Btw op elektronische handel: nieuwe regels aangenomen

Geschreven door Lexalert
Foto: Fosforix  

Op 5 december 2017 nam de Raad nieuwe regels aan om het voor onlinebedrijven makkelijker te maken aan de btw-verplichtingen te voldoen.

De regels maken deel uit van de "strategie voor de digitale eengemaakte markt” van de EU, en zijn gericht op een vlottere btw-inning wanneer consumenten online goederen en diensten kopen.

De nieuwe regels breiden een bestaand EU-breed portaal (het mini-"éénloketsysteem") uit naar de btw-registratie voor verkoop op afstand. Zij stellen ook een nieuw portaal in voor verkopen op afstand vanuit derde landen, waarvan de waarde minder dan € 150 bedraagt. Dit vermindert de kosten van de naleving van de btw-regels voor transacties tussen ondernemingen en consumenten.

De btw zal worden betaald in de lidstaat van de consument, wat voor een eerlijker verdeling van belastinginkomsten tussen de lidstaten zal zorgen.

Voorts worden de onlineplatforms verantwoordelijk voor het innen van de btw op de door hen gefaciliteerde verkopen op afstand. Dit was niet voorzien in de voorstellen van de Commissie, maar is een essentiële bepaling in het pakket geworden. Momenteel komen de meeste goederen die geïmporteerd worden in het kader van verkoop op afstand, de EU btw-vrij binnen, wat tot een oneerlijke concurrentie voor bedrijven in de EU leidt.

De btw-fraude bij verkoop op afstand in de EU wordt geraamd op € 5 miljard per jaar; een aantal maatregelen zal dit bedrag helpen verminderen.

Het éénloketsysteem zal de onlinehandelaren ontslaan van de verplichting zich voor btw-doeleinden te laten registreren in elk van de lidstaten waar zij goederen verkopen. Volgens de Commissie kosten dergelijke verplichtingen een onderneming ongeveer € 8 000 per EU-land waarin zij verkoopt; dankzij de voorstellen zouden de administratieve lasten voor bedrijven met 95% kunnen verminderen. Het éénloketsysteem zal volgens de raming van de Commissie leiden tot een totale besparing van € 2,3 miljard voor bedrijven, en tot een toename van de btw-inkomsten met € 7 miljard voor de lidstaten.

Voor start-ups en kmo’s betekenen de nieuwe regels een belangrijke vereenvoudiging. Wanneer de jaarlijkse grensoverschrijdende onlineverkoop van een onderneming minder dan € 10 000 bedraagt, zal zij de btw-regels van haar thuisland kunnen blijven toepassen.

Voorts maken de nieuwe regels een einde aan de vrijstelling voor zendingen van buiten de EU waarvan de waarde minder dan € 22 bedraagt. Ongeveer 150 miljoen kleine verzendingen worden btw-vrij ingevoerd, en het huidige systeem is vatbaar voor misbruik. Terwijl bedrijven in de EU de btw moeten toepassen ongeacht de waarde van de verkochte goederen, hebben geïmporteerde goederen baat bij de vrijstelling en worden zij met het oog daarop vaak ondergewaardeerd.

Tijdlijn

Het pakket - een richtlijn en twee verordeningen - werd zonder debat aangenomen tijdens een vergadering van de Raad Economische en Financiële Zaken. Het Europees Parlement bracht op 30 november 2017 advies uit.

In de nieuwe regels is de volgende tijdlijn voorzien:

  • invoering, uiterlijk in 2019, van vereenvoudigingsmaatregelen voor de verkoop van elektronische dienstenbinnen de EU;
  • uitbreiding, uiterlijk in 2021, van het éénloketsysteem naar de verkoop op afstand van goederen, zowel binnen de EU als vanuit derde landen, en afschaffing van de btw-vrijstelling voor kleine zendingen.

De regels voorzien tevens in nauwere administratieve samenwerking tussen de lidstaten, om deze uitbreiding te begeleiden en te vergemakkelijken.

De bepalingen die vanaf 2021 van toepassing zullen zijn, zullen nader worden bepaald in een toekomstig voorstel van de Commissie, in het kader van een niet-wetgevingsprocedure. De Raad keurde een verklaring goed waarin hij de aandacht vestigt op de kwesties waarmee de Commissie in de uitvoeringsfase rekening moet houden. De bepalingen die vanaf 2019 van toepassing zullen zijn, vallen reeds onder het pakket.

De lidstaten krijgen tot en met 31 december 2018 en 31 december 2020 om de overeenkomstige bepalingen van de richtlijn om te zetten in nationale wetten en regels. De verordening betreffende administratieve samenwerking wordt van toepassing op 1 januari 2021.