Welke fiscale wijzigingen naar aanleiding van het nieuwe WVV?

Geschreven door Lexalert
Foto: Allen Allen  

Het wetsontwerp tot aanpassing van bepaalde federale fiscale bepalingen aan het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen werd op 22 november 2018 door de bevoegde kamer goedgekeurd.

Doordat het Wetboek van Vennootschappen een grondige herziening heeft genoten en daarbij werd omgedoopt tot het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, was het noodzakelijk om ook de federale fiscale wetsbepalingen aan te passen aan dit nieuwe vennootschaps- en verenigingsrecht.

Dit wetsontwerp tracht in principe de neutraliteit van dit nieuwe wetboek op fiscaal vlak te waarborgen, wat inhoudt dat er geen substantiële wijzigingen werden aangebracht aan de fiscale wetsbepalingen. Toch dwongen de wijzigingen op het vlak van vennootschaps- en verenigingsrecht ertoe om ook de fiscale bepalingen ten gronde te wijzigen, opdat geen discrepanties zouden ontstaan tussen de twee rechtstakken en een goede werking van het nieuwe vennootschaps- en verenigingsrecht zowel op vennootschapsrechtelijk als op fiscaal vlak verzekerd wordt.

Zo leidden onder andere de volgende substantiële wijzigingen in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen tot een grondige herziening van de fiscale wetsbepalingen: de invoering van de statutaire zetelleer voor de bepaling van de nationaliteit van de vennootschap, het afschaffen van het begrip maatschappelijk kapitaal (met uitzondering van de nv), de invoering van nieuwe mogelijkheden bij de omvorming van vennootschappen en de verplaatsing van de maatschappelijke zetel, etc.

Het is met betrekking tot deze substantiële wijzigingen van het vennootschaps- en verenigingsrecht dat ook de fiscale wetsbepalingen op een meer grondige wijze werden herzien.

De krachtlijnen van deze aanpassingen aan de fiscale wetboeken kunnen als volgt worden samengevat:

1) Wijzigingen als gevolg van de toepassing in het wetsontwerp tot invoering van het WVV van de statutaire zetelleer voor de bepaling van de “nationaliteit” van een vennootschap.

Tot op heden wordt de “nationaliteit” van een vennootschap in het Belgisch recht bepaald door de leer van de “werkelijke zetel”: een vennootschap is onderworpen aan het vennootschapsrecht van de Staat waar haar werkelijke zetel is gevestigd. In het wetsontwerp tot invoering van het WVV wordt deze leer, ten gevolge van ontwikkeling op het vlak van de Europese Unie, verlaten en wordt er overgeschakeld op de leer van de “statutaire zetel”: een vennootschap is onderworpen aan het vennootschapsrecht van het land waar haar maatschappelijk zetel is gevestigd. Als gevolg daarvan kan men niet langer meer veronderstellen dat een vennootschap die onderworpen is aan de Belgische vennootschapsbelasting – waar de werkelijke zetelleer thans wordt toegepast – noodzakelijkerwijze ook aan het Belgische vennootschapsrecht is onderworpen. Echter, voor de toepassing van de vennootschapsbelasting moet verder gebruik worden gemaakt van de werkelijke zetelleer omwille van de redenen die hierna worden vermeld bij de artikelsgewijze commentaar.

Het uiteenlopen van de regels om de fiscale woonplaats van een vennootschap te bepalen en de nieuwe vennootschapsrechtelijke regels omtrent de “nationaliteit” van een vennootschap, vereisen dat het Wetboek van inkomstenbelasting 1992 (WIB 92) op verschillende plaatsen wordt aangepast en dat bijvoorbeeld in dit Wetboek sommige nieuwe definities worden voorzien (bijv. definitie van “vennootschap”, “binnenlandse vennootschap”, “buitenlandse vennootschap”, opheffing van het criterium “maatschappelijke zetel” enz.). Ook is het wenselijk dat de definities en procedureregels i.v.m. fusies, splitsingen en andere reorganisatieverrichtingen niet langer verwijzen naar de omschrijving van deze verrichtingen in het Belgische Wetboek van vennootschappen of in analoge – en voor de fiscus moeilijk toe te passen bepalingen van buitenlands recht, maar vervangen worden door autonome definities die aansluiten bij de terminologie van de Europese fiscale fusierichtlijn 2009/133/EC, eventueel aangepast door de bestaande Belgische wetgeving. Verder is het noodzakelijk te voorzien dat een vennootschap waarvan de statutaire zetel in het buitenland is gelegen, maar waarvan de werkelijke zetel in België is gelegen, een boekhouding voert overeenkomstig het Belgische boekhoudrecht zodat de Belgische administratie deze vennootschap in België kan belasten op haar wereldwijde winst in de vennootschapsbelasting zoals dat het geval is voor vennootschappen waarvan zowel de statutaire zetel als de zetel van werkelijke leiding in België is gelegen.

2) Wijzigingen als gevolg van het feit dat in het wetsontwerp tot invoering van het WVV, met uitzondering van de naamloze vennootschap, alle andere vormen van Belgische vennootschappen niet langer over een maatschappelijk kapitaal beschikken.

Het wetsontwerp tot invoering van het WVV behoudt het kapitaal-concept enkel voor de naamloze vennootschap (“NV”). Voor de besloten vennootschap (“BV”) en de coöperatieve vennootschap (“CV”) worden het begrip “maatschappelijk kapitaal” – en meteen ook het vereiste van een minimumkapitaal van 18 550 euro (zoals het thans geldt voor de BVBA) – afgeschaft. In de toekomst zullen dus niet alleen de vennootschap onder firma (“VOF”) en de gewone commanditaire vennootschap (onder het WVV “commanditaire vennootschap” (“CommV”)) vennootschappen zonder maatschappelijk kapitaal zijn, maar ook de BV en de CV.

Deze wijzigingen nopen tot aanpassingen aan het WIB 92 en in beperkte mate ook aan sommige andere wetboeken. Zo wordt er in het WIB 92 een specifieke definitie van “kapitaal” ingevoerd die voorziet in een afzonderlijk begrip voor, enerzijds, kapitaalvennootschappen en, anderzijds, vennootschappen die niet beschikken over een kapitaal in de zin van het vigerende vennootschapsrecht. Verder wordt ook de bestaande definitie van het fiscale begrip ‘gestort kapitaal” in het WIB 92 aangepast. Voorts worden er in het WIB 92 een aantal aanpassingen doorgevoerd aan de bestaande bepalingen inzake kapitaalverminderingen, inzonderheid om rekening te houden met het feit dat deze bepalingen in de toekomst toegepast moeten worden op kapitaalloze vennootschappen.

3) Wijzigingen ten gevolge van het feit dat het wetsontwerp tot invoering van het WVV, nieuwe mogelijkheden schept voor de omvorming van vennootschappen en de verplaatsing van de maatschappelijke zetel.

Het wetsontwerp tot invoering van het WVV breidt de mogelijkheden van omvorming van vennootschappen aanzienlijk uit. Zo wordt het bijvoorbeeld mogelijk dat een vennootschap naar buitenlands recht (met zetel van werkelijke leiding in België) zich omvormt tot een vennootschap met een andere rechtsvorm naar buitenlands recht (met zetel van werkelijke leiding in België); dat een vennootschap naar Belgisch recht zich omvormt in een vennootschap naar buitenlands recht; dat een vennootschap zich omvormt tot VZW, enz.

Dergelijke omvormingen kunnen gepaard gaan met de verplaatsing van de zetel van werkelijke leiding naar het buitenland en kunnen tot gevolg hebben dat een vennootschap niet langer aan de vennootschapsbelasting is onderworpen maar wel aan de rechtspersonenbelasting. Om met deze nieuwe realiteiten, die naargelang het geval, verschillende fiscale gevolgen teweegbrengen, rekening te houden, moeten sommige bepalingen uit het WIB 92 worden aangepast of moeten er nieuwe bepalingen aan het WIB 92 worden toegevoegd.

4) Diverse technische aanpassingen om ervoor te zorgen dat de fiscale wetboeken verwijzen naar de bepalingen van het nieuwe WVV en/of rekening houden met nieuwe terminologieën ingevoerd door het WVV

Verschillende begrippen die thans in fiscale wetboeken voorkomen verwijzen voor hun definitie naar bepalingen uit het Wetboek van vennootschappen of naar bepalingen van het verenigingsrecht, die zullen ophouden te bestaan. Veel van deze bepalingen worden overgenomen in de artikelen van het WVV (vb. “kleine vennootschap”, “microvennootschap”, “verbonden en geassocieerde vennootschap”, “controle”, “quasi inbreng” enz.). Anderzijds worden sommige van deze bepalingen door het ontwerp van wet tot invoering van het WVV afgeschaft (vb. Wet 27 juni 1921). In de mate dat de fiscale wetboeken naar deze oude begrippen of wetten verwijzen, moeten ze aangepast worden aan het nieuwe wetgevend kader dat door het WVV wordt opgericht.

Het wetsontwerp tot invoering van het WVV voert daarnaast verschillende wijzigingen door aan het traditionele begrippenarsenaal uit het vennootschapsrecht. Zo wordt onder meer het onderscheid tussen handelsvennootschappen en burgerlijke vennootschappen afgeschaft. Sommige rechtsvormen worden afgeschaft (vb. commanditaire vennootschap op aandelen; economisch samenwerkingsverband). Ze dienen omgezet te worden in lichamen met een andere rechtsvorm (vb. het economisch samenwerkingsverband dient zich om te vormen tot vennootschap onder firma). Van andere rechtsvormen wijzigt de benaming (vb. “besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid” wordt “besloten vennootschap”; “vennootschap met sociaal oogmerk” wordt “sociale onderneming”; “landbouwvennootschap wordt “landbouwonderneming”). Sommige vennootschappen kunnen hun statuut maar ontlenen mits erkenning (bijv. bepaalde coöperatieve vennootschappen; sociale ondernemingen; landbouwondernemingen). In de mate dat de bestaande wetboeken verwijzen naar deze afgeschafte onderscheiden en rechtsvormen of benamingen hanteren die in het WVV niet meer worden gebruikt enz. dienen ze te worden aangepast om rekening te houden met deze nieuwe realiteit en moeten de fiscale gevolgen ervan worden geregeld (vb. wat betreft de erkenning van landbouwondernemingen, de omzetting van een economisch samenwerkingsverband).

Lees ook: De Vlaamse regering bereidt zich voor op de hervorming van het vennootschapsrecht

5) Overgangsbepalingen

Aangezien het wetsontwerp tot invoering van het WVV voorziet in de inwerkingtreding ervan op 1 januari 2019, voorziet dit wetsontwerp in een inwerkingtreding op dezelfde datum.

Het wetsontwerp tot invoering van het WVV schenkt echter bijzondere aandacht aan de op 1 januari 2019 bestaande vennootschappen, waar voor gedetailleerde overgangsbepalingen zijn voorzien. Voor deze bestaande vennootschappen zal het oude Wetboek van vennootschappen voor een bepaalde periode van toepassing blijven. Dit ontwerp houdt hiermee rekening door ervoor te zorgen dat de verwijzingen in de fiscale wetboeken naar de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen behouden blijven voor vennootschappen die hieraan onderworpen blijven en, voor ondernemingen die tijdelijk een opgeheven rechtsvorm kunnen behouden (bv. de landbouwvennootschap of het economisch samenwerkingsverband), door ook tijdelijk de verwijzingen naar deze opgeheven vennootschaps- vormen te handhaven in de fiscale wetboeken.

Lees de volledige tekst van het Wetsontwerp tot aanpassing van bepaalde federale fiscale bepalingen aan het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen