Update Strafrecht en strafprocesrecht 2019 - rechtvaardig en transparant strafrecht en strafrechtelijk beleid

Geschreven door Lexalert
Foto: Paige  

De beleidsbrief justitie van 24 oktober 2018 somt een aantal wijzigingen op met betrekking tot het strafrecht en het strafrechtelijk beleid. Deze behandeld volgende krachtlijnen:

  • Een nieuw strafwetboek en een nieuw wetboek van strafuitvoering

  • Strafuitvoering en gevangeniswezen

  • Naar een strengere aanpak van zware verkeersmisdrijven en van -recidive

  • Efficiëntere inning van de verkeersboetes met het oog op een beter verkeersbeleid

  • Een effectieve gezamenlijke aanpak van fiscale fraude 

 

  1. Een nieuw strafwetboek en een nieuw wetboek van strafuitvoering

Het gehele ontwerp van een nieuw strafwetboek werd inmiddels afgewerkt en door de regering goedgekeurd. Het tweede boek houdende de strafbepalingen werd voor adviesverlening aan de Raad van State voorgelegd en zal samen met het reeds eerder afgewerkte eerste boek aan het parlement worden toegestuurd voor behandeling en stemming.

De uitgangspunten van de hervorming worden onverminderd gerespecteerd: het wetboek zal meer accuraatheid, coherentie en eenvoud brengen in het strafrecht. Voor de minder ernstige strafrechtelijke inbreuken zijn de gevangenisstraf of de vrijheidsbeperkende straf onder elektronisch toezicht niet langer de maatstaf, maar het ultimum remedium binnen het brede spectrum van op te leggen hoofdstraffen, waaronder de geldstraf, de werkstraf, de probatiestraf en de verbeurdverklaring. Voor de meest ernstige misdrijven worden de strafmaten aangepast aan de maatschappelijke realiteit. Ook het nieuwe wetboek van strafuitvoering is in een finale fase van redactie en vindt aansluiting bij het nieuwe strafwetboek en de indeling van de misdrijven.

  1. Strafuitvoering en gevangeniswezen

Interne rechtspositie van gedetineerden

De inwerkingtreding van de resterende bepalingen van de basiswet wordt verder gezet zodat er tegen het einde van de legislatuur een integraal in uitvoering zijnde basiswet voorhanden is. Een eerste KB met betrekking tot de overlegorganen is reeds gepubliceerd en de overige zitten in de pijplijn van de administratieve en begrotingscontrole of zijn reeds voor advies voorgelegd aan de raad van State.

Sommige bepalingen van de basiswet zelf werden in die context aangepast. Het betreft meer bepaald de bepalingen m.b.t. de gezondheidszorg (artikelen 48 tot en met 67 van de wet van 11 juli 2018 houdende diverse bepalingen in strafzaken, Belgisch Staatsblad, 18 juli 2018).

De voorgestelde wijzigingen aan de Basiswet met betrekking tot de gezondheidszorg van de gedetineerden zijn de eerste stappen naar een integratie van de penitentiaire gezondheidszorg in de reguliere gezondheidszorg, zoals aanbevolen in de studie van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg die op 18 oktober 2017 werd gepubliceerd. De aanpassingen geven uiting aan het principe van gelijkwaardigheid tussen de penitentiaire en de reguliere gezondheidszorg. De gelijkwaardigheid geldt op het vlak van de geneeskundige verstrekking, de zorgcontinuïteit en alle waarborgen van gezondheidszorg die ook in de vrije samenleving gelden. Dit heeft onder meer tot gevolg dat de algemene basiswetgeving betreffende de zorg ook van toepassing is op de penitentiaire zorgverstrekking

Gegarandeerde dienstverlening in de Penitentiaire Inrichtingen

Het voorontwerp van wet betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en van het statuut van het penitentiair personeel, zit momenteel in het laatste stadium vóór zijn indiening bij het parlement. Hiermee zal de gegarandeerde dienstverlening tegenover gedetineerden eindelijk verwezenlijkt worden. Deze wet is tot stand gekomen na intensieve onderhandelingen met de vakbonden van het gevangenispersoneel waarbij in de mate van het mogelijke tegemoet gekomen werd aan hun bezorgdheden.

Ondertussen werden reeds de gesprekken rond een aantal uitvoeringsbesluiten opgestart om deze wet ook zo snel mogelijk uit te voeren.

Statuut Aalmoezeniers en consulenten in de Penitentiaire Inrichtingen

Er wordt verder gewerkt aan een statuut voor de aalmoezeniers, de consulenten van de erkende erediensten en de moreel consulenten van de door de wet erkende niet-confessionele levensbeschouwelijke organisaties bij de penitentiaire inrichtingen, in uitvoering van de aanbevelingen van de parlementaire kamercommissie terroristische aanslagen. Dit statuut moet er voor zorgen dat de kwaliteit van het aanbod inzake religieuze en morele ondersteuning verbetert en dat duidelijk is wat de rechten en plichten zijn.

