27 FAQ over de taks op de beursverrichtingen 2018

Geschreven door Lexalert
Foto: Ethan Lofton  

De FOD Financiën publiceerde op 4 mei 2018 een FAQ met betrekking tot de taks op de beursverrichtingen.

Inhoudstafel

1. Wie is de schuldenaar van de TOB?

2. Welke verrichtingen worden aan de TOB onderworpen?

3. Welke roerende waarden worden bedoeld door de TOB?

4. Wanneer is een verrichting in België aangegaan of uitgevoerd?

5. Wanneer heeft een natuurlijke persoon zijn gewone verblijfplaats in België?

6. Wie is een tussenpersoon van beroep?

7. Is de TOB verschuldigd voor verrichtingen aangegaan of uitgevoerd zonder optreden van een tussenpersoon van beroep?

8. Is de TOB verschuldigd bij de uitgifte van effecten en roerende waarden?

9. Is de TOB verschuldigd voor verrichtingen die een niet-inwoner voor eigen rekening heeft aangegaan of uitgevoerd?

10. Hoe wordt de belastbare grondslag van de TOB bepaald?

11. Wat is het tarief van de TOB?

12. Hoe wordt de TOB berekend?

13. Wat is de betaaltermijn voor de TOB?

14. Wat is de aangiftetermijn?

15. Waar moet de aangifte worden ingediend?

16. Waar en hoe moet de TOB worden betaald?

17. Wat zijn de sancties in het geval de bepalingen die van toepassing zijn met betrekking tot de TOB niet worden nageleefd?

18. In welke munt moeten de aangifte en de betaling gebeuren?

19. Wie is de ordergever in het geval van discretionair vermogensbeheer?

20. Wie is de schuldenaar van de TOB voor de verrichtingen met betrekking tot effecten die in het bezit zijn van een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid?

21. Hoe worden de taks en het plafond bepaald wanneer de verrichting betrekking heeft op effecten in onverdeeldheid?

22. Wie is de schuldenaar van de TOB in geval van vruchtgebruik?

23. Hoe kan een ordergever aantonen dat hij ontslagen is van zijn aansprakelijkheid met betrekking tot de aangifte en de betaling van de taks?

24. Kan een ordergever een mandataris aanduiden?

25. Wie moet de verschuldigde boete betalen in het geval de aangifte niet of laattijdig wordt ingediend wanneer de tussenpersoon van beroep niet in België is gevestigd?

26. Is een tussenpersoon van beroep die niet in België is gevestigd en die zelf de taks voldoet verplicht een aansprakelijke vertegenwoordiger aan te duiden?

27. Waartoe verbinden de aansprakelijke vertegenwoordiger en de buitenlandse tussenpersoon zich?

1. Wie is de schuldenaar van de TOB?

Artikel 1262, W.DRT (1)

-       De in België gevestigde tussenpersonen van beroep, voor de verrichtingen die ze doen voor rekening van derden of voor eigen rekening.

-       De natuurlijke personen met gewone verblijfplaats in België en de rechtspersonen voor rekening van een zetel of van een vestiging ervan in België, voor de verrichtingen die in hun naam en voor hun rekening zijn aangegaan of uitgevoerd door een in het buitenland gevestigde tussenpersoon van beroep, tenzij ze kunnen aantonen dat de TOB werd betaald.

(1) Wetboek diverse rechten en taksen.

2. Welke verrichtingen worden aan de TOB onderworpen?

Artikel 120, W.DRT

De verrichtingen die overeenkomstig artikel 120, W.DRT, aan de taks zijn onderworpen wanneer zij in België zijn aangegaan of uitgevoerd, zijn:

-       de afstand en de verwerving onder bezwarende titel van Belgische of buitenlandse roerende waarden;

-       de inkoop van eigen kapitalisatieaandelen door een beleggingsvennootschap.

3. Welke roerende waarden worden bedoeld door de TOB?

Artikel 120, W.DRT

De roerende waarden die door de TOB worden bedoeld zijn alle effecten die door hun aard kunnen worden verhandeld op een secundaire markt voor financiële instrumenten. Het is niet vereist dat ze effectief worden verhandeld.

