Afbetaligsplan belastingen - FOD Financiën publiceert voorwaarden en principes

Geschreven door Lexalert
Foto: Hernán Piñera  

De FOD Financiën publiceerde op 6 juni 2018 de circulaire 2018/C/69 op www.fisconet.be.  Deze circulaire biedt de context, de principes en voorwaarden van de strategie die inzake afbetalingsplannen door de Algemene Administratie van de Inning en Invordering werd uitgewerkt.  Deze strategie werd intussen geïmplementeerd en bijgestuurd in functie van de opgedane ervaringen. 

I.Een administratief kader voor de afbetalingsplannen, een strikte noodzaak

II.De basisprincipes

1. Achterliggende principes

2. Kortlopende afbetalingsplannen (tot maximaal 4 maanden na de vervaldag): gemakkelijk en zonder formaliteiten

3.De middellange afbetalingsplannen (van  meer dan 4 maanden na de vervaldag tot maximaal 12 maanden na het ontstaan van de schuld)

III.Er kan niet worden betaald binnen de 12 maanden na het ontstaan van de schuld?

1. De administratieve schuldenregeling (ASR)

2.De wettelijke alternatieven

IV.Enkele praktische aspecten

1.Het toepassingsgebied

2.Het eerste aanspreekpunt

 

I.                Een administratief kader voor de afbetalingsplannen, een strikte noodzaak

De praktijk waarbij de beoordeling van een vraag tot afbetalingsplan tot de discretionaire bevoegdheid van een rekenplichtige –ontvanger behoorde, was al langer niet houdbaar. Het leidt tot een ongelijke behandeling van burger en onderneming en was al vaker het voorwerp van gefundeerde kritiek door het Rekenhof. Een wijziging in het statuut van de rekenplichtige, laat de Administratie toe om, ook inzake de afbetalingsplannen, algemene richtlijnen op te leggen [1]. Een dergelijk kader is ook nodig in een procesgeoriënteerde organisatie als de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën. Deze procesmatige aanpak van de afbetalingsplannen is een noodzaak en staat garant voor:

  • Een gelijke behandeling van de schuldenaars (artikel 10 en 11 van de Grondwet en artikel 14 EVRM):
    • Een aanvraag tot afbetalingsplan moet in elke dienst en door elke medewerker op dezelfde manier worden behandeld, evenwel rekening houdend met de specificiteit van elk individueel dossier.
    • Dit schept een verwachtingspatroon: op termijn zal de aanvrager precies weten wat hij kan verwachten en wat niet en kan hij hierop ook anticiperen.
  • Een transparant beleid met duidelijke regels die:
    • niet voor interpretatie vatbaar zijn en discretionaire bevoegdheid maximaal uitsluiten,
    • zo weinig mogelijk uitzonderingen toelaten,
    • makkelijk toepasbaar en communiceerbaar zijn,
    • voor onze medewerkers een comfortzone bieden waarin zij afbetalingsplannen toestaan of weigeren. Hierdoor vermijden we discussies met de aanvrager.
  • Een betere dienstverlening:
    • We moderniseren onze contactkanalen: afbetalingsplannen kunnen voortaan ook via het internet aangevraagd worden, via de volgende link: https://financien.belgium.be/nl/particulieren/belastingaangifte/betalen_of_terugkrijgen/betalen#q5
    • Het laat ons toe om bepaalde doelgroepen proactief te contacteren. Inzake de personenbelasting werden bijvoorbeeld de belastingplichtigen die in het verleden betaalproblemen ervaarden, via het aanslagbiljet en bijhorende folder, gewezen op de mogelijkheden van de nieuwe afbetalingsstrategie.
    • Wanneer we geen afbetalingsplan kunnen toekennen, stellen we alternatieven voor of verwijzen we door naar instanties, die een oplossing kunnen bieden. Welke instanties dit zijn is afhankelijk van de specificiteit van elk individueel dossier (Het kan gaan om de gewestelijk directeur voor de procedure van administratieve schuldenregeling of de arbeidsrechtbank voor de procedure inzake de collectieve schuldenregeling). Een model van weigeringsbrief gaat in bijlage van voorliggende circulaire. 
  • Een efficiëntere inzet van onze middelen:
    • Een procedure met duidelijke voorwaarden laat, op termijn, automatisering toe.
    • Het gros van de afbetalingsplannen kan worden afgehandeld door de infocenters, waardoor onze experten efficiënter kunnen worden ingezet voor de werkelijke invorderingstaken.

►Blijf op de hoogte over de fiscale actualiteit met onze maandelijkse Up-to-date fiscaliteit, boekhouding en vennootschap met Roel Van Hemelen (TaxQuest)

II.          De basisprincipes

1. Achterliggende principes

Omdat het haar kernopdracht is, beschikt de AAII over heel wat gegevens over het betaalgedrag van burgers/ondernemingen, de gemiddelde looptijd van de toegestane afbetalingsplannen, de mate waarin deze worden gerespecteerd en de evolutie van de invorderingsratio in functie van de ouderdom van de schuld. Deze resultaten vormden het vertrekpunt bij de uitwerking van de strategie inzake afbetalingsplannen. Zonder in detail te treden, blijkt uit de analyses:

  • Hoe korter de looptijd van het afbetalingsplan, hoe hoger de ratio van naleving. 
  • Binnen de doelgroep van burgers die om een afbetalingsplan verzoeken merken we heel wat uitstelgedrag. Meestal wordt erg lang gewacht met de aanvraag niet zelden na het toezenden van een aanmaning of zelfs na het opstarten van een invorderingsactie.
  • 98% van de lopende afbetalingsplannen heeft een looptijd van minder dan 12 maanden. De plannen met heel lange looptijd (meer dan 15 maanden) belopen 1% van het totaal en hebben bovendien een zeer lage nalevingsratio.
  • Hoe ouder de schuld, hoe lager de kans op invordering. De onmiddellijke aanpak van schulden is een belangrijk adagio uit de invorderingsstrategie en moet consequent worden doorgetrokken naar de strategie voor de afbetalingsplannen.

Deze elementen vindt men dus telkens terug in ieder van de volgende basisprincipes.

2. Kortlopende afbetalingsplannen (tot maximaal 4 maanden na de vervaldag): gemakkelijk en zonder formaliteiten

De drempel voor het bekomen van een kortlopend afbetalingsplan wordt aanzienlijk verlaagd. Hieraan worden slechts beperkte voorwaarden gesteld:

  • De aanvraag moet tijdig gebeuren (uiterlijk op de vervaldag van de schuld).  Hierdoor willen we burgers/ondernemingen tot meer compliance stimuleren en trachten we uitstelgedrag te ontraden. We vermijden hierdoor het sturen van aanmaningen en de kosten die hiermee gepaard gaan.
  • De burger/onderneming heeft bij de FOD Financiën geen andere vervallen of eisbare schulden die desgevallend in de betaalregeling moeten worden begrepen.
  • Voor ondernemingen is het bovendien belangrijk dat zij in regel zijn met de verplichtingen die hen inzake aangifte en betaling van bronbelastingen (bedrijfsvoorheffing/btw/roerende voorheffing...) zijn opgelegd.

Let wel!

  • Het niet voldoen aan één van deze voorwaarden, impliceert niet noodzakelijk de uitsluiting voor een betaalregeling. In dat geval, zal de aanvraag worden onderzocht overeenkomstig de voorwaarden van een afbetalingsplan met middellange looptijd (tot 12 maanden).
  • Het plan is zonder invloed op de verschuldigde nalatigheidsinteresten (indien van toepassing). Het is dus ook voor de burger voordeliger om het plan nog voor de vervaldag te laten starten en de looptijd ervan zo kort mogelijk te houden.

Ander interessant artikel: Welke wijzigingen in de aangifte personenbelasting van aanslagjaar 2018?

3.De middellange afbetalingsplannen (van meer dan 4 maanden na de vervaldag tot maximaal 12 maanden na het ontstaan van de schuld)

Een afbetalingsplan dat

  • niet tijdig wordt aangevraagd (m.a.w. niet aangevraagd voor de vervaldag):
  • en/of een invorderingsrisico inhoudt omdat:
    • de aanvrager meerdere schulden heeft;
    • en/of de aanvrager om een langere looptijd van het plan verzoekt (i.c. meer dan 4 maanden vanaf de vervaldag);

wordt aan een voorafgaand onderzoek onderworpen. Daarbij brengen we in rekening:

  • de betalingscapaciteit van de burger/onderneming . Hierbij houden we rekening met de inkomsten van de aanvrager en een maatstaf voor diens vaste uitgaven (= bedrag dat objectief noodzakelijk is om in het levensonderhoud te voorzien).  Hiervoor hanteren we de volgende vaste bedragen, afhankelijk van de gezinssituatie.

Gezinstype

Kosten voor levensonderhoud

Alleenstaande

1300 euro[2]

Koppel

1600 euro

Per kind

150 euro[3]

 
  • de termijn waarbinnen de schuld(en) volgens de betalingscapaciteit kan (kunnen) worden afgelost. Hierbij kan rekening gehouden worden met bijzondere of uitzonderlijke omstandigheden (bv zware medische kosten)
  • de voorgestelde termijn voor betaling van de schuld(en)
  • de maximale looptijd van het plan welke nooit meer bedraagt dan 12 maanden na het ontstaan van de meest recente schuld begrepen in de aanvraag. Wanneer blijkt dat op het moment van de aanvraag van een afbetalingsplan nog een oudere sinds meer dan 12 maanden vervallen schuld bestaat, dan kan deze nog worden geïntegreerd in het afbetalingsplan met een maximale duur van 12 maanden te rekenen vanaf het ontstaan van de meest recente schuld.

III.     Er kan niet worden betaald binnen de 12 maanden na het ontstaan van de schuld?

 

Indien blijkt dat een regeling met betaling van de schuld(en) binnen de 12 maanden na het ontstaan ervan uitgesloten is, zal het afbetalingsplan worden geweigerd. Het gevoerde onderzoek zal, in dat geval, bijna altijd leiden tot de conclusie dat de betaalproblemen van de aanvrager niet tijdelijk, maar structureel zijn. Het toestaan van een plan met een   looptijd van meer dan 12 maanden biedt geen oplossing voor deze situatie:

  • De directe en indirecte belastingen zijn cyclisch. Na verloop van één jaar is de kans erg groot dat een nieuwe belastingschuld wordt toegevoegd en het probleem dus vergroot en de aanvrager in een spiraal van betaalmoeilijkheden terecht komt.
  • Binnen deze doelgroep zijn multipele schulden vaak voorkomend, niet zelden in een combinatie met privéschulden.
  • Langlopende afbetalingsplannen hebben een zeer lage nalevingsratio. Met de langere looptijd neemt ook het risico op niet invorderbaarheid ernstig toe.

Toch zijn er, buiten het afbetalingsplan, alternatieve oplossingen mogelijk en noodzakelijk. Deze oplossingen zijn ofwel wettelijk ofwel administratief geregeld. Net als voor het afbetalingsplan geldt ook voor deze alternatieven dat ze voor iedere burger/onderneming onder gelijke voorwaarden worden toegepast. Kenmerkend voor ieder van deze procedures is dat naast eventuele langere betaaltermijnen ze gepaard gaan met begeleidende maatregelen die de burger/onderneming moeten toelaten uit de financiële moeilijkheden te komen (fresh start).

In de beslissing van afwijzing zal gewezen worden op elk van deze alternatieve procedures en hoe ze in te dienen.

1. De administratieve schuldenregeling (ASR)

Deze procedure is er specifiek voor burgers/ondernemingen met structurele betaalproblemen:

  • Wiens schulden zich hoofdzakelijk situeren binnen de FOD Financiën.  Ze hebben m.a.w. geen belangrijke achterstallige privéschulden;
  • Nadat een afbetalingsplan werd geweigerd omdat uit het onderzoek van de betalingscapaciteit van de aanvrager bleek dat de maximale looptijd van 12 maanden na het ontstaan van hun meest recente schuld, niet haalbaar bleek;
  • Waarbij de eventuele toekenning van een langere betaaltermijn eventueel gepaard gaat met begeleidende maatregelen.

