Eenvoudige(re) procedure tot aanpassing gemeentelijke stedenbouwkundige voorschriften

Foto: Jeanne Menjoulet  

Op 7 maart 2019 treedt het artikel 7.4.4/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) in werking. Dit nieuwe artikel laat de gemeente toe om stedenbouwkundige voorschriften die de verdichting van de bebouwde ruimte in de weg staan eenvoudiger te herzien of op te heffen.

Volg op 29 april 2019 van 12 uur tot 14 uur het online seminar Sloop, wederopbouw en (grondige) renovatie van (oude) appartementsgebouwen - een blijvend juridisch kluwen met Astrid CLABOTS

De verhoging van het ruimtelijk rendement in Vlaanderen stond hoog op de agenda bij het uitwerken van het Vlaams regeerakkoord 2014-2019. Een reeks nieuwe maatregelen moet ruimte creëren voor wonen en werken zonder de onbebouwde ruimte verder aan te snijden. De maatregelen zijn in de eerste plaats gericht op intensivering van het ruimtegebruik, verweving van verschillende functies, hergebruik van constructies en toelaten van tijdelijk ruimtegebruik.  Met dit doel voor ogen versoepelt het wijzigingsdecreet van 8 december 2017 (de zogenaamde Codextrein) een aantal procedures.

Een deel van de vereenvoudigingsmaatregelen die opgenomen werden in de Codextrein traden eind 2017 al in werking. Zo is het sinds 30 december 2017 zowel voor de individuele eigenaar als voor de gemeente eenvoudiger om een verkavelingsbijstelling aan te vragen en door te voeren. De meeste verkavelingsvoorschriften die ouder zijn dan 15 jaar vormen sindsdien ook geen weigeringsgrond meer voor omgevingsvergunningsaanvragen.

► Lees ook Het nieuwe stedenbouwkundig handhavingsrecht: op weg naar een handhavingsrecht à la carte?

De Codextrein bevat daarnaast een maatregel die de aanpassing van verouderde voorschriften in bepaalde ruimtelijke uitvoeringsplannen vereenvoudigd. Concreet wordt een nieuw artikel 7.4.4/1 toegevoegd aan de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dat de gemeente toelaat verouderde stedenbouwkundige voorschriften via een eenvoudigere procedure te herzien of op te heffen om de ruimtelijke verdichting te stimuleren. De modaliteiten van dit artikel werden recent geregeld in een uitvoeringsbesluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2019 (BS 25 februari 2019) dat samen met het artikel in werking treedt op 7 maart 2019.

Inrichtingsvoorschriften van APA’s, BPA’s en gemeentelijke RUP’s

Het gebruik van de vereenvoudigde procedure is beperkt tot de wijziging van inrichtingsvoorschriften en mag niet raken aan de bestemming van het gebied. De herziene voorschriften van APA’s en BPA’s mogen daarom geen afwijking van het gewestplan tot gevolg hebben en de toegelaten functies van de gemeentelijke RUP’s kunnen niet middels deze procedure gewijzigd worden. Provinciale en gewestelijk RUP’s zijn ook uitgesloten van het toepassingsgebied omdat zij, zo meent de decreetgever, vooral bestemmingsvoorschriften bevatten en geen inrichtingsvoorschriften. Daarnaast mag de wijziging ook geen oppervlaktebeperking inhouden voor een groen- of recreatievoorziening.

Rekening houdend met die beperkingen kunnen middels de vereenvoudigde procedure voorschriften worden gewijzigd omtrent:

  1. Perceelsafmetingen;
  2. Afmeting en inplanting van constructies bv. om bouwdiepte en bouwhoogte te verhogen;
  3. Dakvorm en gebruikte materialen;
  4. Maximaal mogelijke vloerterreinindex;
  5. Aantal bouwlagen;
  6. Voortuinstroken, tuinzones met inbegrip van tuinconstructies, binnenplaatsen, afsluitingen, buitenaanleg rond gebouwen met inbegrip van verhardingen, bouwvrije stroken en bufferstroken bv. om bouwen in tweede orde toe te laten;
  7. Aantal toegelaten woongelegenheden of bedrijfseenheden per kavel;
  8. Toegelaten functies in bebouwbare zones of van bebouwde onroerende goederen bv. om functieverweving, zoals een kleine winkel in residentieel gebied, toe te staan; en
  9. Parkeergelegenheden bv. om verouderde parkeernormen aan te passen.

Vereenvoudigde wijzigingsprocedure

De vereenvoudigde procedure tot aanpassing van de ruimtelijke uitvoeringsplannen bevat enkel de essentie van de reguliere procedure. Kort samengevat verloopt de procedure als volgt. Het college van burgemeester en schepenen neemt het initiatief tot aanpassing na het advies in te winnen van de gemeentelijke stedenbouwkundige of omgevingsambtenaar. Het college organiseert vervolgens een openbaar onderzoek over de herziening of opheffing dat dertig dagen duurt. Parallel aan of na het openbaar onderzoek wint de gemeente het advies in van de deputatie, het departement en de in het uitvoeringsbesluit aangeduide instanties. De gemeenteraad neemt een besluit omtrent de herziening of opheffing. Veertien dagen na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad treedt het in werking. (Bekijk hier het stroomschema.) De tussenkomst van een ruimtelijk planner is in deze vereenvoudigde procedure niet verplicht. Ook het aantal verplichte formaliteiten (zoals de goedkeuring van het ontwerpbesluit door de gemeenteraad) werd beperkt. De generieke procedure voor de planmilieueffectrapportage geldt onverkort, maar gelet op de aard van beoogde wijzigingen zal een plan-MER-screening veelal volstaan.