Het gaat meer bepaald om:

-       aandelen

-       certificaten die aandelen vertegenwoordigen

-       obligaties en kasbons

-       aandelen van Beveks

-       rechten van deelneming van gemeenschappelijke beleggingsfondsen

-       trackers, ook 'exchange traded funds' (ETF) genoemd.

Worden niet aan de TOB onderworpen, de verrichtingen die betrekking hebben op:

-       opties

-       swaps

-       futures

-       'contracts for difference' (CFD).

4. Wanneer is een verrichting in België aangegaan of uitgevoerd?

Artikel 120, W.DRT

Een verrichting is in België aangegaan of uitgevoerd wanneer:

-       een in België gevestigde tussenpersoon van beroep tussenkomt bij het aangaan of de uitvoering van de verrichting, of

-       het order van die verrichting rechtstreeks of onrechtstreeks aan een in het buitenland gevestigde tussenpersoon van beroep wordt gegeven:

* hetzij door een natuurlijke persoon met gewone verblijfplaats in België;
* hetzij door een rechtspersoon voor rekening van een zetel of van een vestiging ervan in België.

5. Wanneer heeft een natuurlijke persoon zijn gewone verblijfplaats in België?

Een natuurlijke persoon heeft zijn gewone verblijfplaats in België wanneer hij onderworpen is aan de personenbelasting. De gewone verblijfplaats stemt dus eigenlijk overeen met de fiscale woonplaats en wordt in voorkomend geval bepaald volgens de regels van de Common Reporting Standard (CRS).

6. Wie is een tussenpersoon van beroep?

De belangrijkste tussenpersonen van beroep zijn de kredietinstellingen, de beursvennootschappen en handelsplatformen ongeacht of ze tussenkomen als commissionair, makelaar of mandataris (lasthebber) voor één van de partijen (verkoper of koper).

7. Is de TOB verschuldigd voor verrichtingen aangegaan of uitgevoerd zonder optreden van een tussenpersoon van beroep?

Artikel 1261, W.DRT

De verrichtingen waarin geen tussenpersoon van beroep optreedt of een overeenkomst sluit, hetzij voor rekening van één van de partijen, hetzij voor eigen rekening, zijn vrijgesteld van de TOB.

De verrichtingen die rechtstreeks tussen particulieren worden aangegaan of uitgevoerd, worden bijgevolg niet aan de taks onderworpen.

8. Is de TOB verschuldigd bij de uitgifte van effecten en roerende waarden?

De uitgiften van effecten en roerende waarden zijn ten name van de uitgever en de intekenaar, niet aan de TOB onderworpen.

9. Is de TOB verschuldigd voor verrichtingen die een niet-inwoner voor eigen rekening heeft aangegaan of uitgevoerd?

Artikel 1261, W.DRT

De verrichtingen die door een niet-inwoner voor eigen rekening worden aangegaan of uitgevoerd, zijn vrijgesteld van de TOB.

Een niet-inwoner is een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die in België niet zijn woonplaats, zijn zetel van fortuin, zijn maatschappelijke zetel, zijn voornaamste inrichting, of zijn zetel van bestuur of beheer heeft.

10. Hoe wordt de belastbare grondslag van de TOB bepaald?

Artikelen 122, 123 en 124, W.DRT

De taks wordt geheven:

-       afzonderlijk op de afstand en de verwerving. De verkoper en de koper betalen bijgevolg ieder de taks;

-       op de overdracht van kapitalisatieaandelen aan de beleggingsvennootschap die de aandelen heeft uitgegeven. Enkel de verkoper betaalt de taks.

Onder 'verrichtingen waarop afzonderlijk de taks wordt geheven' wordt verstaan, elke verrichting die op eenzelfde effect betrekking heeft en die gedaan wordt voor rekening van eenzelfde persoon en op eenzelfde markt. De taks en het plafond worden bijgevolg afzonderlijk bepaald per verschillend effect.

Voor de aankopen of de verwervingen onder bezwarende titel, wordt de taks berekend op de door de ordergever te betalen sommen. Het loon van de makelaar is niet inbegrepen.

Voor de verkopen of de afstanden onder bezwarende titel, wordt de taks berekend op de door de verkoper of afstanddoener te ontvangen sommen, zonder aftrek van het loon van de makelaar.

Voor de inkopen van eigen kapitalisatieaandelen door een beleggingsvennootschap, wordt de taks berekend op de netto-inventariswaarde van de aandelen, zonder aftrek van de forfaitaire vergoeding, maar verminderd met de ingehouden roerende voorheffing voor de kapitalisatieaandelen van ICB zoals bedoeld in artikel 19bis, § 1, zesde lid, WIB 92.

Om een gelijke behandeling te verzekeren tussen de investeerders en het recht op vrij verkeer van kapitaal en op de vrijheid van dienstverlening, zoals voorzien in de Europese wetgeving, te waarborgen, aanvaardt de administratie dat de belasting, die zal moeten worden betaald door de natuurlijke persoon in uitvoering van de artikelen 19bis en 313, WIB 92 (verplichting om in zijn aangifte in de personenbelasting de roerende inkomsten aan te geven die niet aan de roerende voorheffing werden onderworpen), in aanmerking zal worden genomen voor de berekening van de TOB. Dat bedrag zal bijgevolg in mindering moeten worden gebracht van de belastbare grondslag van de TOB die verschuldigd is voor de verrichtingen die worden aangegaan of uitgevoerd door een buitenlandse tussenpersoon van beroep.

11. Wat is het tarief van de TOB?

Artikelen 120, 120bis, 121 en 124, W.DRT

Wat betreft de verrichtingen voor 8 januari 2018:

Er zijn 3 tarieven van de taks al naar gelang de aard van de effecten waarop de verrichting betrekking heeft.

Tarief (%)

Roerende waarden

0,09

-       Obligaties

-       Effecten van de openbare schuld (Belgische staat, buitenlandse staten, gewesten, gemeenschappen, provincies en gemeenten, zowel in het binnen- als in het buitenland)

-       Certificaten die betrekking hebben op aandelen of obligaties die zijn uitgegeven door personen die in België zijn gevestigd

-       Rechten van deelneming van gemeenschappelijke beleggingsfondsen naar Belgisch recht of van gemeenschappelijke beleggingsfondsen naar buitenlands recht waarvan de rechten het voorwerp uitmaken van een openbaar aanbod in België

-       Aandelen, andere dan kapitalisatieaandelen, uitgegeven door een beleggingsvennootschap

-       Aandelen van gereglementeerde vastgoedvennootschappen

1,32

-       Inkoop van eigen kapitalisatieaandelen door een beleggingsvennootschap naar Belgisch recht of door een beleggingsvennootschap naar buitenlands recht waarvan de effecten het voorwerp uitmaken van een openbaar aanbod in België

-       De afstand en de verwerving van kapitalisatieaandelen die zijn uitgegeven door een beleggingsvennootschap

0,27

-       Andere effecten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op elk van de verrichtingen waarop afzonderlijk de taks wordt geheven, mag geen taks worden geheven ten belope van meer dan:

-       1.300 euro wanneer het tarief van de taks 0,09 % bedraagt;

-       1.600 euro wanneer het tarief van de taks 0,27 % bedraagt;

-       4.000 euro wanneer het tarief van de taks 1,32 % bedraagt.

De verrichtingen die van de taks zijn vrijgesteld zijn opgenomen in artikel 1261, W.DRT.

Voor de verrichtingen vanaf 8 januari 2018:

Er zijn 3 tarieven van de taks al naar gelang de aard van de effecten waarop de verrichting betrekking heeft.

Tarief (%)

Roerende waarden

0,12

-       Obligaties

-       Effecten van de openbare schuld (Belgische staat, buitenlandse staten, gewesten, gemeenschappen, provincies en gemeenten, zowel in het binnen- als in het buitenland)

-       Certificaten die betrekking hebben op aandelen of obligaties die zijn uitgegeven door personen die in België zijn gevestigd

-       Rechten van deelneming van gemeenschappelijke beleggingsfondsen naar Belgisch of buitenlands recht waarvan de rechten het voorwerp uitmaken van een openbaar aanbod in België als bedoeld in deel II van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen

-       Rechten van deelneming van gemeenschappelijke beleggingsfondsen als bedoeld in deel III van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders

-       Aandelen uitgegeven door een beleggingsvennootschap naar Belgisch of buitenlands recht waarvan de rechten het voorwerp uitmaken van een openbaar aanbod in België als bedoeld in deel II van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, andere dan kapitalisatieaandelen

-       Aandelen uitgegeven door een beleggingsvennootschap als bedoeld in deel III van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders andere dan kapitalisatieaandelen

-       Aandelen of deelbewijzen van een andere instelling die onder het recht van een andere lidstaat van de EER wordt aangemerkt als, of gelijkgesteld met, een ICB in effecten in de zin van voormelde Richtlijn 2009/65/EG en die als zodanig gereglementeerd is en voorwerp is van een inschrijving, aanmelding of notificatie bij de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de EER

-       Aandelen of deelbewijzen van een andere instelling die wordt aangemerkt als, of gelijkgesteld met, een alternatieve beleggingsinstelling en die als zodanig gereglementeerd is en voorwerp is van een inschrijving, aanmelding of notificatie bij de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de EER

-       Aandelen van gereglementeerde vastgoedvennootschappen

1,32

-       Inkoop van eigen kapitalisatieaandelen door beleggingsvennootschappen naar Belgisch recht of door beleggingsvennootschappen naar buitenlands recht waarvan de effecten het voorwerp uitmaken van een openbaar aanbod in België

-       De afstand en de verwerving van kapitalisatieaandelen die zijn uitgegeven door beleggingsvennootschappen

0,35

-       De andere effecten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op elk van de verrichtingen waarop afzonderlijk de taks wordt geheven, mag geen taks worden geheven ten belope van meer dan:

-       1.300 euro wanneer het tarief van de taks 0,12 % bedraagt;

-       1.600 euro wanneer het tarief van de taks 0,35 % bedraagt;

-       4.000 euro wanneer het tarief van de taks 1,32 % bedraagt.

De verrichtingen die van de taks zijn vrijgesteld zijn opgenomen in artikel 1261, W.DRT.

12. Hoe wordt de TOB berekend?

Artikelen 122 en 124, W.DRT

Op elk van de verrichtingen waarop afzonderlijk de taks wordt geheven, mag geen taks worden geheven ten belope van meer dan:

-       1.300 euro wanneer het tarief van de taks 0,12 % bedraagt;

-       1.600 euro wanneer het tarief van de taks 0,35 % bedraagt;

-       4.000 euro wanneer het tarief van de taks 1,32 % bedraagt.

Onder 'verrichtingen waarop afzonderlijk de taks wordt geheven' wordt verstaan, elke verrichting die op eenzelfde effect betrekking heeft en die gedaan wordt voor rekening van eenzelfde persoon en op eenzelfde markt. De taks en het plafond worden bijgevolg afzonderlijk bepaald per verschillend effect.

13. Wat is de betaaltermijn voor de TOB?

Artikel 125, W.DRT

De tussenpersoon van beroep (Belgische of buitenlandse) moet de TOB betalen uiterlijk de laatste werkdag van de maand die volgt op die waarin de verrichting werd aangegaan of uitgevoerd (artikel 125, § 1, eerste lid, 2°, W.DRT).

De ordergever die de belastingschuldige is van de TOB moet de betaling doen tegen uiterlijk de laatste werkdag van de tweede maand die volgt op die waarin de verrichting werd aangegaan of uitgevoerd (artikel 125, § 1, eerste lid, 1°, W.DRT).

Een ordergever die bijvoorbeeld tijdens de maanden juli en augustus verrichtingen doet die aan de TOB zijn onderworpen, kan de betaling daarvoor doen in september voor het geheel van de verrichtingen die tijdens die twee maanden zijn gedaan. Daarnaast heeft hij de mogelijkheid om voor de verrichtingen die in augustus werden aangegaan of uitgevoerd de taks in oktober te voldoen.

