De drie pijlers van het mobiliteitsbudget

Geschreven door Lexalert
Foto: N1K081  

Het wetsontwerp van 3 december 2018 voorziet voor werkgevers de mogelijkheid tot invoering van een mobiliteitsbudget als alternatief voor de bedrijfswagen. Dit mobiliteitsbudget is gebaseerd op drie pijlers waarbij de werknemer vrij kan kiezen welke van deze drie pijlers hij wenst te gebruiken.

De eerste pijler betreft alsnog een bedrijfswagen, zij het dan wel een milieuvriendelijke wagen die voldoet aan specifieke ecologische eisen. Deze wagen ondergaat de gewone fiscale en parafiscale behandeling van een bedrijfswagen.  De tweede pijler is een verzamelnaam voor een heel aantal alternatieve en duurzame vervoersmodi zoals het openbaar vervoer, de fiets, deeloplossingen enz. De derde pijler tenslotte geeft de werknemer recht op de uitbetaling van het saldo van het mobiliteitsbudget  dat niet is besteed geweest in de twee andere pijlers.

Om het gebruik van alternatieve vervoersmodi zoveel mogelijk aan te moedigen wordt voorzien in een fiscale vrijstelling van de tweede pijler terwijl de derde pijler onderworpen wordt aan een specifieke sociale bijdrage van 38,07 %.

Het mobiliteitsbudget staat niet alleen open voor werknemers met een bedrijfswagen  maar ook voor zij die er aanspraak kunnen op maken volgens het bedrijfswagenbeleid  van de werkgever.

Mobiliteitsvergoeding/cash for car

De wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding, heeft de mogelijkheid gecreëerd voor werknemers met een bedrijfswagen om hiervan af te zien en een geldsom in de plaats te ontvangen. Deze mobiliteitsvergoeding wordt fiscaal en sociaal behandeld zoals een bedrijfswagen.

Omdat de mobiliteitsvergoeding (cash for cars) een alles of niets verhaal is, met name ofwel de bedrijfswagen inruilen ofwel behouden, is het opportuun om naast de mobiliteitsvergoeding een tweede alternatief te bieden voor de bedrijfswagen, zijnde een mobiliteitsbudget.

Drie pijlers

Dit mobiliteitsbudget is kortweg gebaseerd op drie pijlers, de werknemer kiest vrij het gebruik van een of meer pijlers die hij wenst (pijler 1 en/of pijler 2 en/of pijler 3).

►Blijf op de hoogte over de actualiteit mbt HR-recht via onze kwartaal-update "Up-to-date - HR-recht" ism Claeys&Engels

Pijler 1 is een milieuvriendelijke bedrijfswagen wat inhoudt dat deze wagen:

  • ofwel een elektrische wagen is
  • ofwel een maximale CO -uitstoot heeft van 95 g en beantwoordt aan ten minste de emissienorm voor luchtverontreinigende stoffen die geldt voor nieuwe voertuigen of aan een latere norm.

Het budget dat, na een eventuele besteding in pijler 1, overblijft, zijnde de uitgespaarde kosten in hoofde van de werkgever, kan de werknemer dan besteden in pijler 2 en/of 3.

Pijler 2 is de verzamelnaam voor een heel aantal alternatieve en duurzame vervoersmodi waaronder het openbaar vervoer, de fiets, de deelauto enz. In dit kader worden bepaalde huisvestingkosten met betrekking tot een woning gelegen nabij de normale plaats van tewerkstelling bovendien gelijkgesteld met een duurzame wijze ven verplaatsen.

Pijler 3 tenslotte is het saldo van het budget dat overblijft na aftrek van de eventuele bestedingen in pijlers 1 en 2 en dat in contanten wordt uitbetaald.

Een essentieel verschil met de mobiliteitsvergoeding is derhalve dat er bij het mobiliteitsbudget nog steeds kan geopteerd worden voor een bedrijfswagen, zij het weliswaar een milieuvriendelijke, die dan kan worden aangevuld met bijkomende vervoersmogelijkheden.

Daar waar de mobiliteitsvergoeding voor de volle 100 % inzet op alternatieve vervoersmodi, gelet dat de betrokkene niet langer beschikt over een bedrijfswagen, zet het mobiliteitsbudget m.a.w. vooral in op multimodaliteit: zo kan een bedrijfswagen worden aangevuld met een abonnement op het openbaar vervoer, een fiets enz.

Afhankelijk van het af te leggen traject en het doel van de verplaatsing, kan de werknemer m.a.w. zelf kiezen welke vervoersmiddelen hem daarvoor het meest geschikt lijken: zo kan hij het hele traject afleggen met de bedrijfswagen, maar hij kan evenzeer de bedrijfswagen nemen tot aan het station, vervolgens verder rijden met de trein en tenslotte overstappen op tram of bus, een deelfiets nemen, enz.

Om deze tweede pijler extra aan te moedigen ten opzichte van pijler 3 wordt voorzien dat het bedrag dat in aanmerking komt voor uitbetaling in contanten (pijler 3) onderworpen wordt aan een specifieke sociale bijdrage van 38,07 pct. Pijler 3 wordt zo ontmoedigd ten voordele van pijler 2 die volledig onbelast is bij de werknemer en volledig aftrekbaar bij de werkgever.

De auto van pijler 1 ondergaat de gewone fiscale en sociale behandeling van een bedrijfswagen.

Het mobiliteitsbudget beoogt, net zoals bij de mobiliteitsvergoeding, een modal shift of mentaliteitswijziging op gang te brengen aangaande de wijze waarop een werknemer zich naar het werk begeeft. Door alternatieven aan te bieden die fiscaal en sociaal gelijkwaardig zijn aan de bedrijfswagen, hoopt men dat veel werknemers, gelet op de steeds toenemende files, op zoek gaan naar andere vervoersmodi, in de eerste plaats voor hun dagelijkse pendel. Het doel is dus in de eerste plaats gericht op de voordelen inzake mobiliteit zij het dat deze, op termijn, onmiskenbaar ook een positieve impact zullen hebben op het milieu en de gezondheid.

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget