uit werk in onroerende staat (in de zin van artikel 19, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek) en ermee gelijkgestelde handelingen (zoals beschreven in artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde)
  • de exploitanten van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt alsmede de traiteurs die regelmatig cateringdiensten verrichten en die gehouden zijn aan hun klant een kasticket uit te reiken dat afkomstig is van een geregistreerd kassasysteem
  • de ondernemingen die, op niet incidentele wijze, leveringen verrichten van oude materialen, van oude materialen ongeschikt voor hergebruik in dezelfde staat, van industrieel en niet-industrieel afval, van afval voor hergebruik, van gedeeltelijk verwerkt afval en van schroot

3. Welke zijn de handelingen die onder de toepassingsfeer van de vrijstellingsregeling van belasting vallen? 

In principe kan de rechthebbende van deze regeling alle handelingen verrichten welke zijn bedoeld in het Btw-Wetboek, behalve deze die uitdrukkelijk uit de toepassingssfeer van de reglementering gesloten worden.

Handelingen uitgesloten van de vrijstellingsregeling van belasting :

  • de overdrachten onder bezwarende titel door toevallige belastingplichtigen van nieuwe gebouwen opgericht of verkregen met toepassing van de btw
  • de  vestigingen,  de  overdrachten  of  wederoverdrachten  door  toevallige belastingplichtigen van zakelijke rechten, andere dan het eigendomsrecht, op onroerende goederen in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, van het Btw- Wetboek
  • de  toevallig  verrichte  leveringen  onder  bezwarende  titel  van  nieuwe vervoermiddelen naar een andere EU-lidstaat
  • de leveringen door een visser van zijn vangst in de gemeentelijke vismijnen van de aanvoerhavens
  • de leveringen van tabaksfabrikaten (sigaretten, roltabak, enz.)
  • de handelingen waarvoor de belasting opeisbaar is in België en welke verricht worden door belastingplichtigen die niet hier te lande zijn gevestigd
    De handelingen verricht op verborgen wijze mogen in geen geval worden opgenomen onder de vrijstellingsregeling. Hier worden beoogd :
    • de  niet  aangegeven  handelingen  :  het  ingevolge  een  controle vastgesteld bijkomend omzetcijfer is dus uitgesloten van de vrijstellingsregeling en is aan de belasting onderworpen
    • de ongeoorloofde handelingen : deze zijn bij wet verboden of in strijd met de goede zeden of de openbare orde
Volg op 23 juni 2017 van 12 uur tot 14 uur het online seminar Anti-misbruikbepalingen inzake holdingstructuren – DBI-aftrek met Steven VANDEN BERGHE

4. Hoe wordt het jaarlijks omzetcijfer bepaald? 

Dit omzetcijfer is sedert 1 januari 2016 beperkt tot 25.000 euro per kalenderjaar.

Het wordt gevormd door het bedrag, exclusief btw,

  • van de handelingen die aan de belasting zouden onderworpen worden indien ze verricht werden door een belastingplichtige onderworpen aan de normale of aan de forfaitaire regeling
  • van de hiernavolgende door het Wetboek vrijgestelde handelingen :
  • handelingen vrijgesteld wegens uitvoer, de intracommunautaire leveringen, … (art. 39 tot 42)
  • de handelingen met betrekking tot onroerende goederen (art. 44, § 3, 1° en 2°), tenzij die handelingen bijkomstig zijn
    • de financiële handelingen (art. 44, § 3, 5° tot 11°), tenzij die handelingen bijkomstig zijn
    • de handelingen van verzekering en herverzekering (art. 44, § 3, 4°), tenzij die handelingen bijkomstig zijn

Er wordt geen rekening gehouden met :

  • de overdracht van bedrijfsmiddelen
  • de handelingen die uitgesloten zijn van de vrijstellingsregeling van belasting (zie vraag 3)
  • de handelingen verricht door landbouwondernemers onderworpen aan de bijzondere regeling bedoeld in artikel 57
  • de andere door het Btw-Wetboek vrijgestelde handelingen dan de hiervoor vermelde, nl. de handelingen die worden vrijgesteld krachtens artikel 44, §§ 1 en 2 van het Btw-Wetboek (handelingen verricht door geneesheren, rusthuizen, scholen, …), krachtens artikel 44, § 3, 3° (de door de auteur of toondichter gesloten contracten voor uitgave van letterkundige werken of van kunstwerken), krachtens artikel 44, § 3, 12° (leveringen tegen de nominale waarde van postzegels, …)
  • de handelingen die plaatsvinden in het buitenland

Wat in geval de activiteit in gemeenschap wordt uitgeoefend ?

Wanneer verscheidene personen in onverdeeldheid of in vereniging een beroepswerkzaamheid uitoefenen, dient er rekening te worden gehouden met het jaarlijks totaalbedrag van de omzetcijfers die ze gezamenlijk realiseren.

Wanneer daarentegen echtgenoten een onderscheiden beroepswerkzaamheid uitoefenen, wordt afzonderlijk rekening gehouden met de werkzaamheid van ieder van de echtgenoten, ongeacht hun huwelijksvoorwaarden.

Wat in geval het gaat om een nieuwe onderneming ?

De nieuwe onderneming moet het omzetcijfer ramen dat ze in de loop van het jaar van oprichting verwacht te realiseren.

Wanneer haar activiteit aanvangt in de loop van een kalenderjaar moet de vrijstellingsdrempel verminderd worden naar rato van het aantal verstreken kalenderdagen te rekenen vanaf 1 januari

van het betreffende kalenderjaar tot de datum van aanvang van haar activiteit.

5. Hoe kan een onderneming genieten van de vrijstellingsregeling van belasting? 

Hier kunnen zich twee gevallen voordoen:

1. Reeds bestaande ondernemingen.

1. Vanaf 1 juli van elk jaar

De onderneming die tijdens het verstreken kalenderjaar een omzet heeft gerealiseerd die het bedrag van 25.000 euro, exclusief btw, niet overschrijdt, en die handelingen verricht andere dan deze welke uitdrukkelijk zijn uitgesloten, kan onderworpen worden aan de vrijstellingsregeling van belasting vanaf 1 juli van het volgende jaar.

Ze is echter niet verplicht om over te gaan naar de vrijstellingsregeling, ze kan de belastingregeling waaronder ze valt echter ook behouden (normale regeling van de belasting of forfaitaire regeling).

Wanneer ze wenst te genieten van de vrijstellingsregeling moet ze dit vóór 1 juni meedelen aan het voor haar bevoegde Team Beheer KMO.

2. Vanaf 1 januari van elk jaar

Indien zij aan alle voorwaarden voldoet om ervan te kunnen genieten, mag de  onderneming in de loop van het laatste kwartaal maar vóór 15 december van het lopend jaar de overgang naar de vrijstellingsregeling vragen met ingang vanaf 1 januari van het volgend jaar.

2. Nieuwe ondernemingen.

Om van de vrijstellingsregeling van belasting te kunnen genieten moet de nieuwe onderneming het omzetcijfer ramen dat ze in de loop van het jaar van oprichting verwacht te realiseren.

Bij de indiening van de aangifte van aanvang van werkzaamheid (doc. nr. 604 A) wordt dit bedrag vergeleken met 25.000 euro, eventueel verminderd naar rato van de exploitatietermijn die loopt tussen het tijdstip waarop de werkzaamheid een aanvang nam en het einde van het kalenderjaar.

6. Kan de kleine onderneming, onderworpend aan de vrijstellingsregeling van belasting, opteren voor een andere belastingregeling? 

Ja, de kleine onderneming die onderworpen is aan de vrijstellingsregeling van belasting kan opteren voor de normale of forfaitaire belastingregeling, zelfs indien ze een omzetcijfer realiseert dat 25.000 euro niet overtreft.

De optie heeft uitwerking te rekenen vanaf het verstrijken van de maand na die waarin de kleine onderneming bij een ter post aangetekende brief, haar aanvraag om wijziging heeft verzonden aan het bevoegde Team Beheer KMO.

In dit geval zal de kleine onderneming niet opnieuw kunnen overgaan naar de vrijstellingsregeling van belasting vóór 1 januari van het derde jaar na dat waarin de optie uitwerking heeft gehad. De optie om opnieuw over te gaan naar de vrijstellingsregeling moet vóór 1 december bij een ter post aangetekende brief worden betekend aan het hoofd van het bevoegde Team Beheer KMO.

7. Is de wijziging van regeling mogelijk in andere gevallen? 

Ja, de wijziging van regeling kan zich ook voordoen in geval van stijging of daling van het door de belastingplichtige gerealiseerde omzetcijfer.

1. Overgang van de vrijstellingsregeling van belasting naar de normale regeling of de forfaitaire regeling.

Indien, ten gevolge van de stijging van zijn omzetcijfer, de belastingplichtige die geniet van de vrijstellingsregeling het omzetplafond van 25.000 euro overschrijdt, dient hij het bevoegde Team Beheer KMO daarvan in kennis te stellen bij ter post aangetekende brief.

Hij wordt onderworpen aan de normale regeling van de belasting. Hij kan in voorkomend geval ook opteren voor de forfaitaire regeling.

Evenwel, zo de overschrijding van het omzetplafond uitzonderlijk is, behoudt hij ingevolge een administratieve toegeving het voordeel van de vrijstelling wanneer het bedrag van het omzetcijfer, in de loop van een kalenderjaar, niet hoger is dan 27.500 euro (bedrag van het maximaal omzetcijfer, verhoogd met 10%). Deze toegeving is enkel mogelijk indien de overschrijding van de drempel maximum 10% bedraagt en uitzonderlijk is.

Dit geval uitgezonderd zal de belastingplichtige onderworpen zijn aan de normale regeling of, eventueel, aan de forfaitaire regeling, vanaf de eerste handeling, waarvoor het omzetplafond van 25.000 euro werd overschreden. De belastingregeling van de belastingplichtige zal dus zo spoedig als mogelijk dienen te worden gewijzigd en een regularisatie zal dienen te worden uitgevoerd vanaf de eerste handeling waarbij de drempel wordt overschreden. Deze handeling zal in haar geheel dienen te worden belast.

De belastingplichtige die nagelaten heeft de administratie in kennis te stellen van de belastingregeling waarvoor hij wenst te opteren zal aan de normale regeling van de belasting worden onderworpen.

2. Overgang van de normale regeling of van de forfaitaire regeling naar de vrijstellingsregeling van belasting.

Indien de jaaromzet van een belastingplichtige die onderworpen is aan de normale of forfaitaire belastingregeling tijdens het verstreken kalenderjaar het omzetplafond van 25.000 euro niet meer overschrijdt, kan deze belastingplichtige genieten van de vrijstellingsregeling vanaf 1 juli van het volgend jaar voor zover de handelingen die hij verricht niet zijn uitgesloten uit de toepassingssfeer van de vrijstellingsregeling.

Hij zal hiervoor door de administratie ten gepaste tijde gecontacteerd worden. Indien hij dat wenst kan hij onderworpen blijven aan de normale of forfaitaire regeling.

De belastingplichtige die reeds vanaf 1 januari van het volgend jaar wenst te genieten van de vrijstellingsregeling van belasting kan te dien einde een aanvraag indienen vóór 15 december van het lopend jaar. Dit mag hij wanneer zijn exploitatievooruitzichten laten vermoeden dat zijn omzetcijfer (omzet gerealiseerd tijdens de eerste drie kwartalen van het lopend jaar, alsmede een raming van de omzet van het vierde kwartaal) na afloop van het kalenderjaar niet hoger zal zijn dan 25.000 euro.