14. Wat is de aangiftetermijn?

Artikel 125, W.DRT

De aangifte moet ten laatste op de dag van de betaling ervan worden ingediend bij:

Inningscentrum – sectie diverse taksen
Koning Albert II-laan 33 bus 431
1030 BRUSSEL
Tel. 0257 915 70 – CPIC.TAXDIV [at] minfin.fed.be

In het geval van een verzending via de post moet rekening worden gehouden met de uitreikingstermijnen.

Een ordergever die bijvoorbeeld tijdens de maanden juli en augustus verrichtingen doet die aan de TOB zijn onderworpen, kan in zijn aangifte, die uiterlijk de laatste werkdag van september moet worden ingediend, naast de verrichtingen die hij heeft gedaan in de maand juli, ook de verrichtingen opnemen die hij heeft gedaan in de maand augustus. Met andere woorden, hij heeft de mogelijkheid om in zijn aangifte de verrichtingen op te nemen die werden gedaan tijdens de twee voorafgaande maanden.

15. Waar moet de aangifte worden ingediend?

Artikel 125, W.DRT

De aangifte moet worden ingediend bij:

Inningscentrum – sectie diverse taksen
Koning Albert II-laan 33 bus 431
1030 BRUSSEL
Tel. 0257 915 70
E-mail: CPIC.TAXDIV [at] minfin.fed.be

Opgelet! Wanneer u een aangifte via de post verstuurt, verstuur het dan geen tweede keer via e-mail en omgekeerd. Dit laat toe om elk risico op verwarring en het versturen van een dubbel betalingsbericht te vermijden.

16. Waar en hoe moet de TOB worden betaald?

Artikel 125, W.DRT

De taks moet worden betaald door storting of overschrijving op rekening:

BE64 6792 0022 2952, PCHQ BE BB, van het Inningscentrum – sectie diverse taksen
Koning Albert II-laan 33 bus 431
1030 BRUSSEL
Tel. 0257 915 70
E-mail: CPIC.TAXDIV [at] minfin.fed.be

Het is belangrijk dat de mededeling bij de betaling als volgt wordt gestructureerd: 'TOB / identificatienummer van de aangever'.

17. Wat zijn de sancties in het geval de bepalingen die van toepassing zijn met betrekking tot de TOB niet worden nageleefd?

Artikelen 125, 1302 en 131, W.DRT

Wanneer de taks niet wordt betaald binnen de voorziene termijn zijn er van rechtswege nalatigheidsinteresten verschuldigd met ingang van de dag waarop de betaling had moeten gebeuren, tegen het tarief van 7 %.

Die interesten zijn verschuldigd door de in België gevestigde tussenpersoon van beroep of, voor de verrichtingen die werden aangegaan of uitgevoerd door tussenkomst van een in het buitenland gevestigde tussenpersoon van beroep, door de persoon die de aangifte heeft ingediend of had moeten indienen.

Er wordt bovendien een boete verbeurd per week vertraging in het geval de aangifte laattijdig wordt ingediend. Elke begonnen week wordt voor een volledige week gerekend. Het bedrag van die boete kan per overtreding niet meer bedragen dan het bedrag dat na 52 weken vertraging verschuldigd is.

Het bedrag van die boete kan, ingevolge een overgangsbepaling, als volgt worden genoteerd:

-       aangifte laattijdig ingediend tot 30 juni 2017: boete van 12,50 euro per week vertraging;

-       aangifte laattijdig ingediend tussen 1 juli en 31 december 2017: boete van 25 euro per week vertraging, met inbegrip van de weken vertraging vóór 1 juli 2017;

-       aangifte laattijdig ingediend vanaf 1 januari 2018: boete van 50 euro per week vertraging, met inbegrip van de weken vertraging vóór 1 januari 2018.

Iedere onjuistheid of onvolledigheid in de aangifte wordt gestraft met een boete die gelijk is aan 5 maal de ontdoken taks, met een minimum van 250 euro.

