Bij uittreding van de werknemer draait de werkgever altijd op voor de tekorten in de aanvullende pensioenregeling

Geschreven door Mr. Willy Van Eeckhoutte, Van Eeckhoutte, Taquet en Clesse , www.bellaw.be

Cass. 6 maart 2017, S.15.0107.N

De werkgever die voorzien heeft in een aanvullend pensioen voor zijn werknemers, is bij “uittreding” van de werknemer uit die pensioenregeling, bv. bij het einde van diens arbeidsovereenkomst, gehouden de tekorten van de verworven reserves en die van de garanties aan te zuiveren. Dat bepaalt de Wet Aanvullende Pensioenen. 

Aan het Hof van Cassatie werd de vraag gesteld of dat ook het geval is wanneer het tekort een gevolg is van de vereffening of het faillissement van de pensioeninstelling.

Volg op 15 juni 2017 van 12 uur tot 14 uur het online seminar Update aanvullende pensioenen – Overzicht relevante rechtspraak en juridische evoluties met Barbara HEYLEN en Jan VAN GYSEGEM

In een zaak waarin dat het geval is (de toenmalige CBFA trok op 4 maart 2011 de vergunning in van de nv Apra Leven, die daardoor van rechtswege in vereffening werd gesteld en de vereffening bleek deficitair) argumenteerde de werkgever dat dit niet het geval is omdat die tekorten niet zijn veroorzaakt door een fout of nalatigheid van zijnentwege. De pensioentoezegging was er een van het type “vaste bijdragen” en de werkgever had altijd de contractueel overeengekomen premies betaald. De werkgever beriep zich op het verbintenissenrecht. 

Ander interessant artikel: Akkoorden over schorsing opzeggingstermijn arbeidsovereenkomst – cassatie brengt duidelijkheid (maar geen zekerheid)

Fout, zegt het Hof van Cassatie. De wet maakt geen onderscheid naar gelang van de oorzaak van de tekorten: de werkgever moet bij uitdiensttreding van de werknemer de tekorten van de verworven reserves alsook die ten opzichte van de garanties altijd aanzuiveren.