Copernicaanse revolutie voor pensioenfondsen en de roerende voorheffing op dividenden

Geschreven door Koen Van Duyse - Bart De Cock - Sarah De Wilde, Tiberghien advocaten , www.tiberghien.com
Foto: Tax Credits  

Eerstdaags keurt de ministerraad een wetsontwerp goed met daarin maatregelen tegen belastingfraude en belastingontwijking door pensioeninstellingen op het vlak van roerende voorheffing. De regering wil oneigenlijke vrijstellingen of onterechte terugbetalingen van roerende voorheffing in het kader van couponstripping tegengaan en het innen van roerende voorheffing verzekeren.

Het wetsontwerp bevat een drietal zaken.

Vooreerst, als een pensioeninstelling buitenlandse dividenden ontvangt zonder bemiddeling van een Belgische tussenpersoon zal zij voortaan zelf de roerende voorheffing moeten aangeven en betalen. Als het parlement de wet goedkeurt, dan is dit copernicaans en brengt het een bijkomende administratieve last met zich mee en, niet te onderschatten, ook een financieringsnadeel. In ieder geval wordt daardoor de neutraliteit verbroken tussen beleggingen via rechtstreekse lijnen en beleggingen via beleggingsvennootschappen. 

De tweede maatregel is een antimisbruikbepaling. Als in principe een vrijstelling van roerende voorheffing op dividenden kan worden toegepast en deze dividenden voortkomen van aandelen die niet minstens 60 dagen ononderbroken in volle eigendom zijn gehouden, wordt weerlegbaar vermoed dat de transactie kunstmatig is en dat de vrijstelling niet kan behouden worden. Als een pensioeninstelling de vrijstelling toch wil toepassen, dan zal zij zelf moeten bewijzen dat de transactie niet fiscaal geïnspireerd is.

Tot slot, voor Belgische pensioenfondsen is de inhouding of betaling van roerende voorheffing normaal gesproken belastingneutraal omdat zij verrekenbaar is met de uiteindelijke vennootschapsbelasting die doorgaans nul is (zero taxation). Daar komt nu een breuk in de dam. De roerende voorheffing kan niet langer verrekend worden indien de aandelen waaruit de dividenden voortkomen niet gedurende ten minste 60 dagen onderbroken in volle eigendom worden aangehouden, tenzij de pensioeninstelling kan aantonen dat de transactie niet kunstmatig is en niet is opgezet met als doel de verrekening van de roerende voorheffing te verkrijgen.

Grote aandacht is dus nodig voor investeringen die minder dan 60 dagen worden aangehouden. In de toekomst zal de pensioeninstelling (ook de pensioeninstellingen die geen ofp’s zijn trouwens!) moeten kunnen aantonen dat de handelingen rechtmatig zijn. 

Lees ook: Taks op effectenrekeningen - bekendmaking modaliteiten aangifte en erkenning van aansprakelijk vertegenwoordiger – grijze zone voor buitenlandse banken die vrijwillig betaalagent zijn