Circulaire 2018/C/105 betreffende de definitieve vrijstellingen bij invoer - Algemene bepalingen

Geschreven door Lexalert
Foto: Peters Picture  

D.I. 510.0; aanvraag; bevoegde autoriteit; voorwaarden; belanghebbende; andere gevallen; EU-grondgebied; wettelijke grondslagen; partijen; uitsluitingen

FOD Financiën, 21.08.2018

Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen

1. Inleiding

2. Wettelijke basis van de definitieve vrijstellingen

3. Definities

4. Uitsluitingen

5. Basisbeginselen

6. Te vervullen voorwaarden

7. Te vervullen formaliteiten

8. Controle van de vrijstelling

9. Slotbepalingen

Bijlage I - Specifieke codes van de Gecombineerde Nomenclatuur voor de vrijstellingen - Hoofdstuk 99 van het tarief

Bijlage II - Europese codes voor vak 37 tweede deelvak van het ED

Bijlage III - Vergelijkende tabel van de wettelijke basis

1. Inleiding

1. Deze circulaire verduidelijkt de algemene principes die van toepassing zijn op de douanevrijstellingen, belastingvrijstellingen en accijnsvrijstellingen bij invoer die kunnen toegekend worden bij het in het vrije verkeer brengen en/of in verbruik stellen van goederen die vanuit derde landen zijn ingevoerd.

Het betreft hier dus het in het vrije verkeer brengen (of in verbruik stellen) zonder betaling van rechten of taksen. Er wordt opgemerkt dat de vrijstelling niet altijd alle opeisbare belastingen betreft, maar uitsluitend kan slaan op ofwel de rechten en niet op de btw, ofwel op de douanerechten en de btw maar niet op de accijnsrechten. Daarom moet voor elk geval apart worden gecontroleerd welke belastingen betrokken zijn.

2. De circulaire betreft de definitieve vrijstellingen. Deze mogen niet verward worden met de bijzondere douaneregelingen (actieve veredeling, douane-entrepot, tijdelijke invoer, bijzondere bestemming) waarbij de volledige vrijstelling niet definitief is maar beperkt tot de geldigheidsduur van de regeling waaronder de goederen bij de invoer werden geplaatst.  Deze regelingen schorten de betaling van rechten en taksen op terwijl de hier bedoelde vrijstellingen definitief worden toegekend bij het in het vrije verkeer brengen of in verbruik stellen van de goederen indien alle voorwaarden worden nageleefd, met inbegrip van deze die moeten nageleefd worden nadat de definitieve vrijstelling volgend op het in het vrije verkeer brengen of in verbruik stellen werd verleend.

3. Ook mogen de definitieve vrijstellingen niet worden verward met de vrijstellingen die door andere wetgeving dan de Verordening 1186/2009 worden verleend, zoals de vrijstellingen die in het kader van diplomatieke of consulaire betrekkingen worden verleend en een bijzonder statuut van de aanvrager vereisen.  De definitieve vrijstellingen zijn ontstaan uit het gemeen recht: iedereen kan ervan genieten indien er aan de voorwaarden wordt voldaan.

4. Deze circulaire heeft enkel betrekking op de algemene bepalingen van toepassing op de gevallen van vrijstelling in Verordening 1186/2009.

De Europese regeling voor douanevrijstellingen bevat 28 verschillende gevallen van vrijstellingen die van toepassing zijn maar de belastingwetgeving bevat er minder, zowel op het vlak van btw als op vlak van accijnzen.

Deze algemene circulaire wordt aangevuld met 28 andere circulaires die elk betrekking hebben op één van de 28 gevallen van definitieve vrijstelling die van toepassing zijn.  Deze algemene circulaire moet samen met de specifieke circulaire betreffende de gevraagde vrijstelling worden gelezen.

2. Wettelijke basis van de definitieve vrijstellingen

5. De twee wettelijke bases:

- Verordening (EG) Nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen

- het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.

6. Er wordt opgemerkt dat, inzake andere belastingen dan de btw en de accijnsrechten, Richtlijn 2009/55 van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de belastingvrijstellingen bij definitief binnenbrengen uit een lidstaat van persoonlijke goederen door particulieren werd ingeroepen ter vervanging van Richtlijn 83/183/EEG van 28 maart 1983 betreffende datzelfde onderwerp.

7. Bovenop de verwijzing naar Verordening 1186/2009 die naast artikel 86, §6 wordt genoemd, wordt in het DWU, meer bepaald in de definitie van douanewetgeving, artikel 5, streepje 2) punt c), bevestigd dat “de wetgeving betreffende de instelling van een Unieregeling inzake douanevrijstellingen” behoort tot het geheel van de “douanewetgeving”, maar geen enkele basisbepaling inzake definitieve vrijstellingen bevat, in tegenstelling tot het Communautair Douanewetboek waarvan artikel 85 de uitdrukkelijke rechtsbron was van de Europese reglementering die op vrijstellingen van toepassing was.

8. Wat daarentegen wel in het DWU is opgenomen, is de vrijstelling van rechten bij invoer (op aanvraag) van toepassing op de goederen die voor het vrije verkeer worden aangegeven bij de terugkeer in het grondgebied van de EU (zie artikel 203 en volgende van het DWU).

De vrijstelling voor terugkerende goederen mag echter niet verward worden met de definitieve vrijstellingen waarvan hier sprake is.

3. Definities

9. Voor de toepassing van de circulaires betreffende de definitieve vrijstellingen wordt verstaan onder:

- Verordening DV: Verordening (EG) Nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen

- KB: het koninklijk besluit van 29 december 1992 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de BTW

- DWU: douanewetboek van de Unie (Verordening (EU) Nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie)

- invoerrechten: de douanerechten die bij de invoer van goederen verschuldigd zijn

- accijnzen: de gewone accijnzen, de bijzondere accijnzen, de controleretributie en de bijdrage op de energie verschuldigd bij invoer voor de accijnsgoederen bepaald in artikel 2 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen en voor de accijnsgoederen bepaald in artikel 2 van de wet van 21 december 2009 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie; wordt gelijkgesteld met de accijnsrechten, de verpakkingsheffing bedoeld in artikel 369, 17° van de gewone wet van 16 juli 1993 ter vervollediging van de federale staatsstructuur

- BTW: de belasting over de toegevoegde waarde omschreven als een omzetbelasting die geheven wordt onder voorwaarden en de met inachtneming van de regels bepaald in het BTW wetboek (artikel 1, §1 van dit wetboek)

- persoonlijke goederen: goederen die voor het persoonlijk gebruik van de belanghebbenden of voor de behoeften van hun huishouden dienen.

Persoonlijke goederen zijn met name:

- roerende goederen en voorwerpen

- fietsen en motorfietsen, automobielen voor particulier gebruik en aanhangwagens daarvan, kampeerwagens, pleziervaartuigen en sportvliegtuigen.

Zijn ook persoonlijke goederen, de huishoudelijke voorraden die overeenkomen met een normale gezinsbevoorrading, kleine huisdieren en rijdieren, alsook draagbare instrumenten voor kunsten en ambachten die de belanghebbende nodig heeft voor de uitoefening van zijn beroep. Uit de aard of hoeveelheid van de persoonlijke goederen mag niet afgeleid kunnen worden dat aan het binnenbrengen commerciële overwegingen ten grondslag liggen

- roerende goederen en voorwerpen: de persoonlijke voorwerpen, linnengoed, goederen bestemd voor meubilering of uitrusting voor persoonlijk gebruik van de belanghebbenden of voor de behoeften van hun huishouden

- alcoholische producten: de producten (bier, wijn, aperitieven op basis van wijn of alcohol, gedistilleerde dranken, likeuren -en-andere alcoholhoudende dranken, enz.) die onder de GN-codes 2203.00 tot 2208.90 vallen

- bevoegde douaneautoriteit: de centrale of regionale component van het departement dat instaat voor het afleveren van vergunningen, ofwel het plaatselijke hoofd van het invoerkantoor

- invoerkantoor: de douanediensten in België die instaan voor het in het vrije verkeer brengen

- summiere aangifte: elk document dat al dan niet elektronisch dienst doet als summiere invoeraangifte of als douaneaangifte zoals de vrachtlijst, luchtvaartmanifest, T-document, enz.

- aanvraag: de aanvraag die ertoe strekt de toelating voor definitieve invoer van de goederen met vrijstelling van één of meerdere belastingen van de bevoegde douaneautoriteit te verkrijgen.

Deze aanvraag moet ingediend worden door de betrokken persoon, firma, organisatie, instelling of een andere daartoe gemachtigde persoon, of een douanevertegenwoordiger die handelt op basis van de richtlijnen van de toekomstige verkrijger van de vrijstelling.

De aanvraag moet op een van de volgende drie manieren worden ingediend:

1- doorgaans schriftelijk, bij voorkeur elektronisch (de aanvraag moet altijd schriftelijk worden ingediend indien dat in de toepassingsmodaliteiten is bepaald of indien er specifieke elementen moeten vermeld worden), voorafgaand aan de invoer

2- in sommige gevallen door het overhandigen van de douaneaangifte zelf aan de bevoegde douaneautoriteit onder de volgende drie voorwaarden:

a) de goederen bevinden zich al in het invoerkantoor

b) het gaat om een éénmalige invoer

c) de aanvraag vereist geen gegevens die niet op de aangifte staan

3- mondeling indien de douanewetgeving zulks voorziet en indien er geen schriftelijke aangifte moet opgemaakt worden.

- toelating voor de invoer met vrijstelling: de toelating van de bevoegde douaneautoriteit om de goederen definitief in te voeren met vrijstelling van één of meerdere belastingen door toepassing van de gevraagde vrijstellingsregeling.

Deze toelating kan op drie verschillende manieren worden gegeven:

a) Toelating = valideren van het ED

Indien er geen speciale voorwaarden moeten vervuld zijn en indien de beslissing niet van een hoger niveau afhangt (centrale of regionale component), geeft de bevoegde ambtenaar rechtstreeks zijn toelating

- ofwel door de elektronische aangifte in PLDA te valideren via de registratie van de code en/of de vermelding ad hoc voorzien op de circulaire DV voor de betrokken vrijstelling

- ofwel door een gedateerde en ondertekende vermelding op de verschillende exemplaren van de aangifte op papier aan te brengen.

Er kunnen aan de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor de controle van bepaalde voorwaarden eventueel aanwijzingen worden gegeven die door de goederen moeten vervuld zijn om de vrijstelling te verkrijgen.

De vermeldingen die worden gevraagd zullen echter altijd worden aangebracht indien de goederen bij invoer eerst voor voorwaardelijke vrijstelling moeten toegelaten worden.

b) Toelating = regionale of centrale beslissing

In de andere gevallen moet de toelating het voorwerp van een gemotiveerde beslissing zijn in de vorm van een elektronisch document waarvan een kopie naar de betrokken douanediensten op het terrein wordt gestuurd.

c) Toelating = mondelinge beslissing

Indien de aanvraag mondeling mag worden gedaan, kan de toelating ook mondeling worden gegeven, met of zonder inventaris.

- Douanegebieden, fiscale gebieden of accijnsgebieden van de EU: zie hiervoor de circulaire D.I. 509.10 - OEO/D.D. 281.815 Verschillende gebieden van de Europese Unie

- Derde landen: de gebieden buiten de Unie

4. Uitsluitingen

10. De volgende vrijstellingen die los van Verordening DV worden toegepast zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van deze circulaire (en worden dus niet beschouwd als “definitieve vrijstellingen”):

1/ de ontheffingen en vrijstellingen ontstaan uit de volgende bilaterale akkoorden en internationale overeenkomsten (en bedoeld in artikels 128 en 130 tot 132 van de Verordening DV):

a) vrijstellingen die voortvloeien uit de toepassing van ofwel het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 18 april 1961, ofwel het Verdrag van Wenen inzake consulair verkeer van 24 april 1963 of andere consulaire verdragen, ofwel het Verdrag van New York van 16 december 1969 inzake bijzondere missies;

b) vrijstellingen die ressorteren onder gebruikelijke voorrechten, verleend krachtens internationale overeenkomsten of zetelovereenkomsten waarbij een derde land dan wel een internationale organisatie partij is, inclusief vrijstellingen die ter gelegenheid van internationale vergaderingen worden verleend;

c) vrijstellingen die ressorteren onder gebruikelijke voorrechten, verleend krachtens internationale overeenkomsten gesloten door alle lidstaten tezamen tot oprichting van een culturele of wetenschappelijke instelling of organisatie naar internationaal recht;

d) vrijstellingen die ressorteren onder de gebruikelijke voorrechten en immuniteiten, verleend in het kader van overeenkomsten voor culturele, wetenschappelijke of technische samenwerking met derde landen;

e) bijzondere vrijstellingen, ingesteld in het kader van overeenkomsten met derde landen betreffende gemeenschappelijke acties voor personen- of milieubescherming;

f) bijzondere vrijstellingen, ingesteld in het kader van overeenkomsten met aangrenzende derde landen, die gerechtvaardigd zijn door de aard van het grensverkeer met die landen;

g) vrijstellingen in het kader van overeenkomsten op basis van wederkerigheid, met derde landen die partij zijn bij het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart (Chicago 1944) voor de toepassing van de aanbevolen werkwijzen 4.42 en 4.44 van bijlage 9 bij het Verdrag (achtste uitgave, juli 1980);

h) vrijstellingen verleend door Griekenland in het kader van de aan de Berg Athos verleende speciale status zoals die gewaarborgd is bij artikel 105 van de Griekse grondwet;

i) vrijstellingen verleend door Spanje en Frankrijk, tot de inwerkingtreding van een regeling van het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Andorra, van de vrijstellingen ingevolge de overeenkomsten van respectievelijk 13 juli 1867, 22 en 23 november 1867 tussen deze landen en Andorra;

j) vrijstellingen, met een maximum van 210 Euro, verleend door de lidstaten op 1 januari 1983 aan zeelieden van de handelsvloot in de internationale vaart hebben toegekend;

k) vrijstellingen verleend door de lidstaten aan de buitenlandse krijgsmachten van de NAVO die op hun grondgebied gestationeerd zijn krachtens internationale overeenkomsten;

l) vrijstellingen verleend door bepaalde lidstaten aan werknemers die naar hun land terugkeren na een verblijf buiten het douanegebied van de EU wegens beroepswerkzaamheden van ten minste zes maanden.

2/ de vrijstellingen op de terugkerende goederen krachtens artikel 203 en volgende van het DWU;

3/ de vrijstellingen van rechten en taksen van bijzondere regelingen (AV, TI, DE, BB) krachtens artikel 210 en volgende van het DWU;

4/ de schorsingen en andere tariefmaatregelen bedoeld in de betreffende reglementering.

Voor de hogergenoemde gevallen wordt verwezen naar de bepalingen van de circulaires (of voormalige instructies) ad hoc:

- Instructie Immuniteiten (diplomatieke Vrijstellingen en daarmede gelijkgestelde regelingen - DI 511.0)

- Nota betreffende het douane- en accijnsstelsel inzake verhuizingen dat van toepassing is op Belgische diplomaten en daarmee gelijkgestelden bij de terugkeer uit het buitenland EOS/D.D. 012.419.

- Nota’s over de vrijstellingsregelingen die van toepassing zijn op internationale organisaties zoals UNO, EU, enz.

- Instructie Belgische strijdkrachten

- Instructie SHAPE en IMS

- Instructie Buitenlandse NAVO-strijdkrachten

- Circulaire Terugkerende goederen

- Circulaires en instructies inzake bijzondere regelingen (AV/PV/TI/DE/BB/Carnet ATA/Transit)

- Instructie Luchtvaart

- Instructie Zeevaart

5. Basisbeginselen

12. De definitieve vrijstellingen worden geregeld door de volgende beginselen die steeds in acht moeten worden genomen:

1) De vrijstelling van rechten en taksen is geen recht. Het verlenen van een vrijstelling gebeurt nooit automatisch en is niet verplicht. Eenieder behoudt het recht om alle rechten en taksen die bij invoer opeisbaar zijn te betalen en dus om van het voordeel van de vrijstelling af te zien.  Er is altijd een aanvraag vereist om de vrijstelling te verkrijgen.  Deze aanvraag kan verschillende vormen aannemen (waaronder de gewone grensoverschrijding op een plaats zonder douanekantoor) maar ze moet er altijd zijn.

Zonder aanvraag, geen vrijstelling!

In datzelfde opzicht is het belangrijk om op te merken dat de bewijslast rust bij de persoon die de vrijstelling aanvraagt, zoals de Europese Commissie dat heeft bevestigd in een advies van december 2017. De aanvrager moet ervoor zorgen dat de bevoegde douaneautoriteit in het bezit is van alle documenten die vereist zijn als bewijs dat de voorwaarden van de gevraagde vrijstelling voldaan zijn.

2) De aanvraag moet voorafgaand aan de invoer of ten laatste op het moment van de fysieke invoer van de betrokken goederen ingediend zijn.  De Verordening DV voorziet bepaalde afwijkingen van die verplichting maar vraagt hiervoor een degelijke motivatie.

3) De vrijstellingen zijn altijd onderworpen aan voorwaarden.  Daarom moet elke aanvraag krachtens artikel 126 van Verordening DV vergezeld zijn van stukken waaruit de naleving van de voorwaarden blijkt. De douaneautoriteit heeft als opdracht zich ervan te vergewissen dat de voorwaarden zijn nageleefd om de belangen van de Schatkist te vrijwaren.

4) Omdat de vrijstellingen fiscale bepalingen zijn, moeten ze strikt geïnterpreteerd worden.  Dit beginsel komt voor in artikel 101 van de Belgische Grondwet.  De Europese Commissie herinnert er voortdurend aan en vraagt de lidstaten om de voorwaarden en termijnen van de vrijstellingen strikt toe te passen.

Voorbeeld: Zes maanden = 6 kalendermaanden, niet 1 dag meer en niet 1 dag minder.

5) In bepaalde gevallen van vrijstelling is het nodig om, gedurende een bepaalde termijn die bijvoorbeeld tot 12 maanden na de datum van invoer van de goederen met vrijstelling kan oplopen, controles van de naleving van de voorwaarden te doen binnen die termijn na het in het vrije verkeer brengen van de goederen die de vrijstelling genieten.  Die controles moeten uitgeoefend worden om de correcte en eenvormige toepassing van de vrijstellingen in de hele EU te garanderen.

Dat betekent dat, hoewel de vergunning werd gegeven door de ambtenaar die bevoegd is voor de invoer met vrijstelling, de genoemde vrijstelling pas definitief wordt verworven wanneer:

- de controle van de goederen heeft aangetoond dat voldaan is aan alle voorwaarden en beperkingen van de wetgeving;

- de eventuele controles aan het licht brachten dat de belanghebbende de verplichtingen NA de invoer van de goederen heeft nageleefd. De aanvraag van de vrijstelling houdt in dat de aanvrager in voorkomend geval akkoord gaat met dergelijke controles en dat hij zich ertoe verbindt alle faciliteiten aan de bevoegde douaneautoriteiten te bieden.

6) Krachtens artikel 123 van de Verordening DV, wanneer vrijstelling van rechten bij invoer kan worden verleend op grond van het gebruik dat de geadresseerde van de goederen moet maken, kan deze vrijstelling slechts worden verleend door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat op het grondgebied waar de betrokken goederen voor dat gebruik moeten worden aangewend. Behoudens uitzonderingen (zoals goederen in de bagage van reizigers) betekent dat concreet dat uitsluitend de lidstaat van eindbestemming bevoegd is om de vrijstelling toe te kennen en niet de lidstaat waar de goederen in de EU binnenkomen.

Goederen die bijvoorbeeld bestemd zijn om in België te worden getest door een onderneming in Brussel (en die de vrijstelling krachtens artikel 95 tot 101 kunnen genieten) worden via Nederland ingevoerd en vervolgens naar België vervoerd: de aanvraag tot vrijstelling mag niet worden ingediend bij de Nederlandse douane maar enkel bij de Belgische douane.  Die goederen moeten onder de regeling douanevervoer worden geplaatst tot ze in België zijn.

De goederen bij verplaatsing van de normale verblijfplaats bevinden zich in dezelfde situatie, zoals bevestigd door de Europese Commissie.

6. Te vervullen voorwaarden

13. Voor elk geval van vrijstelling voorziet de Verordening DV voorwaarden die verplicht moeten nageleefd worden om de vrijstelling te verkrijgen. Die voorwaarden zijn van allerlei aard: duur van het gebruik of van het bezit van het goed, duur van het verblijf in een derde land, voorwaarde verbonden aan het type goederen, verplicht gebruik van het goed voor of na invoer, voorwaarde omtrent de hoedanigheid van de verkrijgende natuurlijke persoon of rechtspersoon, hoeveelheidsbeperkingen voor de vrijgestelde goederen, enz.

De vastgelegde voorwaarden om de vrijstelling te verkrijgen, moeten allemaal door de aanvrager vervuld zijn op straffe van weigering van de vrijstelling. Indien er één voorwaarde niet is vervuld, moet de vrijstelling geweigerd worden! Er worden geen vrijstellingen op maat verleend!