8. Brengt de wijziging van belastingregeling gevolgen met zich mee? 

De wijziging van belastingregeling impliceert belangrijke gevolgen, naargelang de belastingplichtige van de vrijstellingsregeling van belasting overgaat naar een regeling met betaling van de belasting of, omgekeerd, van de normale of forfaitaire regeling naar de vrijstellingsregeling.

1. Welke gevolgen brengt de overgang van de vrijstellingsregeling van belasting naar een regeling met betaling van de belasting (normale of forfaitaire regeling) met zich mee?

Het kan nodig zijn, ten gevolge van deze wijziging van regeling, over te gaan tot  een teruggaaf van belasting in het voordeel van de belastingplichtige die, voordien, genoot van de vrijstellingsregeling. In dat geval, zal laatstgenoemde, met inachtneming van de bestaande beperkingen :

  • de btw kunnen aftrekken geheven van de andere goederen dan bedrijfsmiddelen, die zich nog in voorraad bevinden op het tijdstip van de wijziging in de belastingregeling en van de diensten die op die datum nog niet werden gebruikt
  • voor de nog bruikbare bedrijfsmiddelen, waarvoor de voor herziening vatbare periode nog niet is verlopen (5 jaar of 15 jaar afhankelijk van de aard van het goed) een regularisatie in zijn voordeel bekomen naar verhouding van het aantal resterende jaren van deze periode

De teruggaaf zal evenwel slechts plaatsvinden indien de belastingplichtige bij het bevoegde Team Beheer KMO binnen drie maanden vanaf de wijziging van belastingregeling, twee exemplaren van de gedetailleerde inventaris van de voorraad en een staat van de bedrijfsmiddelen indient.

Deze stukken dienen op een gedetailleerde wijze te vermelden :

  • de goederen en diensten die in aanmerking worden genomen voor het  berekenen van de voor teruggaaf vatbare belasting
  • de datum waarop die goederen werden geleverd en die diensten werden verstrekt aan de belastingplichtige en het nummer van de aankoopfactuur of van het invoerdocument
  • de maatstaf van heffing waarover ze met de btw werden belast
  • het terug te geven bedrag van de belasting

Het recht op teruggaaf wordt uitgeoefend bij het indienen van de aangifte met betrekking tot de handelingen van de laatste maand van het kalenderkwartaal na dat waarin de bedoelde stukken bij het bevoegde Team Beheer KMO werden ingediend.

2. Welk gevolg brengt de overgang van de forfaitaire regeling of normale regeling naar de vrijstellingsregeling van belasting met zich mee ?

Bij  overgang  naar  de  vrijstellingsregeling  dient  de  belastingplichtige  over  te  gaan  tot een herziening van de aftrek (verricht in het kader van de regeling met betaling van de belasting) van de belasting geheven:

  • van de andere goederen dan bedrijfsmiddelen, die nog niet werden vervreemd en van de diensten die nog niet werden gebruikt op het tijdstip van de wijziging van belastingregeling
  • van de voor herziening vatbare en nog bruikbare bedrijfsmiddelen die op dat tijdstip bestaan (de herziening gebeurt naar verhouding van het aantal resterende jaren van de herzieningsperiode, 5 jaar of 15 jaar)

Het bedrag van de terug te storten belasting wordt bepaald op basis van een inventaris van de voorraad op het tijdstip van de wijziging van belastingregeling en van een staat van de op dat tijdstip nog bruikbare bedrijfsmiddelen.

De kleine onderneming dient binnen de maand vanaf de wijziging van belastingregeling twee exemplaren van deze documenten aan het bevoegde Team Beheer KMO te overhandigen waarop volgende vermeldingen voorkomen:

  • de goederen en de diensten die voor herziening vatbaar zijn
  • de datum waarop die goederen werden geleverd en die diensten werden verstrekt aan de belastingplichtige, evenals het nummer van de aankoopfactuur of van het invoerdocument
  • de maatstaf van heffing
  • het bedrag van de terug te storten belasting

Opmerking : Kleine onderneming onderworpen aan de forfaitaire belastingregeling beoogd in artikel 56 van het Btw-Wetboek

Gegeven het feit dat de goederen onderworpen zijn geweest aan een vervroegde belastingheffing, zal de terugbetaling van de oorspronkelijk in aftrek gebrachte belasting gedeeltelijk worden gecompenseerd door de terugbetaling van de forfaitaire last.

Er dient dan rekening te worden gehouden met het feit dat de belastingplichtige al dan niet een jaarlijkse inventaris van zijn voorraad heeft opgemaakt.

De belastingplichtige gaat over tot de herziening van de aftrek van de belasting geheven:

  • van de andere goederen dan bedrijfsmiddelen, die nog niet werden vervreemd en van de diensten die nog niet werden gebruikt op het tijdstip van de wijziging van de belastingregeling.
  • van de nog bruikbare bedrijfsmiddelen die op het tijdstip van de wijziging van belastingregeling bestaan en waarvoor de oorspronkelijke aftrek voor herziening vatbaar is.

9. Welke verplichtingen dient de kleine onderneming die geniet van de vrijstellingsregeling van belasting na te leven? 

De vrijstellingsregeling van belasting heeft het voordeel dat de verplichtingen van de kleine onderneming tot een minimum worden herleid. Zo moet zij o.a. geen periodieke aangiften indienen.

De kleine onderneming is evenwel gehouden tot naleving van de volgende voorschriften :

  • de aangifte van begin activiteit, van wijziging en stopzetting van werkzaamheid indienen
  • bij  aflevering  van facturen  of  van  als  zodanig  geldende stukken,  dient  daarop  de vermelding te worden aangebracht: "Bijzondere vrijstellingsregeling kleine ondernemingen"; aldus mag geen btw in rekening worden gebracht aan de klanten
  • de door haar ontvangen facturen in chronologische volgorde bewaren, in welk geval zij vrijgesteld is van het houden van een inkomend factuurboek
  • de door haar uitgereikte facturen bewaren en nummeren, in welk geval zij eveneens is vrijgesteld van het houden van een boek voor uitgaande facturen
  • een dagboek van ontvangsten houden
  • een tabel van bedrijfsmiddelen houden, indien dergelijke goederen worden verworven door de onderneming
  • vóór 31 maart van ieder jaar een lijst indienen van de voor de btw geïdentificeerde belastingplichtige afnemers waaraan zij in de loop van het voorgaand jaar goederen heeft geleverd of diensten heeft verstrekt voor een bedrag van meer dan 250 euro.
    Deze lijst dient tevens te worden aangevuld met het totaalbedrag van de omzet gerealiseerd in de loop van het voorgaand jaar, indien de belastingplichtige op 31 december van dat jaar de vrijstellingsregeling toepaste. Indien de activiteit werd aangevangen in de loop van dat jaar dient ook het tijdvak te worden opgegeven waarin de activiteit werd uitgeoefend.
    De kleine onderneming kan deze lijst op elektronische wijze indienen via Intervat. Als zij Intervat niet kan of wil gebruiken of in geval van technische problemen mag zij deze lijst nog steeds op papier indienen.
    Opmerking : vanaf 1 juli 2016 moeten de kleine ondernemingen geen jaarlijkse lijst van de btw-belastingplichtige afnemers meer indienen wanneer het een “nihil”-klantenlisting betreft.
    Men spreekt van een nihil-klantenlisting wanneer:
    • geen enkele klant aan wie de kleine onderneming goederen heeft geleverd of diensten heeft verstrekt over een Belgisch btw-identificatienummer beschikt OF
    • haar klanten wel beschikken over een Belgisch btw-identificatienummer maar de jaarlijkse omzet per klant niet meer bedraagt dan 250 euro
  • Deze vereenvoudigingsmaatregel geldt vanaf de klantenlistings voor 2016 indien de belastingplichtige zijn activiteit niet heeft stopgezet gedurende de eerste zes maanden van 2016.
    De kleine onderneming moet dus nog atlijd een klantenlisting indienen wanneer:
    1.  voor het jaar 2016, zij haar activiteit heeft stopgezet gedurende de eerste zes maanden van 2016: de klantenlisting, ook indien dit een nihil-klantenlisting betreft, moest ingediend worden binnen de drie maanden na de stopzetting
    2.  de klantenlisting geen nihil-klantenlisting is.
  • haar BE identificatienummer mededelen aan haar leveranciers en klanten (te vermelden op alle contracten, facturen, bestelbons,…)
  • in voorkomend geval, een opgave van haar intracommunautaire handelingen indienen (dienstverrichtingen beoogd door de algemene regel van de plaats van de dienst, op de plaats van de afnemer). De kleine onderneming kan deze opgave op elektronische wijze indienen via Intervat. Als zij Intervat niet kan of wil gebruiken of in geval van technische problemen mag zij deze opgave nog steeds op papier indienen.
  • een  bijzondere  aangifte  indienen  uiterlijk  de  20ste   van  de  maand  volgend  op  het kalenderkwartaal waarin zij een goed of een dienst heeft ontvangen waarvoor zij schuldenaar is van de btw. De kleine onderneming kan deze bijzondere aangifte op elektronische wijze indienen via Intervat. Als zij Intervat niet kan of wil gebruiken of in geval van technische problemen mag zij deze aangifte nog steeds op papier indienen.