Het niet afgeven van een borderel waarnaar verwezen wordt in artikel 127, W.DRT, wordt eveneens gestraft met een boete die gelijk is aan 5 maal de ontdoken taks.

Het minimumbedrag van die boete kan, ingevolge een overgangsbepaling, als volgt worden genoteerd:

-       250 euro in het geval van laattijdige afgifte van het borderel tot 30 juni 2017;

-       500 euro in het geval van laattijdige afgifte tussen 1 juli 2017 en 31 december 2017;

-       1.000 euro in het geval van laattijdige afgifte vanaf 1 januari 2018.

18. In welke munt moeten de aangifte en de betaling gebeuren?

De aangifte moet worden ingediend in euro. Het bedrag dat aan de Belgische Schatkist wordt gestort, moet worden uitgedrukt in euro.

Wanneer de verrichtingen in vreemde munt werden aangegaan of uitgevoerd, moet de omzetting gebeuren tegen de wisselkoers van de munt van de dag van de verrichting en niet tegen de wisselkoers van de dag van de aangifte.

De omzetting heeft geen betrekking op de munt waarin de afgestane of verworven effecten worden uitgedrukt, maar wel op de sommen die worden geboekt. Wanneer de opbrengst van de verkoop van aandelen die in US dollar zijn uitgedrukt, wordt geboekt op het credit van een rekening in Zwitserse frank, moet de gecrediteerde som die in Zwitserse frank is uitgedrukt, bijgevolg in euro worden omgezet.

De officiële wisselkoers die elke dag wordt gepubliceerd door de Nationale Bank van België (https://www.nbb.be/nl/over-de-nationale-bank/eurosysteem/wisselkoersen) moet als referentie worden toegepast.

19. Wie is de ordergever in het geval van discretionair vermogensbeheer?

In het kader van een overeenkomst van discretionair vermogensbeheer geeft de beheerder (mandataris of lasthebber) de orders door in naam en voor rekening van zijn klant (mandant of lastgever), zonder voorafgaandelijk akkoord van die laatste. Niettemin blijft de klant de ordergever. Bijgevolg is de TOB verschuldigd wanneer de klant in België zijn gewone verblijfplaats heeft of er over een zetel beschikt.

De TOB is niet verschuldigd wanneer de tussenpersoon van beroep in België is gevestigd en de orders uitvoert in het kader van een discretionair beheer van een effectenportefeuille van een niet-inwoner.

20. Wie is de schuldenaar van de TOB voor de verrichtingen met betrekking tot effecten die in het bezit zijn van een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid?

De TOB is verschuldigd door de vennoten van de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid.

De regels met betrekking tot onverdeeldheid en vruchtgebruik zijn in dat geval eveneens van toepassing.

21. Hoe worden de taks en het plafond bepaald wanneer de verrichting betrekking heeft op effecten in onverdeeldheid?

De verschillende verkopers of kopers van de effecten in onverdeeldheid moeten worden beschouwd als afzonderlijke verkopers of kopers.

Daaruit volgt dat:

-       het maximumbedrag van de TOB afzonderlijk wordt toegepast op het aandeel van elke verkoper of koper in de onverdeeldheid;

-       in het geval sommige leden van de onverdeeldheid niet-inwoners zijn, hun aandeel in de onverdeeldheid de vrijstelling van artikel 1261, 2°, W.DRT, geniet.

22. Wie is de schuldenaar van de TOB in geval van vruchtgebruik?

De TOB is verschuldigd door de naakte eigenaar, zelfs wanneer voor de verrichting de toestemming vereist is van de vruchtgebruiker.

23. Hoe kan een ordergever aantonen dat hij ontslagen is van zijn aansprakelijkheid met betrekking tot de aangifte en de betaling van de taks?

Artikel 120, W.DRT

Om een buitensporige bewijslast te vermijden, aanvaardt de administratie dat een ordergever, die handelt te goeder trouw, ontslagen is van zijn verplichtingen met betrekking tot de aangifte en de betaling indien hij:

-       een borderel op zijn naam voorlegt waarop de naam van de tussenpersoon van beroep, de aard van de verrichtingen, het bedrag of de waarde van de verrichtingen en het bedrag van de verschuldigde taks zoals voorzien in artikel 127, W.DRT, zijn vermeld en

-       het bewijs voorlegt dat hij die taks heeft betaald aan zijn tussenpersoon van beroep.

24. Kan een ordergever een mandataris aanduiden?

Een ordergever kan een mandataris aanduiden om zijn verplichtingen met betrekking tot de TOB na te komen.

De buitenlandse tussenpersoon van beroep die de verrichting heeft aangegaan of uitgevoerd voor rekening van de ordergever, kan worden aangeduid als mandataris (lasthebber).

De mandataris moet de aangifte indienen en de betaling uitvoeren tegen uiterlijk de laatste werkdag van de tweede maand die volgt op die waarin de verrichting werd aangegaan of uitgevoerd.

De mandataris die handelt voor rekening van de leden van een onverdeeldheid of van een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, kan één enkele aangifte indienen voor zover de mandanten (lastgevers) worden geïdentificeerd in een bijlage die bij de aangifte wordt gevoegd.

De ordergever blijft in alle gevallen ten opzichte van de Belgische staat verantwoordelijk voor de uitvoering van het mandaat dat hij heeft gegeven.

25. Wie moet de verschuldigde boete betalen in het geval de aangifte niet of laattijdig wordt ingediend wanneer de tussenpersoon van beroep niet in België is gevestigd?

In het geval de aangifte laattijdig wordt ingediend, is de boete verschuldigd door de aangever.

In het geval van niet-aangifte, is de boete verschuldigd door de ordergever tenzij hij kan aantonen dat hij ontslagen is van zijn verplichting om de taks te voldoen.

26. Is een tussenpersoon van beroep die niet in België is gevestigd en die zelf de taks voldoet verplicht een aansprakelijke vertegenwoordiger aan te duiden?

Artikel 1263, W.DRT

De niet in België gevestigde tussenpersoon van beroep, die zelf de taks wil voldoen, heeft de mogelijkheid om een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen maar hij is er niet toe verplicht. Bijgevolg kan hij beslissen om zelf de TOB te berekenen, in te houden, aan te geven en rechtstreeks te betalen aan de Belgische staat.

Door het aanduiden van een aansprakelijke vertegenwoordiger delegeert de tussenpersoon van beroep de verplichtingen inzake de TOB aan die persoon voor de verrichtingen waarvoor die tussenpersoon zich heeft verbonden tegenover de ordergever tot het uitvoeren van de betaling en de aangifte van de TOB.

27. Waartoe verbinden de aansprakelijke vertegenwoordiger en de buitenlandse tussenpersoon zich?

Artikel 1263, W.DRT

Door zijn handtekening op het verzoek tot erkenning (1), aanvaardt de aansprakelijke vertegenwoordiger dat hij wordt beschouwd als de belangrijkste schuldenaar van de verschuldigde TOB, van de eventuele aanvullende taks en van de eventuele boetes en interesten zoals bedoeld in artikel 125, W.DRT. Die vertegenwoordiger aanvaardt overigens ook dat de voormelde sommen rechtstreeks ten name van hem kunnen worden ingevorderd zonder dat er voorafgaandelijk beroep moet worden gedaan op de ordergever, of op de buitenlandse tussenpersoon van beroep die hem heeft aangeduid.

(1) Verzoek tot erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger door een niet in België gevestigde tussenpersoon van beroep en verbintenis van die (ref. TD-OB 02).

De buitenlandse tussenpersoon van beroep verbindt er zich ook toe om alle documenten, die zijn voorzien in artikel 1302, W.DRT, ter beschikking te stellen naar aanleiding van een fiscale controle of op elk verzoek van een ambtenaar van de administratie die belast is met de vestiging of de inning en de invordering van die taks. Daaronder zijn begrepen een borderel dat de naam en de woonplaats van de ordergever vermeldt of een gelijkaardig bewijsstuk, evenals een gedetailleerde opgave en waardering van de gedane verrichtingen.