Berekening van het belastingkrediet voor kinderen ten laste

Geschreven door Lexalert
Foto: David Guyler  

Het wetsontwerp van 16 mei 2017 wijzigt artikel 134 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zodat er ook een belastingkrediet voor kinderen ten laste kan worden verleend aan belastingplichtigen van wie het gezamenlijk belaste inkomen weliswaar hoger of gelijk is aan de belastingvrije som, maar de basisbelasting lager is dan de belasting op de belastingvrije som. Op die manier wordt het voordeel van de tariefverlaging die in het kader van de taxshift werd doorgevoerd, ten volle verleend aan belastingplichtigen met kinderen ten laste.

Principe

Om het voordeel van de tariefverlaging in de personenbelasting ook effectief te verlenen aan belastingplichtigen met personen ten laste of een verhoogd basisbedrag van de belastingvrije som omwille van een zware handicap, wordt vanaf aanslagjaar 2017 gewerkt met twee belastingbarema’s: de oude tariefschaal wordt toegepast voor de berekening van de belasting op de belastingvrije som, de nieuwe (lagere) tariefschaal voor de berekening van de basisbelasting (= de belasting op het gezamenlijk belaste inkomen).

Het belastingkrediet voor kinderen ten laste wordt, net zoals dit voor aanslagjaar 2016 het geval was, nog steeds bepaald door de “oude tarieven” toe te passen op het gedeelte van de belastingvrije som dat meer bedraagt dan het gezamenlijk belaste inkomen en betrekking heeft op de toeslagen voor kinderen ten laste. Het bedrag van het belastingkrediet wordt in de taxshift dus enkel beïnvloed door de verhoging van het bedrag van de belastingvrije som, niet door de tariefverlaging.

Wanneer het gezamenlijk belaste inkomen gelijk is aan of licht hoger is dan de belastingvrije som, kan de belasting op de belastingvrije som hoger zijn dan de basisbelasting. De belasting wordt in dit geval teruggebracht tot nul. Het voordeel van de tariefverlaging wordt op die manier dus niet ten volle verleend.

Om de koopkracht van gezinnen met kinderen die zich in de voormelde situaties bevinden verder te versterken, wil de regering hen ook ten volle van de tariefverlaging laten genieten. De regering stelt voor om dit te doen door het gedeelte van de belasting op de belastingvrije som dat betrekking heeft op de toeslagen voor kinderen ten laste en niet in mindering kan worden gebracht van de basisbelasting, om te zetten in een terugbetaalbaar belastingkrediet voor kinderlast (artikel 134, § 3, eerste lid, WIB 92 zoals vervangen door artikel 2, 1°, van het ontwerp).

Volg op 2 juni 2017 van 9.00 uur tot 12.00 uur het online seminar Aangifte personenbelasting aanslagjaar 2017 met Maurice DE MEY

Berekening van het belastingkrediet

Artikel 134, § 3, tweede lid, WIB 92 bepaalt momenteel dat voor de berekening van het belastingkrediet voor kinderlast het deel van de belastingvrije som dat het gezamenlijk belaste inkomen overschrijdt bij voorrang wordt geacht te bestaan uit toeslagen voor kinderlast. Binnen dezelfde logica stelt de regering voor om voor de nieuwe manier van berekenen van het belastingkrediet, ervan uit te gaan dat de belastingvrije som achtereenvolgens is opgebouwd uit het basisbedrag (artikel 131, WIB 92), de toeslagen die geen betrekking hebben op kinderen te lasten (artikel 132, eerste lid, 7° en 8°, en artikel 133, WIB 92) en ten slotte op de toeslagen voor kinderen ten laste (artikel 132, eerste lid, 1° tot 6°, WIB 92). Op die manier wordt de belasting op de toeslagen voor kinderen ten laste berekend tegen het hoogste tarief. Net als in de huidige berekening van het belastingkrediet voor kinderlast, zal er ook geen rekening worden gehouden met het gedeelte van de belastingvrije som dat het gezamenlijk belaste inkomen overschrijdt en geen betrekking heeft op de toeslagen voor kinderlast (artikel 134, § 3, tweede lid, WIB 92 zoals vervangen door artikel 2, 1°, van het ontwerp).

De beperking van het belastingkrediet voor kinderlast tot 250 euro per kind ten laste (te indexeren bedrag; geïndexeerd bedrag voor aanslagjaar 2017: 440 euro) blijft behouden.

Ander interessant artikel: FAQ vrijstellingsregeling van belasting kleine ondernemingen

Specifieke regels in geval van een gemeenschappelijke aanslag

Momenteel wordt in geval van een gemeenschappelijke aanslag voor de berekening van het belastingkrediet voor kinderlast het verschil gemaakt tussen de belastingvrije sommen van beide echtgenoten samen en de gezamenlijk belaste inkomsten van beide echtgenoten samen. Het belastingkrediet wordt dan berekend in hoofde van de echtgenoot met het hoogste gezamenlijk belaste inkomen (artikel 134, § 4, 5°, WIB 92).

In geval van een gemeenschappelijke aanslag, kan bij beide echtgenoten de belasting op de belastingvrije sommen hoger zijn dan de basisbelasting en kunnen bij beide echtgenoten toeslagen voor kinderlast in rekening zijn gebracht. De regering stelt voor om bij elk van de echtgenoten het gedeelte van de belasting op de belastingvrije som dat niet in mindering kan worden gebracht van de basisbelasting en betrekking heeft op toeslagen voor kinderlast, om te zetten in een terugbetaalbaar belastingkrediet (artikel 134, § 4, eerste lid, 6°, WIB 92 zoals ingevoegd door artikel 2, 2°, van het ontwerp). De regering wenst de berekening van de personenbelasting immers niet nog complexer te maken door een eventueel overschot aan belasting op de belastingvrije sommen eerst nog over te hevelen naar de andere echtgenoot.

Het principe van de overheveling van de belastingvrije som tussen echtgenoten wordt wel behouden (artikel 134, § 4, eerste lid, 3° en 4°, zoals vervangen bij artikel 2, 2°, van het ontwerp). Om de regel dat het belastingkrediet voor kinderen ten laste verder wordt berekend in hoofde van de echtgenoot met het hoogste gezamenlijk belaste inkomen verder te respecteren, worden de toeslagen voor kinderen ten laste zoveel mogelijk bij de echtgenoot met het hoogste gezamenlijk belaste inkomen gehouden. De overheveling van een overschot aan belastingvrije som van de echtgenoot met het hoogste gezamenlijk belaste inkomen naar de andere echtgenoot zal dan ook worden beperkt tot het gedeelte dat nodig is om de belastingvrije som van de andere echtgenoot op dezelfde hoogte te brengen als zijn gezamenlijk belaste inkomen. Bovendien wordt het gedeelte van de belastingvrije som dat geacht wordt te bestaan uit toeslagen voor kinderlast als laatste in de overheveling betrokken (artikel 134, § 4, tweede lid, WIB 92, zoals ingevoegd door artikel 2, 3°, van het ontwerp).

Wanneer ook de belastingvrije som van de echtgenoot met het laagste gezamenlijk belaste inkomen hoger is dan diens gezamenlijk belaste inkomen, is het verschil tussen dat gezamenlijk belaste inkomen en die belastingvrije som negatief. Bij gebrek aan een positief verschil zal er geen overheveling zijn van het overschot aan belastingvrije som van de echtgenoot met het hoogste gezamenlijk belaste inkomen. De regering is van oordeel dat dit voldoende duidelijk blijkt uit artikel 134, § 4, eerste lid, 3°, WIB 92 in ontwerp en acht het dan ook niet nodig om in te gaan op de vraag van de Raad van State om het ontwerp op dit vlak aan te passen.

Het maximumbedrag van 250 euro (te indexeren bedrag) per kind ten laste geldt voor beide echtgenoten samen. In het eerder uitzonderlijke geval dat aan elk van de echtgenoten een belastingkrediet wordt verleend en dat belastingkrediet moet worden beperkt, zal het maximumbedrag over de beide echtgenoten worden verdeeld in verhouding tot het bedrag van het belastingkrediet waarop elke echtgenoot vóór de beperking aanspraak kon maken tot de som van de belastingkredieten van beide echtgenoten samen vóór de beperking.

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp van 16 mei 2017 tot wijziging van artikel 134 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 op het stuk van de berekening van het belastingkrediet voor kinderen ten laste