Doelgroepenvermindering: Vestigingscriteria

Geschreven door Lexalert
Foto: Patrick Barry  

Bij aanvraag van een doelgroepvermindering voor een werknemer controleren de RSZ en DIBISS via de multifunctionele aangifte of de werkgever de vestigingseenheid van de betrokken werknemer heeft vermeld. Die vestigingseenheid vormt de basis voor de gewestelijke bevoegdheidsverdeling.

De werkgevers en hun sociale secretariaten werden vanaf de aangiftes voor 2014 ter voorbereiding van de zesde staatshervorming op dit vlak gesensibiliseerd. Bij de aangiftes van het derde kwartaal 2014 worden de aangiftes die een doelgroepvermindering aanvragen geweigerd indien ze de vestigingseenheid niet vermelden.

De doelgroepvermindering wordt berekend op basis van de tewerkstelling van de werknemer (artikel 2 van het Koninklijk Besluit van 16/05/2003). Dit betekent dat wanneer een werknemer die bij eenzelfde werkgever van vestiging verandert, dit niet beschouwd kan worden als een nieuwe aanwerving die recht kan geven op een nieuwe periode van de doelgroepvermindering. Bovendien, wanneer die vestiging in casu in een ander gewest gelegen is, zal de persoon enkel in aanmerking komen voor een doelgroepvermindering, voor zover die in dat betrokken gewest wordt    georganiseerd.

De Vlaamse doelgroepvermindering zal voor die periode van tewerkstelling in een ander gewest worden stopgezet. De initieel toegekende periode wordt niet opgeschort maar wanneer de persoon binnen deze periode nadien terug in een Vlaamse vestiging bij dezelfde werkgever wordt tewerkgesteld kan de periode van toekenning van de doelgroepvermindering verder gezet worden.

Meer info over de doelgroepenvermindering: