Automatische uitwisseling van grensoverschrijdende voorafgaande beslissingen en grensoverschrijdende verrekenprijsafspraken

Geschreven door Lexalert
Foto: Kieran Lynam  

De wet van 20 juli 2017 heeft hoofdzakelijk tot doel de automatische uitwisseling van grensoverschrijdende voorafgaande beslissingen en grensoverschrijdende verrekenprijsafspraken tussen België en de andere lidstaten van de Europese Unie mogelijk te maken.

Het betreft de omzetting van de Richtlijn 2015/2376/ EU van de Raad van 8 december 2015 tot wijziging van richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied in nationale wetgeving.

In de wet is tevens de automatische uitwisseling van het landenrapport in het kader van groepen van multinationale ondernemingen voorzien. Het betreft een gedeelte van de Richtlijn 2016/881/EU van de Raad van 25 mei 2016 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied wat nog niet door de Programmawet van 1 juli 2016 in nationale wetgeving werd omgezet.

Algemeen kader

Grensoverschrijdende belastingontwijking, agressieve fiscale planning en schadelijke belastingconcurrentie zijn de laatste jaren een steeds groter probleem geworden, dat inmiddels zowel in de Europese Unie als op mondiaal niveau hoog op de agenda staat. De inspanningen voor de bestrijding van belastingontwijking en agressieve fiscale planning moeten dringend worden opgevoerd.

Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen (hierna DAC1), is in het nationaal recht omgezet geworden op 17 augustus 2013, meer precies in het artikel 338 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92). De voormelde Richtlijn werd eveneens omgezet in het artikel 289bis van het Wetboek van de Registratie-, hypotheeken griffierechten, de artikelen 146ter, 146quater, 160bis en 162/1 van het Wetboek successierechten en tenslotte in artikel 211bis van het Wetboek diverse rechten en taksen.

Artikel 338, WIB 92 legt de voorschriften en procedures vast voor de samenwerking tussen België en de andere lidstaten van de Europese Unie met het oog op de uitwisseling van inlichtingen die naar verwachting van belang zijn voor de administratie.

Dit artikel voorziet aldus in de verplichte spontane uitwisseling van inlichtingen tussen België en de andere lidstaten in verschillende gevallen en binnen bepaalde termijnen.

De spontane inlichtingenuitwisseling in gevallen waarin de Belgische bevoegde autoriteit redenen heeft om aan te nemen dat een andere lidstaat er belang kan bij hebben is sedert DAC 1 al van toepassing op fiscale voorafgaande beslissingen die België met betrekking tot een bepaalde belastingbetaler verstrekt, wijzigt of hernieuwt, inzake de interpretatie of de toepassing van fiscale bepalingen in de toekomst en die een grensoverschrijdende dimensie hebben.

Dit is ook het geval in de andere lidstaten.

Er doen zich evenwel verschillende belangrijke praktische moeilijkheden voor die een efficiënte spontane uitwisseling van inlichtingen over grensoverschrijdende voorafgaande beslissingen en voorafgaande verrekenprijsafspraken belemmeren, zoals het feit dat de lidstaat, zelf mag beslissen welke andere lidstaten op de hoogte moeten worden gebracht. De uitgewisselde inlichtingen, moeten in voorkomend geval, steeds voor alle andere lidstaten beschikbaar zijn en niet voor een beperkt aantal.

De discretionaire bevoegdheid van de lidstaten inzake de uitwisseling van rulings had ook tot gevolg dat de uitwisseling in de praktijk dode letter bleef.

Met het oog op de rechtszekerheid werd DAC1 gewijzigd door de Richtlijn 2015/2376/EU van de Raad van 8 december 2015 tot wijziging van richtlijn 2011/16/ EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied (hierna DAC3) teneinde een goede definitie inzake een grensoverschrijdende voorafgaande beslissingen en een voorafgaande verrekenprijsafspraak toe te voegen

De voorliggende wet zet DAC3 om in nationale wetgeving.

Alhoewel DAC 3 reeds in voege is van 1 januari 2017 is de inwerkingtreding van de wet, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad, zonder invloed op het uiteindelijke doel van DAC 3, de uitwisseling van grensoverschrijdende voorafgaande beslissingen en voorafgaande verrekenprijsafspraken.

De nieuw ontworpen § 6/1, die in alle betrokken wetboeken wordt hernomen, bepaalt immers wat en wanneer er moet worden uitgewisseld.

In de praktijk wil dit zeggen dat:

  • de uitwisseling van de grensoverschrijdende voorafgaande beslissingen en voorafgaande verrekenprijsafspraken van het eerste semester van het jaar X ten laatste op 30 september van datzelfde jaar X zullen worden uitgewisseld en deze van het tweede semester van datzelfde jaar X ten laatste op 31 maart van het jaar X+1 zullen worden uitgewisseld. Voor 2017 zal de eerste uitwisseling dus plaats vinden ten laatste op 30 september 2017, wat ruim na de inwerkingtreding van deze wet is;
  • de uiterste datum voor de uitwisseling van de grensoverschrijdende voorafgaande beslissingen en voorafgaande verrekenprijsafspraken van de vijf jaren voor 1 januari 2017 is 31 december 2017, waardoor de inwerkingtreding van de wet ook voor deze uitwisseling geen probleem vormt.

Naast deze Richtlijn is er nog een tweede richtlijn die Richtlijn 2011/16/EU wijzigt, namelijk Richtlijn 2016/881/ EU van de Raad van 25 mei 2016 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied (hierna DAC4). Deze Richtlijn wordt eveneens met de wet omgezet.

Zij wil vooral de structuur, het verrekenprijsbeleid en de interne transacties binnen en buiten de Europese Unie van groepen van multinationale ondernemingen (hierna MNO-groepen) transparanter maken en de goede werking van de interne markt garanderen.

De in deze Richtlijn opgenomen maatregelen werden, wat het landenrapport zelf betreft, reeds gedeeltelijk door de Programmawet van 1 juli 2016 in het nationaal recht omgezet, meer bepaald door de invoeging in het WIB92 van de artikelen 321/1, 321/2 en 321/3. De invoeging van deze artikelen gebeurde in het kader van de uitvoering van actie 13 van het actieplan inzake grondslaguitholling en winstverschuiving (Action Plan on Base Erosion and Profit Shifting – “BEPS-actieplan”) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De bepalingen inzake de automatische uitwisseling worden in de wet omgezet.

Het formulier van het landenrapport werd vastgelegd met het Koninklijk besluit van 28 oktober 2016 tot vastlegging van het model van formulier als bedoeld in artikel 321/2, paragraaf 5, van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992.

Bij de verplichte automatische uitwisseling van landenrapporten tussen lidstaten moet telkens een welomschreven set basisinlichtingen aan alle lidstaten worden verstrekt, waar blijkens de informatie in het landenrapport, één of meer Groepsentiteiten van de MNO-Groep fiscaal ingezetene zijn of aan belasting onderworpen zijn met betrekking tot bedrijfsactiviteiten die met behulp van een vaste inrichting van de MNOGroep worden uitgeoefend.

Om de kosten te drukken en de administratieve lasten voor zowel de belastingdiensten als de MNO-Groepen te beperken, is het noodzakelijk te voorzien in regels die in overeenstemming zijn met de internationale ontwikkelingen en op een positieve manier bijdragen aan de tenuitvoerlegging ervan. De reikwijdte van de verplichte uitwisseling van inlichtingen moet derhalve worden uitgebreid tot de automatische uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot landenrapporten.

Tenslotte voorziet deze wet in een expliciete verwijzing naar de wet van 16 december 2015 tot regeling van de mededeling van inlichtingen betreffende financiële rekeningen, door de Belgische financiële instellingen en de FOD Financiën, in het kader van een automatische uitwisseling van inlichtingen op internationaal niveau en voor belastingdoeleinden, zodat de automatische uitwisseling van inlichtingen, wat het toepassingsgebied van voormelde wet betreft, eveneens gebeurt op basis van artikel 338 WIB92. Voormelde wet van 16 december 2015 voorzag in de omzetting van de Richtlijn 2014/107/EU van de Raad van 9 december 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/ EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied (hierna DAC2).

De Richtlijn 2011/16/EU is van toepassing op elke vorm van belastingen die door of namens een lidstaat of haar territoriale of bestuurlijke onderdelen, lokale overheden daaronder begrepen, worden geheven én die nog niet onder andere communautaire wetgeving vallen.

Gegeven de bevoegdheidsverdeling tussen enerzijds de Federale Staat, en anderzijds de Gemeenschappen en Gewesten, vallen de belastingen geheven door een territoriaal of een bestuurlijk onderdeel van België enkel onder het toepassingsgebied van deze wet mits de Federale Overheidsdienst Financiën (FOD Financiën) er de inning of invordering van verzekert.

Het gaat onder meer om de inkomstenbelastingen, de registratieen successierechten en de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen waarvoor de FOD Financiën de dienst verzekert.

Er wordt opgemerkt dat een elektronisch overleg met het Brussels Hoofdstedelijke Gewest en het Waalse Gewest op 13 juni 2017 heeft plaatsgevonden. Hiermee is voldaan aan de vereiste van artikel 5, § 3, eerste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten dat bepaalt dat, tenzij het gewest er anders over beslist, de Federale Staat, met inachtneming van de door hem vastgestelde procedureregels, kosteloos voor de dienst van de gewestelijke belastingen voor rekening van en “in overleg met” het betrokken gewest zorgt.

Voor de initiële omzet ting van DAC1 heef t de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer het advies 13/2013 van 24 april 2013 uitgebracht.

Voor de omzetting van DAC3 en DAC4 wordt geen advies van de voormelde Commissie gevraagd daar er geen inlichtingen over natuurlijke personen worden uitgewisseld.

In DAC3 worden de natuurlijke personen expliciet uit het toepassingsveld van de uitwisseling van de grensoverschrijdende voorafgaande beslissingen en van de grensoverschrijdende voorafgaande verrekenprijsafspraken gesloten (zie daartoe de nieuwe § 6/1, 4° van artikel 338 WIB 92, ingevoegd door artikel 3, 3° van deze wet).

De omzetting van DAC4 gaat uitsluitend over de uitwisseling van de landenrapporten van ondernemingen die deel uitmaken van een groep van multinationale ondernemingen. Hier zijn dus eveneens geen natuurlijke personen bij betrokken.

Wat de omzetting van DAC2 betreft wordt verwezen naar het advies 61/2014 van 17 december 2014 met betrekking tot het voorontwerp van wet tot regeling van de mededeling van inlichtingen betreffende financiële rekeningen, door de Belgische financiële instellingen en de FOD Financiën, in het kader van een automatische uitwisseling van inlichtingen op internationaal niveau en voor belastingdoeleinden (= wet van 16 december 2015).

Lees de volledige tekst van de wet houdende omzetting van meerdere Richtlijnen inzake de verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied