Brussels International Business Court

Geschreven door Lexalert
Foto: Hernán Piñera  

De nationale en internationale economische en politieke ontwikkelingen van de jongste maanden wijzen op een aanzienlijke behoefte aan een Belgische, gespecialiseerde overheidsrechtbank van topniveau die grensoverschrijdende handelsgeschillen kan beslechten en dat, uit de aard der zaak, doet in de lingua franca van het internationaal zakenverkeer, d.i. het Engels. Veel van die geschillen ontsnappen daarom nu reeds aan de rechtsmacht van de Belgische rechtbanken. Die situatie zal er in de toekomst niet op verbeteren, temeer omdat het ernaar uitziet dat bijvoorbeeld de zogenaamde Brexit en de daardoor veroorzaakte moeilijkheden het aantal internationale handelsbetwistingen exponentieel zullen doen toenemen. Gezien de rol die Brussel vooralsnog speelt en moet blijven spelen op het Europese en internationale forum, omdat de zetel van zeer veel internationale en Europese instellingen en ondernemingen er gevestigd is, kan dat alleen maar worden betreurd. Het gaat niet op Brussel uit te bouwen tot een draaischijf van het internationale politieke en zakenleven, terwijl de betrokken actoren – en hun advocatenkantoren en andere raadgevers – indien ze een beroep willen doen op een overheidsrechter en dus geen toevlucht willen zoeken tot arbitrage, hun rechtsgeschillen alleen in het buitenland kunnen laten beslechten.

Dit wetsontwerp wil aan die behoefte tegemoet komen met de oprichting van een in het Engels functionerende overheidsrechtbank die de rechtsgeschillen van de in België aanwezige, internationale zakenwereld beslecht, door binnen die rechterlijke macht lekenrechters in te zetten, waardoor ook in kwantitatief opzicht soepel kan worden ingespeeld op een niet noodzakelijk constante vraag. De betrokken ondernemingsrechtbank zal een (unieke) Engelstalige rechtbank van koophandel zijn, “Brussels International Business Court” geheten, afgekort BIBC, waarin “consulaire  rechters”  zullen zetelen, die “Judges in the Brussels International Business Court” worden genoemd. Bovendien staat de unieke formule van samenwerking tussen beroepsrechters die ad hoc ontleend worden aan de bestaande hoven en rechtsbanken, met eveneens ad hoc ingeschakelde lekenrechters, vergelijkbaar met de inrichting van het hof van assisen, toe een als het ware semipermanente instantie – permanent in abstracto, ad hoc of tijdelijk in concreto – in het leven te roepen die alleen maar aan de slag gaat wanneer zich een concrete zaak aandient. Dat houdt overigens in dat de concrete kosten van elke zaak gemakkelijker kunnen worden toegerekend aan de betrokken partijen.

Collegiale rechtspraak door topspecialisten in het internationaal handelsrecht maakt het overigens mogelijk dat het BIBC in eerste en laatste aanleg uitspraak doet, wat zal bijdragen tot de efficiëntie van de procedure en het gezag van die uitspraken. Daardoor zullen de betrokken partijen ook een weloverwogen keuze kunnen maken tussen een unieke aanleg in België of een dubbele aanleg in het buitenland. Het ligt overigens voor de hand dat de in het Belgische model georganiseerde bijzondere deskundigheid en collegialiteit van het BIBC in de eerste plaats tot gevolg zullen hebben dat aan hoger beroep minder behoefte zal bestaan, zoals ook door het schier afwezige hoger beroep bij arbitrage duidelijk wordt gemaakt.

Wat de rechtspleging betreft, wordt ervoor geopteerd overeenkomstige toepassing te maken, althans in beginsel, van de modelwet inzake de internationale handelsarbitrage van de Commissie van de Verenigde Naties voor het internationaal handelsrecht. Er wordt dus grotendeels afgeweken van het gemeen recht van het Gerechtelijk Wetboek.

Dit wetsontwerp zou geen gevolgen mogen hebben voor de begroting. De kosten voor de inschrijving op de rol bedoeld in het nieuwe artikel 1385quaterdecies/11 van het Gerechtelijk Wetboek zullen niet-fiscale inkomsten zijn die in de schatkist worden gestort. Er zullen specifieke kredieten worden ingeschreven in de begroting van Justitie om de kosten van de werking van de BIBC te dekken en die zullen worden bepaald afhankelijk van de verwachte inkomsten. Het bedrag van de inschrijvingskosten zal op zijn beurt naargelang van die kosten worden bepaald.

Het BIBC zal dus in beginsel zelf bedruipend zijn, wat niet alleen verantwoord wordt door de schaarste van de openbare middelen, die niet zomaar aan nieuwigheden kunnen worden besteed, maar ook door de bijzondere kosten die gepaard gaan met de inzet van eminente internationaal gerespecteerde deskundigen (en dus niet alleen Belgen). De partijen zullen dus een substantieel inschrijvingsgeld betalen, een vergoeding waarmee die kosten, inzonderheid de bijzondere presentiegelden van de lekenrechters, zullen worden gedekt.

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp van 15 mei 2018 houdende oprichting van het Brussels International Business Court