Facturen voor verboden terbeschikkingstelling zijn niet opeisbaar

Geschreven door Mr. Willy van Eeckhoutte, Van Eeckhoutte, Tacquet & Clesse, www.bellaw.be
Foto: Rob Sinclair  

Cass. 15 februari 2016, C.14.0448.F 

Terbeschikkingstelling van werknemers aan derden die over hen minstens gedeeltelijk werkgeversgezag uitoefenen, is in principe verboden. Uitzonderingen op dit verbod zijn (1) uitzendarbeid en (2) terbeschikkingstelling voor een beperkte tijd (a) met voorafgaande toestemming van de bevoegde sociaal inspecteur of (b) zelfs zonder dergelijke toestemming, als de terbeschikkingstelling uitzonderlijk is en kadert in de samenwerking tussen ondernemingen van eenzelfde economische en financiële entiteit of gericht is op de kortstondige uitvoering van gespecialiseerde opdrachten die een bijzondere beroepsbekwaamheid vereisen (zie www.sociaalcompendium.be).

Bij terbeschikkingstelling met gehele of gedeeltelijke gezagsdelegatie buiten de toegelaten gevallen, is de overeenkomst met de derde op grond waarvan dat gebeurt, absoluut nietig aangezien de verbodsbepaling de openbare orde raakt. Dat zegt het Hof van Cassatie zeer duidelijk in het hierboven genoemde arrest.

Het gevolg daarvan is dat de terbeschikkingsteller het bedrag van de factuur voor de terbeschikkingstelling bij niet-betaling niet van zijn klant kan opvorderen: de overeenkomst op basis waarvan de factuur werd opgesteld, is immers nietig en dus niet-bestaande. Evenmin, zo blijkt uit het bovenvermelde arrest, kan hij zijn klant aanspreken op grond van "vermogensvermeerdering zonder oorzaak", d.w.z. om vergoeding te krijgen voor het voordeel dat de klant heeft gehaald uit de terbeschikkingstelling. De rechter kan immers de eis van de "verarmde" partij afwijzen wanneer hij oordeelt dat de inwilliging daarvan de preventieve nietigheidssanctie in het gedrang zou brengen die verbonden is aan een overeenkomst in strijd met de openbare orde of meent dat de sociale orde eist dat de "verarmde" partij strenger wordt bestraft.

Ander interessant artikel: Terugvordering bijkomende bijdrage voor onvoldoende opleidingsinspanningen

Het bovenvermelde arrest wijst eens te meer op de grote risico’s verbonden aan een verboden terbeschikkingstelling.