De Kaaimantaks aka Doorkijkbelasting - De hoofdlijnen

Geschreven door Lexalert
Foto: Jordi Payà

De Kaaimantaks wordt ingevoerd door het ontwerp van Programmawet van juni 2015. Het doel is offshore constructies (zoals trusts e.a.) te belasten. Dit gebeurt via de doorkijkbelasting. Ze is van toepassing op juridische constructies die minder dan 15% belastingen betalen en geen rechtspersoonlijkheid bezitten.

Doel van de Kaaimantaks?

De Kaaimantaks moet de fiscus toelaten belasting te heffen, in die gevallen waar door het tussenschuiven van “juridische constructies” (trust e.a.) een normale belastingheffing omzeild wordt; terwijl anderzijds vermeden moet worden, via de transparantieregeling, personen te belasten die niet de uiteindelijk gerechtigden zijn, en tevens vermeden moet worden bepaalde inkomsten (economisch) dubbel te belasten. Er worden begeleidende maatregelen genomen om een correcte aangifte te stimuleren.

Het is hierbij niet de bedoeling om de juridische constructies op zich te verbieden, maar enkel de fiscale voordelen te neutraliseren door transparantie te creëren, het bestaande heffingsvacuüm te verhelpen en de mogelijkheid van onbelast zwevend vermogen te beëindigen.

Uitbreiding van de bestaande meldingsplicht

Deze meldingsplicht in de aangifte in de personenbelasting werd ingevoegd met ingang van het aanslagjaar 2014. Deze plicht wordt uitgebreid tot rechtspersonen die aan de rechtspersonenbelasting onderworpen zijn en die tevens als oprichter of derde begunstigde van een juridische constructie beschouwd kunnen worden.

Doorkijkbelasting

De tekst in ontwerp vervolledigt deze meldingsplicht met een mechanisme van belastingheffing van de inkomsten die worden ontvangen en/of uitgekeerd door een juridische constructie.

De voornoemde inkomsten van buitenlandse juridische constructies worden bijgevolg belast alsof ze rechtstreeks worden aangehouden door de belastingplichtigen.

De doorkijkbelasting is niet van toepassing indien de juridische constructie:  

  • een belastingdruk ondergaat van minstens 15 pct. op een belastbare basis zoals vastgesteld volgens de regels van de Belgische inkomstenbelastingen; en
  • ze bovendien rechtspersoonlijkheid bezit.

Voor de beoordeling van de minimale belastingdruk van 15 pct. wordt de belasting vergeleken met de belastbare grondslag die in België van toepassing zou zijn indien de juridische constructie een inwoner van België zou zijn. Indien de juridische constructie een vennootschap is, zal de effectieve belasting worden vergeleken met de belastbare basis in de vennootschapsbelasting om de 15 pct. drempel te beoordelen. Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor andere rechtspersonen die in België aan de rechtspersonenbelasting worden onderworpen. Bij de beoordeling van de belastingdruk op kwalificerende octrooi-inkomsten in hoofde van de juridische constructie, zal bv. de aftrek voor octrooi-inkomsten in aanmerking genomen.

Openbare en institutionele instellingen voor collectieve belegging worden niet beschouwd als juridische constructies. Dit is eveneens het geval voor de pensioenfondsen (‘ OFP ’s ’ ) en beursgenoteerde vennootschappen.

De vereffening van de juridische constructie met rechtspersoonlijkheid zal niet onderworpen worden aan de belasting op de liquidatieboni in de mate dat de inkomsten in België hun belastingregime hebben ondergaan.

Wanneer de juridische constructie belastbaar is in de vennootschapsbelasting aan een tarief van 15 pct. of meer, wordt ze niet onderworpen aan de doorkijkbelasting. In het geval van ontbinding wordt de uitkering daardoor belast aan een tarief van 25 pct. op het geheel van de ingebrachte goederen, aangezien deze in België hun belastingregime nog niet hebben kunnen ondergaan.

Er wordt een specifieke anti-misbruikbepaling voorzien voor de gevallen waarin bestaande juridische constructies bepaalde verrichtingen tot omvorming ondergaan.

Er wordt een wettelijk vermoeden ingevoerd dat de oprichter of oprichters van een juridische constructie de rechtstreekse begunstigden zijn van de voormelde inkomsten. Indien er meerdere oprichters zijn, worden deze vermoed voor hun werkelijk deel begunstigd te zijn of, indien dit deel niet gekend, elk voor een gelijk deel. Dit vermoeden kan door alle bewijsmiddelen, behoudens de eed, worden weerlegd door aan te tonen welke personen, en voor welke deel, de werkelijke begunstigden zijn. Indien de identiteit van de derde begunstigden echter niet op een positieve wijze wordt aangetoond, zoals bijvoorbeeld bij zogenaamde “discretionaire” trusts, dan blijft het wettelijk vermoeden gelden.

Juridische constructie

Teneinde juridische lacunes te vermijden als gevolg van het voortdurend wijzigende internationaal fiscaal landschap, wordt de notie juridische constructie uitgebreid.

Ten gevolge van deze nieuwe definitie zal het koninklijk besluit van 19 maart 2014 zo spoedig mogelijk worden vervangen. De minister van Financiën en de Ministerraad nemen zich voor om het bij deze wet opgeheven besluit zo snel mogelijk te vervangen door twee nieuwe besluiten. Voor zover de in de vigerende lijst opgenomen entiteiten nog voldoen aan de definitie zullen deze zeker worden opgenomen in één van de twee nieuw op te stellen koninklijke besluiten.

Lees ook: Toepassingsgevallen van de Kaaimantaks

Wat bij fraude?

In het geval er aanwijzingen zijn van fiscale onregelmatigheden of van fraude kan de belastingadministratie alle mogelijke middelen aanwenden om controles uit te voeren teneinde de oorsprong van de in de juridische constructie ingebrachte activa en kapitalen te achterhalen.

Op basis van voormelde fiscale ficties zullen de aldus belastbaar gestelde inkomsten hun gewoon aanslagstelsel ondergaan zoals bepaald in het WIB 92 betreffende hun kwalificatie in hoofde van de bepaalde belastingplichtige.

De Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken is eveneens bevoegd om zich over de toepasselijkheid van deze doorkijkbelasting uit te spreken.

Het gebruik van de juridische constructie als vehikel waarin de oprichter het vermogen en de inkomsten, ondergebracht in de juridische constructie, volledig aan de toepassing van de inkomstenbelasting onttrekt, ten voordele van zichzelf, zijn echtgenote, zijn erfgenamen of derde begunstigden, wordt aldus geneutraliseerd.

Lees de volledige tekst van het ontwerp van Programmawet van juni 2015