Vrijstelling sociale bijdrage voor zelfstandigen - wijziging criteria

Geschreven door Lexalert
Foto: Joybot  

Het wetsontwerp tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, ten einde de werking van de Commissie voor vrijstelling te hervormen werd op 31 oktober 2018 aangenomen in de bevoegde Kamercommissie. ​

Dit wetsontwerp strekt ertoe de procedure voor het bekomen van een vrijstelling van de betaling van de sociale bijdragen als zelfstandige te verbeteren door enerzijds in de wet de criteria op te nemen op basis waarvan een vrijstelling kan bekomen worden en anderzijds de zelfstandige de mogelijkheid te bieden een beroep ten gronde in te stellen tegen de beslissing. De bevoegdheid tot het behandelen van de aanvragen tot vrijstelling van de FOD Sociale Zekerheid wordt overgeheveld naar het RSVZ. Bij het RSVZ wordt bovendien een Beroepscommissie opgericht voor de behandeling van de betwistingen ten gronde.

Artikel 17 §1 van het koninklijk besluit nr 38 van 27 juli 1967, laatst gewijzigd bij de wet van 18 december 2016, wordt vervangen als volgt:

Art. 17. § 1. De zelfstandigen die menen zich in een tijdelijke moeilijke financiële of economische situatie te be- vinden, waardoor zij niet in staat zijn om hun bijdragen te betalen, kunnen vrijstelling vragen van de betaling van deze bijdragen door zich te wenden tot het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der zelfstandigen, hierna Rijksinstituut genaamd.

De zelfstandigen die een vrijstelling van de bij dit artikel bedoelde bijdragen vragen, moeten bewijzen dat zij zich in een tijdelijke moeilijke financiële of economische situatie bevinden waardoor zij bij de opvordering van de verschuldigde bijdragen door het sociaal verzekeringsfonds niet in staat zijn om deze te betalen.

Het Rijksinstituut beoordeelt de situatie van de zelfstandige aan de hand van de elementen ingeroepen bij het indienen van zijn aanvraag.

Het artikel bepaalt dat de zelfstandige die zich in een tijdelijke moeilijke financiële of economische situatie bevindt een aanvraag tot vrijstelling kan indienen. Het lid voorziet dat de aanvragen voortaan behandeld worden door het Rijksinstituut.

Het vage criterium “een staat van behoefte of een toestand die de staat van behoefte benadert” wordt vervangen door een uniek criteriumzich in een moeilijke financiële of economische situatie bevinden”.

Het nieuwe criterium vertoont meerdere voordelen:

  • Het wenst te benadrukken dat het terechtkomen of het zich bevinden in een moeilijke financiële of economische situatie een oorzaak of verklaring moet hebben. Het onvermogen om tot bijdragebetaling over te gaan moet van tijdelijke aard zijn. Iemand die een zelfstandige activiteit opstart moet zich goed voorbereiden op zijn ondernemerschap en zich bewust zijn van alle plichten die hieraan verbonden zijn. Daartoe behoort de verplichting tot het betalen van sociale bijdragen. Het is niet de bedoeling dat zelfstandigen jaar na jaar een vrijstelling van bijdragen vragen omdat hun activiteit niet (meer) economisch rendabel is;
  • De hoegrootheid van de beroepsinkomsten of de omzet is niet alleen van determinerend belang;
  • Het wenst vooral de zelfstandigen die ad hoc geconfronteerd worden met onverwachte moeilijkheden ingevolge noodzakelijke beroepsuitgaven of -investeringen, klanten die hun betalingsverplichting niet nakomen tegemoet te komen…;

Verder preciseert het nieuwe artikel dat de bewijslast zoals voorheen rust op de zelfstandige die de nodige elementen dient aan te brengen bij het indienen van zijn aanvraag en is conform de artikelen 1315 e.v. van het Burgerlijk wetboek.

De zelfstandige dient aan te tonen dat hij zich in een moeilijke financiële of economische situatie bevindt ingevolge omstandigheden van tijdelijke aard waardoor hij bij de ontvangst van het betalingsverzoek door het sociaal verzekeringsfonds niet in staat is om de verschuldigde bijdragen te betalen.

Het aanleggen van een onroerend patrimonium kan niet gebeuren ten koste van de betaling van de sociale bijdragen.

Daarbij dient benadrukt te worden dat de zelfstandigen die vrijgesteld worden van de betaling op een later tijdstip (binnen de geldende verjaringstermijnen) op vrijwillige basis, bijvoorbeeld wanneer hun economisch of financiële situatie zich herstelt, de vrijgestelde bijdra- gen kunnen betalen.

Het artikel benadrukt dat het Rijksinstituut de situatie van de aanvrager onderzoekt aan de hand van de bij de aanvraag aangebrachte elementen. Er wordt geen rekening gehouden met elementen die na de aanvraag worden ingeroepen. Nieuwe elementen kunnen desgevallend een nieuwe aanvraag rechtvaardigen voor kwartalen die niet begrepen zijn in de eerste aanvraag.

Met deze precisering wil het ontwerp de relatieve rechtsonzekerheid betreffende het geheel aan elementen waarmede bij het onderzoek moet worden rekening gehouden wegwerken.

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, ten einde de werking van de Commissie voor vrijstelling te hervormen