Aan de dringende reden tot ontslag voorafgaande feiten

Geschreven door Mr. Willy Van Eeckhoutte, Van Eeckhoutte, Taquet & Clesse, www.bellaw.be
Foto: Pixabay

Het cassatiearrest waarnaar hieronder wordt verwezen, is een goede aanleiding om nog eens op een rijtje te zetten hoe de kennisgeving van een dringende reden op basis waarvan de werkgever een werknemer ontslaat, moet of kan gebeuren. Het gaat m.a.w. om de formulering van de reden of redenen die kan gebeuren samen met het ontslag of in een afzonderlijke kennisgeving, maar dan binnen drie werkdagen na het ontslag.

In die kennisgeving moet, zo bepaalt de wet, de dringende reden worden vermeld, d.i. het feit dat het ontslag zonder opzegging rechtvaardigt. Uit andere cassatierechtspraak blijkt dat de formulering met de grootste nauwkeurigheid en preciesheid moet gebeuren.

In het hier besproken arrest herhaalt het Hof van Cassatie dat dit feit de tekortkoming is met inachtneming van alle omstandigheden die daarvan een dringende reden kunnen maken. Opdat de rechter bij betwisting van de dringende reden door de werknemer verplicht zou zijn rekening te houden met die omstandigheden, moeten zij niet noodzakelijk in de kennisgevingsbrief, die eventueel de ontslagbrief zelf is, worden aangevoerd (zie Sociaal Compendium Arbeidsrecht 2017-2018, nr. 4271). Maar als dat het geval is, moet de rechter daarmee zeker rekening houden, zo staat nog te lezen in het hierboven nader aangewezen arrest. Het is dan ook aangewezen dat te doen.

Volg het on demand seminarie Up-to-date HR-recht 2018-2 met Dries FAINGNAERT

Vroegere feiten kunnen een verduidelijking vormen van de grief die als dringende reden wordt aangevoerd, vervolgt het arrest. Het is m.a.w. mogelijk dat de eigenlijke grief op zich geen dringende reden is, maar dat volgens de werkgever wordt wanneer men hem beschouwt in het licht van de voordien voorgevallen feiten die als verzwarende omstandigheid zijn aangevoerd.

Lees ook: KB positieve acties van werkgevers tegenover kansengroepen

Voor de inaanmerkingneming van de aangevoerde omstandigheden is in dat geval niet vereist dat de als dringende reden ingeroepen feiten op zichzelf al een ernstige tekortkoming uitmaken die elke professionele samenwerking onmogelijk maakt. Ook als dat niet het geval is, moet de rechter de ingeroepen vroegere feiten betrekken in de beoordeling van de ernst van de bewezen feiten die als dringende reden worden aangevoerd. Dat was al vrij evident, maar het Hof van Cassatie beslist dat nog eens uitdrukkelijk in het voornoemde arrest.

Bron: Cass. 16 april 2018, S.16.0040.N