Belastingvermindering voor overwerk

Geschreven door Lexalert
Foto: Andrew_Writer  

Circulaire 2018/C/41becommentarieert de vermindering voor bezoldigingen ingevolge het presteren van overwerk dat recht geeft op een overwerktoeslag. De Programmawet van 25.12.2017  bracht een aantal wijzigingen aan. 

Inhoudstafel

I. Inleiding
II. Programmawet van 25.12.2017
III. Commentaar

1. Belasting van niet-inwoners – natuurlijke personen – vermindering voor overwerk
2. Personenbelasting – vermindering voor overwerk
3. Beperking van een aantal voordelen in verhouding tot de duur van het belastbare tijdperk

IV. Inwerkingtreding

I. Inleiding

1. De Programmawet van 25.12.2017 (BS 29.12.2017) brengt onder meer de volgende wijzigingen aan:

-       de invoering van bijkomende voorwaarden voor bepaalde inkomensgerelateerde belastingverminderingen, wat betreft de personenbelasting en de belasting van niet-inwoners – natuurlijke personen

-       de beperking van een aantal voordelen (1) in verhouding tot de duur van het belastbare tijdperk.

(1) Belastingverminderingen.

2. Deze circulaire bespreekt wat de gevolgen hiervan zijn voor de toepassing van de belastingvermindering voor bezoldigingen ingevolge het presteren van overwerk dat recht geeft op een overwerktoeslag (2) op het vlak van de personenbelasting en de belasting van niet-inwoners – natuurlijke personen.

(2) Toepassing artikel 154bis van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92).

II. Programmawet van 25.12.2017

Artikel 120

3. In artikel 154bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 juli 2005 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 november 2015, wordt het achtste lid vervangen als volgt:

"De belastingvermindering is niet van toepassing op het overwerk:
a) dat in aanmerking komt voor de toepassing van artikel 38, § 1, eerste lid, 30° ;
b) waarvoor de belasting op de bezoldiging die erop betrekking heeft, wordt verminderd bij toepassing van de artikelen 155 of 156.".

Artikel 123

4. In artikel 243 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 augustus 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

(…)

b) het derde lid wordt vervangen als volgt:

"De artikelen 126 tot 129, 1451, 1° en 4°, 1452 tot 1453, 1457, 14526, § 5, 14532, §§ 2 en 3, 154bis, 157 tot 169, en 171 tot 178/1 zijn eveneens van toepassing, met dien verstande dat:

(…)

3° voor de toepassing van artikel 154bis, enkel het overwerk waarvoor de bezoldigingen in België belastbare beroepsinkomsten vormen die in de aangifte daadwerkelijk worden geregulariseerd overeenkomstig de artikelen 232 en 248, §§ 2 en 3, in aanmerking wordt genomen;

(…)”.

Artikel 124

5. In artikel 243/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 mei 2014 en gewijzigd bij de wetten van 10 augustus 2015 en 25 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

(…)

b) er worden bepalingen onder 2° bis en 2° ter ingevoegd, luidende:

(…)

“2° ter voor de toepassing van de in artikel 154bis, bedoelde belastingvermindering enkel het overwerk waarvoor de bezoldigingen in België belastbare beroepsinkomsten vormen die in de aangifte daadwerkelijk worden geregulariseerd overeenkomstig de artikelen 232 en 248, §§ 2 en 3, in aanmerking worden genomen;".

Artikel 125

6. In artikel 244 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

(…)

b) er worden bepalingen onder 2° bis en 2° ter ingevoegd, luidende:

(…)

"2° ter voor de toepassing van de in artikel 154bis, bedoelde belastingvermindering enkel het overwerk waarvoor de bezoldigingen in België belastbare beroepsinkomsten vormen die in de aangifte daadwerkelijk worden geregulariseerd overeenkomstig de artikelen 232 en 248, §§ 2 en 3, in aanmerking worden genomen;".

Artikel 131

7. De artikelen 117, 118 en 120 tot 130 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2018.

(…).

III. Commentaar

1. Belasting van niet-inwoners – natuurlijke personen – vermindering voor overwerk

8. Op basis van de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie moet België aan niet-inwoners die niet het grootste deel van hun inkomsten in België behalen, enkel dezelfde inkomensgerelateerde voordelen verlenen als deze die aan rijksinwoners worden verleend.

9. Het hof heeft immers geoordeeld dat met betrekking tot het in aanmerking nemen van kosten en uitgaven die rechtstreeks met een beroepsactiviteit verbonden zijn, inwoners en niet-inwoners zich in een vergelijkbare situatie bevinden (3).

(3) Zie de arresten van 12.06.2003, Gerritse, C-234/01, punt 27; 06.07.2006, Conijn, C-346/04, punt 20 en 15.02.2007, Centro Equestre da Leziria Grande, C-345/04, punt 23.

10. De voordelen die momenteel op het vlak van de berekening van de belasting van de zogenaamde ꞌgewoneꞌ niet-inwoners – natuurlijke personen worden verleend (4), gaan echter veel breder. Daarom heeft de wetgever beslist om vanaf aanslagjaar 2018 een aantal van die voordelen te schrappen (5).

(4) Het gaat hier om de in artikel 243, WIB 92, bedoelde berekening van de belasting van niet-inwoners – natuurlijke personen die tijdens het ganse belastbaar tijdperk in België belastbare beroepsinkomsten hebben verkregen die minder dan 75 % bedragen van het geheel van hun in dat belastbaar tijdperk verkregen beroepsinkomsten van Belgische en buitenlandse oorsprong (zoals het bestond alvorens door artikel 123 van de Programmawet van 25.12.2017 te zijn gewijzigd).
(5) Deze maatregel wordt besproken in de circulaire 2018/C/17 van 05.02.2018.

11. De belastingvermindering voor bezoldigingen ingevolge het presteren van overwerk dat recht geeft op een overwerktoeslag (6) wordt echter niet beoogd door deze maatregel en blijft als inkomensgerelateerd voordeel behouden in de berekening van de belasting van de zogenaamde ꞌgewoneꞌ niet-inwoners – natuurlijke personen.

(6) Toepassing artikel 154bis, WIB 92.

12. Vermits die belastingvermindering tot doel heeft om de belastingdruk op het inkomen uit overwerk te verlagen, is het logisch dat de belastingvermindering enkel wordt verleend voor zover de bezoldigingen voor het gepresteerde overwerk worden geregulariseerd in een aangifte in de belasting van niet-inwoners – natuurlijke personen.

13. Daarom heeft de wetgever in het betreffende artikel dat de berekening van de belasting van de zogenaamde 'gewone' niet-inwoners – natuurlijke personen regelt, expliciet vermeld dat enkel het overwerk in aanmerking mag worden genomen waarvoor de bezoldigingen in België belastbare beroepsinkomsten vormen die in de aangifte in de belasting van niet-inwoners natuurlijke personen daadwerkelijk worden geregulariseerd (7).

(7) Zie nieuw artikel 243, derde lid, 3°, WIB 92.

14. Dezelfde redenering wordt doorgetrokken naar de andere niet-inwoners (8). De vermindering voor overwerk zal ook aan die belastingplichtigen slechts worden verleend wanneer het inkomen dat voor het overwerk wordt verkregen wordt geregulariseerd in een aangifte in de belasting van niet-inwoners – natuurlijke personen (9).

(8) Belastingplichtigen voor wie de belasting overeenkomstig artikel 243/1 of 244, WIB 92, wordt bepaald.
(9) Zie nieuw artikel 243/1, 2°ter en 244, 2°ter, WIB 92.

2. Personenbelasting – vermindering voor overwerk

15. Naar analogie met de belasting van niet-inwoners – natuurlijke personen geldt voortaan ook op het vlak van de personenbelasting dat de vermindering voor overwerk slechts zal worden verleend wanneer het inkomen dat voor het overwerk wordt verkregen effectief in België wordt belast (10).

(10) Zie nieuw artikel 154bis, achtste lid, b), WIB 92.

Concreet betekent dit dat de vermindering voor overwerk enkel zal worden toegekend wanneer het inkomen dat voor het overwerk wordt verkregen, geen recht geeft op de belastingvermindering voor inkomsten van buitenlandse oorsprong, d.w.z.:

-       de vermindering van 100 % voor de inkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld van de personenbelasting, maar in aanmerking worden genomen voor de berekening van die belasting op de andere inkomsten (11)

-       de vermindering tot de helft (12); het betreft hier inzonderheid inkomsten die zijn verkregen en belast in een land waarmee België geen overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten.

(11) Toepassing artikel 155, WIB 92.
(12) Toepassing artikel 156, WIB 92.

3. Beperking van een aantal voordelen in verhouding tot de duur van het belastbare tijdperk

16. Wanneer een belastingplichtige voor een bepaald kalenderjaar zowel aan de personenbelasting als aan de belasting van niet-inwoners – natuurlijke personen onderworpen is (13), kan hij onder bepaalde voorwaarden twee keer aanspraak maken op bepaalde voordelen, zoals de belastingvrije som.

(13) Bijvoorbeeld naar aanleiding van een overbrenging van zijn fiscale woonplaats van België naar een andere staat of omgekeerd.

17. Om dit te vermijden heeft de wetgever beslist om voor belastbare tijdperken waarvan de duur minder dan een kalenderjaar bedraagt, bepaalde voordelen te beperken in functie van de duur van het belastbare tijdperk (14). Die beperking is ook van toepassing in de belasting van niet-inwoners.

(14) Zie artikelen 117 tot 119, 121, 122 en 126 tot 131 van de Programmawet van 25.12.2017. Deze maatregel wordt besproken in de circulaire 2018/C/17 van 05.02.2018.

18. Het maximum aantal overuren voor de toepassing van de belastingvermindering voor bezoldigingen ingevolge het presteren van overwerk dat recht geeft op een overwerktoeslag (15) is evenwel niet door deze maatregel beoogd. Bijgevolg moet het maximum aantal overuren niet worden geprorateerd in verhouding tot de duur van het belastbaar tijdperk, wanneer dat belastbaar tijdperk minder dan een kalenderjaar bedraagt.

(15) Het maximum aantal overuren bedraagt naargelang het geval: 130, 180 of 360 uren - artikel 154bis, tweede, derde of vierde lid, WIB 92.

19. Het is evenmin nodig een verhouding te bepalen tussen de in België en de in het buitenland gepresteerde overuren en vervolgens de belastingvermindering voor overwerk volgens die verhouding te beperken (16).

(16) Zie parlementaire vraag nr. 23.595 d.d. 07.02.2018 van Volksvertegenwoordiger Roel Deseyn (Kamer, CRIV 54 COM 825, blz. 8).

IV. Inwerkingtreding

20. De bijkomende voorwaarden voor de belastingvermindering voor overwerk zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2018.