Welke nieuwe maatregelen fiscale fraudebestrijding in 2018-19?

Geschreven door Lexalert
Foto: Marco Verch  

In de beleidsbrief Financiën van 29 oktober 2018 kondigt de minister een aantal nieuwe fiscale maatregelen met betrekking tot fraudebestrijding. 

Maatregelen met het oog op betere invordering

  1. Wetboek van minnelijke en gedwongen invordering

Het Wetboek van de minnelijke en gedwongen in- vordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen is een algehele uniformisering en hercodificatie van de invorderingsbepalingen waarvoor de Administratie van Inning en Invordering bevoegd is. Op informaticatechnisch vlak zullen alle invordering in de toekomst worden gecentraliseerd.

Het betreft in het bijzonder:

  • de schuldvorderingen inzake de inkomstenbelas- tingen, de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, de btw (onverminderd de bevoegdheid van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen voor de inning – met uitsluiting van de invordering – van de btw bij invoer), de diverse taksen en de rolrechten (met uitzondering van andere griffierechten);

 

  • alle niet-fiscale schuldvorderingen van de Staat (met inbegrip van de geldsommen verschuldigd aan de Staat in strafzaken), de Gemeenschappen en de Gewesten en de instellingen die ervan afhangen, waarmee ze belast is door of krachtens een wettelijke of reglementaire bepaling of waarvoor geen enkele andere overheid uitdrukkelijk bevoegd werd verklaard;

 

  • de sommen verschuldigd door onderhoudsplichti- gen (of door onderhoudsgerechtigden als de sommen hen ten onrechte betaald werden) in het kader van de toepassing van de wet van 21 februari 2003 tot oprich- ting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën.

Dit wetboek kadert in de harmonisering van de fiscale procedures, en meer in het bijzonder de aanbeveling 70 van de bijzondere commissie “Internationale fiscale fraude/Panama Papers”. Deze aanbeveling stelt: “Er moet een alomvattend overzicht worden opgesteld van de elementen van onze fiscale procedurele wetgeving (voor de belastingen waarvoor de federale overheid bevoegd is), met het oog op een herziening die gericht is op het eenvormig maken van de procedureregels die vervat zijn in de respectieve wetboeken inzake inkomstenbelastingen en btw” (Parl. St. Kamer, 2017-2018, 54-2749/001, p. 53).

Ook de Federale Regeringsverklaring van 14 oktober 2014 benadrukt zulke harmonisering van de fiscale procedures teneinde de rechtszekerheid van de belastingplichtige te vrijwaren (Parl. St. Kamer, 2014-2015, 54-0020/001, p. 99). Daarenboven dient aangestipt te worden dat voorliggend wetboek bijkomend uitvoering geeft aan de Federale Regeringsverklaring van 14 oktober 2014 waar zij stelt dat de federale fiscale wetgeving dient gecoördineerd en gebundeld te worden in een Federale Codex Fiscaliteit. (Parl. St. Kamer, 2014-2015, 54-0020/001, p. 99). Voorliggend wetboek is de eerste stap naar deze globale Federale Codex Fiscaliteit.

Tenslotte dringt de Federale Regeringsverklaring eropaan om de invorderingsprocedures te moderniseren. Een performant systeem van inning van fiscale en niet fiscale schuldvorderingen (waaronder ook alimentatievorderingen en penale boeten) wordt uitgewerkt teneinde de inningsratio gevoelig te verhogen ((Parl. St. Kamer, 2014-2015, 54-0020/001, p. 105) (onderaf- deling 4.3. Fraudebestrijding). Ook hieraan wordt thans uitvoering gegeven.

Aangezien de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering van de FOD Financiën werd aangeduid als “shared service center” voor de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen ingevorderd door de federale autoriteit, in het kader van het project “rede- sign” (Ministerraad van 3 juli 2015) is het aangewezen om de invorderingsprocedures van de verschillende categorieën van vorderingen waarmee zij is belast, te harmoniseren en te rationaliseren.

  1. Uitvoerbare titel BTW

Het innings- en invorderingsregister, dat een authentieke akte is, zal voortaan, in de plaats van het dwangbevel, de uitvoerbare titel uit voor de invordering van de fiscale schuld en concretiseert het de schuld.

In tegenstelling tot het dwangbevel, dat een individuele uitvoerbare titel is, is het innings- en invorderings- register evenwel een algemene lijst die periodiek en op een geautomatiseerde wijze wordt opgemaakt en die de identificatie van de verschillende belastingschuldigen evenals het bedrag van de belasting, interesten, fiscale boeten en toebehoren bevat die nog door elk van hen zijn verschuldigd.

Aanbeveling 72 van de bijzondere Commissie “Internationale fiscale fraude/Panama Papers” pleit voor een uniforme procedure inkomstenbelastingen en btw waarbij de inkomstenbelasting en btw worden vastgesteld aan de hand van een onderling afgestemde procedure en bij voorkeur middels eenzelfde taxatietitel (Parl. St. Kamer, 2017-2018, 54-2749/001, p. 53)”.

In het kader van deze aanbeveling en in het kader van de uniformisering van de invorderingsregels (zie hiervoor), is besloten de niet-betaalde btw op te nemen in een innings- en invorderingsregister, een instrument dat gelijkaardig is aan een kohier in directe belastingen.

  1. Uitvoerbare titel DAVO

Net zoals voor de btw zullen de DAVO-invorderingen in de toekomst ook geschieden middels een innings-en invorderingsregister. Dit kader in het algemeen project om alle invorderingen door de Administratie van Inning en Invordering te uniformiseren en te centraliseren in één informaticasysteem.

  1. E-notariaat

Het doel van dit ontwerp is dat de kennisgeving die de ontvanger moet doen naar aanleiding van een bericht van vervreemding of hypothecaire aanwending van een voor een hypotheek vatbaar goed (zie artikelen 434 WIB’92 en 93quater wbtw), of de kennisgeving die hij moet doen in het kader van een akte of attest van erfopvolging, elektronisch naar de notaris kan verzonden worden.

Deze maatregel zorgt voor een aanzienlijke besparing aan postkosten en versnelt het communicatieproces tussen ontvanger en notaris aanzienlijk.

Aanpassing van dubbelbelastingsverdragen

Het ratificatieproces van het mulilateraal instrument van de OESO, ondertekend in Parijs op 7 juni 2017 is thans bezig. Hierdoor zullen een groot aantal beastingverdragen in één keer worden aangepast aan de BEPS-standaarden van de OESO. De strijd tegen ongeoorloofde internationale uitholling van de belastinggrondslag en ongeoorloofde winstverschuivingen wordt hiermee verder gezet.

Ook ons nationaal modelverdrag dat als basis dient voor onderhandeling met partnerstaten, zal worden aangepast aan de nieuwe OESO-standaarden en er zal worden rekening gehouden met de aanbevelingen van de Panama-commissie die een aantal aanbevelingen met betrekking tot herziening van/nieuwe belastingverdragen gemaakt heeft.

Anti-witwas

Na de omzetting van de vierde anti-witwasrichtlijn (de wet van 18 september 2017), is begonnen met de omzetting van de zogenaamde vijfde witwasrichtlijn.

Zo zal vanaf einde september het UBO-register operationeel zijn. Het register is al opgezet conform de bepalingen van de vijfde anti-witwasrichtlijn. In de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme zal dit een krachtig hulpmiddel zijn.

Bovendien is door de nieuwe wet met betrekking tot het centraal aanspreekpunt bij de Nationale bank van België van 8 juli 2018 een grote stap gezet naar een dynamisch register van bankrekeningen en financiële contracten. Ook dit is een verplichting van de vijfde anti-witwasrichtlijn. Door de vele nieuwe actoren die toegang kregen tot het CAP, was het nodig om het CAP uit de fiscale sfeer te lichten en een eigen autonome rechtsgrond te geven. Zo hebben ook justitie, de CFI, notarissen en gerechtsdeurwaarders toegang gekregen tot het CAP, elk voor een eigen finaliteit.

Bij de omzetting van de vijfde richtlijn zullen ook platforms voor virtuele munten (bitcoins) onderworpen worden aan de anti-witwasverplichtingen.

Omzetting DAC6-richtlijn

De Raad van 25 mei 2018 heeft een wijziging aan richtlijn 2011/16/EU goedgekeurd houdende een verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies.

Door deze richtlijn zullen grensoverschrijdende constructies die aan een aantal wezenskenmerken voldoen verplicht door de tussenpersoon, en als deze wegens een beroepsgeheim niet in de mogelijkheid is de melding te doen, uiteindelijk door de belastingplichtige moeten worden gemeld aan de fiscale administratie met het oog op uitwisseling binnen de EU.

Hoewel de eerste uitwisseling slechts in 2020 zal geschieden, dient de uitwisseling alle constructies te bevatten die sinds de inwerkingtreding van de richtlijn medio 2018 gecreëerd zijn.

Om de bedrijven de nodige rechtszekerheid te geven over wat in 2020 zal moeten worden uitgewisseld en dus de retroactiviteit zoveel als mogelijk te beperken, is nu reeds aanvang gemaakt met de omzetting van deze richtlijn. Bij de omzetting worden de betrokken actoren geconsulteerd.

Aanbeveling 40 van de panama-commissie wordt hierbij uitgevoerd.

Lees ook: Welke nieuwe fiscale maatregelen in 2018-19 ?

Omzetting van een aantal aanbevelingen van de panama-commissie

Ter uitvoering van de aanbevelingen van de panama- commissie zullen nog een aantal maatregelen worden uitgewerkt.

Zo zal de strijd tegen eventuele bijzondere mechanismen door financiële actoren worden opgevoerd. De creatie van een bijzonder mechanisme op zich wordt een strafbaar feit en de circulaire bijzonder mechanismen zal een grondige update krijgen. De samenwerking tussen NBB en FSMA als toezichthouder en de BBI zal geconcretiseerd worden in een protocol.

Strijd tegen misbruik en fraude inzake roerende voorheffing

Om te vermijden dat de roerende voorheffing twee keer zou worden gerecupereerd in het kader van een verkoop van aandelen rond de datum van dividenduitkering, wordt in de wetgeving bepalingen ingeschreven die duidelijk identificeren wie als gerechtigde van het dividend wordt beschouwd en bijgevolg de roerende voorheffing zal kunnen verrekenen. De andere partij heeft dan een zogenaamde market claim en heeft geen recht op verrekening van roerende voorheffing.

Er zal een maatregel worden genomen waardoor pensioenfondsen, indien zij willen genieten van het voordeel van recuperatie van roerende voorheffing, verplicht worden de aandelen een zekere periode te houden. Op deze manier wordt het misbruik van een aan- en verkoop van de aandelen rond de dividend- datum dat enkel als doel heeft teruggave van roerende voorheffing te bekomen, een halt worden toegeroepen.

Bijkomende initiatieven genomen in de Ministerraad van 5 oktober 2018

  1. Geen rulings meer aan bedrijven die verrichtingen doen met belastingparadijzen

Er zal bij wet geen voorafgaande beslissing meer mogen gegeven worden wanneer deze betrekking heeft op verrichtingen of situaties die gelinkt kunnen worden aan belastingparadijzen.

  1. Bijkomende maatregelen om verborgen kapitalen in het buitenland en fiscale fraude op te sporen

  1. Gegevensuitwisseling met derde landen

De uitwisseling van gegevens van het register van de uiteindelijke begunstigden (het UBO-register) is momenteel alleen mogelijk tussen lidstaten van de Europese Unie.

Om aan de internationale verplichtingen te voldoen en in overeenstemming te zijn met de OESO-normen wordt de gegevensuitwisseling uitgebreid tussen België en niet-EU-rechtsgebieden met wie er een wettelijke basis bestaat voor de uitwisseling van informatie.

  1. Juridische constructies

De internationale dimensie van bepaalde fraudefenomenen rechtvaardigt een verlenging van de aanslagtermijn wanneer een belastingplichtige gebruik maakt van juridische constructies in een belastingparadijs. De onderzoeks- en aanslagtermijn wordt daarbij verlengd tot 10 jaar.

  1. Onderzoeksbevoegdheden

Momenteel is het zo dat in het kader van een controle het recht om iemand te horen slechts mag worden uitgeoefend door een ambtenaar met een hogere titel. Op het terrein is het zo dat heel wat ambtenaren hun controletaken daardoor niet ten volle kunnen uitoefenen. De regelgeving wordt nu afgestemd op de noden van het terrein zodat de ambtenaren van de FOD Financiën hun werkzaamheden optimaal kunnen uitvoeren.

  1. Geheim van de vraag om inlichtingen van buitenlandse autoriteiten

Om het succes van internationale onderzoeken te garanderen, wordt nu ook in het btw wetboek afgeweken van de verplichting van passieve openbaarheid, wat betreft de vragen om inlichtingen, de verzonden antwoorden en de briefwisseling tussen de bevoegde autoriteiten, behalve indien de buitenlandse staat uitdrukkelijk haar goedkeuring heeft gegeven voor de verspreiding ervan.

Lees de volledige tekst van de beleidsbrief van 29 oktober 2018