De activeringsbijdrage maakt vrijstelling van prestaties met loonbehoud duurder

Geschreven door Mr. Ester Van Oostveldt, Van Eeckhoutte, Tacquet & Clesse, www.bellaw.be
Foto: Marco / Zak  

Werkgevers die bepaalde werknemers vrijstellen van prestaties met behoud van loon moeten sinds 1 januari 2018 rekening houden met de activeringsbijdrage die verschuldigd is bovenop de gewone socialezekerheidsbijdragen.

Wat houdt een systeem van vrijstelling van prestaties precies in?

Een systeem van vrijstelling van prestaties bestaat erin dat een werknemer voor zijn werkgever geen arbeidsprestaties meer hoeft te leveren maar toch zijn loon geheel of gedeeltelijk behoudt. Op dat loon zijn vanzelfsprekend de gewone socialezekerheidsbijdragen verschuldigd.

Het systeem van vrijstelling van prestaties wordt steeds vaker gebruikt voor “oudere” werknemers als alternatief voor het steeds strenger geregelde en duurder wordende SWT.

Sinds 1 januari 2018 zijn de werkgevers op het loon van de werknemers die vrijstelling van prestaties genieten een activeringsbijdrage verschuldigd bovenop de gewone socialezekerheidsbijdragen. De regering wil met de invoering van de activeringsbijdrage het gebruik van het systeem van vrijstelling van prestaties ontmoedigen.

Door wie en voor wie is de bijdrage verschuldigd?

De bijdrage is verschuldigd door:

  • de werkgevers op wie de Cao-wet van toepassing is (dus vnl. werkgevers uit de privésector),
  • alsook door bepaalde autonome overheidsbedrijven.

De bijdrage is verschuldigd voor hun werknemers die geen enkele prestatie leveren tijdens een volledig kwartaal bij dezelfde werkgever.

De bijdrage is evenwel niet verschuldigd wanneer de uitvoering van de arbeidsovereenkomst is geschorst ingevolge één van de wettelijke schorsingsgronden of wanneer de werknemer vrijgesteld wordt van prestaties tijdens zijn opzeggingstermijn. Het is immers niet de bedoeling dat de werkgever de bijdrage verschuldigd is in geval van ziekte of verlof van zijn werknemer.

De bijdrage is evenmin verschuldigd voor de werknemers die in een mechanisme van volledige vrijstelling van prestaties gestapt zijn:

  • vóór 28 september 2017, of,
  • in toepassing van een cao van bepaalde duur afgesloten en neergelegd vóór 28 september 2017, of,
  • in het geval van overheidsbedrijven, in toepassing van een regeling afgesloten in het paritair comité vóór 28 september 2017.
Volg het on demand seminarie Actualiteit arbeidsrecht – Wijzigingen van belang voor uw HR-praktijk met Pieter SICHIEN

Hoeveel bedraagt de bijdrage?

De activeringsbijdrage is gelijk aan een bepaald percentage van het brutokwartaalloon van de betrokken werknemer en moet per kwartaal een bepaald minimumbedrag bereiken.

Het percentage van de bijdrage en het bedrag van de minimumbijdrage verschillen naar gelang van de leeftijd van de werknemer op het ogenblik waarop zijn werkgever hem van elke prestatie vrijstelt:

Leeftijd werknemer bij aanvang vrijstelling

Bijdragepercentage

Minimumbijdrage per kwartaal

Vóór 55 jaar

20%

300 euro

Na 55 jaar en vóór 58 jaar

18%

300 euro

Na 58 jaar en vóór 60 jaar

16%

300 euro

Na 60 jaar en vóór 62 jaar

15%

225,60 euro

Na 62 jaar

10%

225,60 euro

Het bijdragepercentage blijft in principe onveranderd tijdens de ganse periode van vrijstelling van prestaties (behalve in de hierna vermelde gevallen van vermindering of vrijstelling).

De bijdrage wordt elk kwartaal berekend en betaald samen met de gewone socialezekerheidsbijdragen (zie www.sociaalcompendium.be).

Vermindering en vrijstelling van de bijdrage

Het bijdragepercentage wordt verminderd met 40% indien de werknemer gedurende de periode van vrijstelling van prestaties verplicht was een door zijn werkgever georganiseerde opleiding te volgen die tenminste 15 dagen omvat in een periode van 4 opeenvolgende kwartalen. De vermindering van het bijdragepercentage geldt tijdens diezelfde 4 kwartalen.

De werkgever wordt vrijgesteld van de bijdrage indien de werknemer gedurende de eerste 4 kwartalen van vrijstelling van prestaties verplicht een door zijn werkgever georganiseerde opleiding heeft gevolgd, waarvan de kostprijs tenminste 20% bedraagt van het brutojaarloon waarop de werknemer voor de vrijstelling van prestaties recht had.

Lees ook: Eindejaarsprogrammawet voert een nieuwe winstpremie in

De voornoemde bijdrage is niet verschuldigd wanneer de werknemer die volledig van prestaties werd vrijgesteld gedurende het volledige kwartaal een nieuwe tewerkstelling aanvat, hetzij bij een of meerdere andere werkgever(s), hetzij in de hoedanigheid van zelfstandige. Die nieuwe tewerkstelling moet minstens gelijk zijn aan een derde van een voltijdse tewerkstelling.

BRON: art. 66 – 67 programmawet 25 december 2017, BS 29 december 2017.