De prijs van de vrijheid - Over peildatum en interesten bij uittreding of uitsluiting uit een vennootschap

Geschreven door Mr. Joost Van Riel, Schoups Advocaten, www.schoups.be - Mr. Geert De Buyzer, Schoups Advocaten, www.schoups.be
Foto: Steve Snodgrass  

Ook binnen vennootschappen lopen mooie sprookjes soms ten einde. Voor situaties waar de samenwerking tussen aandeelhouders onhoudbaar wordt, voorziet het Wetboek Vennootschappen de zgn. geschillenregeling als mogelijke uitweg. Zo kan een aandeelhouder vorderen dat de overige aandeelhouders zijn aandelen overnemen (uittreding) of, omgekeerd, kan hij de overname van de aandelen van de overige aandeelhouders vorderen (uitsluiting).

Op de voorwaarden om een vordering tot uittreding of uitsluiting in te stellen (o.m. het voorhanden zijn van een “gegronde reden”), gaan we hier niet in. In plaats daarvan focussen we op de prijs die een uittredende of uitgesloten aandeelhouder ontvangt voor zijn aandelen. De waardebepaling van de aandelen gebeurt immers niet door partijen, maar door een rechter, die zich op zijn beurt veelal zal laten leiden door een gerechtsdeskundige.

De waardebepaling gaat met veel onzekerheid gepaard. In een aantal recente arresten biedt het Hof van Cassatie op een aantal punten enige houvast, met name omtrent de peildatum en de interesten.

Peildatum

Tussen het ontstaan van het conflict, de dagvaarding, het vonnis waarbij de uittreding of uitsluiting wordt toegestaan, de aanstelling van een deskundige, het eindverslag van de deskundige, het vonnis dat de definitieve waarde bepaalt en uiteindelijk de eigenlijke overdracht van de aandelen, kan de waarde van de vennootschap behoorlijk schommelen. Met welk tijdstip is rekening te houden bij het bepalen van de prijs waarop de uittredende of uitgesloten aandeelhouder recht heeft?

In een reeks arresten die begon in 2010 en die een voorlopig eindpunt kende met een arrest van 20 februari 2015, bracht het Hof van Cassatie duidelijkheid over de zgn. 'peildatum' die als referentiepunt is te gebruiken.

Samengevat, gelden twee principes:

  1. Als uitgangspunt geldt de waarde op het ogenblik waarop de aandelen effectief worden overgedragen. Het is namelijk maar door die overdracht dat er een prijs verschuldigd is,
  2. Tegelijk moet abstractie worden gemaakt van zowel de omstandigheden die geleid hebben tot de vordering tot overname van de aandelen, als van het gedrag van de partijen ten gevolge van de vordering. Zo kan o.m. worden vermeden dat wie (verwacht dat hij) de aandelen van een andere aandeelhouder zal moeten overnemen, de waarde van de aandelen zal doen kelderen.

Bij toepassing van het tweede principe, heeft een rechter de mogelijkheid om af te wijken van het uitgangspunt. Als hij dat gezien de concrete omstandigheden verantwoord acht, kan hij (gemotiveerd) een andere peildatum aanduiden als referentiepunt. Aldus kan de peildatum worden gesitueerd vóór de datum waarop de aandelen worden overgedragen.

Interesten

Zoals vermeld, ontstaat het recht op betaling van de prijs van de aandelen op het tijdstip van de eigendomsoverdracht. Dit impliceert dat de interesten pas vanaf dat moment beginnen lopen. Bij arrest van 3 december 2015 heeft het Hof van Cassatie dat principe bevestigd.

Het Hof wees daarbij tevens op het verschil tussen, enerzijds, de situatie waarin prijs reeds is vastgesteld in het vonnis waarbij de overdracht wordt bevolen en, anderzijds, de situatie waarin de overdracht wordt bevolen tegen de betaling van een voorlopig bedrag en voor het overige een deskundige wordt aangesteld met het oog op de begroting van de waarde van de aandelen. In de eerste hypothese zijn, bij te late betaling, verwijlsinteresten op de prijs verschuldigd. Wanneer daarentegen eerst een voorlopige prijs wordt vastgesteld en slechts naderhand de definitieve prijs wordt bepaald, lopen in de tussenperiode vergoedende interesten op het verschil.

Lees ook: Nieuw wetboek van vennootschappen en verenigingen op til - Preview van de krijtlijnen

Besluit

Ondanks de richtlijnen die het Hof van Cassatie in recente arresten heeft uitgezet, zal de prijsbepaling van aandelen bij uittreding of uitsluiting tot veel betwisting aanleiding blijven geven. De concrete invulling van de cassatierechtspraak is immers verre van evident. Bovendien spelen er nog heel wat andere elementen mee, zoals de berekeningsbasis en de toe te passen waarderingsmethode(s).

Vrijheid heeft een prijs. Die bestaat niet enkel uit de uiteindelijk vastgestelde waarde van de aandelen, maar ook uit de onzekerheid die aan die vaststelling voorafgaat.