Economische werkloosheid voor bedienden: referentiejaar aangepast vanaf 1 januari 2016

Geschreven door Mr. Ann Taghon, Van Eeckhoutte, Tacquet & Kileste, www.bellaw.be
Foto: collareduk

KB 13 december 2015 tot wijziging van het referentiejaar dat gebruikt wordt om aan te tonen dat de onderneming in moeilijkheden is in de zin van artikel 77/1, § 4, 1° en 3°, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (BS 22 december 2015)

Sinds 2009 kunnen ondernemingen niet enkel voor de door hen tewerkgestelde werklieden, maar ook voor de door hen tewerkgestelde bedienden, bij gebrek aan werk wegens economische oorzaken de uitvoering van de arbeidsovereenkomst geheel schorsen of een regeling van gedeeltelijke arbeid met ten minste twee arbeidsdagen per week invoeren.

Lees ook: Hoeveel moet u in 2016 betalen aan uw externe preventiedienst? De nieuwe tariefregeling in een notendop.

Het stelsel van de economische werkloosheid voor bedienden werd oorspronkelijk ingesteld als een tijdelijke crisismaatregel om de gevolgen van de financiële crisis te bestrijden. Met ingang van 1 januari 2012 kreeg de maatregel evenwel een definitief karakter (zie SoCompact nr. 50 – 2011).

Eén van de verschillen tussen de regeling van economische werkloosheid voor bedienden en de regeling van economische werkloosheid voor werklieden, is dat het stelsel van de bedienden is voorbehouden aan de ondernemingen in moeilijkheden.

Een onderneming wordt beschouwd als een onderneming in moeilijkheden indien er tijdens de referentieperiode :

  • ofwel een daling is van hetzij de omzet, hetzij de productie, hetzij de bestellingen, van minimum 10 %;
  • ofwel een tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen voor werklieden is van minstens 10 % van het totale aantal aan de RSZ aangegeven dagen.

In het Belgisch Staatsblad van 22 december 2015 verscheen een koninklijk besluit dat de referentieperiode actualiseert die wordt gebruikt om te beoordelen of er sprake is van een daling van de omzet, de productie of de bestellingen met minstens 10 %.

Volg het on demand seminarie Temporele werkgeversflexibiliteit – Mogelijkheden en beperkingen met Sigrid DEREYMAEKER

Tot op vandaag is de referentieperiode een van de vier kwartalen voorafgaand aan de aanvraag tot invoering van een schorsing van de arbeidsovereenkomst wegens werkgebrek vergeleken met hetzelfde kwartaal van 2008. Het wijzigende koninklijk besluit maakt het voor de betrokken ondernemingen mogelijk om de daling van de omzet, de productie of de bestellingen in een van de vier kwartalen voorafgaand aan de aanvraag aan te tonen door een vergelijking met hetzelfde kwartaal van:

  • ofwel het kalenderjaar 2008;
  • ofwel een van de twee kalenderjaren die de aanvraag voorafgaat.

De aanpassing geldt vanaf 1 januari 2016.

De referentieperiode die wordt gebruikt als het gaat om het criterium van ten minste 10 % economische werkloosheid voor werklieden, blijft gelijk. In dat geval moet de vergelijking nog steeds worden gemaakt met het kwartaal voorafgaand aan de verzending van het formulier C106A aan de RVA. Het formulier C106A is het formulier waarmee de werkgever t.o.v. de RVA aantoont dat hij aan de voorwaarden voldoet.