Bevoegdheidsbeding in algemene voorwaarden: addertje onder het gras!

Geschreven door Bright
Foto: Jenni C

Een bevoegdheidsbeding is een beding waarbij partijen op voorhand bepalen aan welke rechter de bevoegdheid toekomt om zich over een eventueel geschil uit te spreken.

Wanneer een dergelijk beding voorkomt in een door alle partijen ondertekend contract, rijst geen enkel probleem omtrent de geldigheid en tegenwerpelijkheid ervan. Het bevoegdheidsbeding is immers geldig overeengekomen tussen partijen en de keuze van partijen voor een bevoegde rechter zal ook worden gevolgd.  

Echter gebeurt het vrij vaak dat een bevoegdheidsbeding wordt opgenomen in een document dat door slechts één van de partijen werd opgesteld, bijvoorbeeld in algemene voorwaarden op een offerte, op de bevestiging van een bestelling of op een factuur. Veelal beschikt een onderneming ook niet over een door haar contractpartij ondertekend exemplaar van die algemene voorwaarden.

Maar is zo’n eenzijdig en niet ondertekend bevoegdheidsbeding wel geldig? En kan het aan uw contractpartij worden tegengeworpen in het kader van een eventuele procedure? En wat in geval van een internationale handelscontext?

Volg op 29 maart 2019 van 12 uur tot 14 uur het online seminar Gevolgen van Brexit voor douane, GDPR en mededingingsrecht met Jeroen GOBBIN en Anouk FOCQUET en Sarah JAQUES

De Belgische wetgeving bevat niet meteen specifiekevoorwaarden waaraan een bevoegdheidsbeding dient te voldoen om tegenwerpelijk te zijn. In een nationale handelscontext zult u aldus enkel moeten aantonen dat uw algemene voorwaarden, met inbegrip van het bevoegdheidsbeding, aan uw contractpartij ter kennis werden gebracht dan wel dat uw contractpartij er redelijkerwijs kennis van kon nemen.

In een internationale context liggen de zaken anders. Voor betrekkingen tussen ondernemingen gevestigd in verschillende lidstaten van de Europese Unie, zal een bevoegdheidsbeding immers aan de vormvereisten van artikel 25 Brussel Ibis-Verordening moeten voldoen. In een internationale context is een bevoegdheidsbeding bijgevolg slechts geldig wanneer het is vastgelegd:

  • hetzij bij een schriftelijke overeenkomst of bij een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst. De situatie waarbij er, na het sluiten van het contract zelf, geen reactie komt op het ontvangen van facturen of van algemene voorwaarden waarin een bevoegdheidsbeding is opgenomen, wordt in de rechtspraak niet aanvaard als het bestaan van een schriftelijke overeenkomst.
  • hetzij in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen de partijen gebruikelijk zijn geworden. Om te kunnen spreken van een “gebruik” moet er volgens de rechtspraak sprake zijn van voorafgaandelijke, regelmatige handelsbetrekkingen tussen partijen. Het feit dat het Belgisch bewijsrecht in handelszaken uit het gebrek aan protest van een factuur een vermoeden van stilzwijgende aanvaarding van de factuurvoorwaarden afleidt, is hiervoor niet voldoende.
  • hetzij, in de internationale handel, in een vorm die overeenstemt met een gewoonte waarvan de partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn en die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht wordt genomen. Het voorhouden dat het in de internationale handel gebruikelijk is standaardvoorwaarden op te nemen in facturen, volstaat evenmin om te besluiten tot het bestaan van een gewoonte.

Ander interessant artikel: Intrest betalingsachterstand handelstransacties 2019

In de praktijk hebben wij reeds herhaaldelijk vastgesteld dat ondernemingen vaak kampen met bewijsproblemen in het geval een tegenpartij de geldigheid van een bevoegdheidsbeding in algemene voorwaarden betwist. Heel vaak kunnen ondernemingen immers niet bewijzen dat hun algemene voorwaarden werden meegedeeld aan de andere partij of dat de aandacht van die andere partij er op werd gevestigd, laat staan dat zou kunnen worden aangetoond dat het bevoegdheidsbeding voldoet aan de voorwaarden van artikel 25 Brussel Ibis-Verordening.