8 FAQ over de activeringsbijdrage voor oudere werknemers

Geschreven door Lexalert
Foto: gfpeck  

Het ontwerp van Programmawet najaar 2017 voert de activeringsbijdrage voor oudere werknemers in. Ze wordt ingevoerd om te vermijden dat werkgevers oudere werknemers gewoon thuis laten zitten met gedeeltelijk behoud van loon, komt er een patronale activeringsbijdrage bij vrijstelling van prestaties van werknemers van 55 jaar en ouder.  De bijdrage zal variëren in functie van de leeftijd van de werknemer en zal lager zijn als de werkgever een opleiding voorziet. Deze treedt op 1 januari 2018 in werking. Hieronder vindt u het antwoord op 8 veelgestelde vragen.

  1. Wat zijn de kenmerken van de activeringsbijdrage?
  2. Wie is de activeringsbijdrage verschuldigd?
  3. Voor wie is de activeringsbijdrage verschuldigd?
  4. Hoeveel bedraagt de activeringsbijdrage?
  5. Wanneer wordt de bijdrage verminderd?
  6. Onder welke voorwaarden is de werkgever vrijgesteld?
  7. Wanneer treedt de activeringsbijdrage in werking?
  8. Wat is de reden om de activeringsbijdragen in te voeren?

1. Wat zijn de kenmerken van de activeringsbijdrage?

Om dit soort praktijken te beperken, wordt, vanaf 1 januari 2018, een activeringsbijdrage met de volgende kenmerken ingesteld:

  • het bijdragepercentage wordt bepaald in functie van de leeftijd van de werknemer op het ogenblik dat deze vrijgesteld wordt van prestaties door de werkgever. Het bijdragepercentage blijft constant totdat de werknemer de wettelijke pensioenleeftijd bereikt heeft in de regeling waaraan hij in hoofdzaak onderworpen is of wanneer hij een vervroegd rustpensioen kan genieten;
  • de bijdrage is niet verschuldigd wanneer gedurende de vier opeenvolgende kwartalen van de vrijstelling van prestaties de werknemer verplicht is om een opleiding te volgen waarvan de kostprijs tenminste 20 pct. bedraagt van het brutojaarloon dat de werknemer verdiende vooraleer hij werd vrijgesteld van prestaties;
  • eveneens, wanneer een opleiding van tenminste 15 dagen gedurende een periode van vier kwartalen voorzien wordt en gevolgd wordt door de werknemer, wordt het bijdragepercentage voor de betreffende kwartalen verminderd. De tekst preciseert het type van opleiding dat het recht op het verminderd bijdragepercentage opent alsook de voorziene controleprocedure om het recht op het verminderde bijdragepercentage te openen;
  • wanneer de werknemer opnieuw een, minstens een derde tewerkstelling aanvangt bij een of meerdere andere werkgever(s) of in hoedanigheid van zelfstandige, en dit voor een volledig kwartaal, wordt de werkgever die deze bijdrage normaliter verschuldigd was, hiervan vrijgesteld. Wordt verstaan onder 1/3de tewerkstelling, een gemiddelde prestatie van 1/3de  van een voltijds equivalent en dit over een referentieperiode van een kwartaal. De RSZ zal alle tewerkstellingen in 1 kwartaal optellen en nagaan of dit overeenstemt met minimaal een 1/3de tewerkstelling van een voltijds equivalent gedurende die periode. De Koning bepaalt wat wordt verstaan onder het aanvangen van een nieuwe, minstens een derde tewerkstelling in de hoedanigheid van zelfstandige;
  • wanneer de werknemer de voormelde activiteit beëindigt, is de bijdrage opnieuw verschuldigd door de werkgever die hem had vrijgesteld van prestaties;
  • deze bijdrage is verschuldigd tot op het ogenblik waarop de werknemer het recht opent om met pensioen te gaan.

2. Wie is de activeringsbijdrage verschuldigd?

De werkgevers waarop de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités van toepassing is, en de autonome overheidsbedrijven bedoeld in de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.

3. Voor wie is een activeringsbijdrage verschuldigd?

De werknemers die geen enkele prestatie leveren tijdens een volledig kwartaal bij dezelfde werkgever, met uitzondering van de wettelijke volledige schorsingen van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, en in het geval van vrijstelling van prestaties tijdens de periode van opzegging als bedoeld in artikel 37 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

De activeringsbijdrage is niet verschuldigd voor de werknemers die in een mechanisme van volledige vrijstelling van prestaties zijn gestapt voor 28 september 2017 en evenmin voor de werknemers die in een mechanisme van volledige vrijstelling van prestaties stappen in toepassing van een collectieve arbeidsovereenkomst van bepaalde duur gesloten in het bevoegde paritair orgaan en neergelegd op de griffie van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen vóór 28 september 2017.

Ander interessant artikel: 11 FAQ over de identieke en gecategoriseerde winstpremie

4. Hoeveel bedraagt de activeringsbijdrage?

Het percentage van de toepasselijke bijdrage wordt bepaald in functie van de leeftijd van de werknemer op het ogenblik waarop zijn werkgever hem van elke prestatie vrijstelt, en deze wordt als volgt berekend:

  • voor de werknemers die van prestaties vrijgesteld zijn vooraleer de leeftijd van 55 jaar te hebben bereikt, bedraagt de bijdrage 20 pct. van het brutokwartaalloon, met een minimum van 300 euro;
  • voor de werknemers die van prestaties vrijgesteld zijn na de leeftijd van 55 jaar en vooraleer de leeftijd van 58 jaar te hebben bereikt, bedraagt de bijdrage 18 pct. van het brutokwartaalloon, met een minimum van 300 euro;
  • voor de werknemers die van prestaties vrijgesteld zijn na de leeftijd van 58 jaar en vooraleer de leeftijd van 60 jaar te hebben bereikt, bedraagt de bijdrage 16 pct. van het brutokwartaalloon, met een minimum van 300 euro;
  • voor de werknemers die van prestaties vrijgesteld zijn na de leeftijd van 60 jaar en vooraleer de leeftijd van 62 jaar te hebben bereikt, bedraagt de bijdrage 15 pct. van het brutokwartaalloon, met een minimum van 225,60 euro;
  • voor de werknemers die van prestaties vrijgesteld zijn na de leeftijd van 62 jaar, bedraagt de bijdrage 10 pct. van het brutokwartaalloon, met een minimum van 225,60 euro.

5. Wanneer wordt de bijdrage verminderd?

Indien de werknemer gedurende de periode van vrijstelling van prestaties de verplichting had om een opleiding te volgen die georganiseerd wordt door zijn werkgever voor tenminste 15 dagen gedurende een periode van vier opeenvolgende kwartalen, het bijdragepercentage van de bijdrage verminderd met 40 pct. gedurende de betreffende vier kwartalen.

6. Onder welke voorwaarden is de werkgever vrijgesteld?

De werkgever wordt vrijgesteld van de bijdrage bedoeld, indien de werknemer gedurende de eerste vier kwartalen van vrijstelling van prestaties daadwerkelijk een opleiding georganiseerd door zijn werkgever, verplicht heeft gevolgd, waarvan de kostprijs tenminste 20 pct. bedraagt van het brutojaarloon waarop hij voor de vrijstelling van prestaties recht had.

De werkgever moet het bewijs leveren aan de Algemene Directie van het Toezicht op de Sociale Wetten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg dat de betreffende werknemer de voornoemde opleiding daadwerkelijk heeft gevolgd. Een maal per jaar stelt deze dienst de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid hiervan in kennis overeenkomstig de modaliteiten te bepalen door de betrokken administraties.

De voornoemde bijdrage is niet verschuldigd wanneer de werknemer die volledig van prestaties werd vrijgesteld gedurende het volledige kwartaal een nieuwe, minstens een derde berekend op basis van en voltijds equivalent, tewerkstelling aanvat, hetzij bij een of meerdere andere werkgever(s), hetzij in de hoedanigheid van zelfstandige.

Een koninklijk besluit bepaalt wat wordt verstaan onder het aanvangen van een nieuwe, minstens een derde tewerkstelling in de hoedanigheid van zelfstandige.

De werkgever die aan zijn werknemer een volledige vrijstelling van prestaties heeft verleend, is de voormelde bijdrage opnieuw verschuldigd wanneer en van zodra de werknemer de tewerkstelling of de tewerkstellingen bedoeld in het vorig lid niet langer uitoefent.

7. Wanneer treedt de activeringsbijdrage in werking?

Op 1 januari 2018 treedt de activeringsbijdrage in werking.

8. Wat is de reden om de activeringsbijdragen in te voeren?

In het kader van een aantal recente herstructureringen werd vastgesteld dat alsmaar meer werkgevers een beroep deden op een mechanisme dat erin bestond om “oude” werknemers van prestaties vrij te stellen, waarbij deze hun loon geheel of gedeeltelijk bleven ontvangen zonder dat de werkgever en zijn werknemer zich inschreven in het mechanisme van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag. De laatste jaren werden deze mechanismen namelijk strikter gemaakt en werden de verschuldigde bijdragen versterkt om de vervroegde uittreding van deze werknemers uit de arbeidsmarkt te ontraden. Hier neemt de werkgever ook de kost op zich van (een deel van) het loon dat nog betaald moet worden, met inbegrip van de “klassieke” bijdragen, en dit totdat de werknemer de pensioenleeftijd bereikt. Met werkgever worden zowel bedrijven waarop de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités van toepassing is, als de autonome overheidsbedrijven bedoeld in de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven bedoeld.

Hoewel dit mechanisme geen discriminatie op basis van de leeftijd vormt, moeten evenwel worden vastgesteld dat het ertoe leidt dat de oudste werknemers niet meer aan de arbeidsmarkt deelnemen. Het gaat om een verlies aan menselijk potentieel en om de versterking van de oude mentaliteit die er in bestaat te denken dat het beter is deze personen thuis te laten zitten en ze correct te vergoeden, eerder dan ze uit te nodigen zich te heroriënteren, met name via opleidingen, zodat ze een nieuwe kans krijgen om zich op de arbeidsmarkt te integreren.