Detachering: vrijstelling bijhouden sociale documenten en procedure aanduiding verbindingspersoon

Geschreven door Lexalert
Foto: Andrew Skudder  

De regering bereidt een koninklijk besluit houdende diverse maatregelen inzake detachering van werknemers.

Dat ontwerp sluit aan bij de uitvoering van de bepalingen ingediend door de wet van 11 december 2016 houdende diverse bepalingen inzake detachering van werknemers, in diverse wetgevingen.

Het heeft tot doel de verwijzingen in de wettelijke en verordende teksten, naar het vroegere opschrift van de wet, aan te passen en uitvoering te geven aan de wettelijke bepalingen betreffende de vrijstelling van aflevering van sociale documenten, de aanwijzing van de bevoegde sociaal inspecteurs en de procedure voor de melding van de verbindingspersoon voor een aantal categorieën van werknemers die niet onder het toepassingsgebied van LIMOSA vallen.

Het ontwerp bestaat uit vier pijlers:

De eerste pijler is bedoeld om de verwijzingen in de wettelijke en verordende teksten naar het vroegere opschrift van de wet van 5 maart 2002 (betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering) aan te passen aan het nieuwe opschrift ervan.

De tweede pijler van het ontwerp van koninklijk besluit voorziet in een vrijstelling van het bijhouden van de nieuwe sociale documenten die werden ingevoerd door de wet van 11 december 2016 in artikel 7/1, § 1 van de wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in België, alsook de vertalingen van die documenten.

Die vrijstelling komt bovenop de vrijstellingen die al zijn vastgelegd in artikel 2 van het koninklijk besluit van 1 april 2007 tot vaststelling van de uitvoeringsmodaliteiten van het vereenvoudigd stelsel betreffende het opmaken en bijhouden van sociale documenten voor ondernemingen die in België werknemers ter beschikking stellen.

Er wordt bepaald dat al die vrijstellingen van toepassing zullen zijn voor de categorieën van werknemers bedoeld in artikel 1, 4° tot 11° van het koninklijk besluit van 20 maart 2007 tot voorafgaande melding voor gedetacheerde werknemers en zelfstandigen (Limosa-besluit), namelijk:

  • De werknemers die naar België komen voor het bijwonen van wetenschappelijke congressen;
  • De werknemers die naar België komen voor het bijwonen van vergaderingen in beperkte kring (voor zover hun aanwezigheid op die vergaderingen niet meer bedraagt dan maximum 60 dagen per kalenderjaar, met een maximum van 20 opeenvolgende kalenderdagen per vergadering);
  • De werknemers die door een overheidsdienst worden tewerkgesteld;
  • De werknemers die tewerkgesteld worden door een internationale instelling van publiek recht in België gevestigd en waarvan het statuut wordt geregeld door een in werking getreden verdrag;
  • De leden van een diplomatieke of consulaire zending;
  • De werknemers die in het buitenland verblijven, er tewerkgesteld worden door een in het buitenland gevestigde werkgever en die naar België komen om aan internationale sportwedstrijden deel te nemen evenals de scheidsrechters, begeleiders, officiële vertegenwoordigers, personeelsleden en alle andere personen geaccrediteerd en/of erkend door internationale of nationale sportfederaties, voor zover hun verblijf in het land, nodig voor deze activiteiten, de duur van de sportproef en hoogstens 3 maanden per kalenderjaar niet overschrijdt;
  • De artiesten met internationale faam evenals de begeleiders waarvan de aanwezigheid vereist is voor het schouwspel op voorwaarde dat hun verblijf nodig voor deze activiteiten niet meer dan 21 dagen per trimester bedraagt;
  • De vorsers en de leden van een wetenschappelijk team die in het buitenland verblijven en door een universiteit of een wetenschappelijke instelling gevestigd in het buitenland worden tewerkgesteld, die in België aan een wetenschappelijk programma in een onthaaluniversiteit of een wetenschappelijke instelling deelnemen, op voorwaarde dat hun verblijf nodig voor deze activiteiten, niet meer dan 3 maanden per kalenderjaar bedraagt.

De derde pijler van de ontwerptekst bepaalt de bevoegdheden van de sociaal inspecteurs wat betreft de nieuwe sociale documenten ingevoerd in artikel 7/1, §1 van de bovengenoemde wet van 5 maart 2002, alsook de vertalingen ervan.

De bevoegdheden in kwestie worden in de ontwerptekst toegekend aan de inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten, zoals nu al het geval is voor de documenten die moeten worden bezorgd.

Lees ook: Regels m.b.t. overloon voor bijkomende prestaties door deeltijdse werknemers wijzigen op 1 oktober 2017

De vierde pijler van het ontwerp van koninklijk besluit voorziet in een procedure voor de aanduiding van de verbindingspersoon in de zin van artikel 7/2 van de voornoemde wet van 5 maart 2002 voor twee bepaalde categorieën van gedetacheerde werknemers die buiten het toepassingsgebied van Limosa vallen (in artikel 1 van het voornoemde koninklijk besluit van 20 maart 2007).

Limosa is immers de gebruikelijke manier om de verbindingspersoon aan te wijzen en de werkgevers die werknemers tewerkstellen die buiten het toepassingsgebied van Limosa vallen, zijn dus niet onderworpen aan de verplichting om een verbindingspersoon aan te wijzen.

Bijgevolg wil het ontwerp van koninklijk besluit in artikel 1, 1° en 2° van het voornoemde koninklijk besluit van 20 maart 2007 voorzien in die verplichting om een verbindingspersoon aan te wijzen voor de werkgevers die twee categorieën van gedetacheerde werknemers tewerkstellen die niet onder het toepassingsgebied van Limosa vallen.

Worden zo beoogd:

  • De werknemers tewerkgesteld in de sector van het internationaal vervoer van personen of goederen, tenzij deze werknemers cabotageactiviteiten op het Belgisch grondgebied verrichten;
  • De werknemers die naar België worden gedetacheerd voor de initiële assemblage en/of de eerste installatie van een goed, die een wezenlijk bestanddeel uitmaakt van een overeenkomst voor de levering van goederen, en die noodzakelijk is voor het in werking stellen van het geleverde goed en die uitgevoerd wordt door gekwalificeerde en/of gespecialiseerde werknemers van de leverende onderneming, wanneer de duur van de bedoelde werken niet meer dan acht dagen bedraagt. Deze afwijking geldt evenwel niet voor activiteiten in de bouwsector.

Voor beide categorieën van werknemers wordt bepaald dat de betrokken werkgevers de gegevens over de verbindingspersoon aan de AD Toezicht op de Sociale Wetten meedelen.

Die gegevens zijn dezelfde als die die de werkgevers moeten bezorgen, die hun melding via Limosa moeten doen. De vertegenwoordiger van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg heeft gewezen op een verandering ten opzichte van het basisvoorstel, zoals dat werd voorgelegd aan de Raad. Die houdt in dat in artikel 8 vermeld wordt dat met het identificatienummer bij de sociale zekerheid van de verbindingspersoon het identificatienummer bij de sociale zekerheid in België wordt bedoeld (en niet in het land van herkomst). Die verduidelijking komt tegemoet aan het advies van de Nationale Arbeidsraad nr. 2.027 van 21 maart 2017 over het ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van het voornoemde koninklijk besluit van 20 maart 2007 (koninklijk besluit over Limosa).

Meer specifiek met betrekking tot de aanduiding van de verbindingspersoon in de sector van het internationaal vervoer van personen of goederen heeft de vertegenwoordiger van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg er ten slotte op gewezen dat wordt onderzocht of de werknemers die transitovervoersactiviteiten in België vervullen, uit het toepassingsgebied van artikel 8 gehaald kunnen worden.

Lees de volledige tekst van het advies van de NAR