Centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten (CAP) - Wat verandert in 2018?

Geschreven door Lexalert
Foto: Uqbar is back  

Het wetsontwerp van 1 juni 2018 sleutelt aan het Centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten (CAP). Het bestaat uit drie delen. 

In een eerste deel wordt een volledig nieuw organiek kader gecreëerd voor het centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten (“CAP”), dat krachtens de wet van 14 april 2011 houdende diverse bepalingen opgericht werd in de schoot van de Nationale Bank van België (NBB). Hierdoor wordt het CAP uit de fiscale context gehaald en grondig aangepast aan de behoeften van andere belanghebbenden, o.m. alle instanties belast met de strijd tegen het witwassen van geld, de financiering van het terrorisme en de fiscale fraude.  Deze actualisering is noodzakelijk naar aanleiding van de belangrijke ontwikkelingen die zich op dit vlak op Europees en internationaal niveau voordoen, in het bijzonder van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering en tot wijziging van Richtlijn 2009/101/EG, waarvan de bekendmaking nakend is. Deze richtlijn, die vaak de “5de AML-richtlijn” wordt genoemd, legt alle lidstaten van de Europese Unie op gecentraliseerde, geautomatiseerde mechanismen of elektronische systemen voor gegevensontsluiting in te stellen die tijdig de identificatie van natuurlijke personen of rechtspersonen mogelijk maken die betaal- en bankrekeningen aanhouden of controleren bij een kredietinstelling binnen hun grondgebied.  In ons land is het CAP het instrument bij uitstek om de rol van een dergelijk gecentraliseerd, geautomatiseerd mechanisme te spelen. 

Het tweede deel van het voorliggende voorontwerp van wet beoogt alle verwijzingen naar artikel 322, paragraaf 3, WIB (92) als rechtsgrond voor het CAP in de huidige wetgeving te vervangen door verwijzingen naar het voorliggende voorontwerp van wet. Ook bepaalde technische fouten in de tekst van de programmawet van 1 juli 2016 dienen te worden hersteld. 

Tot slot wordt in een derde deel de toegang van bepaalde fiscale instanties tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest uitgebreid. 

Het centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten (“CAP”) is bij wet van 14 april 2011 houdende diverse bepalingen opgericht in de schoot van de Nationale Bank van België (NBB). Het CAP werd initieel geconcipieerd als een louter fiscaal databestand, dat enkel toegankelijk was ten behoeve van de controlediensten (mits naleving van zeer strikte voorwaarden, zie artikel 322, § 3, van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, hierna “WIB 92”), alsook van de invorderingsdiensten (zie artikel 319bis, WIB 92) inzake de inkomstenbelastingen. De “bank-, wissel-, krediet- en spaarinstellingen” in de zin van artikel 318, WIB 92 moeten jaarlijks aan het CAP de nummers van alle bankrekeningen en het bestaan van bepaalde soorten financiële contracten (effectenrekening, leasing, hypothecaire lening, consumentenkrediet, …) meedelen die op enig ogenblik van het voorgaande kalenderjaar bestonden op naam van, al dan niet in België ingezeten, natuurlijke personen en rechtspersonen. In mei 2015 werd het CAP uitgebreid met de nummers van de buitenlandse rekeningen van de aan de Belgische personenbelasting onderworpen belastingplichtigen (artikel 307, § 1, WIB 92). De modaliteiten van de werking van het CAP zijn bij koninklijk besluit van 17 juli 2013 “betreffende de werking van het centraal aanspreekpunt bedoeld in artikel 322, § 3, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992” vastgelegd (hierna het “KB CAP”).

De strijd tegen de belastingontduiking en het witwassen van geld is, samen met een betere inning van de fiscale ontvangsten, een hoofdprioriteit van de regering. De aanslagen van 22 maart 2016 hebben bovendien de strijd tegen het terrorisme bovenaan de politieke agenda geplaatst. Een van de manieren om dit doel te bereiken is om de financieringskanalen van potentiële terroristen te ontrafelen en in kaart te brengen. Het rapport “Emerging Terrorist Financing Risks” gepubliceerd in oktober 2015 door de Financial Action Task Force (FATF, beter gekend onder het Franse acroniem GAFI) maakt melding van drie belangrijke financieringskanalen van het terrorisme, te weten: internationale betalingen via het bankensysteem (fund transfers through banks) en via betalingsinstellingen (money value transfer systems), alsook de fysieke verplaatsing en overdracht van contanten (physical transportation of cash). In zijn conclusies van 12 februari 2016 over de bestrijding van terrorismefinanciering onderstreept de Raad van de Europese Unie het belang van een snelle vooruitgang inzake de door de Commissie voorgestelde wetgevende maatregelen zoals de toekenning aan financiële inlichtingeneenheden van een betere toegang tot gegevens over bank- en betaalrekeningen.

De programmawet van 1 juli 2016 heeft bijgevolg de machtiging om de informatie opgeslagen in het huidige CAP op te vragen, uitgebreid naar alle invorderingsdiensten bevoegd voor zowel fiscale als niet-fiscale inkomsten alsook, zij het onder strikte voorwaarden, de controlediensten bevoegd voor de btw en voor douane en accijnzen. Ook het gerechtelijk apparaat, en met name de procureurs des Konings, de onderzoeksrechters en de rechtbanken en hoven handelend in strafzaken, kregen deze machtiging onder bepaalde voorwaarden in het kader van informatievergaring, het voeren van onderzoeken en de uitspraak van vonnissen en arresten. Dezelfde machtiging werd tot slot ook gegeven aan notarissen handelend in het kader van aangiften van nalatenschap en aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) in het kader van informatievergaring en het onderzoeken van dossiers inzake het witwassen van geld, de financiering van terrorisme en de zware criminaliteit die er vaak mee gepaard gaat.

Deze uitbreiding van de toegang tot het CAP door voornoemde programmawet is echter slechts een eerste stap, want het CAP is in zijn huidige configuratie nog steeds afhankelijk van het louter fiscaal opzet dat bij zijn oprichting werd toegekend. Hierdoor biedt het CAP momenteel betrekkelijk weinig nuttige informatie aan de voornoemde instellingen en personen. Immers:

  • de informatieplichtigen zijn thans “bank-, wissel-, krediet- en spaarinstellingen” als bedoeld in artikel 318, WIB 92. Het toepassingsgebied van dit louter fiscaal begrip wordt niet bij wet, doch door de fiscale rechtspraak afgebakend. In zijn arrest van 16 maart 2007 (rolnummer F.05 0049.N) heeft het Hof van Cassatie immers geoordeeld dat “onder voormeld begrip niet alleen de instellingen worden bedoeld waarvan de werkzaamheden bestaan in het in ontvangst nemen van gelddeposito’s of het verlenen van krediet voor eigen rekening, doch ook alle financiële instellingen in het algemeen, waaronder, naar normaal spraakgebruik, de ondernemingen die een werkzaamheid van financiële leasing uitoefenen”. Hieruit vloeit een bepaalde rechtsonzekerheid inzake de identificatie van de informatieplichtigen voort. Niet alle instellingen die belangrijke financiële informatie bezitten, vallen immers onder deze noemer. Zo ontsnappen de betalingsinstellingen welke transfers naar of vanuit het buitenland uitvoeren tegen afgifte of afhaling van contanten of debitering of creditering van een betaalrekening aan deze informatieplicht, terwijl de GAFI dergelijke verrichtingen als een van de drie traditionele pijlers van de financiering van terrorisme beschouwt;
  • de financiële contracten waarvan het bestaan aan het CAP moet worden meegedeeld, zijn thans enkel die welke op sporen van een belastingontduiking kunnen wijzen. Het huren van bankkluizen (cf. artikel 46quater, § 1, Sv.) ontbreken in deze lijst. Hetzelfde geldt voor de financiële verrichtingen waarbij contanten betrokken zijn;
  • de identiteit van volmachtdragers op bank- of betaalrekeningen en die van de personen die in het kader van een financiële transactie waarbij contanten betrokken zijn de contanten voor rekening van een derde afgeven of opnemen, worden thans niet aan het CAP meegedeeld. Deze informatie is nochtans cruciaal om te voorkomen dat privépersonen hun identiteit achter een schermvennootschap of -vereniging zouden gaan verbergen wanneer ze ongeoorloofde verrichtingen uitvoeren;
  • de informatieplichtigen moeten thans slechts eenmaal per jaar informatie meedelen aan het CAP. Hierdoor blijken de gegevens die het CAP bevat vaak voorbijgestreefd wanneer ze worden opgevraagd in het kader van een gerechtelijk onderzoek of van de invordering van onbetaalde fiscale of niet-fiscale inkomsten;
  • een efficiënte werking van het CAP impliceert dat de aanvragen om informatie uit het CAP elektronisch zouden gebeuren, langs beveiligde telecommunicatiekanalen en volgens procedures die in overleg met de NBB worden bepaald in functie van parameters zoals de organisatie van de informatiegerechtigde en het verwachte aantal aanvragen om informatie uit het CAP per jaar;
  • de huidige sancties van het verzuim door informatieplichtigen om hun gegevens aan het CAP mee te delen, zijn tot slot ontoereikend. Het risico bestaat dus dat het CAP niet exhaustief is, omdat bepaalde informatieplichtigen de voorkeur zouden geven aan het eventueel oplopen van een zeer lage fiscale geldboete eerder dan aan het dragen van de kostelijke investeringen die nodig zijn om hun informatieplicht in het kader van het CAP na te leven.

Het is dan ook onontbeerlijk om deze tekortkomingen van het huidige CAP weg te werken om van het CAP een performant instrument te maken in de strijd tegen het witwassen van geld, tegen de financiering van het terrorisme en van de zware criminaliteit en tegen de belastingontduiking. Dit noopt ertoe om het CAP uit de fiscale sfeer, en in het bijzonder uit het WIB 92 weg te halen en de organisatie en werking ervan door een specifieke organieke wet te regelen welke de behoeften van alle belanghebbenden in aanmerking neemt.

Het doel van het CAP bestaat er wezenlijk in de informatie betreffende de in België bestaande rekeningen en financiële contracten in een unieke gestructureerde database in te zamelen teneinde de informatie die nodig is met het oog op de verwezenlijking van hun opdrachten van algemeen belang snel ter beschikking te stellen van de overheden, personen en organismen die de wetgever reeds heeft gemachtigd en in de toekomst nog zou kunnen machtigen deze informatie aan te vragen. Er zijn thans zes verschillende finaliteiten voor de aanvragen om informatie van het CAP:

  • de controle en de inning van fiscale en niet fiscale ontvangsten (artikelen 319bis en 322, § 3, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (1992), artikelen 62bis en 63bis van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, artikelen 203 en 319bis, § 1, van de Algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen, artikel 222 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, artikelen 100 en 1421/1 van het Wetboek der successierechten, artikel 12 van de domaniale wet van 22 december 1949, artikel 74 van de programmawet van 1 juli 2016);
  • de opsporing en vervolging van strafrechtelijke inbreuken (artikelen 46quater, § 1, tweede lid, 56ter, 158 sexies en 190quinquies van het Wetboek van strarvordering) en het solvabiliteitsonderzoek vooarfgaand aan de invordering van door het gerecht in beslag genomen sommen (artikel 22, § 1, tweede lid, van de wet van 4 februari 2018 houdende de opdrachten en de samenstelling van het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring);
  • inzameling van bankgegevens in het kader van de uitzonderlijke methodes voor het inzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (artikelen 18/15 en 14, tweede lid, van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten);
  • inzameling van bankgegevens door gerechtsdeurwaarders in het kader van de procedure betreffende het bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen om de inning van schuldvorderingen in burgerlijke en handelszaken te vergemakkelijken;
  • notariële opzoekingen in het kader van de opmaak van aangiften van nalatenschap (artikel 118 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notariaatsambt); en
  • voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en van de zware criminaliteit (artikel 81, eerste § , tweede lid van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten).

Deze lijst is echter slechts een momentopname van de bestaande finaliteiten en van de rechtsgronden van de aanvragen om informatie van het CAP op datum van de indiening van dit ontwerp van wet. De wetgever blijft immers vrij om andere instellingen en personen te machtigen informatie van het CAP aan te vragen in het kader van andere finaliteiten die hij als wettig zal beschouwen. De bovenstaande lijst kan dus eventueel gaandeweg evolueren.

Bekijk de volledige tekst van het wetsontwerp van 1 juni 2018 houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest