EPB-eisen voor niet-residentiële gebouwen

Geschreven door Lexalert
Foto: Paul Stainthorp  

Vanaf 2017 vormen kantoren, scholen en ASB samen de 'niet-residentiële gebouwen', afgekort 'EPN-gebouwen' (EnergiePrestatie van Niet-residentiële gebouwen). Voor vergunningsaanvragen en melden vanaf 1 januari 2017 worden de EPB-eisen van deze gebouwen uitgebreid met een E-peileis en een minimum aandeel hernieuwbare energie. De E-peileisen voor niet-residentiële gebouwen hangen af van de functies die in het gebouw voorkomen.

Voor vergunningsaanvragen en meldingen vanaf 1 januari 2017 worden de EPB-eisen uitgebreid met een E-peileis en een minimum aandeel hernieuwbare energie voor alle niet-residentiële gebouwen.

De wijzigingen zijn beschreven in het wijzigingsbesluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015. Dat besluit wijzigt het Energiebesluit van 19 november 2010. De huidige bijlage VI bij dit besluit, de ‘EPU-methode’, wordt voor vergunningsaanvragen en meldingen vanaf 1 januari 2017 vervangen door  de nieuwe bijlage  VI, de  ‘EPN-methode’.

Dit document focust op de nieuwe eisen voor EPN-eenheden. De bestaande eisen (Umax, K-peil, ventilatie) voor andere specifieke bestemmingen blijven behouden voor EPN-eenheden en worden in dit document niet verder toegelicht.

Het  VEA  plant  in  juli  2016  een  release  van  de  EPB-software  3G  waarin  de  EPN-methode  is opgenomen.

Volg het on demand seminarie De waardering van vruchtgebruik in de praktijk – hands-on practicum met Mr. Robin MESSIAEN

1.  Nieuwbouw

1.1  Een E-peileis voor andere specifieke bestemmingen

Voor de huidige meldingen of stedenbouwkundige aanvragen van niet-residentiële gebouwen, dus vóór 1 januari 2017, gelden enkel E-peileisen voor kantoren en scholen. Voor de ‘andere specifieke bestemmingen (ASB)’ zijn momenteel geen E-peileisen van toepassing.

Dat verandert vanaf 1 januari 2017. Voor dossiers met stedenbouwkundige vergunningsaanvraag of melding vanaf 1 januari 2017 zullen er ook E-peileisen gelden voor de andere specifieke bestemmingen. Kantoren, scholen en andere specifieke bestemmingen zullen allemaal vallen onder het begrip ‘EPN-eenheid’. Industriële gebouwen blijven afzonderlijk. Aan de eisen voor industrie zijn er geen wijzigingen in 2017.

Het Energiebesluit definieert de EPN-eenheid als ‘elke eenheid van aangrenzende lokalen die in hetzelfde gebouw liggen, die het voorwerp zijn van werken van dezelfde aard, die ontworpen of aangepast zijn om afzonderlijk te worden gebruikt en die een niet-residentiële bestemming hebben met uitzondering van industriële gebouwen’.

Lees ook: MyRent – Online registratie van huurcontracten

De huidige berekening van het E-peil voor kantoren en scholen gebeurt volgens de EPU-methode (bijlage VI bij het Energiebesluit van 19 november 2010). De nieuwe bijlage VI ( de ‘EPN-methode’) zal voor vergunningsaanvragen of meldingen vanaf 1 januari 2017 de huidige bijlage VI (de ‘EPU- methode’) vervangen. Het E-peil voor nieuwe EPN-eenheden wordt berekend volgens de EPN- methode.

1.2 E-peileis voor nieuwe EPN-eenheden, niet van een publieke organisatie

De E-peileis is momenteel (vergunningsaanvragen/meldingen vóór 2017) voor álle kantoren en scholen dezelfde: maximaal E55 voor nieuwbouw en maximaal E90 voor ingrijpende energetische renovaties.  Voor  vergunningsaanvragen/meldingen  van  niet-residentiële  gebouwen  vanaf  2017 hangt de E-peileis af van de functies die aanwezig zijn in het gebouw. Voor twee kantoorgebouwen die uit verschillende functionele delen bestaan (bv. een deel kantoor en een deel bijeenkomst cafetaria/refter) kan de E-peileis dus verschillen.

De E-peileis van nieuw op te richten EPN-eenheden, die bestaan uit slechts één functioneel deel, kunt u vinden in Tabel 1. De E-peileis hangt af van het functioneel deel.

Meer weten? Lees de brochure.