Btw op boetes wegens vertraging in de uitvoering van overeenkomsten

Geschreven door Lexalert
Foto: Paul Hudson  

Deze circulaire 2017/C/65 verduidelijkt of de maatstaf van heffing van de btw moet worden beïnvloed door het bedrag van de boetes die worden toegepast ingeval van laattijdige uitvoering van overeenkomsten. Ze werd op 26 oktober 2017 gepubliceerd door de FOD Financiën op www.fisconet.be. 

Overeenkomstig artikel 26 van het Btw-Wetboek stemt de maatstaf van heffing van een handeling overeen met de totale waarde van de ontvangen tegenprestatie die rechtstreeks verband houdt met die handeling.

Volgens de door het Hof van Justitie van de Europese Unie ontwikkelde principes ter zake, is die tegenprestatie niet een volgens objectieve maatstaven geschatte waarde, maar een subjectieve waarde die overeenstemt met die welke door de partijen aan de handeling is toegekend, met andere woorden met het bedrag dat de klant bereid is te besteden om de genoemde handeling te genieten.

Die waarde dient geenszins te worden beïnvloed door de eventuele vertraging opgelopen bij de uitvoering van overeenkomsten.

Daaruit volgt dat boetes wegens vertraging, die tegelijk een ontradende en een herstellende functie vervullen, allerminst als prijsverminderingen van de verrichte handeling moeten worden aangemerkt.

De bedragen die worden betaald ter herstelling van de schade veroorzaakt door de laattijdige uitvoering van overeenkomsten, vormen een “schadevergoeding wegens vertraging”.

In de praktijk komt dergelijke situatie voornamelijk voor bij de uitvoering van werken in onroerende staat, binnen of buiten het kader van een openbare aanbesteding.

De bedragen die specifiek worden betaald ter herstelling van de schade als gevolg van een vertraging in de uitvoering van werken, hebben de aard van een schadevergoeding en oefenen geen invloed uit op de maatstaf van heffing.

Voorbeeld: bij een bedrag van 1.000 euro exclusief btw, hetzij 1.210 euro inclusief btw, met toepassing van 5% boete wegens vertraging, bedraagt de boete 50 euro (5% van 1.000 euro).

Het in de praktijk te betalen bedrag na compensatie bedraagt dan 1.160 euro (1.210 euro – 50 euro), maar de maatstaf van heffing van de levering of dienst blijft 1.000 euro bedragen, hetzij steeds 210 euro verschuldigde btw.

Volgens dat voorbeeld moet gehandeld worden om de wettelijke voorschriften opgenomen in artikel 26 van het Btw-Wetboek, de vaste Europese rechtspraak ter zake evenals de Europese rechtsbeginselen van gelijkheid, niet-discriminatie en fiscale neutraliteit na te leven, ongeacht of het gaat om situaties binnen of buiten het kader van een openbare aanbesteding.

Lees de volledige tekst van de circulaire 2017/C/65 met betrekking tot de behandeling op het vlak van de Btw van boetes wegens vertraging in de uitvoering van overeenkomsten