14. De bepalingen van de Verordening DV zijn geen belemmering voor de bestaande reglementeringen inzake verboden of beperkingen bij invoer of uitvoer verantwoord om redenen van openbare zeden, openbare orde, openbare veiligheid, de bescherming van de gezondheid en het leven van mensen en dieren, het behoud van planten, de bescherming van nationaal cultuurgoed met een artistieke, historische of archeologische waarde of de bescherming van industriële of commerciële eigendom.

Voorbeeld: zelfs indien een persoon die twee ivoren olifantenslagtanden wil invoeren voldoet aan alle voorwaarden om een vrijstelling te genieten maar niet voldoet aan de voorwaarden van de CITES-reglementering, betekent dit dat de slagtanden niet mogen ingevoerd worden.

In dat geval wordt verwezen naar de verschillende circulaires en instructies die specifiek handelen over deze niet-fiscale reglementeringen alsook naar de bepalingen inzake vrijstellingen die in de Instructie Vergunningen voorkomen.

15. Tot slot, in de meeste gevallen van vrijstelling zijn de toepassingsmodaliteiten inzake invoerrechten mutatis mutandis van toepassing inzake btw. Ter wille van de duidelijkheid werd de voorkeur gegeven aan de douaneterminologie. Daarom wordt de uitvoer naar een EU-lidstaat “verzenden” genoemd en wordt de invoer uit een lidstaat “binnenbrengen” genoemd, ook al wordt er in het kader van de btw-terminologie over uitvoer en invoer gesproken.

7. Te vervullen formaliteiten

16. De invoer van een goed met vrijstelling blijft vooreerst een invoer die net als alle invoerbewegingen onderworpen is aan de douaneformaliteiten van het DWU.

Het is niet omdat een vrijstelling wordt verkregen dat de bij invoer toepasselijke douaneformaliteiten en fiscale formaliteiten niet meer moeten vervuld worden. Het DWU (en alle wetgeving van de EU die op ingevoerde goederen van toepassing is) wordt integraal toegepast op de goederen waarvoor vrijstelling wordt gevraagd.

Overeenkomstig artikel 1 van de Verordening DV, zijn de handelspolitieke maatregelen echter niet van toepassing op de goederen met vrijstelling. Bijgevolg heeft de vrijstelling niet enkel betrekking op de douanerechten bij invoer en uitvoer maar ook op alle andere maatregelen die krachtens de gemeenschappelijke handelspolitiek worden genomen, zoals bijvoorbeeld de antidumpingrechten.

Wat betreft de te gebruiken documenten, dient de Circulaire (D.I. 533.0) over het Enig Document alsook de toelichting ED op de website van de AAD&A te worden geraadpleegd.

De wettelijke bepaling die inzake douane en/of btw en/of accijnzen van toepassing is (namelijk de artikels van de Verordening DV en van het KB nr. 7 en/of de wetten en besluiten inzake accijnzen) in geval van vrijstelling die bij invoer wordt ingeroepen, moet op de douaneaangiften worden vermeld. Dat gebeurt via Europese codes die het geval van vrijstelling identificeren en waarvan in bijlage I en II een overzicht wordt gegeven.

18. Bovendien wordt opgemerkt dat in de 28 circulaires over de gevallen van vrijstelling:

- de douaneregelingen die moeten vermeld worden op de te gebruiken aangifte (vb. IM) worden aangeduid door middel van de twee eerste cijfers in het eerste deelvak van vak 37 van de aangifte,

- de te gebruiken codes in het tweede deelvak van vak 37 van de aangifte (Europese codes) worden vermeld in de paragrafen over de aangiften; de volledige lijst van deze codes is ook terug te vinden in bijlage II van deze algemene circulaire.

19. Indien bij de aanvraag tot vrijstelling een lijst van de ingevoerde goederen in plaats van de gedetailleerde beschrijving van de goederen en de aanduiding van de bijbehorende tariefposten wordt toegestaan, moet die lijst altijd elektronisch bij de douaneaangifte worden toegevoegd, behoudens uitzonderingen.

Indien er bewijzen, verbintenissen, attesten of andere documenten worden voorgelegd waarvan het origineel niet door de douane kan worden bijgehouden, moet er een elektronische kopie worden genomen. Indien kopieën onmogelijk zijn of het niet opportuun is om ze te nemen, moet er door de bevoegde douaneautoriteit een uitvoerige aantekening op de beslissing of in vak 44 van het ED, naargelang het geval, worden opgenomen.

20. Indien de vergunning via de aangifte wordt gegeven, worden de eventuele aanvraag en alle andere voorgelegde stukken om de vrijstelling te verkrijgen elektronisch bij de definitieve aangifte in PLDA toegevoegd (indien de eerste aangifte een voorlopige aanvraag is, dan worden de voornoemde stukken bij deze voorlopige aangifte in PLDA toegevoegd).

In de andere gevallen worden de hogergenoemde stukken bewaard ter staving van de digitale minuut van de beslissing.  De krachtens die beslissing gevalideerde aangifte bevat een verwijzing naar de beslissing en een elektronische kopie van de beslissing wordt bij het “exemplaar voor het land van bestemming” van de aangifte in PLDA toegevoegd.

21. Gezien in de toepassingsmodaliteiten van de 28 specifieke circulaires alle voorwaarden en beperkingen voor het verlenen van de vrijstelling, die vermeld zijn in de wettelijke bepalingen, niet altijd worden herhaald en dat de eventuele gevraagde bewijsstukken niet altijd nader worden bepaald, moeten de wettelijke bepalingen altijd aandachtig onderzocht worden en mogen die wettelijke bepalingen enkel in de genomen beslissingen naar worden verwezen. In sommige gevallen mag de bevoegde ambtenaar pas een beslissing nemen nadat de correcte interpretatie van de Europese verordening lang hiërarchische weg van de centrale diensten (departement Douanewetgeving) werd ontvangen.

Bovendien moet er altijd nauwkeurig nagekeken worden of de voorwaarden en beperkingen voor het verlenen van de vrijstelling inzake invoerrechten, BTW en accijnzen altijd dezelfde zijn, of in het andere geval, of er een mogelijkheid tot vrijstelling van BTW of van accijnzen, bestaat.

22. Behoudens andersluidende bepalingen in een specifieke circulaire inzake vrijstellingen, moet de invoer van goederen waarvoor een definitieve vrijstelling wordt gevraagd altijd plaatsvinden tijdens de dagen en uren van openstelling van de kantoren voor goederenverkeer.

23. Behoudens andersluidende bepalingen in de toepassingsmodaliteiten steunt de verlenging van de termijn voor de geldigheid en aanzuivering van de voorlopige aangiften in geval van voorwaardelijke vrijstelling (code “4B0” in de tweede onderverdeling van vak 44) op de bepalingen die gelden voor de aangiften van de regeling tijdelijke invoer en kan dit als volgt worden samengevat:

- de voorlopige aangifte moet aangezuiverd worden met een definitieve aangifte binnen de geldigheidstermijn van de voorlopige aangifte,

- indien binnen de 30 dagen volgend op de laatste geldigheidsdag van de voorlopige aangifte de aanvrager bij de bevoegde douanedienst het nodige doet om zijn voorlopige aangifte te regulariseren en aan te zuiveren, wordt zijn aanvraag alsnog aanvaard,

- indien de voorlopige aangifte na die termijn van 30 dagen nog steeds openstaat, stuurt de bevoegde douanedienst een herinnering naar de aanvrager van de vrijstelling en vraagt hij om die aangifte zo vlug mogelijk aan te zuiveren op straffe van weigering van het verlenen van de vrijstelling.

- indien ze na een termijn van 3 maanden volgend op het einde van de geldigheidstermijn van de voorlopige aangifte nog steeds openstaat, wordt ze door de bevoegde douanedienst afgesloten door een stopzetting van de regeling van de voorlopige vrijstelling en door een verzoek om de betaling van de rechten en de btw bij invoer en, in voorkomend geval, wordt daartoe gebruikgemaakt van de zekerheidstelling die door de aanvrager bij de validatie van de voorlopige aangifte werd vrijgemaakt.

Er wordt opgemerkt dat het laattijdig aanzuiveren kan leiden tot het openen van een geschillendossier en bijgevolg tot de inning van boetes bovenop de te betalen rechten en belastingen!

Het plaatselijke hoofd van het douanekantoor van invoer moet erop toezien dat de beslissing waarin de vrijstelling wordt verleend tijdig wordt uitgevoerd door de verkrijger.   Indien dat niet gebeurt, moet hij in voorkomend geval de ambtenaar die de beslissing heeft genomen op de hoogte brengen.

8. Controle van de vrijstelling

24. De invoer (zie art. 125 en volgende van de Verordening DV) van een goed met vrijstelling blijft vooreerst een invoer die net als alle invoerbewegingen onderworpen is aan de douaneformaliteiten van het DWU. Zelfs na de eigenlijke invoer en inklaring wordt het behoud van de vrijstelling door de Verordening DV bovendien onderworpen aan de naleving van bepaalde voorwaarden a posteriori gedurende een termijn die aanvangt op de datum waarop de aangifte van het in het in het vrije verkeer brengen met vrijstelling wordt gevalideerd.

25. Krachtens artikel 124 moeten de douaneautoriteiten daarom alle gepaste maatregelen nemen (bijgevolg controlemaatregelen) opdat de goederen in het vrije verkeer met vrijstelling bij invoer op grond van het gebruik dat de geadresseerde ervan moet maken, niet voor andere doeleinden worden aangewend zonder dat de bijbehorende invoerrechten en belastingen worden betaald, tenzij die verandering van gebruik kadert in de naleving van de voorwaarden van de Verordening DV of de fiscale wetgeving.

Voorbeeld: indien een particulier die op 2 januari 2018 in België de vrijstelling “overbrenging van de normale verblijfplaats” heeft verkregen, zijn vrijgesteld voertuig verkoopt op 20 oktober 2018, dan voldoet die particulier niet meer aan de voorwaarden van de vrijstelling en moeten er voor dat voertuig rechten en taksen bij invoer betaald worden. Hij moest immers het voertuig 12 maanden tot 2 januari 2019 bijhouden als voorwaarde.

Het volstaat dus niet om de naleving van de voorwaarden te controleren op het ogenblik dat de vrijstelling wordt verleend; ook na het verlenen ervan moet er gecontroleerd worden! De bevoegde douanediensten moeten dus controlesystemen en -maatregelen hanteren om het correcte gebruik van de vrijgestelde goederen te controleren en om de betaling van de rechten en taksen in geval van vrijstelling te garanderen (d.w.z. indien het gebruik of de eindbestemming van de goederen niet voldoet aan de eisen van de Verordening DV betreffende de verleende vrijstelling).

26. Indien bij het onderzoek van de bij deze vrijstelling betrokken douanedienst misbruik, onregelmatigheden of zware vermoedens aan het licht zijn gekomen of indien wordt vastgesteld dat de goederen werden uitgeleend, verpand, verhuurd, onder bezwarende titel of gratis werden overgedragen zonder dat daarover werd geïnformeerd en zonder dat de betrokken belastingen werden betaald, moet een dossier worden gemaakt en langs hiërarchische weg aan de centrale administratie (dienst Operations) worden overgemaakt.

27. Wanneer de centrale dienst of de Regionaal centrumdirecteur bevoegd is om de definitieve vrijstelling te verlenen, kan die ambtenaar zich ervan vergewissen dat die goederen nog steeds in het bezit van de belanghebbende zijn op het tijdstip dat de termijn van bijvoorbeeld twaalf maanden na de invoer verstrijkt.

In dat geval geeft die ambtenaar de nodige instructies aan de betrokken controledienst (voorleggen van stukken, vertegenwoordiging van goederen op een door de belanghebbende genoemde plaats, onderzoek ter plaatse, moment waarop de controle moet plaatsvinden, enz.).

In de andere gevallen beslist de controledienst in het ambtsgebied waar de belanghebbende zich heeft gevestigd over de controle die na de invoer moet verricht worden.

28. Wanneer goederen met vrijstelling krachtens de Verordening DV gedurende de voorziene termijn niet mogen worden uitgeleend, verpand, verhuurd, onder bezwarende titel of gratis worden overgedragen, dan zal het uitlenen, het verhuren of het overdragen ervan leiden tot het intrekken van de vrijstelling en de betaling van de rechten en taksen bij invoer. Daarom moet de verkrijger van de vrijstelling die dergelijke actie wil ondernemen VOORAF de administratie van de douane in het ambtsgebied waar de belanghebbende gevestigd is op de hoogte brengen en moeten de betrokken belastingen betaald worden zoals berekend op de manier die voor elk geval van vrijstelling is voorzien in de Verordening DV.

Het voorafgaandelijk op de hoogte brengen vindt plaats door de overhandiging van een aangifte IM 4 (regeling 40) of EU 4 (regeling 40) aan de bevoegde douanedienst. Die dienst vermeldt het volgende op elk gedateerd en ondertekend exemplaar van de aangifte IM 4 (regeling 40) of EU 4 (regeling 40): “Verklaring ingediend krachtens § ... van Hoofdstuk ... van de Circulaire Definitieve Vrijstellingen - 2018”. Daarna moet die aangifte gevalideerd worden op een kantoor in zijn ambtsgebied en moeten de nodige maatregelen worden genomen om eventuele controle mogelijk te maken.

29. Na afloop van de termijn bepaald in de Verordening DV kunnen de goederen waarvoor vrijstelling werd verleend gelijk welke bestemming krijgen zonder voorafgaande kennisgeving en zonder dat een douaneschuld ontstaat.

Voorbeeld: na het verstrijken van de termijn van 12 maanden na de invoer van de verhuisboedel kan de verkrijger dus vrij beschikken over de betrokken goederen en mogen ze vrij worden verkocht, uitgeleend, verpand of overgedragen zonder dat de douane op de hoogte moet worden gebracht.

9. Slotbepalingen

30. In bijlage III werd een vergelijkende tabel van de vroegere en huidige reglementaire en wettelijke basis opgenomen.

31. Deze circulaire vervangt de bepalingen in

- de Inleiding en

- Hoofdstuk III (algemene bepalingen en eindbepalingen)

van de Instructie “Definitieve Vrijstellingen” 1984 (D.I. 510.0), en heft deze bepalingen op.

Voor de administrateur-generaal van de douane en accijnzen

Jo Lemaire

Adviseur-generaal


Bijlage I - Specifieke codes van de Gecombineerde Nomenclatuur voor de vrijstellingen - Hoofdstuk 99 van het tarief

De volgende codes worden op de aangifte ED gebruikt om de gevallen van vrijstelling te identificeren die volgens de Commissie het vaakst voorkomen, zowel bij invoer als bij uitvoer, volgens de bepalingen van de aanvullende aantekeningen van het genoemde Hoofdstuk 99:

1. De bepalingen van dit onderdeel zijn uitsluitend van toepassing op overbrengingen van in dit onderdeel genoemde goederen.

Deze goederen worden aangegeven onder de toepasselijke onderverdeling indien is voldaan aan de voorwaarden en vereisten van die onderverdeling alsook aan alle toepasselijke voorschriften. De omschrijving van de goederen moet voldoende nauwkeurig zijn om de goederen te kunnen identificeren.

De lidstaten kunnen de bepalingen van dit onderdeel evenwel buiten toepassing laten voor zover sprake is van rechten bij invoer of andere heffingen.

2. De bepalingen van dit onderdeel zijn niet van toepassing op het goederenverkeer tussen de lidstaten.

3. Ingevoerde en uitgevoerde goederen als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1186/2009 waarvoor geen vrijstelling van rechten bij invoer of uitvoer werd verleend, zijn uitgesloten van dit onderdeel.

Overbrengingen van goederen ten aanzien waarvan een verbod of beperking geldt, zijn eveneens van dit onderdeel uitgesloten.

GN-code

Omschrijving

Opmerking

9905 00 00

9919 00 00

Bepaalde goederen als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1186/2009 (invoer en uitvoer):

– persoonlijke goederen van natuurlijke personen die hun normale verblijfplaats overbrengen

– de volgende goederen, andere dan die welke hierboven zijn vermeld:

–– huwelijksuitzetten en inboedel die toebehoren aan een persoon die zijn normale verblijfplaats overbrengt ter gelegenheid van zijn huwelijk; persoonlijke goederen, verkregen in het kader van een erfopvolging

–– uitzetten, studiebenodigdheden en andere roerende goederen van scholieren en studenten

–– lijkkisten die het stoffelijk overschot en lijkurnen die de as van overledenen bevatten alsmede grafornamenten

–– goederen voor instellingen met een liefdadig of filantropisch karakter en goederen ten bate van slachtoffers van rampen

(1)

(1)

(1)

(1)

(1)

(1) Bij invoer worden de indeling onder deze onderverdeling en de vrijstelling van de rechten bij invoer afhankelijk gesteld van de in Verordening (EG) nr. 1186/2009 vastgestelde voorwaarden.

Bijlage II - Europese codes voor vak 37 tweede deelvak van het ED

De volgende codes, bestaande uit een letter en twee cijfers, moeten in het tweede deelvak van vak 37 van het ED, worden vermeld. Deze identificeren elk van de 28 gevallen van vrijstelling van Verordening DV. Deze lijst is opgenomen in aanhangsel D1 van bijlage 9 van de TDA.

Vrijstellingen [Verordening (EG) Nr. 1186/2009]

 

Nummer van het artikel

Code

Vrijstelling van rechten bij invoer

   

Persoonlijke goederen van natuurlijke personen die hun

normale verblijfplaats van een derde land naar de Unie overbrengen

3

C01

Huwelijksuitzetten en inboedel ingevoerd ter gelegenheid van een huwelijk

artikel 12, lid 1

C02

Geschenken die gewoonlijk ter gelegenheid van een huwelijk worden aangeboden

artikel 12, lid 2

C03

Persoonlijke goederen, verkregen in het kader van een

erfopvolging

17

C04

Uitzetten, studiebenodigdheden en andere roerende goederen van scholieren en studenten

21

C06

Zendingen met een te verwaarlozen waarde

23

C07

Door particulieren aan particulieren gerichte zendingen

25

C08

Kapitaalgoederen en andere uitrusting, ingevoerd ter

gelegenheid van het verleggen van activiteiten van een derde

land naar de Unie

28

C09

Kapitaalgoederen en andere uitrusting, toebehorend aan personen die een vrij beroep uitoefenen of aan rechtspersonen die een activiteit zonder winstoogmerk uitoefenen

34

C10

Voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of

culturele aard; wetenschappelijke instrumenten en apparaten zoals vermeld in bijlage I

42

C11

Voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of

culturele aard; wetenschappelijke instrumenten en apparaten zoals vermeld in bijlage II

43

C12

Voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of

culturele aard; wetenschappelijke instrumenten en apparaten uitsluitend ingevoerd voor commerciële doeleinden (met inbegrip van reserveonderdelen, onderdelen en hulpstukken)

artikel 44 en 45

C13

Uitrustingen die door of voor rekening van een instelling of organisatie voor wetenschappelijk onderzoek met hun zetel buiten de Unie, voor niet-commerciële doeleinden worden ingevoerd

51

C14

Proefdieren en voor onderzoek bestemde biologische of chemische stoffen

53

C15

Therapeutische stoffen van menselijke oorsprong en testsera voor de vaststelling van bloed- en weefselgroepen

54

C16

Instrumenten en apparatuur bestemd voor medisch onderzoek, diagnostiek of medische behandelingen

57

C17

Referentiestoffen voor de kwaliteitscontrole van geneesmiddelen

59

C18

Farmaceutische producten die worden gebruikt tijdens internationale sportevenementen

60

C19

Goederen voor instellingen met een liefdadig of filantropisch karakter

61

C20

De in bijlage III vermelde voorwerpen voor blinden

66

C21

De in bijlage IV vermelde voorwerpen voor blinden die de blinden zelf voor eigen gebruik invoeren (inclusief reserveonderdelen, onderdelen, toebehoren of hulpstukken)

artikel 67, eerste lid, punt a) en artikel 67, tweede lid

C22

De in bijlage IV vermelde voorwerpen voor blinden die bepaalde instellingen of organisaties invoeren (inclusief reserveonderdelen, onderdelen, toebehoren of hulpstukken)

artikel 67, eerste lid, punt b) en artikel 67, tweede lid

C23

De in bijlage IV vermelde voorwerpen voor andere gehandicapten (geen blinden) die de gehandicapten zelf voor eigen gebruik invoeren (inclusief reserveonderdelen, onderdelen, toebehoren of hulpstukken)

artikel 68, eerste lid, punt a) en artikel 68, tweede lid

C24

De in bijlage IV vermelde voorwerpen voor andere gehandicapten (geen blinden) die bepaalde instellingen of organisaties invoeren (inclusief reserveonderdelen, onderdelen, toebehoren of hulpstukken)

artikel 68, eerste lid, punt b) en artikel 68, tweede lid

C25

Goederen ingevoerd ten bate van slachtoffers van rampen

74

C26

Als eerbewijs verleende onderscheidingen en beloningen

81

C27

Geschenken ontvangen in het kader van internationale betrekkingen

82

C28

Goederen bestemd om door vorsten en staatshoofden te worden gebruikt

85

C29

Voor klantenwerving ingevoerde monsters met een te verwaarlozen waarde

86

C30

Drukwerk en voorwerpen die voor reclamedoeleinden worden ingevoerd

artikel 87 tot 89

C31

Producten die worden gebruikt of verbruikt tijdens tentoonstellingen en dergelijke

90

C32

Goederen die worden ingevoerd met het oog op onderzoek, analysen en proefnemingen

95

C33

Zendingen voor instellingen die bevoegd zijn ter zake van de bescherming van auteursrechten of de bescherming van industriële of commerciële eigendom

102

C34

Documentatie van toeristische aard

103

C35

Diverse bescheiden en voorwerpen

104

C36

Hulpmateriaal voor de stuwing en bescherming van goederen tijdens het vervoer

105

C37

Strooisel, foerage en voedermiddelen voor dieren tijdens het transport

106

C38

Brandstoffen en smeermiddelen in motorvoertuigen te land en in containers voor speciale doeleinden

107

C39

Materiaal voor gedenktekens of begraafplaatsen van oorlogsslachtoffers

112

C40

Lijkkisten, lijkurnen en grafornamenten

113

C41

Vrijstelling van uitvoerrechten

Landbouwhuisdieren die worden uitgevoerd bij de overbrenging van een landbouwbedrijf uit de Unie naar een derde land

115

C51

Foerage en voedermiddelen voor dieren tijdens de uitvoer

121

C52

Bijlage III - Vergelijkende tabel van de wettelijke basis

Voor een beter begrip worden de verschillende op elkaar volgende verordeningen en wetten in verband met vrijstellingen in de onderstaande tabel vergeleken. Sinds 1 januari 2010 heeft de Verordening (EG) Nr. 1186/2009 de oude Verordening (EEG) Nr. 918/33 vervangen.

Op het vlak van de BTW blijven de vrijstellingen geregeld door het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992 dat al meerdere keren werd gewijzigd zonder gevolgen voor de vrijstellingen.

Op het vlak van de accijnzen worden de vrijstellingen van gemeen recht voorzien in artikel 20 van de algemene wet inzake douane en accijnzen behandeld (hierna tot “AWDA” afgekort).

Naast het historisch belang ervan bij geschildossiers, kan met onderstaande tabel onmiddellijk worden bepaald welke de mogelijke vrijgestelde belastingen zijn.

Vergelijkende tabel van de wettelijke en reglementaire grondslagen

Voorwerp/ Geval van vrijstelling

Douane Verordening 918/83 (oud)

Douane Verordening 1186/2009 (nieuw) Bijlage 2

Btw

KB Nr. 7 van 27 december 1977 (oud)

Btw

KB Nr. 7 van 29 december 1992 (nieuw) Bijlage 3

Accijnzen Richtlijn 83/183/EEG van 28 maart 1983 + Diverse

Bijlage 4

Accijnzen

AWDA Bijlage 5

Werkingssfeer

Art. 1, § 1

Artikel 1

Nihil

Nihil

Nihil

Nihil

Definities

Art. 1, § 2

Artikel 2

Nihil

Nihil

Nihil

Nihil

Persoonlijke goederen van natuurlijke personen die hun normale verblijfplaats van een derde land naar de Europese Unie overbrengen

Art. 2 tot 10

Art. 3 tot 11

Art. 20 1 - Art. 20 1 bis

Art. 13

Art. 1 - Art. 7 Enkel intracommunautair

Nihil

Invoer van goederen ter gelegenheid van een huwelijk

Art. 11 tot 15

Art. 12 tot 16

Art. 20 4 - Art. 20 4 bis

Art. 20 5 - Art. 20 5 bis

Art 14 – Art. 15

Art. 9

Enkel intracommunautair

Nihil

Goederen die ter gelegenheid van een huwelijk worden ingevoerd (uitzetten en inboedels)

Art. 11, § 1

Art. 12, § 1

 

Art. 14

   

Goederen die ter gelegenheid van een huwelijk worden ingevoerd (geschenken die gewoonlijk bij een huwelijk worden aangeboden)

Art. 11, § 2

Art. 12, § 2

 

Art. 15

   

Persoonlijke goederen die door erfopvolging zijn verkregen

Art. 16 tot 19

Art. 17 tot 20

Art. 20 6

Art. 16

Nihil

Nihil

Roerende goederen en voorwerpen voor het meubileren van een tweede woning

Art. 20 tot 24

Opgeheven

Art. 20 2 - Art. 20 3

Opgeheven

Nihil

Nihil

Uitzetten, studiebenodigdheden en andere roerende goederen van scholieren of studenten

Art. 25 tot 26

Art. 21 tot 22

Art. 20 7

Art. 17

Nihil

Nihil

Zendingen met een te verwaarlozen waarde

Art. 27 tot 28

Art. 23 tot 24

Art. 20 27

Art. 18

Nihil

Nihil

Goederen die door een particulier aan een andere particulier worden gezonden

Art. 29 tot 31

Art. 25 tot 27

Art. 22 – Art. 22 bis

Art. 44

Koninklijk besluit van 28 mei 1979

 

Kapitaalgoederen en andere uitrusting toebehorende aan bedrijven die activiteiten van een derde land naar de EU verleggen

Art. 32 tot 38

Art. 28 tot 34

Art. 20 8

Art. 19

Nihil

Nihil

Kapitaalgoederen en andere uitrusting toebehorende aan bedrijven die activiteiten van een derde land naar de Gemeenschap verleggen

Art. 32

Art. 28

Art. 20 8

Art. 19

   

Kapitaalgoederen en andere uitrusting toebehorende aan bedrijven die activiteiten van een derde land naar de Gemeenschap verleggen (vrije beroepen of vzw’s)

Art. 38

Art. 34

Art. 20 8

Art. 19

   

Producten die door landbouwproducenten uit de Gemeenschap zijn verkregen op in een derde land gelegen landerijen

Art. 39 tot 42

Art. 35 tot 38

Art. 20 9

Art. 20

Nihil

Nihil

Zaaigoed, meststoffen en producten voor de behandeling van bodem en gewassen, welke door landbouwproducten uit derde landen worden ingevoerd om te worden gebruikt op aan deze landen grenzende landerijen

Art. 43 tot 44

Art. 39 tot 40

Art. 20 10

Geschrapt

Nihil

Nihil

Goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers

Art. 45 tot 49

Art. 41

Art. 21

Art. 43

Koninklijk besluit van 5 mei 1986

Art. 20 § 2

Voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard; wetenschappelijke instrumenten en apparaten

Art. 50 tot 59 ter

Art. 42 tot 52

Art. 20 25, 21° en 22°

Art. 36 , 21° en 22°

Nihil

Nihil

In bijlage I van de Verordening opgenomen voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard

Art. 50

Art. 42

       

In bijlage II van de Verordening opgenomen voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard

Art. 51

Art. 43

       

Wetenschappelijke instrumenten en apparaten

Art. 52

Art. 44

       

Reserveonderdelen, onderdelen of hulpstukken, of gereedschappen en wetenschappelijke apparaten

Art. 53

Art. 45

       

Uitrusting die voor niet-commerciële doeleinden wordt ingevoerd door of voor rekening van een instelling of organisatie voor wetenschappelijk onderzoek met zetel buiten de Gemeenschap

Art. 59bis

Art. 51

       

Voor laboratoriumgebruik gefokte dieren en voor wetenschappelijk onderzoek bestemde biologische en chemische stoffen

Art. 60

Art. 53

Art. 20 11

Art. 21

Nihil

Nihil

Therapeutische stoffen van menselijke oorsprong en testsera voor de vaststelling van bloed- en weefselgroepen

Art. 61 tot 63

Art. 54 tot 56

Art. 20 12

Art. 22

Nihil

Nihil

Instrumenten en apparatuur bestemd voor medisch onderzoek, diagnostiek of medische behandelingen

Art. 63 bis tot

63 ter

Art. 57 tot 58

Nihil

Nihil

Nihil

Nihil

Referentiestoffen voor de kwaliteitscontrole van geneesmiddelen

Art. 63 quater

Art. 59

Art. 20 12 bis

Art. 23

Nihil

Nihil

Farmaceutische producten die worden gebruikt tijdens internationale sportevenementen

Art. 64

Art. 60

Art. 20 13

Art. 24

Nihil

Nihil

Goederen voor instellingen met een liefdadig of filantropisch karakter; voorwerpen voor blinden en andere gehandicapten

Art. 65 tot 85

Art. 61 tot 80

Art. 20 14, Art. 20 15, en Art. 2016

Art. 25, Art. 26 en Art. 27

AWDA Art. 22

(ministerieel besluit van 17 februari 1960 tot regeling van de vrijstellingen inzake accijns bij invoer)

Art.20 § 14

Alle soorten goederen bestemd voor instellingen met een liefdadig of filantropisch karakter

Art. 65

Art. 61

       

De in bijlage III vermelde voorwerpen voor blinden

Art. 70

Art. 66

       

De in bijlage IV vermelde voorwerpen voor blinden die de blinden zelf -voor eigen gebruik invoeren

Art. 71,

1ste streepje

Art. 67, a)

       

De in bijlage IV vermelde voorwerpen voor blinden die bepaalde instellingen of organisaties invoeren

Art. 71,

2de streepje

Art. 67, b)

       

Voorwerpen voor andere gehandicapten (geen blinden) die de gehandicapten -zelf voor eigen gebruik invoeren

Art. 72,

1ste streepje

Art. 68, a)

       

Voorwerpen voor andere gehandicapten (geen blinden) die bepaalde instellingen of organisaties invoeren

Art. 72,

2de streepje

Art. 68, b)

       

Als eerbewijs verleende onderscheidingen en beloningen

Art. 86

Art. 81

Art. 20 17

Art. 28

Nihil

Nihil

Geschenken ontvangen in het kader van internationale betrekkingen

Art. 87 tot 89

Art. 82 tot 84

Art. 20 18

Art. 29

Nihil

Nihil

Goederen bestemd om door vorsten en staatshoofden te worden gebruikt

Art. 90

Art. 85

Art. 20 19

Art. 30

Nihil

Nihil

Voor klantenwerving ingevoerde goederen: monsters van goederen met onbeduidende waarde, drukwerk en voorwerpen voor reclamedoeleinden, produkten die worden gebruikt of verbruikt tijdens tentoonstellingen en dergelijke

Art. 91 tot 99

Art. 86 tot 94

Art. 20 20, Art. 20 21, en Art. 20 22

Art. 31, Art. 32 en Art. 33

AWDA Art. 22

(ministerieel besluit van 17 februari 1960 tot regeling van de vrijstellingen inzake accijns bij invoer)

Art. 20 § 5 en § 6

Voor klantenwerving ingevoerde monsters

Art. 91

Art. 86

Art. 20 20

Art. 31

   

Drukwerk en voorwerpen die voor reclamedoeleinden worden ingevoerd

Art. 92

Art. 87

Art. 20 21

Art. 32

   

Producten die worden gebruikt of verbruikt tijdens tentoonstellingen en dergelijke

Art. 95

Art. 90

Art. 20 22

Art. 33

   

Goederen die worden ingevoerd met het oog op onderzoek, analysen en proefnemingen

Art. 100 tot 106

Art. 95 tot 101

Art. 20 23

Art. 34

Nihil

Nihil

Zendingen voor instellingen die bevoegd zijn ter zake van de bescherming van auteursrechten of de bescherming van industriële of commerciële eigendom

Art. 107

Art. 102

Art. 20 25, 1°

Art. 36, 1°

Nihil

Nihil

Documentatie van toeristische aard

Art. 108

Art. 103

Art. 20 25, 2° tot 4°

Art. 36, 2° tot 4°

Nihil

Nihil

Diverse bescheiden en voorwerpen

Art. 109

Art. 104

Art. 20 25, 5° à 20°, 28°

Art 36, 5° à 20°

Nihil

Nihil

Hulpmateriaal voor de stuwing en bescherming van goederen tijdens het vervoer

Art. 110

Art. 105

Art. 20 25, 23°

Art. 36, 23°

Nihil

Nihil

Strooisel, foerage en voedermiddelen voor dieren tijdens het transport

Art. 111

Art. 106

Art. 20 25, 24°

Art. 36, 24°

Nihil

Nihil

Brandstoffen en smeermiddelen in motorvoertuigen te land en in containers voor speciale doeleinden

Art. 112 tot 116

Art. 107 tot 111

Art. 20 24

Art. 35

AWDA Art. 22

(ministerieel besluit van 17 februari 1960 tot regeling van de vrijstellingen inzake accijns bij invoer)

Art.20 § 4

Materiaal voor de aanleg, het onderhoud of de verfraaiing van gedenktekens of begraafplaatsen van oorlogsslachtoffers

Art. 117

Art. 112

Art. 20 25, 25°

Art. 36, 25°

AWDA Art. 20

(ministerieel besluit van 17 februari 1960 tot regeling van de vrijstellingen inzake accijns bij invoer)

Art.20 § 12

Lijkkisten, lijkurnen en grafornamenten

Art. 118

Art. 113

Art. 20 25, 26° en 27°

Art. 36, 26° en 27°

Nihil

Nihil

Vrijstelling van rechten bij uitvoer (niet van toepassing in de EU)

Art. 119 tot 126

Art. 114 tot 121

Nihil

Nihil

Nihil

Nihil

Algemene en slotbepalingen

Art. 127 tot 145

Art. 122 tot 134

Art. 42, § 2, 1° en 2

Art. 37

Nihil

Nihil

Gronduitrusting voor de luchtvaart

Art. 133, g)

Art. 128, g)

Art. 26

Art. 40 en Art. 41

Nihil

Nihil

Lijst van uitrusting met vrijstelling

Bijlagen I tot IV

Bijlagen I tot IV

Nihil

Nihil

Nihil

Nihil