Bescherming titel octrooigemachtigde - reglementair kader

Geschreven door Lexalert
Foto: Michael Neubert  

Het wetsontwerp van 4 mei 2018 voorziet in de bescherming van de titel van octrooigemachtigde. Hieronder vindt u het reglementair kader. 

a) Toegang tot het beroep van octrooigemachtigde

De huidige wetgeving wijst de bewaking van de toegang tot het beroep van octrooigemachtigde toe aan de minister en aan de Commissie tot erkenning van de gemachtigden. Terwijl de minister bevoegd is te beslissen over een aanvraag tot inschrijving, is de voormelde Commissie bevoegd enerzijds de voorwaarden te controleren voor de inschrijving van personen in het register van erkende gemachtigden, zoals bedoeld in artikel XI.66 van het Wetboek van economisch recht, en anderzijds de voorwaarden te controleren voor de nieuwe inschrijving van doorgehaalde erkende gemachtigden, zoals bedoeld in artikel XI.73 van hetzelfde Wetboek. Zij verleent de minister hiervan advies. Zij is eveneens bevoegd inzake de doorhaling van erkende gemachtigden in het register voor zover het één van de gevallen betreft bedoeld in artikel XI.72, van het Wetboek van economisch recht, dat van overlijden uitgezonderd.

Het wetsontwerp vertrouwt de bevoegdheid tot adviesverlening aan de minister toe aan het Instituut voor Octrooigemachtigden, voor zover het gaat om adviezen die betrekking hebben op doorhalingen en op nieuwe inschrijvingen die volgen op een doorhaling waaraan een tuchtmaatregel ten grondslag lag. Gelet op de tuchtbevoegdheden waarmee het Instituut zal worden bekleed, zal zij hier beter voor geplaatst zijn. De overige adviezen worden nog steeds door de Commissie tot erkenning van de gemachtigden verleend.

Ten slotte voorziet het wetsontwerp voor de octrooigemachtigden wettig gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte in afzonderlijke regels om hen in staat te stellen voor de Dienst voor de Intellectuele Eigendom op te treden. Deze regels zijn gebaseerd op de EU-verdragen, alsook op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en op secundaire wetgeving op basis van deze verdragen aangenomen. Binnen het kader van de vrije dienstverrichting, worden deze octrooigemachtigden onderscheiden naargelang zij zich naar België begeven om er tijdelijk of incidenteel het beroep van octrooigemachtigde uit te oefenen, dan wel dat zij zich niet naar België begeven maar vanuit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte wensen op te treden voor de Dienst voor de Intellectuele Eigendom.

b) Voorwaarden voor het voeren van de titel van octrooigemachtigde

De titel van “octrooigemachtigde” wordt in België niet beschermd. Hoewel een persoon aan de voorwaarden dient te voldoen van artikel XI.66 van het Wetboek van economisch recht om ingeschreven te worden in het register van erkende gemachtigden, wordt de titel van “erkende gemachtigde” evenmin beschermd. Enige administratieve of strafsanctie is afwezig. De natuurlijke of rechtspersoon die een beroep wil doen op een erkende gemachtigde dient dan ook het register te raadplegen, aangezien hij zich niet kan baseren op de gebruikte titel alleen.

Het wetsontwerp voorziet een bescherming voor het voeren van de titel van “octrooigemachtigde” of een vertaling daarvan in een van de officiële talen van België. Ook de titel verbonden aan de beroepsuitoefening van een Europees octrooigemachtigde wordt beschermd. Tegen enig gebruik van deze titels buiten de voorwaarden in dit wetsontwerp voorzien, zal met een strafrechtelijke sanctie kunnen opgetreden worden.

De octrooigemachtigde die zich vanuit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte naar België begeeft om er tijdelijk of incidenteel diensten te verrichten, zal in beginsel de titel moeten voeren van de lidstaat waar hij wettig gevestigd is het beroep van octrooigemachtigde uit te oefenen, met een aanduiding van de lidstaat van vestiging.

c) Oprichting van een Belgisch Instituut voor Octrooigemachtigden

Binnen het beoogde regelgevend kader is het nodig een instantie op te richten bekleed met een aantal taken van algemeen belang. Zulke instantie zal dienen in te staan voor de handhaving van de tuchten gedragsregels van toepassing op de octrooigemachtigden en hieraan verbonden de bewaking van de toegang tot het beroep van octrooigemachtigde. Daarnaast zal ook de coördinatie van een permanente opleiding van de octrooigemachtigden en de vertegenwoordiging van de beroepsgroep ten aanzien van de Dienst voor de Intellectuele Eigendom tot haar takenpakket behoren. Daartoe voorziet het wetsontwerp in de oprichting van een publieke instantie met rechtspersoonlijkheid: het Instituut voor Octrooigemachtigden, dat zijn zetel zal hebben in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Met het oog op de budgettaire neutraliteit van deze oprichting voor de Federale overheid, zal het Instituut in zijn eigen financiering voorzien, voornamelijk door middel van de jaarbijdragen van zijn leden.

Elke persoon die ingeschreven wordt of is in het register van erkende gemachtigden, zal tevens lid worden van het Instituut voor Octrooigemachtigden. De octrooigemachtigde die zich vanuit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, waar hij wettig is gevestigd het beroep van octrooigemachtigde uit te oefenen, naar België begeeft om er tijdelijk of incidenteel diensten te verrichten, zal automatisch en kosteloos als lid worden opgenomen zo hij voorafgaandelijk aan een aantal voorwaarden voldoet. Hoewel dit niet tot lidmaatschap van het Instituut leidt, zal de octrooigemachtigde die wettig gevestigd is in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die vanuit een lidstaat diensten wenst te verrichten zonder zich naar België te begeven, in dezelfde hoedanigheid als een erkende gemachtigde kunnen optreden voor de Dienst. Daartoe zal hij mutatis mutandis aan dezelfde voorwaarden dienen te voldoen als de voormelde octrooigemachtigde die zich naar België begeeft.

Voor elke erkende gemachtigde die wordt doorgehaald in het register van erkende gemachtigden zal ook het lidmaatschap van het Instituut vervallen en omgekeerd. Zo zal een veroordeling tot doorhaling in de ledenlijst van het Instituut of het niet betalen van de jaarbijdrage aan het Instituut leiden tot verval van het lidmaatschap van het betrokken lid, met eveneens een doorhaling in het register van erkende gemachtigden tot gevolg. Hoewel niet ingeschreven in het register van erkende gemachtigden, zullen de leden die zich vanuit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, waar zij wettig zijn gevestigd het beroep van octrooigemachtigde uit te oefenen, naar België begeven om er tijdelijk of incidenteel diensten te verrichten, eveneens veroordeeld kunnen worden tot doorhaling in de ledenlijst van het Instituut. Hun lidmaatschap zal ook vervallen indien zij niet langer voldoen aan de voorwaarden gesteld in het ontworpen artikel XI.64/3. Ten slotte zal elk lid zijn lidmaatschap tijdelijk kunnen opschorten.

Het Instituut voor Octrooigemachtigden zal drie organen tellen: de algemene vergadering, de raad en de tuchtcommissie. Terwijl de algemene vergadering uit alle leden van het Instituut zal samengesteld zijn en voornamelijk zal instaan voor de benoeming van de overige organen, het opstellen van de verscheidene reglementen, alsook het nemen van de belangrijkste beslissingen, zal de raad uit deze leden worden verkozen en zal zij instaan voor het dagelijks bestuur van het Instituut, evenals voor die bestuurstaken die niet exclusief aan de algemene vergadering zijn toegewezen. De tuchtcommissie ten slotte zal over de naleving van de tuchten gedragsregels door de leden van het Instituut waken. Om haar legitimiteit te verhogen zal deze commissie niet enkel bestaan uit leden van het Instituut, maar zal zij voorgezeten worden door een ervaren magistraat of advocaat.

Gelet op het kleine aantal octrooigemachtigden actief in België is het niet opportuun noch werkbaar om in een interne beroepsprocedure binnen het Instituut te voorzien. Daartoe voorziet het wetsontwerp een beroepsmogelijkheid tegen de beslissingen van de tuchtcommissie van het Instituut bij het hof van beroep te Brussel. Ook houdt de Federale overheid toezicht op enige handeling van de algemene vergadering dan wel de raad van het Instituut door middel van de benoeming van een regeringscommissaris, die verzet tegen de uitvoering van enige beslissing kan aantekenen bij de minister. Vanwege de afwezigheid van een interne beroepsprocedure tegen beslissingen van de raad, wordt zijn rol nog versterkt, in vergelijking met andere beroepsorganisaties, zoals eveneens het geval is voor het Instituut van de auto-experts en het Beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten.

Volg het on demand seminarie Smart contracts – Juridische implicaties van een blockchain innovatie met Kristof VERSLYPE

d) De tucht- en gedragsregels van toepassing op de octrooigemachtigden

Behoudens enkele uitzonderingen voorziet de huidige regelgeving geen systeem van tucht voor de beroepsgroep van de octrooigemachtigden. Enkel artikel XI.72, eerste lid, 7°, van het Wetboek van economisch recht, voorziet een mogelijkheid tot doorhaling van een erkende gemachtigde in het register van erkende gemachtigden, voor zover hij “zich schuldig gemaakt heeft aan een zware tekortkoming in de uitoefening van zijn werkzaamheden van vertegenwoordiging in zaken van uitvindingsoctrooien voor de Dienst”.

Het wetsontwerp machtigt de Koning een tuchtreglement voor de octrooigemachtigden vast te leggen, waarin tevens de tuchtprocedures vervat zijn. Het tuchtreglement zal onder meer de belangrijkste gedragsregels bevatten van toepassing op de octrooigemachtigden. Zoals reeds vermeld, zal de handhaving ervan worden verzekerd door de tuchtcommissie van het Instituut voor Octrooigemachtigden, waarbij tegen haar beslissingen in laatste aanleg beroep zal openstaan bij het hof van beroep te Brussel. De tuchtcommissie zal eveneens instaan voor de handhaving van de bijkomende gedragsregels die door het Instituut worden opgesteld en door de minister worden goedgekeurd.

De tuchtcommissie zal over de mogelijkheid beschikken een lid van het Instituut te veroordelen tot doorhaling in de ledenlijst van het Instituut, waarbij eveneens zijn lidmaatschap van het Instituut vervalt en hij wordt doorgehaald in het register van erkende gemachtigden zo hij hierin is ingeschreven. Daarnaast zal de tuchtcommissie in dalende rangorde van de zwaarwichtigheid van de sanctie een boete, een berisping dan wel een waarschuwing als tuchtstraf kunnen uitspreken.

De leden van het Instituut die zich vanuit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, waar zij wettig zijn gevestigd het beroep van octrooigemachtigde uit te oefenen, naar België begeven om er tijdelijk of incidenteel diensten te verrichten, zullen eveneens onder de beroepsregels (inclusief de tuchtrechtelijke regels) van de Belgische octrooigemachtigden vallen. Ook zij kunnen tot elk van de voormelde tuchtstraffen worden veroordeeld.

Het systeem van tucht en deontologie is een van de elementen die leiden tot een bestendiging van de kwalificatie van het beroep van octrooigemachtigde als vrij en intellectueel beroep. Naast het verhogen van de kwaliteit van de dienstverlening van de octrooigemachtigden ten aanzien van hun cliënten en de Dienst voor de Intellectuele Eigendom, draagt de instelling van een systeem van beroepsregels in België voor de leden van het Instituut bovendien bij tot de voorbereiding van het beroep op de hervorming van het Europees octrooisysteem.

e)   Permanente vormingsplicht voor octrooigemachtigden

De Belgische octrooigemachtigden zijn binnen de huidige regelgeving slechts gehouden tot permanente vorming vanuit de kwalificatie van het beroep van octrooigemachtigde als vrij beroep. Eens zij ingeschreven zijn in het register van erkende gemachtigden, na het voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel XI.66 van het Wetboek van economisch recht, waaronder de vereiste in het bezit te zijn van bepaalde beroepskwalificaties, wordt hun vorming niet langer opgevolgd door enige instantie.

Niettemin is het zo dat de octrooigemachtigde die geen initiatief tot voortgezette studie neemt, een groter risico loopt fouten te maken in de uitoefening van zijn werkzaamheden van vertegenwoordiging in zaken van uitvindingsoctrooien voor de Dienst, zoals bedoeld in artikel XI.72, eerste lid, 7°, van het Wetboek van economisch recht.

Het wetsont werp vereist dat het Instituut voor Octrooigemachtigden voor zijn leden een permanente vorming coördineert en toeziet op de opvolging hiervan door zijn leden. Het Instituut hoeft zelf geen permanente vorming te organiseren, maar kan er een aanbieden via een externe partner. De permanente vorming dient zich onder meer toe te spitsen op de evoluties in de relevante rechtspraak en rechtsleer, ontwikkelingen op internationaal en Europees niveau, alsook de rechten en plichten van de octrooigemachtigden als leden van het Instituut voor Octrooigemachtigden.

De verplichting voor de leden van het Instituut om zich permanent te vormen is, samen met het systeem van tucht en deontologie, een van de elementen die leiden tot een bestendiging van de kwalificatie van het beroep van octrooigemachtigde als vrij en intellectueel beroep. Net zoals de instelling van een systeem van beroepsregels, draagt de ontwikkeling van een permanente vorming in België voor de leden van het Instituut bovendien bij tot een meer kwalitatieve dienstverlening door de octrooigemachtigden en vormt het een voorbereiding van het beroep op de hervorming van het Europees octrooisysteem.

f) Beroepsgeheim voor octrooigemachtigden

De Belgische octrooigemachtigden vallen heden ten dage niet expliciet onder het beroepsgeheim, gesanctioneerd door artikel 458 van het Strafwetboek, noch onder enige wetgeving die bepaalde communicatie verricht tijdens en voor het doel van hun beroepswerkzaamheden beschermt tegen openbaring in administratieve of gerechtelijke procedures. Nochtans bekleedt de erkende gemachtigde een centrale positie bij de verwerving en de bescherming van octrooien. Hij adviseert en vertegenwoordigt zijn cliënten opdat zij de bescherming van hun uitvindingen kunnen verkrijgen en hij adviseert hen over geldigheidskwesties, inbreukvragen of de vrijheid om al dan niet een technologie te exploiteren in het licht van octrooien van derden.

Om deze rol ten volle te vervullen, dient de erkende gemachtigde in staat te zijn de vertrouwelijke informatie van zijn cliënten in ontvangst te nemen en te beschermen, niet enkel betreffende de technische aspecten van hun uitvindingen maar eveneens betreffende de juridische aspecten van hun bescherming (zoals de vragen inzake geldigheid van of inbreuk op een octrooi). Hij dient eveneens in staat te zijn om zich vrij uit te drukken betreffende de vragen die aan hem worden gesteld, zonder vrees dat zijn advies kan worden aangewend ten nadele van zijn cliënten. Omgekeerd dienen zijn cliënten in staat te zijn zich in alle vertrouwen tot hun octrooigemachtigde te richten, onder meer binnen het kader van een advies met betrekking tot de vrijheid een uitvinding te exploiteren of met betrekking tot eventuele namaak.

Een aantal internationale overeenkomsten voorzien in de vertrouwelijkheid van de communicatie tussen een erkende gemachtigde en zijn cliënt, maar de toepassing ervan blijft beperkt tot het voorwerp van deze overeenkomsten. Zo zijn de bepalingen betreffende vertrouwelijkheid in regel 153 van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag, en artikel 48, paragraaf 5, van de Overeenkomst van 19 februari 2013 betreffende een eengemaakt octrooigerecht, slechts van toepassing op de procedures voor respectievelijk het Europees Octrooibureau en het Eengemaakt Octrooigerecht.

De Belgische octrooigemachtigde kan zijn cliënt dan ook geen garanties bieden met betrekking tot de vertrouwelijkheid van de uitgewisselde communicatie. Dit terwijl de buurlanden Nederland, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk reeds in een wetgeving voorzien die de vertrouwelijkheid van de tussen een octrooigemachtigde en zijn cliënt uitgewisselde informatie beschermt.

Bovendien is de impact van het ontbreken van een beroepsgeheim voor octrooigemachtigden in België des te groter binnen de internationale context. Zo beschikken de Verenigde Staten van Amerika over een procedure ter ontsluiting van bewijs (“discovery”), die iedere partij de mogelijkheid biedt om de mededeling van bewijselementen te vragen die in het bezit zijn van andere partijen en die van belang zouden kunnen zijn voor de zaak.

De partijen kunnen echter weigeren om de communicatie te openbaren die beschermd is door het privilege van de vertrouwelijkheid (“attorney-client privilege”), dewelke verleend is aan Amerikaanse erkende gemachtigden. Zoals meer specifiek blijkt uit een Amerikaanse beslissing van 27 april 1999 (US. District Court van New York), wordt dit privilege inzake vertrouwelijkheid slechts toegekend aan buitenlandse gemachtigden in de mate dat deze in hun land van oorsprong genieten van een equivalente bescherming, onder het principe van “comity”. Binnen deze context laat de toekenning van een gelijkaardig privilege aan de octrooigemachtigden die lid zijn van het Instituut toe om, binnen het kader van geschillenprocedures, de tussen hen en hun cliënt uitgewisselde communicatie beter te beschermen.

Het wetsontwerp voorziet in een beroepsgeheim voor de leden van het Instituut voor Octrooigemachtigden, gelijkaardig aan dat van advocaten. Het biedt bescherming in administratieve en gerechtelijke procedures voor de Belgische hoven en rechtbanken en een schending wordt gesanctioneerd onder artikel 458 van het Strafwetboek. Een gelijkaardig beroepsgeheim wordt van toepassing gemaakt op de Europese octrooigemachtigden, ingeschreven op de lijst van erkende gemachtigden bedoeld in artikel 134 van het Europees Octrooiverdrag, dat in dezelfde procedures bescherming biedt.

g) Spreekrecht voor octrooigemachtigden

In tegenstelling tot onder meer hun Nederlandse, Duitse en Engelse collega’s, beschikken Belgische octrooigemachtigden niet over een spreekrecht in octrooigeschillen voor de nationale rechtbanken.

Hoewel advocaten in België, behoudens uitzonderingen vermeld in artikel 728 van het Gerechtelijk Wetboek, over het pleitmonopolie beschikken, is de toewijzing van een spreekrecht aan octrooigemachtigden geïnspireerd op de regeling die van kracht is voor boekhouders zoals voorzien in artikel 728, § 2bis, van het Gerechtelijk Wetboek.

Het invoeren van een spreekrecht voor de leden van het Instituut voor Octrooigemachtigden zou hen toelaten om in octrooigeschillen voor de Belgische hoven en rechtbanken tussen te komen om de technische aspecten van het geschil uiteen te zetten.

Bovendien zou het toekennen van een spreekrecht de leden van het Instituut in een betere positie plaatsen naar de toekomst toe om tussen te komen in octrooigeschillen voor het Eengemaakt Octrooigerecht, overeenkomstig artikel 48, paragraaf 4, van de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht, of om de cliënt te mogen vertegenwoordigen, hetzij als Europees octrooigemachtigde onder de voorwaarden van artikel 48, paragraaf 2, van de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht, hetzij als nationaal octrooigemachtigde onder de kwalificatie van jurist (maar niet als advocaat) onder de voorwaarden van regel 286, paragraaf 1, van het Procedurereglement van het Eengemaakt Octrooigerecht.

Het wetsontwerp voorziet dat de leden van het Instituut mogen tussenkomen in octrooigeschillen voor de Belgische hoven en rechtbanken, in casu de rechtbank van koophandel te Brussel. Zij dienen hiervoor echter voorafgaandelijk over de toestemming te beschikken van de advocaat die hun cliënt in het geschil vertegenwoordigt dan wel van hun cliënt zelf. De advocaat blijft meester over de procesvoering. Het dient benadrukt dat, in tegenstelling tot de advocaat, de octrooigemachtigde in het geschil niet over een vertegenwoordigingsfunctie beschikt ten aanzien van zijn cliënt en dat het huidig wetsontwerp deze situatie niet wijzigt.

Ook de gemachtigden die erkend zijn bij het Europees Octrooibureau en ingeschreven zijn op de lijst bedoeld in artikel 48, paragraaf 3, van de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht, wordt hetzelfde spreekrecht toegekend.

h) Vertegenwoordigingsfunctie voor het Instituut voor Octrooigemachtigden

De Belgische octrooigemachtigden beschikken heden ten dage niet over een orgaan dat hun beroepsgroep vertegenwoordigt en hun belangen kan verdedigen.

De oprichting van een Belgisch Instituut voor Octrooigemachtigden zou deze beroepsgroep in staat stellen tot gestructureerd overleg met de overheid, alsook met andere publieke of private organisaties, in België of in het buitenland. Tevens stelt het de groep in staat zich in de toekomst te vertegenwoordigen in organen zoals de Commissie tot erkenning van de gemachtigden, de Raad voor de Intellectuele Eigendom of de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO.

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp van 4 mei 2018 houdende bepalingen ter bescherming van de titel van octrooigemachtigde