Onafhankelijk toezicht op het gevangeniswezen

Het koninklijk besluit van 18 juli 2018 heeft de inwerkingtreding van de bepalingen van de basiswet m.b.t. het onafhankelijk toezicht op de gevangenissen bepaald, en de Kamer heeft recent een oproep gepubliceerd met oog op de samenstelling van de Centrale Toezichtsraad en zijn vast bureau. Dat bureau zal op 1 januari 2019 operationeel kunnen zijn. De volgende fasen in de ontwikkeling van dit toezicht zijn:

  • op 1 september 2019: installatie van de nieuwe commissies van toezicht opgericht en samengesteld door de nieuwe centrale toezichtsraad voor het gevangeniswezen;
  • op 1 april 2020: installatie van de organen belast met de afhandeling van klachten en van bezwaar tegen plaatsing of overplaatsing en opstart van de procedures.

Correcte zorg voor geïnterneerden

De overbrenging van geïnterneerden naar zorginstellingen wordt verder gezet. Een tweede forensisch psychiatrisch centrum (FPC) werd geopend te Antwerpen en is intussen volledig operationeel. In samenwerking met de minister van Volksgezondheid gaat ook de overbrenging van geïnterneerden naar het reguliere psychiatrische circuit verder waardoor momenteel nog minder dan 500 geïnterneerden op de afdelingen/ inrichting ter bescherming van de maatschappij en op de psychiatrische annexen verblijven.

In een tweede wet houdende diverse bepalingen in strafzaken, die binnenkort ook in het parlement zal worden besproken, zijn voorstellen opgenomen tot aanpassing van de interneringswet. Deze wijzigingen zijn het gevolg van een uitdrukkelijke vraag van de actoren en zijn louter technisch van aard.

Nieuwe initiatieven in het kader van de uitvoering van de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie (POC) n.a.v. de terroristische aanslagen in Zaventem en metrostation Maalbeek

Naar aanleiding van de aanbevelingen van de POC zijn de diensten momenteel bezig het actieplan “aanpak radicalisering in de gevangenissen” van 2015 te actualiseren, vetrekkende vanuit de diverse aanbevelingen van de onderzoekscommissie.

Belangrijke pijlers daarin zijn:

a) De versterking van de samenwerking met de Gemeenschappen inzake de begeleiding van geradicaliseerde gedetineerden. Er wordt over gewaakt dat elke gedetineerde met een geradicaliseerd of extremistisch gedachtengoed gevat wordt in een correcte begeleiding dewelke intra muros kan worden opgestart en verder gezet worden nadat de gedetineerde de gevangenis heeft verlaten.

Om dit alles te formaliseren wordt een protocolakkoord met de bevoegde diensten van de Gemeenschappen opgesteld. Hierbij zal het draaiboek, dat werd afgewerkt in samenwerking van de penitentiaire administratie en het Vlaams departement Welzijn, als inspiratiebron dienen.

b) De federale en gemeenschapsinvesteringen zullen ook ten aanzien van de gedetineerden in kwestie niet vrijblijvend zijn. Het participeren aan een begeleiding zoals hierboven beschreven, zal een dwingend karakter krijgen met oog op het verkrijgen van strafuitvoeringsmodaliteiten. Hiertoe worden bepalingen voorbereid die in de wet van 2006 met betrekking tot de externe rechtspositie zullen worden ingevoegd.

Geheel in het verlengde van wat voorafgaat, zullen ook de omzendbrieven met betrekking tot de externe rechtspositie van veroordeelden met gevangenisstraffen tot 3 jaar geëvalueerd en zo nodig geactualiseerd worden. Het betreft dan respectievelijk deze met betrekking tot het elektronisch toezicht en de voorlopige invrijheidstelling. 

Ook op de samenwerking met de inlichtingen- en veiligheidsdiensten zal verder worden ingezet.

Een eerste doelstelling is de integratie van alle gedetineerden die (potentieel of reëel) een risico stellen op het plegen van misdrijven op basis van extremistisch gedachtengoed in één unieke databank teneinde de violen tussen alle diensten op elkaar af te stemmen. Dat de penitentiaire administratie voortaan ook als steundienst van het OCAD zal functioneren en mee betrokken wordt bij de dreigingsanalyse, zal deze integratie alleen maar bevorderen.

