De waarde van een gsm, smartphone, tablet of pc. De RSZ verduidelijkt.

Geschreven door Ester Van Oostveldt, Van Eeckhoutte, Taquet & Clesse, www.bellaw.be
Foto: William Hook  

Het voordeel in natura dat een werknemer geniet wanneer de werkgever hem kosteloos een pc, tablet, gsm of smartphone toekent die de werknemer ook voor privédoeleinden mag gebruiken, wordt voor de berekening van de socialezekerheidsbijdragen geraamd d.m.v. in de wet ingeschreven forfaits. Ook voor de waardering van het voordeel bestaande uit de toekenning van een (mobiel) telefoonabonnement of internetaansluiting zijn wettelijke forfaits voorzien (zie SoCompact nr. 46 – 2017 en Sociaal Compendium Socialezekerheidsrecht 2018 -2019, nr. 764). 

Als de werknemer een eigen bijdrage betaalt voor het ter beschikking gestelde voordeel, dan wordt het forfaitair bedrag verminderd met die eigen bijdrage. In zijn instructies van het 3de kwartaal van 2018 voegt de RSZ daaraan toe dat alleen het forfait van het voordeel waarvoor de werknemer tussenkomt, verminderd mag worden met het bedrag van diens bijdrage aangezien er aparte forfaits gelden voor de verschillende voordelen (het toestel, het telefoonabonnement en internet). 

Volg op 13 september 2019 van 12 uur tot 14 uur het online seminar Up-to-date HR-recht 2019-3 met

De RSZ verduidelijkt dit met een voorbeeld: een werkgever komt met zijn werknemer overeen dat deze onbeperkt privé mag bellen met een ter beschikking gestelde gsm, maar dat hij daarvoor 10 euro per maand aan zijn werkgever moet betalen. Dit bedrag mag alleen in mindering gebracht worden van het forfait voor het telefoonabonnement (4 euro per maand), niet van het forfait voor het toestel of voor het internetgebruik. Het saldo van de werknemerstussenkomst (6 euro per maand), mag niet in mindering gebracht worden van één van de andere forfaitaire bedragen. 

Nog volgens de recentste versie van de RSZ-instructies geldt als algemene regel dat een werknemersbijdrage in mindering gebracht mag worden van het forfait voor het kwartaal waarin de werknemer de bijdrage betaalt. De RSZ aanvaardt evenwel dat eenmalige bijdragen (bv. de werknemer betaalt een eenmalig bedrag op het moment dat het toestel hem ter beschikking gesteld wordt), aangerekend worden op het forfait voor het kwartaal waarin de werknemer zijn bijdrage betaalde en de forfaits van de drie daarop volgende kwartalen. 

BRON: Administratieve instructies RSZ - 2018/3 (www.socialsecurity.be