Bescherming titel octrooigemachtigde

Geschreven door Lexalert
Foto: opensource.com  

Inzake uitvindingsoctrooien is, in principe, niemand verplicht zich voor de Dienst voor de Intellectuele Eigendom (DIE) te laten vertegenwoordigen. Maar indien men beroep wenst te doen (of moet doen) op een tussenpersoon, dan moet dit een erkend gemachtigde zijn (of een gelijkgesteld persoon, b.v. een advocaat). Bij de Dienst wordt een register bijgehouden waarin de erkende octrooigemachtigden ingeschreven zijn.

Het wetsontwerp van 4 mei 2018 beoogt een omstandig regelgevend kader in te voeren voor de bescherming  van de titel van octrooigemachtigde  in België. Daartoe voorziet het wetsontwerp, naast de bescherming van de titel van octrooigemachtigde, in de invoering van een beroepsgeheim, alsook in een mogelijkheid voor octrooigemachtigden om tussen te komen in octrooigeschillen voor de Belgische hoven en rechtbanken.

Om de kwaliteit van de beroepsuitoefening  van de octrooigemachtigden in België te garanderen voorziet het wetsontwerp bijkomend in de oprichting van een Belgisch Instituut voor Octrooigemachtigden. Dit Instituut zal instaan voor de handhaving van een stelsel van tuchten gedragsregels dat op de octrooigemachtigden  van toepassing zal zijn, alsook voor de coördinatie van een permanente vorming van de octrooigemachtigden. Tevens zal het Instituut de beroepsgroep van de octrooigemachtigden op een meer gestructureerde manier kunnen vertegenwoordigen in haar relaties met de Federale overheid en andere publieke of private instanties.

Ten slotte zal de Federale overheid toezicht uitoefenen op het Instituut via de voorafgaandelijke goedkeuring van het huishoudelijk en andere reglementen door de minister van Economie (hierna: de minister) dan wel door de Koning. Een regeringscommissaris zal bovendien toezicht houden op enige bestuurshandeling van het Instituut met een mogelijkheid om hiertegen beroep in te stellen bij de minister.

Achtergrond

In de ons omringende landen Nederland, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk is de titel van respectievelijk “octrooigemachtigde”, “Patentanwalt”“conseil en propriété industrielle” en “patent attorney” reeds beschermd. Het gebruik van de titel is verbonden aan het lidmaatschap van de octrooigemachtigde van een representatieve organisatie van gemachtigden. De leden van deze organisaties wordt tevens een vorm van beroepsgeheim of “attorney-client privilege” toegekend met betrekking tot communicatie uitgewisseld met hun cliënten voor zover binnen het kader van hun beroepsactiviteit.

De huidige Belgische wetgeving voorziet enkel een regeling aangaande de erkenning van octrooigemachtigden om op te treden voor de Dienst voor de Intellectuele Eigendom. Artikel XI.62, § 2, van het Wetboek van economisch recht, bepaalt immers dat derden een gemachtigde ingeschreven in het register van erkende gemachtigden dienen onder de arm te nemen indien zij zich wensen te laten vertegenwoordigen voor de Dienst. Om ingeschreven te worden in dit register moet de verzoeker voldoen aan de voorwaarden bepaald door artikel XI.66 van het Wetboek van economisch recht, waaronder het slagen voor een examen of een bekwaamheidsproef. Deze voorwaarden worden gecontroleerd door de Commissie tot erkenning van de gemachtigden, die bijgevolg bevoegd is de minister advies te verlenen over de inschrijving of de doorhaling van gemachtigden in het register.

In België is de titel van octrooigemachtigde echter niet beschermd, waardoor een aanvrager of octrooihouder het register van erkende gemachtigden dient te raadplegen teneinde zeker te zijn dat de vertegenwoordigende gemachtigde daadwerkelijk erkend is. Bovendien wordt de sector van de octrooigemachtigden niet vertegenwoordigd door een officiële representatieve organisatie. Binnen deze context zijn de octrooigemachtigden in België dan ook niet onderworpen aan een systeem van tucht en deontologie, een versterkt systeem van permanente vorming of een beroepsgeheim (ondanks het feit dat zij tot discretie gehouden zijn). Evenmin kan een Belgisch octrooigemachtigde tussenkomen in een inbreuk- of nietigheidsprocedure voor de Belgische hoven en rechtbanken met betrekking tot een Belgisch of Europees octrooi.

Lees ook: Bescherming titel octrooigemachtigde - reglementair kader

Het wetsontwerp beoogt onder andere de regulering van het beroep van octrooigemachtigde in België in lijn te brengen met die van de buurlanden, betere garanties te bieden voor een kwalitatieve dienstverlening door octrooigemachtigden en in te spelen op evoluties binnen de context van de hervorming van het Europees octrooisysteem. De Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht voorziet immers dat nationale octrooigemachtigden, die erkend zijn advies te verlenen inzake octrooibescherming of daaraan verbonden inbreukprocedures in de Verdragsluitende Staat waar zij gevestigd zijn, het woord mogen nemen in gedingen voor het Eengemaakt Octrooigerecht.

Teneinde deze doelstellingen te realiseren, stelt het wetsontwerp een regelgevend kader in ter bescherming van de titel van octrooigemachtigde dat de volgende elementen omvat:

  • De bewaking van de toegang tot het beroep van octrooigemachtigde;
  • De voorwaarden voor het voeren van de titel van octrooigemachtigde;
  • De oprichting van een Belgisch Instituut voor Octrooigemachtigden;
  • De tuchten gedragsregels van toepassing op de octrooigemachtigden;
  • De coördinatie van de permanente vorming van de octrooigemachtigden;
  • Een beroepsgeheim voor de octrooigemachtigden;
  • Een spreekrecht voor de octrooigemachtigden met betrekking tot octrooigeschillen voor de Belgische hoven en rechtbanken;
  • Een vertegenwoordigingsfunctie voor het Instituut voor Octrooigemachtigden ten behoeve van de sector.

De invoering van dit kader bestendigt bovendien de kwalificatie van het beroep van octrooigemachtigde als vrij en intellectueel beroep.

Er bestaan drie opties aangaande de wetgevende methode waarmee het regelgevend kader kan worden uitgevaardigd:

  1. Een specifieke reglementering;
  2. Een reglementering op basis van titel II van de kaderwet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen;
  3. Een reglementering op basis van titel II van de kaderwet van 24 september 2006 betreffende het voeren van de beroepstitel van een dienstverlenend intellectueel beroep en het voeren van de beroepstitel van een ambachtelijk beroep.

Het wetsontwerp kiest voor een specifieke reglementering; de opties geboden door de kaderwetten van respectievelijk 1 maart 1976 en 24 september 2006 volstaan niet.

Ten eerste legt de kaderwet van 1976 een hoge drempelvoorwaarde op voor de indiening van een verzoek voor bescherming van een intellectueel beroep, en vereist het een te zware organisatiestructuur. Ingevolge artikel 1 van de kaderwet van 1976 dient een verzoek immers te worden ingediend door minstens twee nationale en interprofessionele federaties van dezelfde sector. Bovendien dient, ingevolge artikel 6 van dezelfde kaderwet, het op te richten instituut voor de betrokken sector te bestaan uit een Nationale Raad, samengesteld uit een gelijk aantal Nederlandstalige en Franstalige leden, twee Uitvoerende Kamers en twee Kamers van beroep, die respectievelijk het Frans of het Nederlands als voertaal hebben. Gelet op het kleine aantal aan erkende gemachtigden in België, ten belope van ongeveer 130, zou de Belgische beroepsgroep van octrooigemachtigden onvoldoende draagkracht hebben om aan beide formele voorwaarden te voldoen.

Ten tweede vereist artikel 3 van de kaderwet van 2006 dat de aanvraag voor de bescherming van een bepaalde beroepstitel gebeurt door ten minste één erkende representatieve nationale interprofessionele federatie. De sector van de Belgische octrooigemachtigden kent momenteel geen zulke erkende federatie. Bovendien beoogt de voormelde kaderwet vooral de bescherming van de beroepstitel en voorziet deze slechts een minimale reglementering van de uitoefening van het beroep.

Ten slotte dient vermeld te worden dat voorliggend wetsontwerp een herstructurering in zes afdelingen voorziet van boek XI, titel 1, hoofdstuk 3, van het Wetboek van economisch recht, dat de basisregels bevat met betrekking tot de vertegenwoordiging inzake uitvindingsoctrooien voor de Dienst voor de Intellectuele Eigendom. Deze herstructurering volgt daartoe het advies 62.687/1 van de Raad van State van 7 februari 2018.

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp van 4 mei 2018 houdende bepalingen ter bescherming van de titel van octrooigemachtigde