Opmerking : Intracommunautaire handelingen

De intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan accijnsproducten of nieuwe vervoermiddelen van de vrijgestelde belastingplichtige worden in België niet aan de belasting onderworpen indien ze tijdens het lopende kalenderjaar of in de loop van het vorige kalenderjaar het bedrag van €11.200 niet overschrijden.

De belastingplichtige kan evenwel kiezen voor de belastingheffing in België van al zijn intracommunautaire verwervingen van goederen, zelfs indien deze drempel van €11.200 niet werd bereikt.

Indien hij deze drempel van €11.200 heeft overschreden of indien hij hiervoor heeft gekozen, moet hij de verschuldigde Belgische btw aangeven in een bijzondere btw- aangifte.

Er dient te worden opgemerkt dat de kleine onderneming haar identificatienummer voorafgegaan door de letters BE niet mag meedelen aan haar leveranciers voor haar intracommunautaire verwervingen van goederen zolang zij deze drempel van €11.200 niet heeft overschreden en voor zover zij niet heeft gekozen voor de belastingheffing van haar intracommunautaire verwervingen van goederen. Zij wordt namelijk automatisch geacht gekozen te hebben voor de belastingheffing van al haar intracommunautaire verwervingen van goederen van zodra zij haar identificatienummer   voorafgegaan   door  de  letters   BE  meedeelt aan haar leverancier bij de intracommunautaire aankoop van een goed.

Indien zij daarentegen de drempel van €11.200 heeft overschreden of indien zij heeft gekozen voor de belastingheffing van haar intracommunautaire verwervingen van goederen, moet zij haar identificatienummer voorafgegaan door de letters BE mededelen aan haar leveranciers voor al haar intracommunautaire verwervingen van goederen.

Wanneer een niet in België gevestigde belastingplichtige haar een intracommunautaire dienst verstrekt die geacht wordt in België plaats te vinden (overeenkomstig artikel 21, §2,  van  het  Btw-Wetboek),  moet  de  kleine  onderneming  haar  identificatienummer voorafgegaan door de letters BE mededelen aan haar dienstverrichter en is zij schuldenaar van de btw in België. Zij moet de verschuldigde Belgische btw opnemen in een bijzondere btw-aangifte.

Haar intracommunautaire leveringen van goederen zijn, anderzijds, beoogd in de vrijstellingsregeling en kunnen krachtens artikel 39bis van het Btw-Wetboek niet worden vrijgesteld van belasting. De intracommunautaire leveringen van nieuwe vervoermiddelen volgen echter een afzonderlijk regime.

Lees de volledige tekst van de Brochure - 9 vragen omtrent de vrijstellingsregeling van belasting voor kleine ondernemingen