Maar ook de informatiegaring binnen het gevangeniswezen zal verder geoptimaliseerd worden door het aanpassen van de observatie- en rapportagetools alsook van de informatiedoorstroming zowel binnen het DG EPI als tussen de gevangenissen en de centrale cel extremisme (CELEX) van het DG EPI en tussen de gevangenissen en de buitendiensten van de Veiligheid van de Staat. Hiertoe werd geopteerd om de eerder in het actieplan van 2015 beperkt aantal voorziene coördinatoren om te vormen naar een systeem van één of meer “information officers” per gevangenis

Tenslotte blijft het DG EPI investeren in de opleiding van haar personeelsleden wat betreft het fenomeen van radicalisering. Recent is een e-learning-module in productie gegaan die in een eerste fase in twee gevangenissen wordt opgestart, waarna alle personeelsleden van de gevangenissen tot deze opleidingsmodule toegang zullen hebben. Ik durf gerust te stellen dat we hiermee op Europees vlak meedraaien aan de top wat kwalitatieve opleidingsprogramma’s betreft.

Infrastructuur penitentiaire inrichtingen

De celcapaciteit bedraagt thans 9 219 plaatsen. Dit is nog steeds onvoldoende. Er moet dan ook blijvend geïnvesteerd worden in infrastructuurprojecten, zowel de nieuwbouw- als de renovatieprojecten.

De uitvoering van het masterplan I, II en III zal in 2019 worden verder gezet. Met dit plan wil de regering de overbevolking in de gevangenissen terugdringen en de infrastructuur vernieuwen. Ze wil ook de infrastructuur beter aanpassen aan de re-integratie van gedetineerden en alternatieven voor de klassieke strafuitvoering bieden. Een belangrijk onderdeel vormt de zorg voor geinterneerden via het masterplan Internering met als doel een aangepaste infrastructuur voor alle geïnterneerden.

In het derde masterplan werd ook veel aandacht besteed aan differentiatie, efficiëntere re-integratie, specifi eke doelgroepen, geïnterneerden en beperktere vormen van detentie.

a) Gedetineerden

1. Nieuwe gevangenissen / uitbreiding bestaande gevangenissen

  • De voorbereidende werken voor het gevangeniscomplex van Haren zijn eindelijk gestart. In 2019 zal verder gewerkt worden aan dit project met bijna 1190 plaatsen.
  • In 2019, zal ook, indien alle administratieve en procedurele stappen genomen zijn, gestart worden met de bouw van de gevangenis van Dendermonde met 444 plaatsen.
  • Voor de nieuwe gevangenis te Antwerpen zal de overheidsopdracht in 2019 worden gegund zodat de eigenlijke bouw erna kan starten.
  • Er zullen ook nieuwe gevangenissen komen in Leopolsburg en Vresse-sur-Semois. De voorbereidingen zijn hiervoor lopende (saneringen, grondwerken, verwervingen, etc) en zullen verder worden gezet in 2019. lopende.
  •  De werkzaamheden om het arresthuis van Lantin te vervangen, gaan verder. In het arresthuis verblijven momenteel 500 gedetineerden (ongeveer 200 gestraften en 300 voorlopig gehechten) in onaangepaste omstandigheden. Het arresthuis zal worden vervangen door:
    • de heropbouw van Verviers als strafhuis met 240 plaatsen.
    • een nieuw te bouwen arresthuis met 312 plaatsen in de regio Luik.

Ook voor deze twee dossiers zijn de voorbereidingen lopende.

  • De bestaande gevangenis van Ieper wordt met 56 plaatsen uitgebreid (huidige capaciteit is 67) om de efficiëntie van de inrichting te verhogen.

2. Renovatie van bestaande gevangenissen:

De renovatie van de bestaande site in Merksplas tot een gevangenis die plaats biedt aan 400 gedetineerden met een aangepast profi el (lang gestraften, oudere gedetineerden, gedetineerden met specifi eke psychische aandoeningen, … ) blijft een prioriteit. Het studiebureau zal in 2019 de werkzaamheden verder plannen en uittekenen. De eerste fase van de werken zou ook nog in 2019 moete worden aangevat.

3. Een gedifferentieerd detentiebeleid:

  • Er komen transitiehuizen met in het totaal 100 plaatsen: dit zijn kleinschalige projecten waarbij bepaalde gedetineerden (geselecteerd op basis van een aantal criteria) tegen het einde van hun straf de kans krijgen om het laatste deel ervan in een transitiehuis door te brengen. Daar zullen zij intens worden bijgestaan en begeleid om erna terug en beter te kunnen functioneren in de maatschappij. In juli 2018 werd, binnen de vooropgestelde timing, de opdracht voor de eerste pilootprojecten gelanceerd. De gunning en de opstart is voorzien voor 2019.
  • Er komt een uitbreiding van de inrichtingen met een lager beveiligingsniveau te Ruiselede en Jamioulx, elk met 50 plaatsen. In Ruislede verdwijnen de bestaande verouderde slaapvertrekken en zullen ze worden vervangen door een moderne infrastructuur. In 2019 worden de voorbereidende studies gefi naliseerd en zal de Regie der Gebouwen de opdracht lanceren. In Jamioulx worden de voorbereidende studies in 2019 gefi naliseerd en zal de Regie der Gebouwen de opdracht lanceren.

Daarnaast zal blijvend worden geïnvesteerd in de renovatie en onderhoud van de bestaande gevangeniscapaciteit, met bijzondere aandacht voor de veiligheidsproblematiek.

b) Geïnterneerden

Elke geïnterneerde in ons land moet een plaats krijgen in een aangepaste structuur. Daarom zal worden voorzien in:

• Twee nieuwe FPC’s in Wallonië: in Waver en Paifve. De fi nalisering van de voorbereidingen en de lancering van de opdrachten worden voorzien in 2019.

• 120 bijkomende plaatsen voor geïnterneerden long stay in Vlaanderen te Aalst. De voorbereidingen voor de lancering van de opdracht worden gefi naliseerd in 2019.

• 240 plaatsen in bestaande forensische of reguliere zorginstellingen in Vlaanderen en Brussel.

Daarnaast wordt in 2019 het nieuwe systeem van telefonie op cel verder uitgerold, met aangepaste telefoontarieven voor de gedetineerden.

Directie Beveiliging (DAB)

Op 1 januari 2019 wordt het personeel van het Veiligheidskorps overgeheveld naar de Directie Beveiliging (DAB) van de Federale Politie. Alle taken die tot dan uitgevoerd werden door het Veiligheidskorps worden vanaf die datum uitgevoerd door deze directie.

        3. Naar een strengere aanpak van zware verkeersmisdrijven en van -recidive

Met de wet van 6 maart 2018 ter verbetering van de verkeersveiligheid worden bepaalde vormen van zware verkeersmisdrijven voortaan harder aangepakt. Het gaat in het bijzonder over vluchtmisdrijven, rijden zonder rijbewijs of rijden tijdens het verval van het recht tot sturen, de niet-verzekering en de alcoholintoxicatie.

Er wordt ook voorzien in een strengere bestraffing in geval van bijzondere herhaling.

Tenslotte wordt de verjaringstermijn voor de meeste verkeersmisdrijven van 1 naar 2 jaar gebracht De verjaring van de zwaarste misdrijven blijft op 3 jaar.

       4. Efficiëntere inning van de verkeersboetes met het oog op een beter verkeersbeleid

De tweede fase van het “Crossborder”-project werd gelanceerd in maart 2018. Dit project vloeit voort uit de toepassing van een Europese richtlijn die de identifi catie van vreemde nummerplaten mogelijk maakt.

In de derde fase, zullen volgend jaar naast de verdere stabilisatie en optimalisatie van het verkeersboetesysteem volgende belangrijke acties ondernomen worden:

  • Opstart van een business intelligence;
  • Automatisatie van het proces rond “buitenlandse certifi caten”;
  • Technisch ondersteuning van de visie m.b.t. recidive op niveau van het openbaar ministerie;
  • Vereenvoudigde processen & procedures voor rechtspersonen;
  • Het elektronisch proces-verbaal;
  • Verder digitaliseren van de kantschriften naar de politie en de antwoorden hierop;
  • Verdere implementatie van het bevel tot betalen;
  • Digitale overmaking van bevelen tot betalen aan de FOD Financiën via generieke intake.
  • De internationale digitale uitwisseling van vastgestelde rechten in het kader van verkeersboetes via e-codex;
  • De uitwerking van een toekomstvisie in overleg met de verschillende actoren en partners.

In samenwerking met de politie en het openbaar ministerie zal onderzocht worden hoe de middelen van het verkeersveiligheidsfonds optimaal kunnen ingezet.

      5. Een effectieve gezamenlijke aanpak van fiscale fraude

De samenwerking tussen de fiscus en het parket is cruciaal om een efficiënte bestraffing van daders van fiscale fraude mogelijk te maken. Het is van fundamenteel belang dat fiscus en parket in een vroeg stadium informatie kunnen uitwisselen en overleg plegen over de meest gerede manier van aanpak: de fiscale invordering dan wel de strafrechtelijke vordering.

Wanneer gekozen wordt voor de strafrechtelijke weg, moet de fiscus in staat worden gesteld om voor dezelfde strafrechter de verschuldigde belastingen met intresten en verhogingen te vorderen. Dit vergt wijzigingen aan zowel de fiscale wetboeken als het wetboek van strafvordering. De minister van Justitie neemt samen met zijn collega van Financiën de nodige stappen om de wetten te wijzigen. Tevens wordt een Koninklijk Besluit voorbereid dat de criteria zal vastleggen voor het opstarten van een una via-overleg.

Lees de volledige tekst van de beleidsbrief van 24 oktober 2018