Deze procedure wordt gevoerd:

  • Voor de bevoegde Gewestelijk directeur van het regionaal Invorderingscentrum van de woonplaats van de burger of de plaats waar de maatschappelijke zetel van de onderneming is gevestigd;
  • Op initiatief van de betrokken burger of onderneming én uitsluitend nadat een afbetalingsplan werd geweigerd.

Bij ontvangst van een ontvankelijk[4] verzoekschrift, zal de Gewestelijke directeur onderzoeken:

  • Of verlengde betaaltermijnen, omwille van de concrete omstandigheden van het dossier, gerechtvaardigd zijn. De verlengde betaaltermijn heeft een maximale looptijd van 60 maanden;
  • Welke begeleidende maatregelen noodzakelijk zijn om tot een regularisatie van de schulden binnen de aldus bepaalde termijn te komen. Deze maatregelen zijn een vrijstelling van nalatigheidsinteresten en een onbeperkt uitstel van de invordering.

De Gewestelijke directeur kan na onderzoek de volgende beslissingen nemen:

  • Het toestaan van een bijkomende betaaltermijn, tot maximaal 60 maanden na ontvangst van de aanvraag. Deze beslissing kan gepaard gaan met begeleidende maatregelen (bv een vrijstelling van nalatigheidsinteresten).
  • De omzetting naar een procedure tot onbeperkt uitstel van de invordering (artikel 413bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 84quinquies van het BTW wetboek), met akkoord van de aanvrager.
  • De gemotiveerde afwijzing van het verzoek op basis van motieven eigen aan het dossier.

2.De wettelijke alternatieven

Ook de wetgever voorziet in procedures voor burgers en ondernemingen met structurele betaalmoeilijkheden die ook in dit kader uitkomst kunnen bieden, zoals:

  • De collectieve schuldenregeling voor burgers die naast schulden bij de FOD Financiën, ook belangrijke privéschulden hebben. Deze procedure waarborgt immers dat alle schuldeisers samen, en onder gerechtelijk toezicht bijdragen tot de oplossing van het schuldenprobleem van hun schuldenaar.
  • De insolventieprocedures (waaronder de gerechtelijke reorganisatie) zoals bepaald in het wetboek Economisch recht, Boek XX: welke bedrijven in financiële moeilijkheden een aantal mogelijkheden bieden, om de onderneming te redden en het faillissement te vermijden .

IV.      Enkele praktische aspecten

1.Het toepassingsgebied

Deze richtlijnen voor zowel het afbetalingsplan als voor de ASR, zijn van toepassing op alle fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen  waarvan de inning en invordering aan de AAII is toevertrouwd. Ze zijn ook van toepassing op schulden waarvoor al een invorderingsactie werd aangevat.

Er gelden evenwel twee uitzonderingen.

  • Voor penale boeten en verbeurdverklaringen van meer dan 2.500 EUR kan een afbetalingsplan van meer dan 12 maanden vanaf het ontstaan van de schuld worden verleend, voor zover de betaalcapaciteit van de aanvrager dit rechtvaardigt. Deze schulden vallen dus niet onder de ASR.
  • Alimentatieschulden (DAVO) zijn uitgesloten van de procedure voor de ASR. Ze komen dus uitsluitend in aanmerking voor de regeling inzake het afbetalingsplan tot 12 maanden vanaf het ontstaan van de schuld.

2. Het eerste aanspreekpunt

Een afbetalingsplan kan via verschillende kanalen worden gevraagd:

  • Elektronisch via MyMinfin. Dit is de snelste en gemakkelijkste manier;
  • Via e-mail of brief gericht aan één van de infocenters;
  • Via een bezoek aan één van de infocenters.

 

Het infocenter is hoe dan ook het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een afbetalingsplan.